De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 1 Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie feedback.

Verwante presentaties


Presentatie over: "OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 1 Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie feedback."— Transcript van de presentatie:

1 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 1 Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie feedback opdracht 1 & opdracht 2: 'Sociability' of the Internet: The Social Design and Management of Online Communities U. Matzat

2 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 2 feedback opdracht 1 soms heel goed in het algemeen 'gaat het zo': (average: 6.5) grote minderheid (ca 25%) heeft nog problemen spreiding in cijfers: 4.5-9

3 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 3 opdracht 1 Lees Steyaert (2003) uit deze reader. Steyaert (2003) geeft een overzicht van onderzoek over de sociale gevolgen van het internet dat in de jaren gedaan werd. Beschrijf de inzichten met behulp van de Probleem-Theorie- Onderzoek Cyclus (PTO cyclus). Formuleer tenminste 2 cycli die de onderzoeksresultaten beschrijven. Is er een verfijnde probleemstelling (P2) te vinden? Indien ja, welke? Bedenk zelf een verder verfijnde probleemstelling (een uitbreiding, specificering,...) die je gezien het overzicht van Steyaert voor de hand vindt liggen. Leg uit waarom dit een interessante verfijning of uitbreiding is (alleen "daar kunnen we ook wel eens naar kijken", is niet genoeg!).

4 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 4 opdracht 1 – goede voorbeelden P1: (nog vaag): Beinvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? T1-1: Hoe meer een individuu internet gebruikt, des te meer sociaal kapitaal heeft hij/zij. T1-2: Hoe meer een individuu internet gebruikt, des te minder sociaal kapitaal heeft hij/zij. O1: -Katz en Aspden: steun voor T1-1 -Kraut et al. (1998): steun voor T1-2 -Nie en Erbring (2000) : steun voor T Er is twijfel: In het ene geval lijkt T1-1 te kloppen, in het andere lijkt de tegenovergestelde T1-2 te kloppen. P2 (verfijnd): Van welke persoonlijke omstandigheden hangt het af, dat internetgebruik tot meer of minder sociaal kapitaal leidt? T2-1: Hoe langer internet wordt gebruikt, des te meer leidt internetgebruik tot meer sociaal kapitaal. O2: Kraut et al. (2002): T2-1 vindt steun in de data

5 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 5 opdracht 1 – goede voorbeelden eigen verfijnde vraag: Mensen gebruiken internet dagelijks veelvuldig voor sociale doeleinden. Communicatie is aanwezig in alle vormen. Real-life sociale netwerken worden online in kaart gebracht. Wanneer een persoon niet kan meepraten over deze onderwerpen omdat hij simpelweg geen toegang heeft tot internet, zal hij buiten het gesprek vallen. Bij langdurige afwezigheid van internetgebruik zal dit probleem in de huidige tijd zich verschuiven van een gesprek naar een vriendschap, een kennisnetwerk. Als je geen internet hebt val je simpel gezegd buiten de boot, kom je in een sociaal isolement. vraag: Heeft afwezigheid van internetgebruik in een samenleving waarin internet heel vaak gebruikt wordt een negatieve invloed op het sociaal kapitaal? Dus: samenspel van individuele factoren (internetgebruik) en kenmerk van de hele samenleving (macrofactor) verfijning: eerder vragen (P's) hebben alleen naar individuele of contextuele omstandigheden gekeken, maar niet naar het samenspel van deze.

6 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 6 opdracht 1 – problemen P1: Door het gebruik van internet neem de sociale interactie tussen mensen af. Dit zorgt voor een mindere maatschappelijke cohesie als gevolg van internetgebruik. Dit is wel een sociaal probleem, maar geen sociologisch probleem. Er is geen vraag.

7 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 7 opdracht 1 – problemen P1: Beïnvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? T1: De televisie heeft ervoor gezorgd dat men meer thuis blijft en daardoor weg blijft van sociale netwerken. Kan internet, als informatie- en amusementmedium, hetzelfde gevolg hebben op het sociaal kapitaal? Dit is geen theorie. Er is geen regelmatigheid ('wet').

8 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 8 opdracht 1 – problemen P1: Beïnvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? T1:... O1: Het artikel van Steyaert laat zien dat bovenstaande theorie soms wel en soms niet klopt. Zo blijkt uit het onderzoek van... P2: Waarom is er een verschil in de uitkomsten van onderzoeken naar het effect van internet op het sociaal kapitaal? Dit is niet verkeerd. Echter, P2 is zo geformuleerd, dat het niet meer direct op P1 aansluit.

9 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 9 opdracht 1 – problemen P1: Beïnvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? T1: Tijd de men aan internetgebruik besteedt is tijd, die verloren gaat voor andere sociale contacten. Meer internetgebruik.... Dit is niet verkeerd. Echter, de theorie over het replacement effect was niet aan het begin van het onderzoek aan de orde, maar pas later. Met de replacement theorie verklaar je van welke omstandigheden de effecten van internet afhangen. Dit is dan al een verfijnde vraag P2.

10 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A opdracht 1 – problemen P1: Beïnvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? T1:.... O1:.... Aan de ene kant zorgt internet voor minder face-to-tace contact, maar aan de andere kant zorgt het ervoor dat mensen intensiever contact hebben. P2: Zorgt internet ervoor dat mensen minder face-to-tace contact hebben. P2 is volgens de resultaten van O1 al beantwoordt. Waarom de vraag dan nog een keer? Dit zorgt, indien O1 klopt, niet voor een verfijning.

11 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A opdracht 1 – problemen P1: Beïnvloedt het internet maatschappelijke cohesie (=sociaal kapitaal van de internetgebruikers)? Katz & Aspden (1997) laten zien dat ervaren internetgebruikers meer vrienden online ontmoeten. Internet heeft dus een positieve invloed. Dit wordt gesteund door.... De uitkomsten van het onderzoek van Nie & Erbring (2000) gaven juist weer een heel tegenstrijdige uitkomst.... Dus heeft internet soms een positieve werking op de maatschappelijke cohesie, maar soms ook een negatieve. Het is alleen onduidelijk of de negatieve of juist de positieve effecten meer uitwerking hebben. de volgende vraag die beantwoordt dient te worden is: P2:.... Je gaat van P naar O, maar onder T. Je toetst dus niks. Dus leren we minder.

12 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A opdracht 2 Design and Management van Communities op Internet en theorieën over sociale orde

13 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A Preece, J.: Online Communities. Designing Usability, Supporting Sociability. Chichester vele mensen gebruiken , chats, instant messaging, SNS en, natuurlijk, het world wide web welke effecten heeft dit voor de mensen en de samenleving? optimisten: “online communities where everyone, whatever their needs or interests, can find a "home"-seniors, young people, and the physically challenged. The optimists see the Internet as granting access to excellent education for everyone; they predict true democracy through online voting; better quality of life through easily accessible media and legal information; and greater value for consumers thanks to intense competition among e-commerce companies.”

14 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A Pessimisten: mensen worden eenzaam door het internet, zij hebben vooral virtuele contacten en minder ‘echte’ contacten, zij vinden verkeerde informatie over medische problemen wat gevaarlijk is, bedrijven kunnen via product online communities niet genoeg winst maken, online communities of practice voldoen niet aan de hoge verwachtingen die bedrijven over hun hadden optimistische en pessimistische verhalen maken duidelijk wat de gevaren en wat het potentiaal van het internet voor de samenleving is het internet verandert zeker de samenleving, maar er is geen technologische determinisme het internet en zijn uitkomsten worden beïnvloed door de ontwikkelaars en de gebruikers Preece, J.: Online Communities. Chichester. 2000

15 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A het potentiaal en de problemen van het internet hebben te maken met twee aspecten van het internet:  informatieverwerving  sociale interactie beide aspecten vinden we in online communities potentiaal: informatieverwerving door kennisuitwisseling, sociale steun, maken van contacten, verhoging van productiviteit van medewerkers, e-learning, e-health, e- democracy problemen: usability en sociability Preece, J.: Online Communities. Chichester. 2000

16 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A Usability, natuurlijk! Maar ‘sociability’ - wat is dit? Problemen die door de interactie in groepen regelmatig ontstaan - voorbeelden:  gebrek aan groepsstabiliteit, gebrek aan vertrouwen, free riding, flaming, gemeenschapsontwikkeling....  deze problemen remmen de ontwikkeling van online communities  kan je niet (alleen) met een verbeterde usability van een website oplossen  je hebt hier kennis over het sociale design en het managen van een groep op internet nodig  sociale design: beïnvloeden van kenmerken van de groep/community  management: uitoefenen van sociale controle

17 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A o Hoe vaak ontstaan er nieuwe contacten tussen leden? o Gaan deze over naar de offline wereld? o Waarvan is dit afhankelijk? En waarom? o Welke factoren minderen het ontstaan van de problemen? En waarom? o Welke factoren bevorderen het “succes” van een online community? En waarom? o Vormen van succes: actieve kennisuitwisseling, sociale steun, maken van contacten, informatie over en aankoop van producten, nieuwe informatie verkrijgen en online leren en vele andere vragen.....

18 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A (Groeps-)Opdracht 2: Kies een van de volgende internet communities. Spreek met je medestudenten in de andere groepen af zodat iedere community maar van maximaal een groep gekozen is. De volgende internet communities zijn mogelijk:

19 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A (Groeps-)Opdracht 2: I. Een community voor kennisuitwisseling tussen medewerkers van een internationaal bedrijf. II. Een medische en social support community voor mensen met cancer. III. Een hobbygroep voor mensen die “oldtimers” rijden. IV. Een dating community voor 50+er. V. Een community voor kennisuitwisseling en samenwerking tussen wetenschappers uit verschillende landen. VI. Een community voor TUE-TIW alumni. VII. Een product community voor joggers, gefinancierd door PUMA, die zijn producten populairder wil maken. VIII. Een social networking site voor buitenlandse medwerkers van de TUE. Achtergrond: De TUE heeft beseft dat buitenlandse medewerkers vaker geïsoleerd en ziek zijn.

20 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A (Groeps-)Opdracht 2: Lees de literatuur in de reader. Bereid 3 outputs voor: a)Extended abstract: woorden b)Powerpoint sheets voor 8-10 minutes presentatie c)Een mondelijke presentatie (<10 min.!)  stuur a en b naar mij per  deadline woe, 12.2., 17:00 uur  voor iedere van de 3 onderdelen 2 hoofdverantwordelijke (  cijfer)

21 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A a)Welke sociale problemen (praktisch!) kom je in communities op internet in het algemeen tegen waarop je de theorieen van Hobbes/Smith kunt toepassen? Welke problemen zijn voor je gekozen community bijzonders relevant? b)Ontwerp (maak een 'designvoorstel') een online community op basis van ideen van Hobbes en/of Smith. Je voorstel hoeft niet zozeer technisch van aard te zijn, maar juist sociaalwetenschappelijk. Let op de volgende aspecten: (Groeps-)Opdracht 2:

22 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A Wat wil je dat mensen in de community kunnen doen? 2.Welke soorten van ongewenst gedrag zijn er mogelijk? Welke soorten van gewenst gedrag wil je bevorderen? 3.Welke technische tools staan er ter beschikking? (kort) 4.(belangrijk!) Op welke manier ga je (een deel van) de sociale problemen (gegeven je antwoord bij 1 t/m 3) oplossen? Gebruik de argumenten van Hobbes en/of de Schotse Moraalfilosofen. Maak in detail duidelijk hoe je met behulp van Hobbes en/of de Schotse Moraalfilosofen tot je voorstel komt. -Wat is de theorie? -Hoe leidt je advies eruit af? -Tot welk beleidsadvies kom je met deze theorie? (Groeps-)Opdracht 2:

23 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 23

24 OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A Te doen voor volgende keer opdracht 2 inleveren als een zip document per (extended abstract + sheets) Mondelijke presentatie voorbereiden


Download ppt "OGO Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie 0A412 1 Markten en sociale organisatievormen voor technologie en innovatie feedback."

Verwante presentaties


Ads door Google