De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Geregeld leven Fysiologie Mens Birgitte van Rens (niet op vrijdag) Martha van Schaik 37 571 06-232.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Geregeld leven Fysiologie Mens Birgitte van Rens (niet op vrijdag) Martha van Schaik 37 571 06-232."— Transcript van de presentatie:

1 1 Geregeld leven Fysiologie Mens Birgitte van Rens (niet op vrijdag) Martha van Schaik

2 2 1) Circulatie Gaswisseling 2) Osmoregulatie Excretie 3) Immuunsysteem 4) voeding endocrinologie 5) zenuwstelsel 6) zintuigen

3 3 Informatie cursus Details cursus:Sharepoint Te behandelen stofSelectie uit hoofdstukken en NB:onderwerpen uit cursus Dieren: worden niet meer uitgebreid behandeld ! TheorieToets, 50% Verslag, 50% Practicum Complexe opdracht Voldoende, Verplichte aanw. Beoordeling

4 4 Informatie cursus n Inhoudelijke verdieping in vak n Keuze uit verschillende onderwerpen n Bronnenstudie n Omvang 15 – 20 kantjes n Niveau: Campbell n In groepje: 2 – 3 personen n Presentatie tijdens laatste bijeenkomst Complexe opdracht Zie sharepoint !

5 5 Inleveren Logboek practica:lesweek 7 Complexe opdracht:lesweek 6 Tijdens college Informatie cursus

6 6 Zenuwstelsel / Hersenen Circulatie Gaswisseling O 2 en CO 2 uitwisseling O 2 opname uit en CO 2 afgifte aan de omgeving

7 7 Eencelligenopname O 2 en voedingsstoffen afgifte CO 2 en afvalstoffen Diffusie afstand oppervlak Meercelligendiffusie niet meer toereikend Oplossing  Verbindenorganen die gas uitwisselen organen die nutrienten absorberen organen die afvalst uitscheiden met andere lichaamscellen Circulatie-systeem

8 8 Circulatie Circulatiesysteem vloeistof, onderling verbonden buizen, pomp  kost relatief veel energie  relatief hoge bloeddruk; effectieve aflevering O 2 en nutriënten  bloed over verschillende organen te verdelen  ‘specialisatie’ (onderscheid bloed, interstitiële vloeistof) Geslotenbloed in vaten interstitiële vloeistof cellen open: hemolymfe = interstitiële vloeistof

9 9 Circulatie Mens: Gesloten bloedvaatsysteem HartArteriënArteriolenCapillairenVenulenVenen (Poortaders: bloed tussen twee capillairstystemen, bv leverpoortader) Atrium = boezem, ontvangt bloedVentrikel = kamer, pompt bloed weg mens: dubbele bloedsomloop (gaswisselingsorgaan, systemisch)

10 10 Circulatie systeem mens Dubbele bloedsomloop Dubbele bloedsomloop  omloop voor gaswisselingsorgaan  systemische bloedsomloop (lichaam)

11 11 Bloedvaten Arteriën (Slagaders) Arteriolen (Kleine slagaders) Capillairen (Haarvaten) Venulen (Kleine aders) Venen (Aders) Vergelijk kenmerken !  bouw weefsels, hoeveelheid kleppen ja/nee  bloedstroom richting  zuurstof arm/rijk  uitwisseling ja/nee  specifieke functie

12 12 ArterieVene SEM 100 µm Endotheel Arterie Glad spierw. Bindweefsel Capillair Basaalmembraan Endotheel Glad spierw Bindweefsel Klep Vene Arteriole Venule Rode bloedcel Capillair 15 µm LM Arterie Vene Capillair Bouw bloedvaten  bouw weefsels, hoeveelheid kleppen ja/nee  bloedstroom richting  zuurstof arm/rijk  uitwisseling ja/nee  specifieke functie

13 Fig Halvemaanvormige kleppen gesloten 0.4 sec AV kleppen open Atrial and ventricular diastole 1 AV klep; atrioventriculaire klep Systole = contractie Diastole = ontspannen Hart mens Wat maakt het geluid van de hartslag?

14 Fig Halvemaanvormige kleppen gesloten 0.4 sec AV kleppen open Atrial and ventricular diastole sec Atrium: systole; ventriculum: diastole AV klep; atrioventriculaire klep Systole = contractie Diastole = ontspannen Hart mens

15 Fig sec sec sec Semilunar kleppen open AV kleppen gesloten Ventricum: systole atrium: diastole AV klep; atrioventriculaire klep Atrium: systole; ventriculum: diastole Halvemaanvormige kleppen gesloten AV kleppen open Atrial and ventricular diastole Systole = contractie Diastole = ontspannen Hart mens

16 16 Hart mens Hartruis: klep sluit niet volledig Hartslagritme 1) Ontspannen atrium en ventrikel bloed v venen in atrium en via AV klep naar ventrikel 2) Korte contractie atrium (0.1 sec) overblijvend bloed v atrium naar ventrikel 3) Contractie ventrikel bloed v ventrikel door semi-maanvormige kleppen naar slagaders Systole = contractie Diastole = ontspannen Atrium = boezemVentrikel = kamer AV klep; atrioventriculaire klep

17 17 Hart mens Hartruis: klep sluit niet volledig Systole = contractie Diastole = ontspannen Atrium = boezemVentrikel = kamer AV klep; atrioventriculaire klep

18 18 Fig Signals spread throughout ventricles. 4 Purkinje fibers Pacemaker generates wave of signals to contract. 1 SA node (pacemaker) ECG Signals are delayed at AV node. 2 AV node Signals pass to heart apex. 3 Bundle branches Heart apex Hart mens Regulatie hartslagritme:pacemaker

19 19 Regulatie hartslagritme: Hart mens Pacemaker (sinoatriale knoop: SA knoop: wand R-atrium) cluster autoritmische cellen; genereert electrische impulsen (contractie en ontspannen zonder sturing zenuwstelsel) genereert electrische impulsen 1) via gap junctions naar atria: contractie atria 2) naar atrioventriculaire knoop: vertraging 0.1 sec 3) verspreiding langs ventrikels: contractie ventrikels De stroompjes geleiden via lichaamsvloeistoffen naar de huid: ECG te maken Tempo Pacemaker oiv: parasympatische, sympatische zenuwen; temperatuur; hormonen pacemaker

20 20 Fysische eigenschappen hart Cardiac outputml bloed/min gepompt door ventrikel hartslagfrequentie = hartslagvolume = # slagen / minuut ml bloed / contractie (bv 72 slagen/min, 70 ml/contractie: ca 5 liter per minuut) Bloeddruk bloed stroomt van hoge naar lage druk  systolische druk tijdens systole ventrikel (contractie) elastische wanden arteriën rekken uit onder druk  diastole druk tijdens ontspannen ventrikels elastische wanden arteriën klappen terug bloed blijft stromen omdat arteriën continu onder druk blijven druk die bloed uitoefent op vaatwand hartslagfrequentie x hartslagvolume

21 21 5,000 4,000 3,000 2,000 1, Area (cm 2 ) Velocity (cm/sec) Pressure (mm Hg) Aorta Arteries Arterioles Capillaries Venules Veins Venae cavae Diastolic pressure Systolic pressure Stroomsnelheid normaal: Ø↓, stroomsnelheid ↑ totale Ø >arteriolen, snelheid ↓ ↓ Bloeddruk capillairen kleine Ø hoge weerstand, druk in venen laag (Uitwisselings)oppervlak Fysische eigenschappen bloedvaten

22 22 richting bloedstroom in vene (richting hart) Klep (open) Skelet spier Klep (gesloten) transport bloed in venen  lichaamsbewegingen  (glad spierw. langs wand)  kleppen  verandering druk borstholte, tijdens ademhaling

23 23 Vasoconstrictie Vasodilatie contractie gladde spiercellen arteriolen, Ø ↓, snelheid ↑, bloeddruk ↑ Ø arteriole ↑, snelheid ↓, bloeddruk in arterie ↓ Samenspel perifere weerstand en cardiac output bv sporten: in spieren vasodilatie & hogere hartslag; cardiac output hoger, dus geen bloeddrukverandering Bloeddrukmoet perifere weerstand ‘overwinnen’ moet bloed hoger dan het hart krijgen Contractie hart: het bloed komt sneller de arteriën in, dan dat het er uitkan Perifere weerstand weerstand die de arteriolen bieden

24 24 Capillairenlang niet altijd tot maximale capaciteit gevuld brein, hart, nieren, lever meestal wel verdeling bloed afhankelijk van waar meest nodig bv na maaltijd naar spijsverteringsstelsel geen gladde spieren regulatie ‘flow’, stroming:  contractie gladde spieren arteriole, Ø↓, minder naar capillair  pre-capillaire sphincters ringetjes gladde spiercellen aan begin netwerk zenuwpulsen hormonen locale chemische signalen (bv histamine) Capillairen

25 25 Fig Precapillary sphincters Thoroughfare channel Arteriole Capillaries Venule (a) Sphincters relaxed (b) Sphincters contracted ArterioleVenule pre-capillaire sphincters verbindings’kanalen’ !

26 26 Capillairen Capillairen / haarvaten Uitwisseling stoffen tussen bloed en interstitiële vloeistof  Diffusie  Exocytose en endocytose  Via spleetjes tussen endotheelcellen passief: concentraties actief passief: bloeddruk eiwitten, bloedcellen kunnen daar niet doorheen! (vocht, O 2, CO 2 ) Bloeddruk varieert in capillairen Osmotische druk is constant in capillairen (b.v. door albumine)

27 27 Body tissue Capillary INTERSTITIAL FLUID Net fluid movement out Direction of blood flow Net fluid movement in Blood pressure Inward flow Outward flow Osmotic pressure Arterial end of capillaryVenous end Pressure Bloeddruk neigt bloed uit vaten te drukken Proteinen in bloed neigen vloeistof terug te trekken in capillair osmotische druk ca 85% van al het bloed dat capillairen verlaat komt weer terug tgv osmotische druk

28 28 Circulatie Per dag ca 4 ltr ‘verlies’ van vocht Verlies aan proteinen via lymfesysteem weer terug naar bloedcirculatie (aan basis nek) netwerk van fijne vaatjes tussen het capillaire netwerk: via diffusie samenstelling lymfe~interstitiële vloeistof Transport lymfevaten  kleppen  contractie gladde spieren wand  contractie skeletspieren vgl transport in venen(onderdruk bij inademen ‘trekt’ bloed de venen in) Lymfeknopenafweer, filteren lymfevloeistof lymfesysteem

29 Interstitial fluid bathing the tissues, along with the white blood cells in it, continually enters lymphatic capillaries. Fluid inside the lymphatic capillaries, called lymph, flows through lymphatic vessels throughout the body. Within lymph nodes, microbes and foreign particles present in the circulating lymph encounter macro- phages, dendritic cells, and lymphocytes, which carry out various defensive actions. Lymphatic vessels return lymph to the blood via two large ducts that drain into veins near the shoulders. Adenoid Tonsil Lymph nodes Spleen Peyer’s patches (small intestine) Appendix Lymphatic vessels Lymph node Masses of lymphocytes and macrophages Tissue cells Lymphatic vessel Blood capillary Lymphatic capillary Interstitial fluid

30 30 Circulatie Samenstelling bloed Rode bloedcellen, Erythrocyten Witte bloedcellen, Leucocyten Plasma vloeibare matrix van bloed  water (90%)  bloedelectrolyten (ionen) osm waarde, pH bufferen, regulatie membr permeabiliteit  eiwitten osm waarde, pH bufferen, afweer, stolling, viscositeit  te transporteren stoffen voedingsst, afvalst, O 2, CO 2, hormonen Bloedplaatjes Fig 42.15!

31 31 Samenstelling bloed Bloedcellen  Erythrocyten geen kern (zoogdieren) geen mitochondriën (anaerobe metabolismen) O 2 transport (hemoglobine, Hb: 250x10 6 per ery)  Leukocyten lymfocyten (T en B cellen) fagocyten (monocyten, eosinofielen, neutrofielen, basofielen) Bloedplaatjes  cytoplasmatische fragmenten van beenmergcellen  geen kern  2-3 µm doorsnede  structurele en moleculaire functies bij stolling

32 32 Circulatie Collageen vezels Platelet plug Plaatjes geven chemicaliën af die naburige plaatjes plakkerig maken Bloedstolling Beschadiging endotheel: eiwitten die bloedplaatjes aantrekken

33 33 Circulatie Platelet plug Ernstige beschadiging: Stollingsfactoren van Plaatjes Beschadigde cellen Plasma (oa calcium, vitamine K) Collageen vezels Plaatjes geven chemicaliën af die naburige plaatjes plakkerig maken Bloedstolling Beschadiging endotheel: eiwitten die bloedplaatjes aantrekken

34 34 Circulatie Platelet plug ProtrombineThrombine Plaatjes geven chemicaliën af die naburige plaatjes plakkerig maken Collageen vezels Plaatjes Beschadigde cellen Plasma (oa calcium, vitamine K) Bloedstolling Ernstige beschadiging: Stollingsfactoren van Beschadiging endotheel: eiwitten die bloedplaatjes aantrekken

35 35 Circulatie Platelet plug FibrinogeenFibrine 5 µm Fibrine clot Rode bloedcel Plaatjes geven chemicaliën af die naburige plaatjes plakkerig maken Collageen vezels Plaatjes Beschadigde cellen Plasma (oa calcium, vitamine K) ProtrombineThrombine Bloedstolling Ernstige beschadiging: Stollingsfactoren van Beschadiging endotheel: eiwitten die bloedplaatjes aantrekken

36 Fig Stamcellen (in beenmerg) Myeloide stamcellen Lymphoide stamcellen Lymphocyten B cellenT cellen Erythrocyten Bloed plaatjes Neutrofielen Basofielen Eosinofielen Monocyten

37 37 EPO erythropoietine Erythrocyten afbraak (fagocytose) in lever en milt aanmaak rode beenmerg o.i.v. negatief feedback systeem lage conc O 2, nier produceert EPO; productie ery’s ↑ hoge conc O 2, EPO ↓ ; productie ery’s ↓ Rode bloedcellen levensduur: ca 3-4 mnd Erythrocyten

38 38 Hart- en vaatziekten  Atherosclerose accumulatie van vet, verharding arteriewand, schade of infectie: ruwe binnenkant arterie; ontsteking; ophopen leukocyten en vetten, cholesterol; groei ophoping; plaque; incorporatie bindweefsel en cholesterol; dikke stijve arterie-wanden; toename obstructie & weerstand, bloedstroom↓  Hartaanval blokkeren kransslagaders: schade hartspierweefsel  Beroerte O 2 tekort hersenen: beschadiging zenuwweefsel oorzaak vaak stolsel, thrombus  Hoge bloeddruk systolisch >140 mmHg, diastolisch > 90 mmHg endotheelbeschadiging, plaque risico op hartaanval, beroerten

39 39 Cholesterol LDL (low density lipoprotein)‘bad cholesterol’ HDL (high density lipoprotein)‘good cholesterol’ vermindert depositie cholesterol beweging LDL/HDL ratio ↓ statine LDL↓ aspirineremt ontsteking; vermindert risico hartaanval

40 40 Circulatie Fig

41 Gaswisseling O 2 en CO 2 uitwisseling O 2 opname uit en CO 2 afgifte aan de omgeving

42 42 Rol van gaswisseling Organisme Cel Transportsysteem Cellulaire respiratie ATP Energie-rijke moleculen uit voedsel Respiratie- oppervlak Respiratie-medium O2O2 CO 2 vochtig groot opp “dun” diffusie (lucht of water) interstitiële vloeistof

43 43 Gaswisseling Partiële druk druk dat één bepaald gas van dat gasmengsel uitoefent Zeeniveau relatieve conc zuurstof21% O 2 Partiële druk, P O2 = 0.21 x 760 = 160 mmHg atmosferische druk760 mmHg Diffusie gas: van hoge naar lagere partiële druk! Een gasmengsel oefent een bepaalde druk uit (bv luchtdruk)

44 44 Gaswisseling Diffusie gas: van hoge naar lagere partiële druk! Gaswisseling mens Longen, bloed, weefsels PO 2 en PCO 2 variëren op de verschillende plaatsen  PCO 2 bloed longen > PCO 2 longblaasjes CO 2 naar longblaasjes  PO 2 bloed longen < PO 2 longblaasjesO 2 naar bloed diffusie opgeloste stoffenvia concentratie-gradiënt diffusie gassenvia druk-gradiënt

45 45 Alveolus P O 2 = 100 mm Hg P O 2 = 40 P O 2 = 100 P O 2 = 40 Circulatory system Body tissue P O 2 ≤ 40 mm HgP CO 2 ≥ 46 mm Hg Body tissue P CO 2 = 46 P CO 2 = 40 P CO 2 = 46 Circulatory system P CO 2 = 40 mm Hg Alveolus (b) Carbon dioxide(a) Zuurstof Long Weefsel cellulaire respiratie verbruikt O2

46 46 Alveolus P O 2 = 100 mm Hg P O 2 = 40 P O 2 = 100 P O 2 = 40 Circulatory system Body tissue P O 2 ≤ 40 mm HgP CO 2 ≥ 46 mm Hg Body tissue P CO 2 = 46 P CO 2 = 40 P CO 2 = 46 Circulatory system P CO 2 = 40 mm Hg Alveolus (b) CO2(a) Oxygen cellulaire respiratie verbruikt O2cellulaire produceert CO2

47 47 Gaswisseling O 2 transport Rode bloedcellen (erythrocyten) Hemoblobine (Hb)respiratiepigment 250x10 6 per ery 4 subunits, elk met een ijzeratoom ijzer bindt O 2 : 4 O 2 per hemoglobine 1 e binding verandert vorm hemoglobine, verhoogt affiniteit voor de 2 e, 3 e en 4 e O 2 1 e O 2 er af, verandert vorm hemoglobine, verlaagt affiniteit voor 2 e, 3 e en 4 e O 2 O 2 transport Myoglobine; opslag O 2 in spieren

48 48 Heme groep ijzeratoom O 2 binden in longen O 2 loslaten In weefsel Polypeptide keten O2O2 O2O2 Bloedarmoede? O 2 transport Hb + 4O 2 ↔ Hb(O 2 ) 4

49 Fig a O 2 afgifte aan weefsels tijdens activiteit O 2 afgifte aan weefsels rust O 2 verzadiging v Hb (%) Weefsels activiteit Weefsels rust Longen Zuurstofspanning P O 2 (mm Hg) Relatie Hb dissociatie met P O 2 bij pH 7.4 O 2 transport

50 Fig b O 2 saturation of hemoglobin (%) P O 2 (mm Hg) Effect pH op hemoglobin dissociatie pH 7.4 pH 7.2 Hemoglobin houdt minder O 2 vast bij lagere pH (hogere CO 2 – concentratie, d.w.z. lagere pH) Weefsels rust [CO 2 ] ↑ dan pH ↓ Bohr effect O 2 transport

51 51 Gaswisseling [CO 2 ] ↑ dan pH ↓ CO 2 + H 2 OH 2 CO 3 HCO H + CO 2 transport 7% CO 2 in oplossing in plasma 23% bindt aan Hb polypeptideketens 70% in bloed als bicarbonaationen (HCO 3 - ) CO 2 diffundeert via bloedplasma naar erythrocyt in erythrocyt reactie met water: plasma bindt aan Hb en andere proteinen Longen: diffusie, waardoor [CO 2 ] ↓ [CO 2 ] ↓, omzetting HCO 3 - naar CO 2 ; verdere diffusie carbonic anhydrase CO 2 transport

52 Fig a Lichaamsweefsel CO 2 productie CO 2 transport uit weefsel Interstitiele vloeistof CO 2 Plasma in capillair Wand capillair H2OH2O H 2 CO 3 Carbonic acid Rode bloed cel Hemoglobin neemt CO 2 and H + op Hb H+H+ HCO 3 – Bicarbonaat + HCO 3 – Naar longen CO 2 transport ca 23% van CO 2 : Hb ca 70% van CO 2 : lost op in water van ery: 7% CO 2 in plasma CO 2 + H 2 O↔ H 2 CO 3 ↔ HCO 3 - plasma

53 Fig b HCO 3 – H+H+ + CO 2 transport naar longen Hemoglobin geeft CO 2 and H + af Hb H 2 CO 3 H2OH2O CO 2 Plasma within lung capillary CO 2 Alveolar ruimte in long CO 2 transport CO 2 + H 2 O↔ H 2 CO 3 ↔ HCO 3 - plasma In long CO 2 weg (uitademen), reactie verloopt naar links

54 Tissue cell CO 2 Interstitial fluid CO 2 produced CO 2 transport from tissues CO 2 Blood plasma within capillary Capillary wall H2OH2O Red blood cell Hb Carbonic acid H 2 CO 3 HCO 3 – H+H+ + Bicarbonate HCO 3 – Hemoglobin picks up CO 2 and H + HCO 3 – H+H+ + H 2 CO 3 Hb Hemoglobin releases CO 2 and H + CO 2 transport to lungs H2OH2O CO 2 Alveolar space in lung To lungs Carbon dioxide produced by body tissues diffuses into the interstitial fluid and the plasma. Over 90% of the CO 2 diffuses into red blood cells, leaving only 7% in the plasma as dissolved CO 2. Some CO 2 is picked up and transported by hemoglobin. However, most CO 2 reacts with water in red blood cells, forming carbonic acid (H 2 CO 3 ), a reaction catalyzed by carbonic anhydrase contained within red blood cells. Carbonic acid dissociates into a biocarbonate ion (HCO 3 – ) and a hydrogen ion (H + ). Hemoglobin binds most of the H + from H 2 CO 3 preventing the H + from acidifying the blood and thus preventing the Bohr shift. CO 2 diffuses into the alveolar space, from which it is expelled during exhalation. The reduction of CO 2 concentration in the plasma drives the breakdown of H 2 CO 3 Into CO 2 and water in the red blood cells (see step 9), a reversal of the reaction that occurs in the tissues (see step 4). Most of the HCO 3 – diffuses into the plasma where it is carried in the bloodstream to the lungs. In the lungs, HCO 3 – diffuses from the plasma in red blood cells, combining with H + released from hemoglobin and forming H 2 CO 3. Carbonic acid is converted back into CO 2 and water. CO 2 formed from H 2 CO 3 is unloaded from hemoglobin and diffuses into the interstitial fluid CO 2 transport

55 55 Respiratie Lung Diaphragm Air inhaled Rib cage expands as rib muscles contract Rib cage gets smaller as rib muscles relax Air exhaled UITADEMEN Diafragma ontspant (naar boven) INADEMEN Diafragma contractie (naar beneden) Lucht in en uit; twee verschillende richtingen in longen ventilatie zoogdieren menging verse en verbruikte lucht

56 56 Longen Ventilatie longen Respiratie zoogdieren ‘negative pressure breathing’  borstholte actief vergroten (ribben, middenrif)  onderdruk trekt lucht in de longen uitademing: passief, ontspannen spieren, volume holte kleiner

57 57 ademhalings controle centra Cerebrospinale vloeistof Pons Medulla oblongata Carotid arteries Aorta Middenrif Rib spieren Regulatie ademhaling gecoördineerd met  bloedcirculatie  metabole vraag ademhalingscontrolecentra: Medullaritme Ponstempo pH omringend weefsel medulla: indicator CO 2 bloed activiteit ↑, CO 2 ↑, H + ↑, pH↓ ademhalingsdiepte ↑ ademhalingsfrequentie ↑ cardiac output ↑ O 2 sensors aorta en halsslagader

58 58 Informatie cursus n Inhoudelijke verdieping in vak n Keuze uit verschillende onderwerpen n Bronnenstudie n Omvang 15 – 20 kantjes n Niveau: Campbell n In groepje: 2 – 3 personen n Presentatie tijdens laatste bijeenkomst Complexe opdracht

59 59

60 60 Longen Ingevouwen lichaamsoppervlak (ter voorkoming van uitdroging) Landdieren (muv insecten) Longen Respiratie Locaal respiratie-orgaan niet in direct contact met elke cel: circulatiesysteem nodig! Grootte en complexiteit gecorreleerd aan metabolisme Zoogdieren Totaal oppervlak alveoli: 100 m 2 O 2 lost op in het laagje vloeistof dat een alveolus bekleedt Surfactanten secreties op het oppervlak van alveoli ter voorkomen inklappen; behoud oppervlaktespanning GlottisLarynx TracheaBronchusBronchioleAlveolus

61 61 vena cava superior R atrium vena cava Inferior Longader L atrium Aorta L ventrikel Aorta Capillairen abdominal (buik) organen en benen Capillairen hoofd en armen R ventrikel Longslag- ader Longslag- ader Capillairen rechter long Capillairen linker long O 2 opname CO 2 afgifte O 2 afgifte CO 2 opname O 2 afgifte CO 2 opname O 2 opname CO 2 afgifte Circulatie systeem mens

62 62 Rechter atrium: rel. dunne wand Halve maan vormige klep: open bij contractie Atrioventriculaire klep: dicht bij contractie Rechter ventrikel rel dikke wand Linker ventrikel dikste wand Atrioventriculaire klep: dicht bij contractie Linker atrium: rel. dunne wand Halve maan vormige klep: open bij contractie Longslagader Aorta Hart mens

63 63 Rechter atrium: rel. dunne wand Halve maan vormige klep: open bij contractie Atrioventriculaire klep: dicht bij contractie Rechter ventrikel rel dikke wand Linker ventrikel dikste wand Atrioventriculaire klep: dicht bij contractie Linker atrium: rel. dunne wand Halve maan vormige klep: open bij contractie Longslagader Aorta Hart mens

64 64 Artery Bloeddrukmeting (1)

65 65 Bloeddrukmeting (2) Artery Rubber cuff inflated with air Artery closed 120 Pressure in cuff above120

66 66 Bloeddrukmeting (3) Artery Rubber cuff inflated with air Artery closed 120 Pressure in cuff above120 Pressure in cuff below 120 Sounds audible in stethoscope

67 67 Bloeddrukmeting (4) Artery Rubber cuff inflated with air Artery closed Pressure in cuff above120 Pressure in cuff below 120 Pressure in cuff below 70 Sounds audible in stethoscope Sounds stop Blood pressure Reading: 120/170

68 68 Lucht21% O 2 Waterveel lager O 2 %(afh van temp, conc zout)  groot oppervlak  vochtig (plasmamembr moet in contact staan met vocht)  korte afstand Omgeving (zuurstofbron) Wet van Fick:diffusiesnelheid = K x (C 1 -C 2 ) x opp L K = diffusieconstante C 1 -C 2 = concentratieverschil opp = uitwisselingsoppervlak L = te overbruggen afstand Longen Uitwisselingsoppervlak ademhalingsgassen (O 2 en CO 2 )


Download ppt "1 Geregeld leven Fysiologie Mens Birgitte van Rens (niet op vrijdag) Martha van Schaik 37 571 06-232."

Verwante presentaties


Ads door Google