De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.4.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.4."— Transcript van de presentatie:

1 Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.4

2 Telefoon uit a.u.b _700

3 Tijdens het examen is het tonen van een geldig legitimatiebewijs verplicht _700

4 Basisveiligheid VCA Opleiding over veiligheid gezondheid welzijn voor werknemers Introductie _700

5 Hoofdstukindeling 1.Arbeidsomstandigheden en milieuArbeidsomstandigheden en milieu 2.Arbo in de praktijkArbo in de praktijk 3.Gevaarlijke stoffenGevaarlijke stoffen 4.Etikettering en SignaleringEtikettering en Signalering 5.ElektriciteitElektriciteit 6.Brand- en explosiegevaarBrand- en explosiegevaar 7.Werken in besloten ruimtenWerken in besloten ruimten 8.Werkplekeisen algemeenWerkplekeisen algemeen 9.Hijs- en hefwerktuigenHijs- en hefwerktuigen 10.Werken op hoogteWerken op hoogte 11.HandgereedschapHandgereedschap 12.GereedschapsmachinesGereedschapsmachines 13.Persoonlijke beschermingsmiddelenPersoonlijke beschermingsmiddelen Introductie _700

6 Hoofdstuk 1 Arbeidsomstandigheden en milieu 1.1De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) 1.2Rechten en plichten 1.3Toezicht en de Inspectie SZW 1.4Arbo-ondersteuning 1.5 Milieu en Europese richtlijnen 1.6Vragen _700 Arbeidsomstandigheden en milieu

7 Belangrijkste elementen van de Arbowet: veiligheid en gezondheid; voortdurende verbetering; werkgever en werknemer verantwoordelijk; samenwerking en overleg; deskundige ondersteuning. Arbeidsomstandigheden en milieu _700

8 Arbowet Arbowet  doelvoorschriften Arbobesluit  toelichting Hulpmiddel bij overheidstoezicht en – handhaving Arbocatalogus  door werkgever en werknemers opgesteld Branche brochure  informatie van Inspectie SZW voor bedrijven Arbeidsomstandigheden en milieu _700

9 Arbeidstijdenwet Regels voor werk en rusttijden. Maximale werktijd per dag en week. Hoeveel uren werken en hoeveel uren rust. Rekening houden met werknemer zijn zorgtaken in gezin. Arbeidsomstandigheden en milieu _700

10 redelijkerwijs risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E); opstellen van plan van aanpak; voeren van beleid; geven van voorlichting; onderzoeken, melden en registreren van ongevallen; zorgen voor veilige middelen en werkmethoden. Arbeidsomstandigheden en milieu Plichten van de werkgever: _700

11 Rechten van de werknemers: recht op werkonderbreking als: ernstig gevaar dreigt voor mensen; direct dreigend; arbeidsinspectie kan niet tijdig ter plaatse zijn; direct melden aan leidinggevende. Ook melden aan de Inspectie SZW Arbeidsomstandigheden en milieu _700

12 Verantwoordelijkheden werknemers: geen gevaar veroorzaken beveiligingen en persoonlijke beschermingsmiddelen toepassen voorlichting en instructie volgen gereedschap (en machines) op de juiste manier gebruiken melden van gevaar meewerken aan ongevallen- onderzoek Arbeidsomstandigheden en milieu _700

13 De Inspectie SZW Inspecteurs van SZW controleren op naleving van de Arbowet Inspecteurs van SZW zijn bevoegd om onderzoek te doen bij bedrijven Inspecteurs van SZW mogen werknemers vragen naar een geldige legitimatie Arbeidsomstandigheden en milieu _700

14 De arbeidsinspectie: geeft een waarschuwing stelt een “eis tot naleving” legt het werk stil geeft een boete (lik-op-stukbeleid) stelt een procesverbaal op Arbeidsomstandigheden en milieu _700

15 Deskundige ondersteuning Om de werkgevers en werknemers te helpen bij de uitvoering van een goed Arbo-beleid zijn er de volgende mogelijkheden: Interne deskundige (bijvoorbeeld preventiemedewerker en/of Arbodeskundige/veiligheidskundige; Het bedrijf is aangesloten bij een interne of externe gecertificeerde Arbo-dienst (vangnetregeling); Het bedrijf heeft een contract afgesloten met een bedrijfsarts (maatwerkregeling). Arbeidsomstandigheden en milieu _700

16 Deskundige ondersteuning Medewerking van de interne of externe Arbodienst of van een bedrijfsarts is verplicht voor: het begeleiden van zieke werknemers; het uitvoeren van het (vrijwillige) Periodieke Medisch Onderzoek (PMO); aanstellingskeuringen waar deze noodzakelijk zijn voor de functie. In ieder geval moeten bedrijven over interne Arbo- deskundigheid beschikken. Arbeidsomstandigheden en milieu _700

17 Deskundige ondersteuning: De preventiemedewerker stelt o.a. de RI&E op en het plan van aanpak; De RI&E moet wel getoetst worden door een gecertificeerde Arbodeskundige en deze adviseert over het plan van aanpak. Arbeidsomstandigheden en milieu _700

18 WET MILIEUBEHEER Doelen: –Bescherming/verbetering van milieu –Doelmatige verwijdering van afvalstoffen Dus: –productieprocessen aanpassen; –uitstoot beperken; –afval verminderen en scheiden _700 Arbeidsomstandigheden en milieu

19 MILIEUWETGEVING –Wet Milieubeheer, doel: bescherming en verbetering van milieu –Wet Milieubeheer Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren: Vergunning met voorschriften en Uitvoeringsbesluiten met regels –Wet Milieugevaarlijke Stoffen(nu EG-verordening REACH), doel: mens en milieu te beschermen tegen gevaarlijke stoffen Bevat regels over Meldingsplicht, Werkzaamheden, Etikettering en Verpakking –REACH=Registratie Evaluatie Autorisatie Chemische stoffen _700 Arbeidsomstandigheden en milieu

20 CE-markering CE = Conformité Européene CE = Europese richtlijn voor gebruikveiligheid van producten Verplicht voor o.a. arbeidsmiddelen, werkkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen etc. Verplicht in alle EU-landen _700

21 Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E) Verplicht voor alle bedrijven met (ingeleend) personeel Inventarisatie van gevaren bij het werk en de kans op negatieve effecten Evaluatie: plan van aanpak –gevaren en risico’s voor mensen voorkomen of –zo klein mogelijk houden RI&E en plan van aanpak: regelmatig bijstellen _700

22 Hoofdstuk 2 Arbo in de praktijk 2.1Risico’s 2.2Ongevalbeheersing 2.3Preventie 2.4Het melden van ongevallen 2.5 Taak Risico Analyse en Laatste Minuut Risico Analyse 2.6 Veilig gedrag 2.7 Procedures en instructies, signalering 2.8 Noodsituaties en Bedrijfsnoodplan 2.9 Vragen _700 Arbo in de Praktijk

23 BRONNEN VAN RISICO’S het soort werk kennis en ervaring de werkplek zelf het welzijn de mentaliteit Arbo in de Praktijk _700

24 VEILIGHEID: IS HET BEWUST NEMEN VAN AANVAARDBARE RISICO’S Arbo in de Praktijk _700

25 Een ongeval is ongewenst met schade en/of letsel tot gevolg Een bijna-ongeval is ongewenst maar heeft geen schade en/of letsel tot gevolg Wat een geluk! Arbo in de Praktijk _700

26 Ongevallen gebeuren niet zo maar Er gaat een reeks aan gebeurtenissen vooraf : ongevallen voorkomen door: voorkomen van onveilige handelingen voorkomenvan onveilige situaties Maatregelen: bv. taak- of werkomschrijving, toezicht instructie en voorlichting Arbo in de Praktijk _700

27 Veiligheid is een taak voor iedereen! 80 % onveilige handelingen! 20% onveilige situaties! Arbo in de Praktijk _700

28 Als er toch een (bijna-)ongeval plaatsvindt.. Melden en Registreren Intern nummer Arbo in de Praktijk _700

29 Taak Risico Analyse analyse van de gevaren bij uitvoering van risicovolle taken veiligheid en de gezondheid van werknemers. Doel: risico’s te analyseren en te evalueren afspreken van juiste beheersmaatregelen Toepassing bij: uitvoering van risicovolle taken / werkzaamheden uitvoering van werk in een risicovolle omgeving TRA en LMRA Arbo in de Praktijk _700

30 Laatste minuut risico analyse Een LMRA of Start Werk Analyse: Uitvoeren voor je echt aan het werk gaat Korte risico controle en “zelf check” Eerst denken dan pas doen Arbo in de Praktijk TRA en LMRA _700

31 Veilig gedrag is: Je zodanig gedragen dat je jezelf en anderen niet in gevaar brengt Dat bereik je door: je aan de veiligheidsvoorschriften houden; aanwijzingen en instructies opvolgen; onveilige handelingen stoppen; onveilige situaties opheffen; onveilig gedrag: persoon aanspreken of melden aan leidinggevende; orde en netheid betrachten. Arbo in de Praktijk Veiligheidsgedrag _700

32 Gevaar van alcohol en drugsgebruik: verminderde waakzaamheid; verminderd of problematisch functioneren; verminderd inschattingsvermogen van situaties; drempelverlagend voor grensoverschrijdend gedrag; overschatting van de eigen mogelijkheden; verhoogde werkdruk op collega’s en verstoring van de werkorganisatie. Arbo in de Praktijk Veiligheidsgedrag _700

33 Algemene veiligheidsregels hebben betrekking op : aan en afmelden; verkeersregels op het terrein; hoe te handelen bij calamiteiten; scheiden van afval; melden van ongevallen, brand en incidenten. Deze zijn bedoeld voor: de gehele organisatie; eigen personeel; uitzendkrachten; andere personen op de locatie; personeel van aannemers en onderaannemers. Arbo in de Praktijk Procedures en instructies _700

34 Specifieke veiligheidsregels hebben betrekking op: betreden van besloten ruimten; werken op hoogte; warm/heet werk; werken in explosiegevaarlijke omgeving; gebruik van de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen; graafwerkzaamheden; gebruik van specifieke gereedschappen, apparatuur en werktuigen. Zij hebben betrekking op: Arbo in de Praktijk Procedures en instructies - toezicht- afscherming- signalering - opleiding- ventilatie- markering - inspectie _700

35 voorbereid zijn op noodsituaties; noodsituaties bestrijden; slachtoffers voorkomen en beperken; slachtoffers helpen. Het BHV plan moet bij iedereen bekend zijn, dus ook bij bezoekers. Arbo in de Praktijk Bedrijfshulpverleningsplan Doel: _700

36 In de instructies staat onder meer het volgende: onmiddellijk werk onderbreken, externe communicatie stoppen; instructies van de opdrachtgever opvolgen; zich naar de evacuatieplaats begeven, conform evacuatieplan of instructies BHV-er; evacueren dwars op de windrichting; bij aankomst op de evacuatieplaats aanwezigheid melden. Gebruik geen liften! Arbo in de Praktijk Bedrijfshulpverleningsplan _700

37 Arbo in de Praktijk Wat te doen in geval van nood: eerst melden / alarmeren handelen en maatregelen nemen situatie veiligstellen en erger voorkomen beëindiging incident / noodsituatie door hoofd bedrijfsnoodorganisatie _700

38 Hoofdstuk 3 Gevaarlijke stoffen 3.1 Risico’s door opname van gevaarlijke stoffen 3.2 Gevaarlijke stoffen en vergiftiging 3.3 Soorten gevaarlijke stoffen 3.4 Industriële gascilinders en opslag in vaten en tanks 3.5 Biologische stoffen 3.6 Grenswaarden 3.7 Maatregelen tegen gevaarlijke stoffen 3.8 Vragen _700 Gevaarlijke stoffen

39 Vormen waarin gevaarlijke stoffen kunnen voorkomen: Gas Damp Vloeistof Vaste stof Nevel Stof Gevaarlijke stoffen _700

40 Opname van gevaarlijke stoffen via: spijsverteringsorganen (mond) ademhalingsorganen (longen) huid Gevaarlijke stoffen _700

41 Risico’s van gevaarlijke stoffen: reukgrens ligt hoger dan de grenswaarde; sommige gevaarlijke stoffen ruiken aangenaam; sommige gevaarlijke stoffen schakelen de reukzenuw al bij lage concentraties uit waardoor je denkt dat je veilig bent (H 2 S); maskering van gevaarlijke stoffen door andere (niet) gevaarlijke stoffen; geur is persoonsafhankelijk _700 Gevaarlijke stoffen

42 Voorkomen van opname in het lichaam: draag beschermende kleding en schoeisel; zorg voor goede ventilatie en/of adembescherming; eet,drink en rook niet op de werkplek; trek vuile werkkleding uit bij pauzes en einde werkdag; was altijd eerst je handen en gezicht als je gaat eten,drinken en roken; verzorg wondjes zoals het hoort. Gevaarlijke stoffen _700

43 Vergiftiging ACUUT CHRONISCH Gevaarlijke stoffen _700

44 Gevaarlijke stoffen Eigenschappen: explosief oxiderend zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, ontvlambaar (zeer) giftig. schadelijk of irriterend bijtend of corrosief kankerverwekkend milieugevaarlijk sensibiliserend _700

45 Soorten: (organische)oplosmiddelen cyclische verbindingen zuren en logen zware metalen koolmonoxide asbest cement huishoudmiddelen _700 Gevaarlijke stoffen

46 Huishoudmiddelen _700 Gebruik van gevaarlijke stoffen in het huishouden. Risico’s zijn dezelfde als in het bedrijf. Dus: dezelfde beschermende maatregelen nemen als in het bedrijf! Houdt kinderen uit de buurt Zorg dat kinderen er niet bij kunnen komen door gevaarlijke stoffen achter slot en grendel op te slaan. Brandgevaarlijke stoffen koel opslaan. Gevaarlijke stoffen

47 Industriële gascilinders Kleurcodering op schouder van cilinder. Correct opslaan. Batterijen gasflessen niet opstellen op arbeidsplaats. Voldoende ventilatie van opslagruimte. Nooit opslaan in of bij kelders,putten en sleuven. Zuurstofflessen gescheiden houden van flessen met brandbare gassen. Aangepaste blusmiddelen. Water als koelmiddel bij opslagruimte _700 Gevaarlijke stoffen

48 Controleer opslagvaten en tanks regelmatig op lekkage. Controleer bedrijfsinstallaties zoals leidingen, filters, afsluiters en verdeelstukken op lekkages. Zorg voor voldoende lekbakken. Ruim gelekte producten zo snel mogelijk op _700 Preventieve maatregelen Gevaarlijke stoffen

49 Biologische stoffen Biologische stoffen komen bijvoorbeeld voor in de: afvalverwerkingindustrie; gezondheidszorg; landbouw; voedingsindustrie; waterzuiveringsinstallaties _700 Gevaarlijke stoffen

50 Biologische stoffen Risico’s bij blootstelling: infecties; vergiftigingen; allergie; schimmels. Wanneer? bij contact met dieren; werken in riolen; werken in vervuilde grond werken in bepaalde afdelingen van ziekenhuizen en verpleegcentra _700 Gevaarlijke stoffen

51 Preventieve maatregelen bij Biologische stoffen: _700 inenten; blootgestelde werknemers beperken; duur blootstelling beperken; beschermende kleding gebruiken; huidcrème gebruiken; oogbescherming gebruiken; na het werk en bij pauze de handen en gezicht wassen. Gevaarlijke stoffen

52 Grenswaarde Wordt uitgedrukt in: deeltjes (gas) per miljoen deeltjes lucht [ppm] of milligram stof per kubieke meter [mg/m 3 ] Gevaarlijke stoffen _700

53 Grenswaarde Grenswaarde-TGG (Tijd gewogen gemiddelde) = maximaal 8 uur per dag of maximaal 40 uur per week Grenswaarde-C (Ceiling) = plafondwaarde ofwel maximale waarde ongeacht tijdsduur Grenswaarde-H Stoffen gaan gemakkelijk door de huid _700 Gevaarlijke stoffen

54 Grenswaarde _700 Grenswaarden zijn gezondheidskundige waarden. De grenswaarde geldt voor mensen die: niet meer dan 8 uur per dag werken; niet meer dan 40 uur per week werken; volwassen en gezond zijn; onder normale omstandigheden werken en geen zwaar werk doen. Gevaarlijke stoffen

55 Maatregelen ter voorkoming aan blootstelling: Maatregelen aan de bron Ventilatie Scheiden van mens en bron Persoonlijke bescherming Gevaarlijke stoffen _700

56 Hoofdstuk 4 Etikettering en signalering 4.1 Etikettering, bijzondere risico’s en veiligheidsmaatregelen 4.2 Gevarendiamant 4.3 Chemiekaarten, veiligheidsinformatiebladen, signaleringsborden en markeringen 4.4 Vragen _700 Etikettering en signalering

57 Etiketten op kleinverpakkingen: (chemische) naam van de stof; het gevaarsymbool; R-zinnen; S-zinnen; naam van de fabrikant/leverancier. Etikettering en signalering _700

58 _700 ((zeer) licht) ontvlambaar explosief corrosief oxiderend Schadelijk of irriterend (zeer) giftig milieuschadelijk klein chemisch afval ( geen GHS klasse) nieuw; lange termijn Gezondheidsschadelijk. (kankerverwekkende, mutagene en/of reprotoxische stoffen) Etikettering vlgs het GHS (global harmonized system) nieuw; gassen onder druk Nieuwe etiketten 2010 ingevoerd en vanaf 2017 verplicht

59 Gevarendiamant (grootverpakkingen) reactiviteit instabiliteit brandgevaar gezondheids- gevaar bijzondere aanduidingen w Etikettering en signalering _700

60 Chemiekaart aceton Etikettering en signalering _700

61 Signalering Signalering van gevaren op de werkvloer verplicht Vergelijkbaar met de verkeerstekens Vijf groepen signaleringstekens: verbodsbord; gebodsbord; veiligheidsvoorzieningbord; waarschuwingsbord; mededelingbord. Verder wordt gebruik gemaakt van markeringen in de vorm van strepen en linten Etikettering en signalering _700

62 Hoofdstuk 5 Elektriciteit 5.1Risico’s bij het werken met elektriciteit 5.2Veilig werken met elektriciteit 5.3Bijzondere gevaren bij elektriciteit 5.4 Vragen _700 Elektriciteit

63 Veiligheid bij elektriciteit ongevallen - weerstand kleiner  stroomsterkte groter - stroomsterkte groter  warmteontwikkeling groter Elektriciteit _700

64 Stroomdoorgang kan dodelijk zijn! De grootte en aard van het letsel is afhankelijk van: - weg van stroom door lichaam - aanrakingsoppervlak - stroomsterkte - tijd stroomdoorgang - soort en hoogte spanning - lichamelijke conditie Elektriciteit _700

65 Stroomsterkte 0,2 - 2 mA licht prikkelend gevoel 2 mA - 10 mA sterk wordende pijnlijke spierkramp mA grensstroomsterkte; onder spanning staande delen kan je niet meer loslaten >20 mA ademhaling wordt belemmerd; snelle hulp is nodig om verstikking te voorkomen 100 mA hartfibrillatie is dodelijk als niet direct wordt ingegrepen (directe elektrocutie) Elektriciteit _700

66 Stroomsterkte fataal Afhankelijk van: huidweerstand; aanrakingsoppervlak; standplaats; soort en hoogte spanning veilige spanning is maximaal 120 V gelijkspanning maximaal 50 V wisselspanning ~ Elektriciteit _700

67 Veiligheidsmaatregelen zijn: alleen handelingen door deskundigen; geen deskundigheid? NIET AANKOMEN! gebruik "veilige spanning" (in besloten ruimten); veiligheidsaarding van uitwendig metalen omhulsel aarding steigers; bij bouwwerken aardlekschakelaar in elektrische voeding (aanspreekstroom 30 mA); aarding van metalen werkplaats- en opslagcontainers; deugdelijke kabels (mechanische bescherming). Elektriciteit _700

68 Veiligheidsmaatregelen zijn (vervolg): fysieke afscherming; isolatie; dubbele isolatie; aardlekbeveiliging; lage spanningen; veiligheidstransformator; jaarlijkse controle. Elektriciteit dubbel geïsoleerd _700

69 Statische elektriciteit Risico bij: slecht geleidende stoffen; geïsoleerde (niet-geaarde) opstelling. oplading door wrijving vonkoverslag als elektrische lading niet kan weglekken via aardleiding. Elektriciteit _700

70 Statische elektriciteit, preventieve maatregelen zijn: toevoegen anti-statische dope (ASA); beperken stroomsnelheid; goede aarding leidingen, apparatuur, tanks; valhoogte in opslagvat beperken; hogedrukspuit aarden; toepassen inert gas (bijvoorbeeld stikstof); aansluiten op aardleidingnet; verhogen luchtvochtigheid bij droge stof. draag altijd antistatisch schoeisel, kleding Elektriciteit _700

71 Hoofdstuk 6 Brand- en explosiegevaar 6.1Wat is brand? 6.2Risico’s bij brand 6.3Blusmiddelen 6.4Wat te doen bij brand? 6.5 Vragen _700 Brand- en explosiegevaar

72 5 componenten voor brand Brand- en explosiegevaar _700

73 Risico’s van brand: vlampunt; explosiegrenzen; zuurstofgehalte; reactiebevordering; reactie met water; zelfontbranding; brandbevorderende stoffen. Brand- en explosiegevaar _700

74 Type brand: Vaste stof Vloeistof Gas Metaal Brand- en explosiegevaar _700

75 Brand- en explosiegevaar Vlampunt: bij vloeistoffen en dampen temperatuur waarbij de damp (in juiste mengverhouding met omgevingslucht) kan worden ontstoken (met bv. aansteker, lucifer) _700

76 Brand- en explosiegevaar Explosiegrenzen bij gas, stof (stofexplosie) volumepercentage gas of stof dat (in juiste mengverhouding met omgevingslucht) kan exploderen (ontsteking door vlam, vonk) elk gas heeft eigen explosiegebied _700

77 Explosie gevaarlijke omgevingen zijn: Gas en Oliewinninginstallaties; Raffinaderijen; Overlaadstations; Opslag brandbare stoffen; Graansilo’s. Brand- en explosiegevaar _700

78 In explosiegevaarlijke omgevingen is het streng verboden om: zonder toestemming te betreden; zonder toestemming materialen en middelen mee te nemen die een gevaar kunnen opleveren; zonder werkvergunning werkzaamheden uit te voeren. Brand- en explosiegevaar _700

79 Blussen door middel van: natte blusstoffen water, schuim en AFFF droge blusstoffen zand en bluspoeder gasvormige blusstoffen kooldioxide (CO 2 ) ook wel koolzuursneeuw Brand- en explosiegevaar _700

80 Blusstof: Water (stoom)-koelende werking zuurstofverdringing Schuim-zuurstofafsluiting Zand-zuurstofafsluiting en koelend Bluspoeder-negatieve katalyse CO 2 -zuurstofverdringing AFFF- zuurstofafsluiting Brand- en explosiegevaar _700

81 Wat als……? Zorg voor eigen veiligheid Meld de brand Waarschuw mensen in de omgeving Doe deuren en ramen dicht Breng mensen in veiligheid Onderneem alléén een bluspoging als het veilig kan Brand- en explosiegevaar _700

82 Hoofdstuk 7 Werken in besloten ruimten 7.1 Risico’s in besloten ruimten 7.2 Maatregelen 7.3 Graafwerkzaamheden 7.4 Steekflenzen 7.5 Werkvergunningen 7.6 Vragen Werken in besloten ruimten _700

83 Besloten ruimten Eigenschappen: erg klein; moeilijk te ventileren; kleine in- en uitgangen; slecht verlicht; Voorbeelden: opslagtanks; reactieketels; kelders; riolen; liftschachten; putten/sleuven. Werken in besloten ruimten _700

84 Risico’s van besloten ruimten: brand en explosie gevaarlijke stoffen zuurstoftekort elektrocutie vallen en struikelen Werken in besloten ruimten _700

85 Maatregelen bij werken in besloten ruimten Voorbereidende werkzaamheden Tijdens het werk Werken in besloten ruimten _700

86 Voorbereidende werkzaamheden organiseren; toezicht en verblijfsduur; regelen: veiligheidswacht metingen verrichten. Werken in besloten ruimten _700

87 Metingen vooraf: zuurstof: 19-21% explosiegevaar: < 10% LEL giftige stoffen: < grenswaarde Werken in besloten ruimten _700

88 Maatregelen tijdens het werk: bereikbaarheid en vluchtmogelijkheid ventileren specifieke maatregelen nodig bij: lassen; verven; overige bijzondere werkzaamheden Werken in besloten ruimten _700

89 Graafwerkzaamheden Maatregelen vooraf: melden bij het KLIC geldige graafvergunning eventueel opspoorapparatuur gebruiken Begin met: proefsleuf graven(binnen 1,5 meter van opgegeven locatie) afwijkingen van leidingen en kabels melden. graven met machine met een niet-getande graafbak denk aan opstelling van machines ook een sleuf kan worden beschouwd als besloten ruimten houdt rekening met instortingsgevaar! neem de juiste voorzorgsmaatregelen! Werken in besloten ruimten _700

90 Isoleren van leidingen met behulp van een steekflens (zo dicht mogelijk bij de besloten ruimte!) Steekflens Werken in besloten ruimten _700

91 Werk vergunning ………… ……………. …. …….. …………. Doel werkvergunning: overleg tussen betrokkenen; bindende afspraken; vastleggen van voorwaarden voor uitvoeren van werk. Werken in besloten ruimten _700

92 Werk vergunning ………… ……………. …. …….. …………. Onderdelen werkvergunning: aanvraag werkzaamheden maatregelen door verstrekkende afdeling maatregelen door houder bekrachtiging Je moet de inhoud kennen en begrijpen! Werken in besloten ruimten _700

93 Specifieke werkvergunningen zijn: heetwerkvergunningen t.b.v. laswerkzaamheden; graafvergunningen t.b.v. graven van bijvoorbeeld sleuven om kabels en leidingen te repareren of toe te voegen; werken met gevaarlijke stralingsbronnen; verwijderen van asbest. Werken in besloten ruimten _700

94 Hoofdstuk 8 W erkplekeisen algemeen 8.1Voorkom struikelen, uitglijden en verstappen 8.2Risico’s bij tillen 8.3 Gevaren van geluidshinder 8.4 Risico’s bij sloopwerk 8.5 Gevaren bij lassen en snijden 8.6 Werken in kou en hitte 8.7 Hoge drukpompen en – leidingen 8.8 Vragen _700 Werkplekeisen algemeen

95 Struikelen, uitglijden en verstappen Oorzaken: - niet-egale ondergrond - gladde ondergrond - hoogteverschil - beperking menselijk lichaam Preventie:- aanpak bij de bron - scheiden van mens en gevaar - markeringen - persoonlijke bescherming/gedrag Werkplekeisen algemeen _700

96 Tillen juiste houding gebruik bescherming gebruik hulpmiddelen Werkplekeisen algemeen _700

97 Gevaren van lawaai op de werkplek: hinder in de vorm van concentratieverlies; vermindering van de spraakverstaanbaarheid; tijdelijke gehoorvermindering. 80 dB(A): blijvende schade aan gehoor mogelijk gehoorbescherming dragen geadviseerd werkgever moet maatregelen nemen 85 dB(A): gehoorbescherming verplicht Werkplekeisen algemeen _700

98 Mogelijke gevolgen van geluidhinder kunnen zijn: verstoring van de communicatie; niet horen van waarschuwingen of hulpgeroep; blijvende gehoorschade; nervositeit; verminderde concentratie, vermoeidheid; hoofdpijn; versnelde ademhaling; maag- en darmklachten; verhoogde bloeddruk _700 Werkplekeisen algemeen

99 Blijvende gehoorschade heeft tot gevolg: moeite hebben met het horen van hoge tonen of zachte geluiden, moeite hebben met telefoneren, moeite hebben met het volgen van een gesprek in rumoerige omgeving, horen van fluit, piep- of bromtonen, die niet uit de omgeving komen. Gehoorschade is definitief Gehoorschade is niet te genezen Werkplekeisen algemeen _700

100 Gevaren bij sloopwerkzaamheden zijn: verstappen en struikelen; uitstekende constructiedelen; werken op hoogte; instabiliteit bij sloopfront; vallend sloopmateriaal; instorting; vrijkomen gevaarlijke stoffen; lawaai. Werkplekeisen algemeen _700

101 Veiligheidsmaatregelen bij slopen zijn: persoonlijke valbeveiliging gebruiken rekening houden met draagkracht van overblijvende constructie zonder specifiek plan niet boven of onder elkaar werken gebruik stortkokers persoonlijke beschermingsmiddelen; helm, veiligheidsschoenen, overall, adembescherming, gehoorbescherming gebruiken inventariseren concentratie gevaarlijke stoffen (bv. asbestinventarisatie) Werkplekeisen algemeen _700

102 Mogelijke gevaren bij elektrisch lassen zijn: elektrocutie; brand en explosie door hittevorming en wegspringende spetters; verbranding van de huid door vrijkomende UV-straling; verbranding van het hoornvlies door vrijkomende UV- straling; verblinding van de ogen door vrijkomende infrarood straling; warmtestraling; vergiftiging door lasrook; longaandoeningen door inademen van lasrook; verkeerde werkhouding. Werkplekeisen algemeen _700

103 Veiligheidsmaatregelen bij elektrisch lassen zijn: spanningverlagend relais (in besloten ruimten verplicht); persoonlijke bescherming: - laskap- lasschort - laskleding- veiligheidsschoenen - luchtgeventileerde laskap; lasgordijnen voor bescherming van personen in de omgeving tegen UV en infraroodstraling; plaatselijke afzuiging van lasrook; ruimtelijke ventilatie; blusmiddelen onder handbereik; werkvergunningensysteem indien vereist. Werkplekeisen algemeen _700

104 Enkele gevaren bij Autogeen lassen, snijden en branden zijn: geraakt worden door spetters gloeiend materiaal; brand door brandbaar materiaal dat vlam vat; vlamterugslag; lekkage van gas en zuurstof; sommige gassen zoals propaan zijn zwaarder dan lucht en blijft hangen in putten, uitgravingen en kelders. Werkplekeisen algemeen _700

105 Veiligheidsmaatregelen bij autogeen lassen, snijden en branden zijn: draag de juiste beschermende kleding; verwijder eerst de brandbare materialen in je omgeving of dek ze af; gebruik van vlamdover in de slang tussen acetyleenfles en brander; terugstroombegrenzers op gas en zuurstofslang van brander; wees bedacht op lekkage van gas en zuurstof in laaggelegen werkomgeving; Werkplekeisen algemeen _700

106 Veiligheidsmaatregelen bij autogeen lassen, snijden en branden zijn (vervolg): slangbreuk beveiliging toepassen; continue gas meten; acetyleenfles rechtopstaand gebruiken of minimaal onder een hoek van 30 graden; plaatselijke afzuiging van lasrook en gassen; ruimtelijke ventilatie. blusmiddelen onder handbereik; werkvergunningensysteem indien vereist. Werkplekeisen algemeen _700

107 Het gevaar bij werken in kou is: versnelde afkoeling met gevolg: bevangen raken door de koude; bevriezingsverschijnselen; veel materiaal niet veilig te gebruiken. Maatregelen hiertegen zijn: warmteondergoed en isolerende kleding dragen; op beschutte werkplek je werk uitvoeren; nooit in tocht werken; geschikt gereedschap gebruiken; op tijd extra pauzes inlassen; afwisselen met collega’s. Werkplekeisen algemeen _700

108 Het gevaar bij werken in warmte is: bevangen raken en flauwvallen; onvoldoende afvoer van lichaamswarmte; verlies van lichaamsvocht. Maatregelen hiertegen zijn: voldoende pauzes inlassen; afwisselen met collega’s; op tijd voldoende drinken; ademende werkkleding gebruiken; hittewerende werkkleding gebruiken. Werkplekeisen algemeen _700

109 Gevaren bij werken met hoge druk zijn: openbarsten van leidingen; doorspuiten van onderdelen van installaties; geraakt worden door wegschietende onderdelen; onbevoegd en onbekwaam werken met hoge druk machines zoals industriële hoge druk reinigers. Maatregelen hiertegen zijn: voor ingebruikname installaties en machines testen; afpersen van installaties met vloeistof, meestal water; testen en afpersen met zo weinig mogelijk personeel en gebied afschermen/afzetten; veiligheidsinstructies nauwkeurig opvolgen; alleen hiertoe opgeleid personeel inzetten. Werkplekeisen algemeen _700

110 Hoofdstuk 9 Hijs- en hefwerktuigen 9.1Hijskranen 9.2Kettingwerk 9.3Staalkabels 9.4Touw en hijsbanden 9.5Samenstel,stroppen, lengen en hijsjukken 9.6Takels 9.7Vorkheftrucks en Palletwagens 9.8 Vragen _700 Hijs- en hefwerktuigen

111 Hijsen: manueel; hulpmiddelen (takels e.d.); mobiele hulpmiddelen (steekwagen, vorkheftruck); hijskranen. Voorbeelden: mobiele kraan; portaalkraan; auto laadkraan; bouwkraan. Hijs- en hefwerktuigen _700

112 Regels voor hijswerktuigen zijn: kraanboek aanwezig; hijstabellen en hijsgrafieken aanwezig; keuringscertificaten aanwezig. Hijs- en hefwerktuigen _700

113 Vereisten voor de bediener van een hijswerktuig: Deskundigheidsbewijs STVT (Verplicht voor torenkranen, mobiele kranen en heistellingen) Registratieboekje (Ervaring en geneeskundige verklaring) _700 Hijs- en hefwerktuigen

114 Risico’s bij hijswerktuigen: personen binnen draaibereik; afstempelen; zware lasten; windkracht; (naderend)onweer _700 Hijs- en hefwerktuigen

115 kettingwerk staalkabels touw stroppen, lengen en hijsbanden haken en ogen takels Let op: maximale werklast hoeken van lengen mogelijke slijtage Hijsgereedschap: Hijs- en hefwerktuigen _700

116 mechanische breuk van takel of van bevestigingspunt; overbelasting. Niet doen: overbelasten; vastmaken aan bordessen, railing en leidingwerk; op de punt belasten; niet zijdelings belasten. Wel doen: regelmatig controleren, zeker voor elk gebruik; defecten direct melden. Risico’s van takels zijn: Hijs- en hefwerktuigen _700

117 Vorkheftrucks: wettelijke verplichtingen; voorzieningen; veilig gebruik; markering en keuring _700 Hijs- en hefwerktuigen

118 Verboden bij het werken met een vorkheftruck: meerijden tenzij er een 2 e zitplaats is; personen te heffen tenzij speciale voorziening aanwezig is; hijsen tenzij juiste aanpassing aanwezig is; het contragewicht te verzwaren; te roken bij elektro-heftrucks. Verplicht bij het werken met vorkheftrucks is: de chauffeur moet goed zicht hebben; gebruik van de veiligheidsgordel _700 Hijs- en hefwerktuigen

119 Palletwagen: _700 altijd op een vlakke ondergrond gebruiken; denk aan obstakels; zorg voor voldoende transportruimte. Hijs- en hefwerktuigen

120 Hoofdstuk 10 Werken op hoogte 10.1Risico’s op hoogte 10.2Ladders 10.3Stalen steigers 10.4Rolsteigers 10.5Hangsteigers 10.6Hoogwerkers 10.7Werkbakken 10.8 Vragen _700 Werken op hoogte

121 2,5 m Werken op hoogte meer dan 2,5 m valgevaar Werken op hoogte _700

122 Bij schuine en platte daken of gaten in vloeren en wanden: gebruik individueel veiligheidsharnas gebruik loopplanken (hellend dak); gebruik dakrandbeveiliging of vangnet (plat dak); dek gaten af met stevig materiaal; breng beveiligingen en markering aan op gevaarlijke plaatsen. Werken op hoogte _700

123 Ladders: enkele ladder; opsteekladders; schuifladders; reformladders. Gebruiksregels voor ladders: in goede staat houden; niet verven; niet zelf repareren; zorgvuldig en goed opstellen; op de juiste wijze gebruiken. Werken op hoogte _700

124 Voor steigers geldt: streng verboden zelf te (ver)bouwen aan steiger; geen materiaal achterlaten; houdt de vloer stroef; gebruik geen los klimmateriaal op de steiger. let op de maximale belasting gebruik stortkokers voor afvoer materiaal gebruik de bouwlift veilig (personenlift of goederenlift) Werken op hoogte _700

125 Ook zijn er bij steigers regels voor: kantplanken en leuningen inspectiewerk werkzaamheden hulpsteigers liften takels Steigerkaart geeft veiligheidstatus aan. Geen steigerkaart of gebreken? Steiger niet betreden! _700 Werken op hoogte

126 Rolsteigers: Risico = verplaatsbaarheid Aandachtspunten bij het werken met rolsteigers: blokkeren wielen van binnenuit beklimmen denk aan gereedschap (kan vallen) sta niet op de schoren houd de steiger schoon niet verplaatsen als er iemand op staat verrijden op vlakke ondergrond door 2 personen gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen Werken op hoogte _700

127 Voorbeelden van hangsteigers zijn: hangbrug; hangsteiger; eenmanswerkbrug. Aandachtspunten bij het werken met hangsteigers zijn: vanaf windkracht 7 Bft niet mee werken; let op bedieningsorganen; bij storing niet verder werken maar (laten) repareren; nooit gebruiksklaar achterlaten; hulpmiddelen gebruiken voor communicatie, vanaf 25 m verplicht (en als normale communicatie niet mogelijk is) Werken op hoogte _700

128 Hoogwerkers Vast opgesteld Mobiel Risico voor beknelling (schaararm) en omvallen Daarom:- getraind/opgeleid personeel - signalering maximum werklast - specifieke gebruiksregels Vanaf windkracht 7 Bft, niet mee werken Werken op hoogte _700

129 Voor het werken met werkbakken geldt: alleen gebruiken als het echt niet anders kan; windkracht vanaf 7 Bft verboden; de kraanmachinist en persoon in de werkbak moeten elkaar zien en verstaan; iedere persoon in de werkbak draagt een individueel veiligheidsharnas (vast aan de werkbak); in- of uitstappen alleen toegestaan als werkbak op stevige ondergrond staat Werken op hoogte _700

130 Hoofdstuk 11 Handgereedschap 11.1 Eenvoudig handgereedschap 11.2 Elektrisch handgereedschap 11.3 Pneumatisch en hydraulisch handgereedschap 11.4 Handslijpmachines 11.5 Vragen _700 Handgereedschap

131 Eenvoudig handgereedschap Risico door: slecht onderhoud; slecht gebruik. Handgereedschap _700

132 Handgereedschap met elektrische aandrijving elektrocutie verbranding (vonken) Veilige spanning: 50 V ~ (wisselspanning) 120 V = (gelijkspanning) dubbel geïsoleerd Risico door: Handgereedschap _700

133 Aandachtspunten bij gebruik van een nietmachine: gebruik met maximale werkdruk; geleider leeg bij plaatsen lader; nagels/nieten aangepast aan apparaat. Mogelijke risico’s: wegschieten van de nagel; terugslaan van de nagel; doorboren van het werkstuk. Handgereedschap _700

134 Aandachtspunten bij het gebruik van de Handcirkelzaag: beschermkap over het deel van de zaag dat zaagt (vast aan het frame en scharnierend deel aan geleider); automatische beschermkap over snijdend deel van de zaag, ook als deze niet zaagt; spouwmes aangepast aan diameter en dikte van de zaag. Handgereedschap _700

135 Aandachtspunten bij het gebruik van een kettingzaag: bedieners minimaal 18 jaar oud; opleiding met toets gehad hebben; voorgeschreven PBM gebruiken; stilstand ketting bij stationair toerental; kettingrem binnen 0,15 sec werken; CE markering. Handgereedschap _700

136 Handgereedschap met pneumatische aandrijving trillen geluid dodemansknop en gehoorbescherming verplicht. Risico door: Handgereedschap _700

137 Handgereedschap met hydraulische aandrijving oliedruk bevestigingen dodemansknop en onderhoud verplicht. Risico door: Handgereedschap _700

138 Handslijpmachines doorslijpschijven afbraamschijven Risico door: rondvliegende delen; aanraken slijpschijf; uit elkaar springen van schijf; brand door vonken; geluid; verkeerd gebruik. Handgereedschap _700

139 Hoofdstuk 12 Gereedschapsmachines 12.1 Gereedschapmachines en kolomboormachines 12.2 Vast opgestelde slijpmachines 12.3 Zaagmachines 12.4 Vragen _700 Gereedschapsmachines

140 Voorbeelden van gereedschapsmachines zijn: Vast opgestelde boormachines let op: 'happen' in werkstuk Vast opgestelde slijpmachines let op: uit elkaar vliegen slijpsteen Cirkelzagen let op: snijgevaar Gereedschapsmachines _700

141 Cirkelzagen: universele cirkelzaagmachine; bouwcirkelzaag machine (met noodstop en als extra eis nulspanningschakelaar); voor machines met meerdere bedieningsplaatsen gelden aanvullende eisen _700 Gereedschapsmachines

142 Hoofdstuk 13 Persoonlijke beschermingsmiddelen 13.1 PBM’s in het algemeen 13.2 Adembescherming 13.3 Gehoorbescherming 13.4 Lichaamsbescherming 13.5 Oogbescherming 13.6 Valbeveiliging 13.7 Vragen _700 Persoonlijke beschermingsmiddelen

143 Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen als het echt niet anders kan. Persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen tegen: de gevolgen van onveiligheid en ze voorkomen erger letsel Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

144 Fabrikant zorgt voor PBM’s die sterk betrouwbaar getest zijn. Gebruiker: beheert ze, controleert ze, zorgt voor veilige opslag en gebruikt ze goed. Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

145 CE-markering _700 Persoonlijke beschermingsmiddelen

146 Drie belangrijke wettelijke eisen ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen: Doeltreffende bescherming Ergonomisch verantwoord Goede gebruiksaanwijzing Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

147 afhankelijke adembescherming, bijvoorbeeld een filterbusmasker. onafhankelijke adembescherming, bijvoorbeeld persluchtapparatuur verseluchtkap LET OP GEBRUIKSREGELS omgevingslucht filteren Persoonlijke beschermingsmiddelen zuurstofconcentratie < 19% bijzondere stof overschrijding grenswaarde _700

148 boven 85 dB(A) verplicht! Gehoorbescherming boven 80 dB(A) aanbevolen watjes pluggen oordoppen otoplastieken gehoorkappen wettelijk Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

149 Voorbeelden van bescherming van lichaamsdelen: hoofdbescherming; bescherming voor handen en armen; bescherming voor voeten; bescherming voor het lichaam. Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

150 Voorbeelden van oogbescherming: normale veiligheidsbril; ruim zichtbril; gelaatsscherm; lasbrillen en laskappen. Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

151 Bescherming van lichaamsdelen Valbeveiliging: gebruik altijd een individueel veiligheids- harnas(na valbelasting vernietigen); eventueel met remchute of nonchute en vallijn (na valbelasting controle). Persoonlijke beschermingsmiddelen _700

152 Voor het examen geldt: Lees vragen goed door. Kies het meest juiste antwoord. Controleer of je alle vragen goed hebt beantwoord. Tot slot _700


Download ppt "Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.4."

Verwante presentaties


Ads door Google