De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Guidea Kenniscentrum Toerisme en Horeca vzw

Verwante presentaties


Presentatie over: "Guidea Kenniscentrum Toerisme en Horeca vzw"— Transcript van de presentatie:

1 Guidea Kenniscentrum Toerisme en Horeca vzw

2 Wie is Guidea?

3 Wie zijn we? Sectorale organisatie: gefinancierd met middelen van de sector zelf (PC 302) VZW Opgericht in 2004 Het kenniscentrum is een initiatief van de sociale partners in de horeca. Nauwe samenwerking met Horeca Vorming Vlaanderen (sectoraal opleidingsfonds) Voorstelling Guidea

4 Onze missie Samen bouwen aan een duurzame tewerkstelling in de horeca in Vlaanderen Als Kenniscentrum van en voor de sector proactief en toekomstgericht een kennisdatabank uitbouwen om de sector te informeren over beleidseffecten, trends, evoluties en competentienoden Voorstelling Guidea

5 Wat doen we? Onderzoek Ontwikkeling tools en hulpmiddelen
Verzamelen en analyse van cijfergegevens Ad hoc onderzoek en projecten Literatuur, beurzen,congressen en seminaries Ontwikkeling tools en hulpmiddelen Infosessies en workshops Netwerking en partnerships Horeca en beleid Voorstelling Guidea

6 Presentatie Burgerschool 29-05-2012

7 Ons team 9 medewerkers 3 onderzoekers 4 deskundigen
1 administratief medewerker 1 directeur Gevestigd in Brugge Werkingsgebied: Vlaanderen Voorstelling Guidea

8 Context en uitdagingen horecasector

9 De horecasector Meerderheid kleinschalige ondernemingen
werknemers (2011) en zelfstandigen (2011) gespreid over ondernemingen (2011) in Vlaanderen Heterogene sector: Ho, Re en Ca Arbeidsintensief karakter met veel aandacht voor vakmanschap Voorstelling Guidea

10 De horecasector Grote diversiteit Belangrijke economische speler
Jongere werknemers Vrouwen Laaggeschoolden Allochtonen Belangrijke economische speler 1,66% bijdrage BBP (Bron: Nationale Bank van België, 2010) Kan niet gedelokaliseerd worden Belangrijke rol in toeristisch aanbod BBP is in kettingeuro’s. Om de volumegroei van het BBP en zijn componenten te meten is het nodig om uit de Waarde-evolutie het effect van de prijsveranderingen te elimineren, door de prijzen ahw “constant” te houden. Voorstelling Guidea

11 Uitdagingen Maatschappelijke uitdagingen:
Steeds sneller veranderende consumentenvoorkeuren Aandacht voor koken en voeding, kritische consumenten Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen Sociale media, ICT, review sites Internationalisering Evoluties op de arbeidsmarkt Demografische evoluties Voorstelling Guidea

12 Uitdagingen Transitieproces:
Nood aan toenemende professionalisering (HR-beleid) Probleem van werkbaarheid Vaak negatieve imago horecasector Rookverbod Geregistreerde kassa (vanaf 2013) Voorstelling Guidea

13 Uitdagingen Competentieontwikkeling
Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Stages en werkplekleren Instroom in de sector Opleiding, vorming en levenslang leren Retentieproblematiek Voorstelling Guidea

14 Een korte schets van de horecasector

15 Ondernemingen

16 Aantal ondernemingen België en gewesten
7% van alle ondernemingen in België (en Vlaanderen) is horeca-onderneming 6 op 10 in Vlaanderen (60%) 3 op 10 in Wallonië (29%) 1 op 10 in Brussel (11%) Verdeling over de gewesten al sinds 2001 gelijk gebleven Vlaanderen 61%  60% (heel kleine daling) Wallonië 29%  29% Brussel 11%  12% bron: Fod Economie –ADSEI, cijfers 31/12/2011

17 Evolutie ondernemingen op lange termijn (2001-2011)
Aantal ondern. in België: t.o.v. 2001: t.o.v. 2005: +838 Aantal ondern. in Vlaanderen: t.o.v. 2001: +675 t.o.v. 2005: +32 Op basis van cijfers die we nu bezitten van de FOD Ondernemingen neemt het aantal ondernemingen toe. (op basis van Graydon lijken ze te dalen) Cijfers kunnen nog altijd licht wijzigen, klein deel van de onderneming sinds 2008 is nog niet toegekend aan een gebied of nace-code. Verloop van de crisis/ BBP: De laatste crisis bestond eigenlijk uit een combinatie van drie crissisen: De bankencrisis (die begon in 2007) De economische crisis (tweede helft 2008) De crisis in hoofde van de consumenten (vanaf eind begin 2009)  vooral deze derde fase heeft gevolgen voor de horeca. In 2010 was er herstel van de crisis, en groeide het BBP opnieuw 2,2% tov 2009. In 2011 was de groei van het BBP iets lager: 2,0% tov 2010. In 2012 lijkt de groei nog verder te vertragen. Wat opvalt is dat de recente crisis in 2008 weinig invloed lijkt te hebben op het aantal ondernemingen. Het aantal blijft in stijgende lijn gaan sinds Dit is in de meeste andere sectoren ook het geval. Enkel van 2007 naar 2008 was er een lichte daling, maar in 2008 is er ook net de wijziging in de nace-bel indeling (cijfers kunnen nog altijd licht wijziging, klein deel van de onderneming sinds 2008 nog niet toegekend). Maar sowieso is de daling maar heel klein. 2007 België Vlaanderen 2008 België Vlaanderen 2009 België Vlaanderen 2010 België Vlaanderen 2011 België Vlaanderen bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12

18 Ondernemingen per subsector
Logies (hotels en andere): België en Vlaanderen 7% Catering: België 9% Vlaanderen 10% Restaurants: België 53% Vlaanderen 52% Drinkgelegenheden: België 31% Vlaanderen 32% Grootste subsector: Restaurants Drinkgelegenheden Catering Wat in deze grafiek verborgen zit is de toename van het aantal B&B  deze zitten in de vakantieverblijven ( (gastenkamers)) En daar is er wel een sterke stijging. België: kampeerterreinen in 2001 = 499 kampeerterreinen in 2011 = 437  continue langzame daling maar bij de gastenkamers heel moeilijk exacte cijfers te geven. Valt voor 2008 samen met andere groepen in ‘overige accommodaties’, en na 2008 stijging van 108 naar 415 (categorie gastenkamers). waarschijnlijk voor een groot deel ook stijging door administratieve wijzigingen. Exacte cijfers moeilijk te zeggen, maar er is een duidelijke stijgin. bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12/2011

19 Kleine ondernemingen Aantal werknemers België Vlaams Gewest 66% 68% _
24% 22% 6% en meer 4% bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12/2011

20 Bestaansduur 51% bestaat minder dan 5 jaar, vooral jonge ondernemingen
14% 19% 18% 20% 13% 16% < 1 jaar 1-2 jaar 3-5 jaar 6-10jaar 11-15jaar > 16 jaar 51% bestaat minder dan 5 jaar, vooral jonge ondernemingen Verdeling in Belgie: <1 jaar : 16% 1-2 jaar : 20% 3-5 jaar : 18% 6-10 jaar : 19% 11-15 jaar : 12% >16 jaar : 15% bron: interne cijfers, situatie in Vlaanderen 2011

21 Evolutie opricht. & stopz. lange termijn (2006-2011)
Oprichtingen Stopzettingen Daling van de oprichtingen ligt vooral bij Vlaanderen. Bij Wallonië en Brussel zelfs een stijging in 2011 t.o.v Crisis is duidelijk zichtbaar bij de oprichtingen in 2008 en Zeker ook bij brussel en wallonië. Maar ook in 2011 is er een daling in de oprichtingen. Er zijn meer oprichtingen dan stopzettingen.  toename in het aantal ondernemingen In absolute aantallen daalt het aantal oprichtingen en daalt het aantal schrappingen. Als het verschil berekent wordt, merken we dat er meer oprichtingen zijn dan schrappingen Dat verklaart waarom het aantal ondernemingen toch stijgt terwijl het aantal oprichtingen en schrappingen daalt. (de berekening is gemaakt in een apart tabblad in het document “ondernemingen-oprichtingen-schrappingen”) oprichtingen dalen stopzettingen dalen # oprichtingen > # stopzettingen bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12

22 Evolutie faillissementen lange termijn (2001-2011)
Aantal faillissementen in België: t.o.v. 2001: +830 of 72% t.o.v. 2005: +594 of 43% Aantal faillissementen in Vlaanderen: t.o.v. 2001: +445 of 75% t.o.v. 2005: +284 of 37% Piek in faillissementen in 2009 (crisis-jaar), en dit in bijna alle sectoren. In 2010 is er een stagnatie in het aantal faillissementen. Maar in 2011 is er opnieuw een verdere stijging. Stijging bij de faillissementen maar het aantal stopzettingen daalt. bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12

23 Werknemers

24 Aantal werknemers België en gewesten
België: wn’s 4% van alle werknemers in België (en Vlaanderen) werken in de horecasector 56% werkt in Vlaanderen 22% werkt in Wallonië 23% werkt in Brussel bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06/2011

25 Evolutie wn’s op lange termijn (2001-2011)
Aantal werknemers in België t.o.v. 2001: t.o.v. 2006: 2009 = crisisjaar (knik in alle sectoren) Aantal werknemers in Vlaanderen: t.o.v. 2001: t.o.v. 2006: +344 Er is een knik in 2009 maar is terug te vinden in alle sectoren. bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

26 Werknemers per subsector
Logies (hotels en andere): België 18% Vlaanderen 17% Catering: België 14% Vlaanderen 12% Restaurants: België 56% Vlaanderen 58% Drinkgelegenheden: België 12% Vlaanderen 14% bron: Fod Economie – ADSEI, cijfers op 31/12/2011, situatie in Vlaanderen RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06/2012

27 Allochtone werknemers
Nationaliteit: Definitie van allochtoon is hier “niet belgische nationaliteit hebben” niet de Belgische nationaliteit heeft (som EU27 en niet-EU) Gemiddeld over alle sectoren 5% allochtoon versus 95% belg Cijfer met voorzichtigheid interpreteren. In 2011 stijgt het aandeel loontrekkende werknemers zonder Belgische nationaliteit naar 20%. In 2010 heeft 88% van de loontrekkende werknemers in de horecasector de Belgische nationaliteit. 12% is niet-Belg: 6% heeft de nationaliteit van een land dat tot de Europese Unie behoort. 6% heeft de nationaliteit van een land dat niet tot de Europese Unie behoort. In 2011 is de verdeling 9% versus 11%. Meer allochtonen tewerkgesteld dan in andere sectoren. Bron: Fod Economie, EAK , Vlaanderen

28 Geslacht Evolutie naar 50-50 verdeling
Gem. alle sectoren Vlaanderen: 56% mannen 54% vrouwen Vrouwen werken vaker deeltijds (6 op 10 vrouwen versus 4 op 10 mannen) Geslacht: In vergelijking tot het gemiddelde van alle sectoren, heeft de horeca een groter aandeel vrouwen in dienst. In Vlaanderen nog iets meer vrouwen dan mannen, maar er is al een paar jaar een evolutie naar een fifthy-fifthy verdeling. Op nationaal niveau is die fifthy-fifthy verdeling er al. Vrouwen werken vaker deeltijds: Uit de EAK blijkt dat het aandeel mannen dat aangeeft 30 uren of meer te werken per week beduidend hoger ligt dan het aandeel vrouwen: 73% mannen tov 46% vrouwen (zie desk diversiteit). Ook bij de RSZ wordt dit bevestigd (Vlaanderen 2011): meer vrouwen werken deeltijds: 41% mannen tov 59% vrouwen. Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

29 Leeftijd Horeca Alle sectoren Evolutie 50+ : 16% naar 18% (2008-2011)
Gem. alle sectoren Vlaanderen: Minder ouderen: Minder jaar en minder 50+ (horeca 39% versus alle sectoren 53%) Meer jongeren: Meer <20 jaar en meer jaar (horeca 39% versus alle sectoren 22%) Verdeling leeftijdscategorieën België over alle sectoren heen. <20 jaar=  1% 20-29 jaar =  21% 30-39 jaar =  26% 40-49 jaar =  28% 50-64 jaar =  24% >64 jaar =  1% Totaal =  100% HorecaBelgië <20 jaar=  6% 20-29 jaar =  32% 30-39 jaar =  24% 40-49 jaar =  21% 50-64 jaar =  16% >64 jaar =  1% Totaal =  100% Evolutie 50+ : 16% naar 18% ( ) Bron: RSZ, unieke werknemers, situatie op 30/06/2011 in Vlaanderen

30 Opleidingsniveau Alle sectoren Horeca Laag geschoolden Hoog
Laaggeschoolden betekent geen diploma, of diploma lager algemeen secundair onderwijs (1ste en 2de graad). Laag alle sectoren 20% Midden alle sectoren 43% Hoog alle sectoren 37% Het aandeel laaggeschoolde horecawerknemers is hoger dan het gemiddelde over alle sectoren (29% t.o.v. 20% gemiddeld). De horeca is dus één van de sectoren met een groot aantal laaggeschoolden. Het percentage hooggeschoolde horecawerknemers is lager dan het gemiddelde over alle sectoren (15% t.o.v. 37% gemiddeld). Midden geschoolden Midden geschoolden bron: Fod Economie, EAK 2011, Vlaanderen

31 Werknemers per regime 15% specialen/extra’s: mannen: 15% België: 10%
vrouwen: 16% België: 10% 51% deeltijds: mannen: 41% vrouwen: 59% België: 53% 34% voltijds: mannen: 44% vrouwen: 25% België: 37% In Vlaanderen: Meer extra’s Minder voltijds en deeltijds Naar geslacht: Mannen minder deeltijds, meer voltijds Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06/2011 in Vlaanderen

32 Dynamiek bij werknemers
Interne mobiliteitsgraad werknemers: 14,5% (5,4%) Instroomgraad werknemers: 28,5% (16,2%) Uitstroomgraad werknemers: 30,3% Opgelet: het gaat hier om cijfers van 1/3de instroom en 1/3de uitstroom. Instroom: in de leeftijdscategorie van de jongeren is de instroom ook hoger in de horeca dan in de andere sectoren (50% in horeca, 44,3% in andere sectoren). Maar ligt ook nog hoog in andere sectoren  afgestudeerden stromen in. Uitstroom: ook veel grotere uitstroom van jongeren: 48,1% in de horeca versus 34,6% in andere sectoren. Uitstroom naar ander paritair comité, naar uitzendwerk, naar zelfstandig statuut en naar werkloosheid. Bron: Departement WSE, afbakening volgens paritair comité,

33 Zelfstandigen

34 Aantal zelfstandigen België en gewesten
Evolutie verdeling over de gewesten: Vlaanderen: in 2003: 62% en in 2011: 64% Wallonië: in 2003: 31% en in 2011: 30% Brussel: in 2003: 7% en in 2011: 6% 4% van alle zelfstandigen in België (en Vlaanderen) is actief in de horecasector 6 op 10 in Vlaanderen (64%) 3 op 10 in Wallonië (30%) 1 op 10 in Brussel (6%) bron: RSVZ, beroepencode 407, situatie in 2011

35 Evolutie zelfstandigen op lange termijn (2003-2011)
Aantal zelfstandigen in België 2003 tot 2008: 2008 tot 2011: Aantal zelfstandigen in Vlaanderen: 2003 tot 2008: -885 2008 tot 2011: bron: RSVZ, beroepencode 407

36 Evolutie starters & stoppers lange termijn (2003-2011)
Toch wel schommeld aantal starters en stoppers. In de crisisjaren 2008 en 2009: lager aantal starters, maar toch alweer een toename in 2009. Vooral een piek bij de starters in 2010. Een trendlijn zou vrij lineair zijn. Bij de stoppers is er nochtans ook een grote daling in 2008 en 2009, groter aantal stoppers in 2010 en 2011. bron: RSVZ, beroepencode 407

37 Contact

38 Hoe kan je ons bereiken? Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw
Site Oud Sint-Jan Mariastraat 38, 8000 Brugge +32 (0) Facebook: Guidea Voorstelling Guidea

39


Download ppt "Guidea Kenniscentrum Toerisme en Horeca vzw"

Verwante presentaties


Ads door Google