De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

FACTSHEETS BAS JACOBS NACHT VAN DE ECONOMIE ROTTERDAM, 5 JUNI 2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "FACTSHEETS BAS JACOBS NACHT VAN DE ECONOMIE ROTTERDAM, 5 JUNI 2014."— Transcript van de presentatie:

1 FACTSHEETS BAS JACOBS NACHT VAN DE ECONOMIE ROTTERDAM, 5 JUNI 2014

2 ZG. ‘STIMULERINGSPAKKETTEN’ 2009, 2010  Begrotingssaldo  2008: 0,5% bbp  2009: -5,6% bbp  2010: -5,1% bbp  Crisispakketten Balkenende-IV  2009: 0,7% bbp  2010: 0,5% bbp  2011: -0,5% bbp  Conclusie: grootste stimulans was automatische stabilisatie en ‘noemereffect’ Bron: CPB (2011), Effecten StimuleringspakketEffecten Stimuleringspakket

3 BEZUINIGINGEN EN LASTENVERZWARINGEN Cumulatieve lastenverzwaringen en uitgavenbeperkingen (miljarden euro) LastenverzwaringUitgavenbeperkingTotaal Afbouw stimuleringspakket Balkenende- IV033 Aanvullend beleidsakkoord022 Kabinet Rutte-Verhagen71319 Begrotingsakkoord729 Kabinet Rutte-Asscher miljardpakket246 Totaal Aandeel39%61%100% Bron: Wim Suyker (2014), "Tekortreducerende maatregelen "Tekortreducerende maatregelen MEV2014-versie"

4 BEZUINIGINGEN EN LASTENVERZWARINGEN Bron: Wim Suyker (2014), "Tekortreducerende maatregelen "Tekortreducerende maatregelen MEV2014-versie"

5 REËLE UITGAVEN EN INKOMSTEN OVERHEID Bron: CPB (CEP, 2014)CEP, 2014

6 AUSTERITEIT IN NEDERLAND SINDS 2010 Bron: CPB (CEP, 2014) en OESO (2014)CEP, 2014OESO (2014)

7 EXPANSIEF BELEID?  Overheidsuitgaven nominaal 10% gestegen,  Reëel is overheidsaandeel gegroeid met 4% (deflator prijsindex overheidsbestedingen)  Overheidsaandeel in bbp 5% gestegen  Maar gecorrigeerd voor de output-gap is het bbp-aandeel van overheid gelijk gebleven over de hele periode  aanvankelijke oploop volledig teniet gedaan door bezuinigingen daarna  Conclusie: tot 2010 expansief, daarna restrectief beleid

8 KOSTEN BBP VERLIES DOOR AUSTERITEIT  Noot: zeer ruwe indicatie  45 mrd tekorteductie  Multiplier = 0.5 => 23 mrd = 3,8% bbp  Multiplier = 0.75 => 34 mrd = 5,6% bbp  Multiplier = 1 => 45 mrd = 7,5% bbp  :  7,5% bbp aan tekortreducerende maatregelen  2,2% bbp feitelijke (geraamde) reductie begrotingstekort  5,3% bbp weglek => 70% uitverdieneffect als economie alleen door tekortreductie zou vertragen/krimpen

9 OVERHEID HEEFT OOK VERMOGEN  EMU-schuld 2014: 74,5% bpp (CPB, 2013)  Netto overheidsvermogen: +41% bbp (CPB, 2013)  Kosten vergrijzing (zorg, AOW)  Pensioenvermogen per 1 april 2013 = 960 mld (DNB, Bulletin, 27/8 2013)  Belastingclaim voor overheid Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuldDe naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld

10 STAATSBALANS VOOR NEDERLAND (2013) Bezittingen  Kapitaalgoederenvoorraad: 64% bbp  Financiële activa: 27% bbp  Gasvoorraad: 22% bbp Totaal activa: 112% bbp  PM Belastingclaim pensioen: ca. 63% bbp Schulden  Staatsschuld: 74,5% bbp Totaal passiva: 74,5% bbp  PM Latente verplichtingen vergrijzing (AOW, zorg)  PM garanties Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuldDe naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld

11 GEEN PROBLEEM MEER MET HOUDBAARHEID  Tijdens grootste crisis sinds 80 jaar realiseert NL houdbaarheidsoverschot  AOW-leeftijd, HRA, hervorming zorg  Nb. structureel EMU tekort in 2014: ca. -1,7% bbp  Vgl. VS structureel begrotingstekort 2014: -1% bbp (CBO, 2013)  Twee kanttekeningen bij CPB houdbaarheidssommen:  Zorguitgaven groeien sneller  Financiële sector Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuldDe naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld

12 HOUDBAARHEIDSOVERSCHOT: CA. 1,2% BBP  Houdbaarheidsoverschot na Rutte-2: 1,0% bbp  Bij geraamd structureel EMU-saldo 2014/2017: -1,4%/-1,4%  Dus: houdbaar structureel EMU-saldo 2014/2017 na verwerking Rutte-2: -2,4%/-2,4% bbp (EC-methode)  Nb. Aanname geen verandering in rentelasten&baten/gasbaten (verandering robuust EMU-saldo = verandering structureel EMU- saldo)  CEP (2014) raamt structureel EMU-saldo 2014 (EC-methode): -1,2%  0,2% bbp verbetering t.o.v. regeerakkoord  Conclusie: houdbaarheidsoverschot thans ca. 1,2% bbp Bronnen: CPB (2012), Actualisatie Effecten Financieel Kader RegeerakkoordActualisatie Effecten Financieel Kader Regeerakkoord CPB (2014), Centraal Economisch PlanCentraal Economisch Plan

13 LAGERE GROEI SLECHT VOOR OVERHEIDSFINANCIËN? NIET CORRECT  Klaas Knot e.v.a.: lagere groei, dus nu bezuinigen  Lagere groei door vergrijzing al in houdbaarheidssommen  Correcte waarde van netto schuld/bezit nemen  Nederland heeft positief netto overheidsvermogen, geen netto overheidsschuld  Zie ook positief houdbaarheidssaldo!  Netto overheidsvermogen positief ondanks uitstaande staatsschuld door claim pensioenen en aardgasvermogen  Bij positief overheidsvermogen is lagere groei goed voor de overheidsfinancien  Reden: uitgaven dalen bij lagere groei sneller dan de inkomsten  Houdbaarheidstekort daalt met ca. 1,2% als groei met 1% daalt Bron: CPB (2010), Vergrijzing VerdeeldVergrijzing Verdeeld

14 GROEI OP LANGE TERMIJN  Van Ark en De Jong (1996): gemiddelde groei TFP 1913– 1994 = 1,6 procent per jaar Van Ark en De Jong (1996)  CPB (2010): 1,7 procent per jaar productiviteitsgroei CPB (2010)

15 RAMING ECONOMISCHE GROEI Bron: CPB (CEP, 2014)CEP, 2014

16 ECONOMISCHE GROEI INTERNATIONALE VERGELIJKING

17 HISTORISCHE VERGELIJKING: NEDERLAND GROEIT LANGZAMER DAN IN JAREN 30 Bron: CPB (CEP, 2014) en CBS (Statline)CEP, 2014Statline

18 VOORSPELFOUTEN ECONOMISCHE GROEI CPB Bron: GeenStijl (2013)GeenStijl (2013)

19 BEZETTINGSGRADEN Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

20 OUTPUT GAPS (% BBP) Bron: OESO (2014)OESO (2014)

21 OUTPUTVERLIES TEN OPZICHTE VAN TREND Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

22 PERMANENT OUTPUTVERLIES ONGEVEER 10% BBP  Als totaal outputverlies 16,5% is bij trendgroei van 2% en outputgap van 4,5% dan is permanent outputverlies 11% bbp  Ball (2014): permanent outputverlies NL 9% bbp Ball (2014):  Trendmatige groei potentiële productie 2,1%

23 WERKLOOSHEID Bron: CBS Statline (2014)CBS Statline

24 RENTEUITGAVEN OVERHEIDSSCHULD Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan, bijlage 9.

25 RENTEVOETEN BEREIKEN HISTORISCHE DIEPTEPUNTEN Bron: DNB (2014)DNB (2014)

26 RENTESTANDEN LAGER DAN OOIT SINDS 1517 Bron: Deutsche Bank (2012)Deutsche Bank (2012)

27 OVERHEID GEEFT 3 MRD PER JAAR MINDER UIT AAN RENTE STAATSSCHULD SINDS 2008  2008:  EMU-schuld: 58,5% bbp  Rentelasten 2,2% bbp = 13,5 mrd euro  2013:  EMU-schuld: 74,3% bbp  Rentelasten: 1,8% bbp = 10,4 mrd euro Bron: CBS (2014), CPB (2014, CEP)CBS (2014)

28 RENTEUITGAVEN HISTORISCH DIEPTEPUNT Bron: CPB (2006)CPB (2006)

29 OVERSCHOT LOPENDE REKENING Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan

30 KOSTEN LAGE GROEI GROTER DAN KOSTEN OPLOPEN TEKORT  DeLong en Summers (2012): verhoog tekort 1 jaar DeLong en Summers  Multipliereffect: meer bestedingen jaar 1  Hysterese-effect: outputwinst structureel  Hogere rentelasten, leiden mogelijk tot hogere verstorende belastingen  Wanneer leidt hoger tekort niet tot hogere staatsschuldquote?  rk = g + hmt/(1 – mt)  rk kritieke waarde is voor de rente op staatsschuld  g langetermijngroeivoet van de economie  h hysteresecoëfficient  t marginale belastingquote in de economie  Wanneer kost hoger tekort samenleving meer dan het oplevert?  mk = u/[1 + ut + h(1 + ut)/(r – g)]  mk: kritieke begrotingsmultiplier waar beneden een groter tekort maatschappelijk meer kost dan oplevert  u welvaartsverlies hogere belastingdruk (u = 40%)

31 HOGER TEKORT LEIDT NIET TOT HOGERE STAATSSCHULD EN IS MAATSCHAPPELIJK GEWENST Bron: Jacobs (2013), Nederlands Begrotingsbeleid Kost meer dan het OplevertNederlands Begrotingsbeleid Kost meer dan het Oplevert

32 MULTIPLIERS NU GROTER DAN IN NORMALE TIJDEN  Liquiditeitsbeperkingen, huishoudens onder water met hypotheek  Nulgrens beleidsrente ECB  Synchrone bezuinigingen  Niet als overheid ook in problemen zit, zie ook Van der Kwaak en Van Wijnbergen (2013)Van der Kwaak en Van Wijnbergen (2013)  Hogere rentelasten overheid verhogen kapitaalkosten banken - > minder kredietverlening  Relevant voor periferie in Europa, niet Nederland

33 OVERZICHT MULTIPLIERSTUDIES OPEN ECONOMIEËN Bron: Jacobs (2013) zie daar ook voor referentiesJacobs (2013)

34 MULTIPLIERSTUDIES  Blanchard, Olivier en D. Leigh (2013), “Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers”, IMF Working Paper Series WP/13/1, Washington-DC: IMF.“Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers”  Christiano, L., M. Eichenbaum en S. Rebelo (2011), “When Is the Government Spending Multiplier Large?”, Journal of Political Economy, 119, When Is the Government Spending Multiplier Large?  Leeper, E.M., N. Traum en T.B. Walker (2011), “Clearing up the Fiscal Multiplier Morass”, NBER Working Paper No , Cambridge-MA: NBER.Clearing up the Fiscal Multiplier Morass  Ramey, Valerie A. (2011),“Can Government Purchases Stimulate the Economy?”, Journal of Economic Literature, 49, (3), Can Government Purchases Stimulate the Economy?  Romer, C.D., (2011), “What Do We Know about the Effects of Fiscal Policy? Separating Evidence from Ideology”, speech Hamilton College November 7, 2011.What Do We Know about the Effects of Fiscal Policy? Separating Evidence from Ideology  Woodford, M., (2011), “Revisiting fiscal multipliers, Simple Analytics of the Government Expenditure Multiplier”, American Economic Journal: Macroeconomics, 3, (1), 1-35.Revisiting fiscal multipliers, Simple Analytics of the Government Expenditure Multiplier  Zie voor veel meer referenties ook het overzicht bij het CPB:

35 BALANCED BUDGET MULTIPLIER  1e jaars tekstboek, gesloten economie, lump-sum belasting:  Bestedingsmultiplier = 1/s, s = spaarquote  Belastingmultiplier = -(1- s)/s  Balanced-budget multiplier = 1  Intuitie: deel belastingverlaging wordt gespaard, niet zo bij uitgavenverhoging  CPB (2011) Varianten Saffier II, AchtergronddocumentVarianten Saffier II, Achtergronddocument  belastingmultiplier ca -0.4  bestedingsmultiplier ca. 0.9  balanced budget multiplier = ca. 0.5  Wren-Lewis, S. (2012), “One is the magic number”, Mainly Macro.One is the magic number  Jacobs. B (2013), “Alles lekt weg naar het buitenland, toch?”, ESB Blog.Alles lekt weg naar het buitenland, toch?

36 NIET ALLES LEKT WEG NAAR HET BUITENLAND  Hoe opener de economie, hoe groter ‘invoerlek’  NL invoerquote ongeschoond: 74% bbp  Hoog door wederuitvoer (‘overslag-effect Rotterdam’)  Hoog door invoer van intermediaire goederen in uitvoer  Netto invoerquote gemmiddeld = 26% bbp (CPB, 2013)  Marginaal = 35-55% (CPB, 2013)  Multiplierstudies laten geen grote verschillen zien tussen grote en kleine landen  Conclusie: invoerlek is wat groter in kleine landen, maar wordt overdreven door tegenstanders van anti-cyclisch begrotingsbeleid Bron: Jacobs (2013) en CPB (CEP, 2013)Jacobs (2013)CPB (CEP, 2013)

37 OVERHEID NAAR 40% BBP?  Caveat: zeer ruwe benadering  Constante aanbodelasticteit e  Marginale druk t  Marginaal dood gewicht: MEB = t/(1 – t)e  Gemiddeld dood gewicht: AEB = -e(ln(1 – t) + t)  NL: t = 54%, e = 0,5 (empirissch hoog): MEB = 58%, AEB = 15%  Stel t = 44%: MEB 40% en AEB = 10%  Welvaarstwinst lagere belastingen 5% bbp  Welvaartsverlies kleinere overheid genegeerd  Structurele outputverlies 2x welvaartswinst van lagere belastingen bij verkleining overheid naar 40% bbp Referentie: Jacobs, B. (2008), De Prijs van Gelijkheid, Amsterdam: Bert Bakker

38 HET PROBLEEM: PRIVATE SCHULDEN Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuldDe naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld

39 HET PROBLEEM: PRIVATE SCHULDEN Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuldDe naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld

40 CONSUMPTIE DAALT TUSSEN VRIJE BESPARINGEN ALTIJD NEGATIEF Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

41 INVESTERINGEN LAAG, MAAR HERSTELLEN ZICH Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

42 WERELDHANDELSGROEI HERSTELT ZICH GELEIDELIJK… Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

43 … MAAR WERELDHANDELSGROEI VALT TERUG Bron: CPB (2014)CPB (2014)

44 LEVERAGE RATIO NL BANKEN LAAG Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

45 KREDIETVOORWAARDEN MKB SCHERP Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

46 KREDIETVERLENING NL BANKEN KRIMPT Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

47 HERKAPITALISATIES: VS VS. EUROGEBIED “De ervaring met het Amerikaanse Supervisory Capital Assessment Program (SCAP), dat in 2009 door de Amerikaanse toezichthouder werd uitgevoerd om de soliditeit van de bankensector te testen, leert dat kapitaalemissies ook mogelijk zijn in moeilijke marktomstandigheden (grafiek 4). De hieraan deelnemende banken vulden vrijwel het gehele kapitaaltekort dat was vastgesteld met private middelen op (USD 179 miljard, ofwel 97 procent van het totaal).” DNB Bron: DNB (2013)

48 WAAROM BANKEN VEEL MEER EIGEN VERMOGEN MOETEN HEBBEN  Admati, Anat and Martin Hellwig (2013), The Banker’s New Clothes, Princeton University Press.The Banker’s New Clothes  Admati, Anat and Martin Hellwig (2013), “The Parade of the Banker’s New Clothes Continues”, mimeo.The Parade of the Banker’s New Clothes Continues

49 NETTO PENSIOENBESPARINGEN (% TOTALE CONSUMPTIE) Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan

50 SUMMERS: SECULAIRE STAGNATIE IN NL?  Besparingen hoog  Vergrijzing: groot aanbod pensioenbesparingen? Ja  Balansherstel na financiële crisis? Ja  Vermogensongelijkheid sterk toegenomen? Nee  Voorzorgsbesparingen gestegen? Onduidelijk, waarschijnlijk  Deflatiegevaar? Ja  Investeringen laag  Vergrijzing: krimpende vraag investeringsgoederen? ja  Prijzen investeringsgoederen gedaald? Ja  Kosten krediet hoog? Ja  Overcapaciteit? Ja  Deflatiegevaar? Ja

51 ONTSNAPPING SECULAIRE STAGNATIE NIET GOED MOGELIJK  Begrotingsbeleid in de klem door Brusselse afspraken  geen anti-cyclisch begrotingsbeleid  geen overheidsinvesteringen (ondanks recordlage rentes)  Standaard monetair beleid niet langer effectief  beleidsrente nul  Onconventioneel monetair beleid afgewezen  kwantitatieve verruiming nu niet mogelijk  forward guidance via hogere inflatiedoelstelling  Zie ook speech Draghi 5 juni  Monetaire transmissiekanaal stuk  banken zwak

52 REFERENTIES ECONOMIE LIQUIDITEITSVAL  Christiano, L., M. Eichenbaum en S. Rebelo (2011), “When Is the Government Spending Multiplier Large?”, Journal of Political Economy, 119, When Is the Government Spending Multiplier Large?  Eggertsson, G. (2010), “What Fiscal Policy Is Effective at Zero Interest Rates?” NBER Macroeconomics Annuals, 25, What Fiscal Policy Is Effective at Zero Interest Rates?  Eggertsson, Gauti, and Paul Krugman (2012), “Debt, Deleveraging and the Liquidity Trap: A Fisher- Minsky-Koo Approach”, Quarterly Journal of Economics, 127, 1469–1513.Debt, Deleveraging and the Liquidity Trap: A Fisher- Minsky-Koo Approach  Eggertson, G. en M. Woodford (2006), “Optimal Monetary and Fiscal Policy in a Liquidity Trap”, in Richard H. Clarida, Jeffrey Frankel, Francesco Giavazzi en Kenneth D. West (eds) NBER International Seminar on Macroeconomics 2004, Cambridge-MA: MIT Press, 75 – 144.Optimal Monetary and Fiscal Policy in a Liquidity Trap  Krugman, Paul (1998), “It’s Baaack: Japan’s Slump and the Return of the Liquidity Trap”, Brookings Papers on Economic Activity, 2, It’s Baaack: Japan’s Slump and the Return of the Liquidity Trap  Svensson, L. (2003), “Escaping from a Liquidity Trap and Deflation: The Foolproof Way and Others”, Journal of Economic Perspectives, 17, (4), Escaping from a Liquidity Trap and Deflation: The Foolproof Way and Others  Woodford, M. (2012), “Methods of Policy Accomodation at the Interest-Rate Lower Bound”, presented at Jackson Hole Symposium, August 2012.Methods of Policy Accomodation at the Interest-Rate Lower Bound  Werning, I. (2012), “Managing a Liquidity Trap: Monetary and Fiscal Policy”, mimeo, MIT.Managing a Liquidity Trap: Monetary and Fiscal Policy

53 GROEI GELDHOEVEELHEID EUROZONE DAALT Bron: ECB (2014)ECB (2014)

54 STERKE DESINFLATIE, DEFLATIE OP DE LOER Bron: ECB (2014)ECB (2014)

55 JAPANSE TOESTANDEN? Bron: Financial Times (2014)

56 INKOMENSONGELIJKHEID HUISHOUDENS Bron: CBS (2014)CBS (2014)

57 INKOMENSVERSCHILLEN (GINI) Bron: CBS (2014)CBS (2014)

58 TOPINKOMENS IN NEDERLAND Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)

59 INKOMENSONGELIJKHEID: TOP 1% Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)

60 INKOMENSGRENZEN TOPINKOMENS 2010  Individueel inkomen  Top 10%: euro  Top 5% euro  Top 1% euro  Top 0,5% euro  Top 0,1% euro  Huishoudinkomen:  Top 10%: euro  Top 5%: euro  Top 1%: euro  Top 0,5%: euro  Top 0,1%: euro Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)

61 GEEN RELATIE TUSSEN TOPTARIEF EN INKOMENSAANDEEL TOP 1% Bron: Jacobs (2013)Jacobs (2013)

62 INKOMENSCONCENTRATIE AAN DE TOP INTERNATIONALE VERGELIJKING MET PARETO PARAMETER Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)

63 VERMOGENSONGELIJKHEID NEDERLAND

64 VERGELIJKING NEDERLAND VS  Top 1% inkomen:  NL, 2012: 6,3%  VS, 2012: 19,3% (incl. kapitaalwinsten 22,5%)  Top 10% inkomen:  NL, 2012: 30,9%  VS, 2012: 48,2% (incl. kapitaalwinsten 50,4%) Bron: World Top Incomes Database (2014)World Top Incomes Database (2014)

65 HUIZENPRIJZEN 28% REËEL GEDAALD Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

66 HUIZENTRANSACTIES Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014Centraal Economisch Plan 2014

67 DEKKINGSGRADEN (2007K1-2013K2) Bron: DNB (2013)DNB (2013)

68 PENSIOENPREMIES STIJGEN Bron: CPB MEV 2013CPB

69 REINHART EN ROGOFF: THIS TIME IS DIFFERENT  R&R: Financiële crisis lossen alleen op door herverdeling van vermogen  inflatie  wanbetaling  financiële repressie  (devaluatie, niet mogelijk bij euro)  Crediteuren moeten onvermijdelijke verliezen nemen  banken (sanering/herkapitalisatie)  overheden (Griekenland)  Spaarders gaan betalen voor leners  Rendementen pensioenfondsen onder druk

70 REINHART AND ROGOFF – GROWTH IN A TIME OF DEBT  Reinhart, C. M., and K. S. Rogoff (2010), “Growth in a Time of Debt”, American Economic Review: Papers & Proceedings, 100, 573–578.Growth in a Time of Debt  Reinhart, Carmen M., Vincent R. Reinhart, and Kenneth S. Rogoff (2012). “Public Debt Overhangs: Advanced-Economy Episodes since 1800”, Journal of Economic Perspectives, 26 (3), Public Debt Overhangs: Advanced-Economy Episodes since 1800  Probleem: 90% schuldgrens bestaat toch niet  Herndon T, M. Ash and R. Pollin (2013), “Does High Public Debt Consistently Stiffle Economic Growth? A Critique of Reinhart and Rogoff”Does High Public Debt Consistently Stiffle Economic Growth? A Critique of Reinhart and Rogoff

71 R&R’S 90% SCHULDGRENS BESTAAT NIET Bron: Dube (2013)Dube (2013)

72 CAUSALITEIT VAN GROEI NAAR SCHULD  Reinhart en Rogoff: hoge schuld -> minder groei?  Hoge schuld = hoge toekomstige belastingen, inflatie, devaluatie en financiële repressie  Maar minder groei -> hoge schuld  Minder groei = minder belastinginkomsten, hogere uitgaven uitkeringen  Empirie: causaliteit loopt van groei naar schuld  Dube (2013), “Reinhart/Rogoff and Growth in a Time Before Debt”, New Next Deal, Blog.Reinhart/Rogoff and Growth in a Time Before Debt  Lof and Malinen (2014), “Does sovereign debt weaken economic growth? A Panel VAR analysis”, Economics Letters, 122/3, Does sovereign debt weaken economic growth? A Panel VAR analysis

73 VERGELIJKING NEDERLAND EN VS Bron: IMF (2014) World Economic Outlook DatabaseWorld Economic Outlook Database


Download ppt "FACTSHEETS BAS JACOBS NACHT VAN DE ECONOMIE ROTTERDAM, 5 JUNI 2014."

Verwante presentaties


Ads door Google