De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Je zal dat kind maar wezen Jos van Erp Programmaleider “Hart voor mensen” www.hartstichting.nl/hartvoormensen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Je zal dat kind maar wezen Jos van Erp Programmaleider “Hart voor mensen” www.hartstichting.nl/hartvoormensen."— Transcript van de presentatie:

1 Je zal dat kind maar wezen Jos van Erp Programmaleider “Hart voor mensen”

2 De kapstok voor het bespreekbaar maken van problematiek 1.Het aanpassingsproces 2.Neuropsychologische (onzichtbare) gevolgen 3.De omgeving van het kind 4.Gevoelens 5.Balans tussen draaglast en draagkracht

3 1 Het aanpassingsproces

4 Tijdslijn aanpassingsproces Confrontatie HerstelVerwerkingAanpassing

5 Confrontatie Navragen gebeurtenissen, gedachten, gevoelens en gedrag bij de confrontatie en gedurende de IC-periode. Is er spraken van angsten of traumatische aspecten die nu nog een belangrijke rol spelen bij het kind?

6 Herstel Tijdens, en na, de revalidatie is de aandacht en energie gericht op herstel. Navragen wat er tijdens de revalidatie gebeurde.

7 Herstel De hoop is dat alles na thuiskomst weer wordt zoals vroeger. Hoe was het vroeger? In hoeverre is het kind nog bezig met de verwachting / wens van volledig herstel?

8 Verwerking Confrontatie met blijvende beperkingen / veranderingen. Navragen wat er veranderd is door het hersenletsel en wat de belangrijkste veranderingen voor het kind zijn.

9 Verwerking Navragen gevoelens van verdriet en angst die ontstaan omdat de ouder “nooit meer helemaal beter wordt”.

10 Aanpassing Wat zijn de dingen die je nu leuk vindt om te doen? Wat zou je meer willen gaan doen? Navragen wat het kind wil.i.p.v. waar het vanaf wil. Zoeken naar draagkracht.

11 Tijdslijn aanpassingsproces Ga na waar het kind zich ongeveer bevindt op deze tijdslijn en stem daar je contact op af. Confrontatie HerstelVerwerkingAanpassing

12 2 Neuropsychologische gevolgen De relatie tussen hersenen en gedrag Veel voorkomende gevolgen van hersenletsel Het verschil tussen niet willen en niet kunnen

13 Uitleg werking hersenen

14 Werking hersenen Elk deel bestuurt een bepaalde functie zoals lopen, praten, zien etc.

15 Werking hersenen Als een deel van de hersenen beschadigd raakt dan raakt de functie die door dat deel geregeld werd ook beschadigd Lopen Praten Geheugen Concentratie

16 Zichtbare gevolgen hersenletsel

17 Onzichtbare gevolgen hersenletsel Denken Geheugen Concentratie Waarnemen Praten Karakter Vermoeidheid Meer dingen tegelijk doen Verdriet Boosheid Angst

18 Denken Wat is denken? Wat gebeurt er met het denken na hersenletsel?

19 Geheugen Het geheugen kan vergeleken worden met een archiefkast of een computergeheugen waar in sommige gevallen dingen niet goed opgeslagen worden of niet meer teruggevonden kunnen worden

20 Concentratie D.m.v. concentratie kun je je aandacht richten op het verhaal van één persoon terwijl er anderen om je heen staan te praten.

21 Waarnemen Soms kan iemand door hersenletsel een gedeelte van zijn omgeving niet meer zien

22 Praten Soms vinden mensen door hersenletsel de woorden niet meer die ze willen gebruiken.

23 Karakter Door hersenletsel kunnen mensen veranderen. Sommige mensen worden impulsiever en anderen juist trager.

24 Vermoeidheid De meeste mensen met hersenletsel zijn eerder moe.

25 Dingen tegelijk doen Voor mensen met hersenletsel is het vaak moeilijk om meer dingen tegelijk te doen

26 Verdriet Veel mensen zijn verdrietig of somber door hetgeen hen overkomen is

27 Boosheid Sommige mensen zijn boos over wat er gebeurd is.

28 Angst Sommige mensen zijn bang dat het nog een keer gebeurt. Of dat het erger wordt.

29 3 De omgeving van het kind Gezin Vrienden / vriendinnen School Familie Directe omgeving

30 Gezin Veranderde vader of moeder

31 Gezin Meer klusjes doen

32 Gezin Meer op jongere broertjes / zusjes passen

33 Gezin Meer verantwoordelijkheden dragen

34 Gezin Rekening houden veranderde vader / moeder

35 Gezin Soms ruzie met veranderde vader / moeder

36 Gezin Op jezelf gaan wonen uitstellen omdat je je vader / moeder niet in de steek wilt laten.

37 Vrienden Begrijpen je vrienden dat er iets veranderd is? Heb je vrienden waarmee je hierover kunt praten?

38 School Snappen ze op school wat er bij jou thuis aan de hand is?

39 Familie Begrijpt je familie wat er bij je thuis veranderd is?

40 Directe omgeving Houden de buren, kennissen en vrienden rekening met de veranderingen bij jou thuis?

41 4 Gevoelens Hoe voel je jezelf; blij, boos, bang of bedroefd? Hoe komt dat?

42 5 Balans tussen aandacht voor draaglast en draagkracht Draaglast Gevolgen Weerstand Directe gevolgen x Weerstand = Draaglast

43 1 Aanpakken gevolgen 2 Stilstaan bij weerstand 3 Vergroten draagkracht Draagkracht Draaglast Aandachtsveld / Mentale ruimte Gevolgen Weerstand

44 Geef mij kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen Moed om te veranderen wat ik kan veranderen En wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken


Download ppt "Je zal dat kind maar wezen Jos van Erp Programmaleider “Hart voor mensen” www.hartstichting.nl/hartvoormensen."

Verwante presentaties


Ads door Google