De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dia 1 Module 2: verschillende soorten trauma 1. Dia 2 Wat betekent het woord trauma? 2.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dia 1 Module 2: verschillende soorten trauma 1. Dia 2 Wat betekent het woord trauma? 2."— Transcript van de presentatie:

1 Dia 1 Module 2: verschillende soorten trauma 1

2 Dia 2 Wat betekent het woord trauma? 2

3 Dia 3 hangt samen met de bedreiging van het leven of de fysieke integriteit van een kind of iemand die belangrijk is voor dat kind (zoals een ouder, grootouder, broer of zus); veroorzaakt een overweldigend gevoel van angst, hulpeloosheid en onmacht; heeft intense fysieke effecten (zoals hart- kloppingen, versnelde ademhaling, trillen, duizeligheid of verlies van controle over blaas of darmen). Een traumatische ervaring: 3

4 Dia 4 Eenmalige gebeurtenis die korte tijd duurt. Soorten trauma: acuut trauma 4

5 Dia 5 Ervaring van meerdere traumatische gebeurtenissen. Soorten trauma: chronisch trauma 5

6 Dia 6 Niet kunnen voldoen aan de basisbehoeften van een kind. Waargenomen als een trauma door een baby of jong kind dat voor zorg volkomen afhankelijk is van de ouders. Opent de deur voor andere traumatische gebeurtenissen. Kan de mogelijkheden van een kind om van een trauma te herstellen verminderen. Soorten trauma: verwaarlozing 6

7 Dia 7 Het bestaat uit meerdere traumatische gebeurtenissen die op een zeer jonge leeftijd beginnen. Het wordt veroorzaakt door volwassenen die voor het kind zouden moeten zorgen en het zouden moeten beschermen. Wanneer een trauma wordt veroorzaakt door geliefden 7 De term complex trauma behelst een specifiek soort chronisch trauma en het effect daarvan op kinderen.

8 Dia 8 acuut; chronisch; complex; verwaarlozing; wat weet ik niet? De trauma’s van mijn kind (groepsactiviteit) 8

9 Dia 9 het vermogen van een kind anderen te vertrouwen; het gevoel van persoonlijke veiligheid; het vermogen van een kind emoties te beheersen; het vermogen van een kind veranderingen in het leven te accepteren en zich daaraan aan te passen; fysieke en emotionele reacties op stress. Hoe kinderen reageren op een trauma 9 Chronische traumatisering kan de gezonde ontwikkeling verstoren en invloed hebben op:

10 Dia 10 De reacties van een kind op een trauma variëren. Dit is afhankelijk van: leeftijd en ontwikkelingsfase; temperament; het beeld van het gevaar waarmee het geconfronteerd wordt; traumageschiedenis (bijkomende effecten); tegenslagen na het trauma; beschikbaarheid van volwassenen die hulp, geruststelling en bescherming kunnen bieden. Hoe kinderen reageren op een trauma 10

11 Dia 11 zenuwachtig; prikkelbaar; snel angstig. Hoe kinderen reageren op een trauma: hyperarousal 11

12 Dia 12 indringende beelden, gevoelens en dromen; indringende herinneringen aan de traumatische gebeurtenis(sen). Hoe kinderen reageren op een trauma: herbeleving 12

13 Dia 13 gevoel verdoofd, afgesloten of afgescheiden van het normale leven te zijn; terugdeinzen voor activiteiten en relaties; vermijden van dingen die herinneringen aan het trauma oproepen. Hoe kinderen reageren op een trauma: vermijding en terugtrekking 13

14 Dia 14 Wat je kunt zien: reacties op dingen die aan het trauma herinneren 14 Dingen die aan het trauma herinneren: voorwerpen, gebeurtenissen, situaties, plaatsen, gevoelen en zelfs mensen die een kind verbinden met een traumatische gebeurtenis.

15 Dia 15 herbeleving; terugtrekking; dissociatie. Reacties op dingen die aan het trauma herinneren 15

16 16 Dia 16 Gina: ‘Ik denk niet dat er een moment is geweest dat ik niet werd misbruikt als kind. Om het misbruik te overleven, deed ik alsof de echte ik onafhankelijk was van mijn lichaam. Op die manier overkwam het misbruik mij niet echt, maar alleen deze huid waarin ik mij bevond.’ Uitspraak

17 Dia 17 Posttraumatische stressstoornis wordt gediagnosticeerd als: iemand ernstige traumatische stressreacties vertoont; de reacties langere tijd aanhouden; de reacties een normaal leven in de weg staan. Posttraumatische stressstoornis 17

18 Dia 18 problemen met concentreren, leren of het opnemen van nieuwe informatie; moeite met inslapen of doorslapen en nachtmerries; emotionele instabiliteit, humeurigheid, verdriet of boosheid en agressie, enzovoort. leeftijdsongepast gedrag (bijvoorbeeld reageren zoals een jonger kind zou doen). Wat je zou kunnen zien: traumatische stressreacties 18

19 Dia 19 alles of een deel van de traumatische gebeurtenis herhalen; de rol van de dader aannemen; verschillende uitkomsten uitproberen; vast komen te zitten in een bepaald moment of bij een bepaalde gebeurtenis. Wat je zou kunnen zien: traumatisch spel 19 Tijdens het spelen kunnen jonge kinderen die traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt:

20 Dia 20 de meeste spelactiviteiten richt op traumatische gebeurtenissen; erg overstuur raakt tijdens traumatisch spel; herhaaldelijk de rol van dader speelt met poppen of knuffels of het misbruik naar buiten brengt in spel met andere kinderen; speelt op een manier die relaties met andere kinderen in de weg staat. Traumatisch spel 20 Zoek professionele hulp als jouw kind:

21 Dia 21 de hele tijd praten over bepaalde gebeurtenissen; het onderwerp uit het niets aanvoeren in een gesprek; verward zijn of zich vergissen over details; zich alleen flarden herinneren van wat er gebeurd is; vermijden om te praten over alles dat enigszins gerelateerd is aan de traumatische gebeurtenissen. Wat je zou kunnen zien: praten over het trauma 21

22 Dia 22 Marja is uit huis geplaatst nadat haar zeventienjarige moeder haar naar de spoedeisende hulp heeft gebracht. Marja was bewusteloos en had gebroken armen en blauwe plekken. Marja en haar moeder Angela woonden bij Remy, de gewelddadige vriend van haar moeder. Recentelijk hebben Angela en Marja korte tijd gewoond in een opvanghuis voor slachtoffers van huiselijk geweld. Angela zegt dat Marja in het opvanghuis gewond is geraakt. Het verhaal van Marja 22

23 Dia 23 Marja wordt midden in de nacht huilend wakker. Ze schrikt snel van harde geluiden. Ze wringt zich los als ze wordt vastgehouden. Ze maakt geen oogcontact. Ze schreeuwt het uit, als ze mee moet naar de dokter. Marja’s reactie op het trauma (groepsactiviteit) 23

24 Dia 24 Danny groeide op bij ruziemakende ouders. Hij probeerde zijn ouders af te leiden door grapjes te maken. Zijn moeder weigerde zijn vader te verlaten. Hij is uit huis geplaatst nadat hij heeft geprobeerd tijdens een ruzie tussenbeide te komen. Hij werd toen ernstig mishandeld door zijn vader. Het verhaal van Danny 24

25 Dia 25 Danny is niet geïnteresseerd in school en maakt grappen in de klas. Hij spijbelt vaak om te roken en drinken met vrienden in een park in de buurt. Hij heeft plotselinge uitbarstingen van geweld: onlangs sloeg hij een jongen in elkaar die hij een meisje zag duwen. Danny’s reactie op het trauma (groepsactiviteit) 25

26 Dia 26 Hyperarousal? Terugtrekking? Herbeleving? Reageren als een jonger kind? Reacties op dingen die herinneren aan het trauma? De reactie van mijn kind op het trauma (groepsactiviteit) 26

27 Dia 27 Veerkracht is het vermogen te herstellen van traumatische gebeurtenissen. Veerkrachtige kinderen zien zichzelf als veilig, capabel en geliefd. Herstellen van een trauma: de rol van veerkracht 27

28 28 Dia 28 Elie Wiesel (auteur, activist en overlevende van de holocaust): ‘Zoals wanhoop bij iemand alleen kan ontstaan door andere mensen, zo kan hoop ook alleen gegeven worden door andere mensen.’ Uitspraak

29 Dia 29 een sterke relatie met op zijn minst één competente, verzorgende volwassene; een gevoel van verbondenheid met een positief rolmodel of een positieve mentor; de beschikking over talenten die gestimuleerd en gewaardeerd worden; het ervaren van enige vorm van controle over het eigen leven; het gevoel hebben deel uit te maken van een bepaalde gemeenschap, groep of een groter geheel. Veerkracht vergroten 29 Factoren die veerkracht kunnen vergroten zijn:

30 Dia 30 Marja is in staat haar behoeften te uiten door te huilen; ze heeft het nog niet opgegeven. Ze kan troost vinden bij haar flesje. Ze reageert positief op muziek en heeft geleerd dat ze daarop kan vertrouwen. Ze begint haar tante te vertrouwen en geniet ervan bij haar te zijn. Veerkracht herkennen: Marja 30

31 Dia 31 Dany is gehecht en loyaal aan zijn moeder. Hij is getalenteerd als entertainer, grappenmaker. Hij onderhoudt vriendschappen met leeftijdgenoten. Hij heeft gevoel voor rechtvaardigheid en wil de dingen in de wereld rechtzetten. Hij ervaart empathie, vooral tegenover vrouwen die in gevaar verkeren. Veerkracht herkennen: Danny 31

32 Dia 32 Welke krachten of talenten kun jij stimuleren? Welke mensen dienden als rolmodel? Welke mensen dienden als bron van kracht of troost? Wat ziet jouw kind als dingen waarover hij of zij controle heeft? Aan welke clubs of organisaties in de samenleving kan het kind deelnemen? Veerkracht herkennen: mijn kind (groepsactiviteit) 32

33 Dia Afronding


Download ppt "Dia 1 Module 2: verschillende soorten trauma 1. Dia 2 Wat betekent het woord trauma? 2."

Verwante presentaties


Ads door Google