De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen  Voorwaarden voor gebruik  Selectie van radiotracers  Productie  Voor- en nadelen van gebruik Isotoopverdunning.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen  Voorwaarden voor gebruik  Selectie van radiotracers  Productie  Voor- en nadelen van gebruik Isotoopverdunning."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen  Voorwaarden voor gebruik  Selectie van radiotracers  Productie  Voor- en nadelen van gebruik Isotoopverdunning (IDA) Radio-immuno assay (RIA) en analoge methoden (ELISA)

2 Algemene beschouwingen 1913 (Von Hevesy) 210 Pb als merker voor bodem  plant migratie-studies Merkers –verloop van chemische reactie/fysisch proces volgen –plaats van chemische verbinding/modificatie aanduiden (bvb. in een specifiek orgaan van een levend wezen) Radioactieve merkers –bevatten radionuclide  eenvoudige activiteitsmeting –kwalitatieve informatie: bv. toestand van een systeem –kwantitatieve informatie: concentratiebepaling

3 Voorwaarden voor gebruik Hoofdveronderstellingen –radioactief bestanddeel gedraagt zich op exact dezelfde wijze als niet-actief bestanddeel –geen verstoring van het te bestuderen systeem bvb. door uitgezonden straling, … tracer meestal in kleine hoeveelheden aanwezig Isotoop-effect –meestal weinig belangrijk, maar vele uitzonderingen –radio-isotoop  massa-verschil t.o.v. stabiel isotoop  soms andere reactiesnelheid –Soms ander vibratiegedrag: fund,A-B hangt af van –entropieveranderingen  andere evenwichtskonstanten –combinatie van kinetische/entropische/energetische verschillen

4 Selectie van radiotracers Rekening houden met –fysische/chemische compatibiliteit bv. 125 I of 131 I bij studie van schildklieractiviteit –halfwaardetijd (toediening bij mensen) kort genoeg: meetbare activiteit tijdens experiment lang genoeg: minstens even lang als total duur exp. –stralingstype: vermijden van storingen ( ,  ) –praktische overwegingen: kostprijs, beschikbaarheid (merker, detector)

5 Productie van radiotracers natuurlijk voorkomende: – 3 H, 14 C, Th-, U-isotopen artificiële aanmaak –in nucleaire reactoren /diverse versnellers –(n,  ) reacties   -,  -actieve radionucliden –fissieproducten –uitgebreide reeks commerciële radionucliden

6 Voor- en nadelen Voordelen –verbeteren van de gevoeligheid  gebruik van lage merkerconcentraties (toxiciteit) –minder dure detectieapparatuur (bv. MS) –autoradiografische detectie (bvb. bij gelelectroforese) –vervalproces: niet beïnvloed door T, licht, c i, pH Nadelen –laboratoria: gepaste uitrusting/toelatingen –radioactief afval –inbouw soms duur/tijdrovend

7 Isotoop verdunning (IDA) Principe –specifieke activiteit verandert niet tijdens chemische processen Direct IDA –gekende hoeveelheid (massa) radiotracer y + onbekende hoeveelheid x (inactief) Na afscheiden, zuiver en wegen:

8 Isotoop verdunning (IDA) Voorbeeld: onbekende Co oplossing –toegevoegd: y = 7,5 mg 60 Co in 10 mL, A = 340 cpm –na mengen: Co-neerslag via electrodepositie, –massa Co: m x+y = 10,3 mg, activiteit: a x+y = 178 cpm  Specifieke activiteit van Co: 178 cpm/10,3 mg = 17,3 cpm/mg  massa Co+ 60 Co in neerslag: 340 cpm/17,3 cpm/mg = 19,6 mg  massa Co in neerslag: 19,6 – 7,5 mg = 12,1 mg

9 Toepassingen van IDA Kwantitatieve isolatie is moeilijk/onmogelijk –bvb. bepaling van I - in halogenide-mengsel – 128 I als merker toevoegen –neerslag van halogeniden: I - (H 2 SO 4, MnO 2 ) oxideren tot I 2  I 2 -damp zuivere I 2 -damp condenseert op koud oppervlak –I - bepaling op basis van massa/activiteit condensaat Kwantitatieve isolatie mogelijk maar tijdrovend –bvb. Co in staal (snelle procedure tijdens staalproductie) –oplossen van vloeibaar staal in zuur + toevoegen 60 Co –Electrodepositie  massa/activiteit van Co

10 Toepassingen van IDA Sporenniveau/grote verliezen tijdens analyse –o.a. bij neerslagvorming aan wanden van recipiënten –bvb ppm Sr in mineraalkorrels –toevoegen van Sr-radioisotoop na oplossen/scheiding maakt kwantitatieve bepaling van al het Sr overbodig Enkel gedeeltelijke analyse mogelijk –bvb. bepaling totaal bloedcelvolume patiënt/proefdier –injectie met 52 Fe (t ½ = 8,3 h) of 59 Fe (t ½ = 44,5 d) –na 1 h (evenwichtinstelling): afname 1 mL bloed  Schatting totale Fe-hoeveelheid, totaal bloedcelvolume

11 Stabiele-isotoop IDA Massaspectrometrische isotoopverhouding –oplossing met onbekende hoeveelheid Sr ( m ) –Natuurlijke abundanties: 88 Sr: 82.58%, 84 Sr: 0.56% –toevoegen van 1.0 pg 84 Sr + bepaling van de isotoopverhouding Algemeen geval: binair isotoopmengsel A X/ B X –oorspronkelijk:  A,  B isotoopfracties –spike:  A,  B ; met massa y

12 Radio-immuno assay (RIA) Antigenen en antilichamen –lichaamsvreemde stoffen: antigenen –reactie van immunologisch systeem: anti-lichamen Antilichamen –Immunoglobulinen: IgA, IgM, IgD, IgE, IgG (gamma) –Y-vormige structuur –Specifieke antigen- antilichaam reactie

13 Merking van antilichamen Inbouw van 125 I (  -straler, t ½ = 59,4 d) –ook 3 H, 14 C: vloeibare scintillatiemeting –inbouw in aromatische ringen van aminozuren TyrosineHistidine –chloramine-T iodinatie Zachte oxidatie van 125 I - naar 125 I + Electrofiele additie op aromatische ringen –andere methoden

14 Competitieve RIA Procedure 1.samenbrengen van (serum)staal + reagentia 2.incubatieperiode (Ag-Al +Ag*-Al binding) 3.afscheiding van de Ag-Al + Ag*-Al complexen 4.activiteitsmeting Competitie tussen –te doseren anti-gen: Ag –gemerkte equivalent: Ag*

15 Competitieve RIA Onbekende serum oplossing – te doseren hoeveelheid: C Ag –toegevoegd: C Ag* en C Al (substoichiometrisch) –zelfde affiniteit tussen antilichaam en gewone/gemerkte antigenen –Verhouding gewone/gemerkte complexen

16 RIA calibratiecurven Reeks standaardoplossingen (C Ag ) –met identieke hoeveelheid C Ag*, C Al toegevoegd –substoichiometrische hoeveelheid Al: C Al  [Ag* - Al]+[Ag - Al] –[Ag*]+[Ag] = (C Ag* – [Ag* - Al]) - (C Ag – [Ag - Al])  C Ag* – C Ag + C Al

17 RIA calibratiecurven Schema: verband tussen C Ag en (B/F)

18 Linearisatie v/d calibratiecurve (B/F) vs. log C Ag Logit transformatie: logit(y) = ln[y/(1 - y)]


Download ppt "Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen  Voorwaarden voor gebruik  Selectie van radiotracers  Productie  Voor- en nadelen van gebruik Isotoopverdunning."

Verwante presentaties


Ads door Google