De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie

2 De morele ontwikkeling (2) Vrijdag 2 mei 2014, Samira Oizaz

3 Morele dilemma’s. I don’t want them to change me. Film – The Hunger GamesThe Hunger Games

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg 2.1. Inleiding 2.2. Technieken 2.3. Eén aspect van moraliteit 2.4. Kenmerken van het fasenmodel 2.5. Zes stadia in de ontwikkeling van moreel denken Het premoreel stadium Het preconventioneel niveau Stadium 1: Heteronome moraal Stadium 2: Individuele moraal Het conventioneel niveau Stadium 3: Wederkerige moraal Stadium 4: In stand houden van de sociale orde Het postconventioneel niveau Stadium 5: Sociaal contract Stadium 6: Universele ethische principes 3. Kritieken 3.1. Algemeen 3.2. Het onderzoek van Gilligan 3.3. Andere theorieën

5 1.Tamara has five tests in one day. She is a good student but did not have time to study for her French test. She knows the person who sits next to her In French class is also a good student. This girl has copied from Tamara on occasion. Tamara decides to look at the other girl’s test for the questions she doesn’t know. Besides, thinks Tamara, “I never should have five tests in one day anyway.” 2.Scott thought about leaving school early and going to a baseball game. He stayed in school because he was afraid of getting caught. 3.Grant wants to spend time after school volunteering at the hospital. However, he is a good basketball player, and practice interferes with this volunteer program. The coach and other teammates pressure him to play. Grant decides to play with the team. Even herhalen… Beslis voor elke situatie op welk stadium de beslissing van de persoon zich bevindt.

6 Stadium 1 Geweten = Zelfbescherming Stadium 2 Geweten = Listigheid Stadium 3 Geweten = Loyaliteit Stadium 4 Geweten = Goed burgerschap Stadium 5 Geweten = De rede Stadium 6 Geweten = Persoonlijke integriteit

7 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Het postconventionele niveau  Dit niveau wordt slechts door minderheid van volwassenen bereikt  Realisatie dat voorgestelde maatschappij-orde niet de beste is  In vraag stellen van de meer algemene morele principes  Overstijgt de normen van de maatschappij en vormt eigen ethische code

8 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 5: Sociaal contract  Er treedt een versoepeling van maatschappelijke regels op  Wettelijke gezichtspunt blijft benadrukt worden, maar  Tevens erkenning van mogelijkheid om de wet te veranderen  Bewust van de relativiteit van persoonlijke waarden “De juiste handeling steunt op algemene individuele rechten en algemeen aanvaarde regels, die wel aan kritisch onderzoek onderworpen zijn.”

9 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 6: Universele ethische principes  De klemtoon op het sociale nut van een morele wet verdwijnt  Een principegeoriënteerde houding komt in de plaats  Geweten vervult daarbij de belangrijkste rol  Universele ethische principes om morele conflicten op te lossen “Men handelt volgens zelfgekozen ethische principes die universeel gelden, logisch te begrijpen en een zekere samenhang hebben. Men gaat nu zijn acties rechtvaardigen aan de hand van het geloof in de validiteit van universele principes en gevoel van er persoonlijk aan gebonden te zijn.”

10 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5: Sociaal contractStadium 6: Universele ethische principes Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3: Wederkerige moraalStadium 4: In stand houden sociale orde Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1: Heteronome moraalStadium 2: Individuele moraal Het premoreel stadium (pre-operationeel)

11 Inzichtsvraag Er wordt gesteld: ‘Over het algemeen is het morele gedrag in de hogere stadia van moreel denken meer voorspelbaar, consistent en verantwoordelijk dan dat in de lagere stadia.’ (Kohlberg et al., 1975) Waarom?

12 Als voorbeeld het Heinz-dilemma: “Ergens in Europa lag een vrouw op sterven omwille van een zeldzame ziekte. Er was echter een nieuw geneesmiddel waarvan de dokters dachten dat het haar leven kon redden. Dit geneesmiddel bevatte radium en dit was pas ontdekt door een apotheker die in dezelfde stad woonde als de vrouw die op sterven lag. De bereiding van het geneesmiddel was duur, maar de apotheker vroeg nog eens tienmaal zoveel. Hij betaalde zelf 500 euro voor het radium en rekende 5000 euro aan voor een kleine dosis van het geneesmiddel. Heinz, de echtgenoot van de zieke vrouw, ging bij al zijn kennissen langs om het geld te kunnen lenen. Hij kon echter maar 2500 euro bijeenkrijgen. Hij vertelde de apotheker dat zijn vrouw stervende was en vroeg hem het geneesmiddel aan een lagere prijs te verkopen of hem toe te staan om later het verschil bij te betalen. Maar de apotheker zei: “Neen, ik heb het geneesmiddel ontdekt en ik wil er geld mee verdienen”. Heinz werd wanhopig en overwoog om in de apotheek binnen te breken en het geneesmiddel te stelen voor zijn vrouw.”Heinz-dilemma

13 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 1: ‘Heinz kan niet zomaar een ruit inslaan en dat kostbare medicijn stelen. Dat zou een ernstige misdaad zijn.’ In dit argument wordt uitsluitend naar de negatieve gevolgen van de handeling gekeken en niet naar de intentie.

14 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 2: ‘Als Heinz zijn vrouw niet wil verliezen, dan moet hij het medicijn stelen. Hij kan het later nog altijd terugbetalen.’ De rechtvaardigheid van de daad wordt hier slechts vanuit Heinz’ perspectief bekeken. Zijn belang staat in de redenering centraal.

15 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 3: ‘Als Heinz’ vrouw sterft, kun je het Heinz niet kwalijk nemen. Hij heeft al het mogelijke gedaan en je kunt hem niet verwijten dat hij geen misdaad wil plegen.’ In dit argument ligt de nadruk op de goede bedoelingen van Heinz die door anderen gewaardeerd zullen worden.

16 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 4: ‘Heinz wil zijn vrouw natuurlijk helpen, maar het is altijd verkeerd om te stelen, ook al heb je er een speciale reden voor.’ In dit argument is de wetovertreding doorslaggevend.

17 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 5: ‘Ik kan me voorstellen dat Heinz het medicijn steelt, maar daarmee kun je zijn gedrag nog niet goedkeuren.’ Hier wordt voor het eerst het dilemma onderkend. De proefpersonen in dit stadium veroordelen wellicht het stelen, maar leggen tevens de nadruk op de situatie waarin Heinz verkeerd.

18 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 6: ‘Wanneer je moet kiezen tussen het overtreden van de wet of een mensenleven redden is het redden van iemands leven belangrijker. Daarom zou het stelen van het medicijn hier niet verkeerd zijn.’ In dit argument worden twee ethische principes, het naleven van de wet en de bescherming van menselijk leven, tegen elkaar afgewogen.

19 Extra informatie: Hoe de morele ontwikkeling stimuleren?  In het begin zijn beloning en straf de belangrijkste richtlijnen.  Laten zien wat de gevolgen van hun gedrag zijn.  Vriendschappen en een goede emotionele band zijn belangrijk.  Geef zelf het goede voorbeeld in jouw moreel gedrag.  Het is waardevol om hen kennis te laten maken met verschillende visies.  Niet alleen de regels maar ook waarom deze regels gelden is belangrijk.  Laat kinderen nadenken over situaties om zelf oplossingen te bedenken.  Leer het kind zich verplaatsen in (de emoties van) een ander.  Kringgesprek en moreel schoolklimaat zijn belangrijk op school.  Match jouw antwoord met het niveau waarop het kind zich bevindt.  Gebruik kinderliteratuur om voorbeelden te geven van moreel gedrag.  Laat huisdieren toe in de klas en betrek kinderen bij de zorg voor dieren.  …

20 Groepsopdracht over morele ontwikkeling 1. Lees in groep de situatie waarin een moreel dilemma of probleem zich voordeed. 2. Leg uit in welke fase/stadium uit de theorie van Kohlberg de beschreven situatie kan worden gesitueerd. 3. Hoe zou jij als orthopedagoog de situatie aanpakken om de morele ontwikkeling van het kind te stimuleren?

21 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg De kritiek op Kohlberg De belangrijkste kritieken worden hieronder vermeld: 1. De onderzoeksmethode was niet echt werkzaam bij jonge kinderen. 2. Hangt moreel redeneren wel samen met moreel gedrag? 3. De theorie van Kohlberg steunt vooral op mannelijke waarden.  Vrouwen scoren daarom minder hoog dan mannen  Wordt verklaard vanuit de maatschappelijke positie van de vrouw  Vrouwen hebben niet ‘minder’ maar ‘ander’ ontwikkeld normbesef

22 KohlbergGilligan Zorgmoraal Model: Individuele overleving Goedheid als zelfopoffering Moraal van geweldloosheid Rechtvaardigheidsmoraal Model: Preconventioneel niveau Conventioneel niveau Postconventioneel niveau

23 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Andere theorieën: Freud en Bandura De psychodynamische theorie van Freud:  Het emotionele aspect (component 1)  Es, Ich en Uberich ontwikkelen zich in welbepaalde volgorde  Uberich representeert normen vanuit de omgeving  Het aspect schuldgevoel is essentieel in de morele ontwikkeling De leertheoretische benadering van Bandura:  Het gedragsaspect (component 4)  Uitgangspunt is dat al ons gedrag aangeleerd is  Geweten zijn normen die door leerproces geïnternaliseerd werden

24 Zijn er nog vragen?

25 Lesmateriaal Verplichte leerstof Maes, D. (2014). Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling. Niet gepubliceerde cursustekst, Hogeschool-Universiteit Brussel, Brussel. Hand-outs Achtergrondleerstof Craeynest, P. (2009). Psychologie van de levensloop. Leuven: Acco. Boon, T. (2013). Hoofdstuk 4: Morele ontwikkeling. Gepubliceerde cursustekst, Thomas More Hogeschool, Antwerpen. De Vos, T. (n.d.). De morele ontwikkeling van kinderen. Retrieved from Struyven, K. (2010). Groot worden. Leuven: Acco. Wilson, R.A. (2008), Fostering goodness & caring: promoting moral development of young children. Retrieved from


Download ppt "Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."

Verwante presentaties


Ads door Google