De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De inhoud van dit thema: 1-1 1.2Weerstand 1.3Ziektekiemen 1.4Voorkom besmetting 1.5Hygiënisch werken 1.6Tips voor de praktijk.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De inhoud van dit thema: 1-1 1.2Weerstand 1.3Ziektekiemen 1.4Voorkom besmetting 1.5Hygiënisch werken 1.6Tips voor de praktijk."— Transcript van de presentatie:

1 De inhoud van dit thema: Weerstand 1.3Ziektekiemen 1.4Voorkom besmetting 1.5Hygiënisch werken 1.6Tips voor de praktijk

2 Weerstand krijg je door: 1-2 gezonde voeding voldoende nachtrust voldoende beweging

3 Overbrengen van ziektekiemen van de ene mens op de andere noemen we ook wel: 1-3 besmetten aansteken

4 Ziektekiemen voelen zich lekker bij: 1-4 vocht vuil warmte

5 Hygiënisch werken is: 1-5 voorkomen dat je ziektekiemen overbrengt voorkomen dat ziektekiemen kunnen groeien in de omgeving van de zorgvrager

6 Ziektekiemen verwijderen: 1-6 luchten schoonmaken ontsmetten

7 De inhoud van dit thema: Zorg dat je schoon bent 2.3Handen wassen 2.4Tips voor de praktijk

8 Punten die van belang zijn: 2-2 ga iedere dag onder de douche trek iedere dag schoon ondergoed aan trek iedere dag een schoon shirt aan draag goed wasbare bovenkleding als je een uniform moet dragen, trek dan iedere dag een schoon aan draag schone schoenen en sokken of kousen zorg voor een schoon gebit: -poets je tanden twee keer per dag -ga op zijn minst een keer per jaar naar de tandarts voor controle

9 De inhoud van dit thema: Beroepscode of gedragscode 3.3 Beroepsgeheim 3.4 Beroepshouding 3.5 Tips voor de praktijk

10 Beroepsgeheim is: 3-2 niet praten over zorgvragers met mensen buiten de instelling met niemand praten over geheimen van zorgvragers

11 Een goede beroepshouding bestaat uit: 3-3 respect eerlijkheid betrouwbaarheid

12 De inhoud van dit thema: Doelen en diensten 4.3Cliënten van de thuiszorg 4.4Tips voor de praktijk

13 Doelen van thuiszorg: 4-2 de cliënt woont langer zelfstandig de cliënt heeft zijn zelfstandigheid terug gewonnen

14 Diensten van de thuiszorg: 4-3 verpleging verzorging kraamzorg jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) huishoudelijk werk uitleen van hulpmiddelen informatie en voorlichting

15 Doelen van welzijnsinstellingen voor ouderen zijn: 4-4 langer zelfstandig blijven wonen beter en meer aan de maatschappij meedoen

16 De instellingen doen dat door: 4-5 dagopvang maaltijdverzorging vervoer informatie en voorlichting

17 Cliënten in de thuiszorg: 4-6 gezinnen verstandelijk gehandicapten lichamelijk gehandicapten en zieken zintuiglijk gehandicapten (blinden, doven) ouderen lichamelijk zieken die verpleeghuiszorg nodig hebben dementerenden die verpleeghuiszorg nodig hebben

18 De inhoud van dit thema: Wat doet de ouderenzorg? 5.3Zorgvragers in de ouderenzorg 5.4Tips voor de praktijk

19 Doelen van ouderenzorg: 5-2 ouderen zijn zo zelfstandig mogelijk en nemen zelfstandig beslissingen over hun eigen leven ouderen hebben een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven

20 Diensten van verzorgings- en verpleeghuizen: 5-3 verpleging en verzorging informatie activiteiten begeleiding ondersteunende diensten huishoudelijk werk

21 De taken van een zorghulp in een verzorgings- of verpleeghuis: 5-4 bedden opmaken en verschonen opruimen schoonmaken maaltijden klaarzetten maaltijden rondbrengen koffie en thee zetten en andere dranken klaarmaken koffie, thee en andere dranken rondbrengen afruimen afwassen / afwasmachine gebruiken sociaal contact onderhouden

22 Verschil in opnames: 5-5 permanente opname tijdelijke opname dagopvang dagbehandeling

23 Doelen van dagopvang: 5-6 zorgvragers hebben meer zelfvertrouwen voelen zich minder eenzaam hebben meer sociale contacten kunnen langer zelfstandig wonen door de dagopvang zijn de taken van mantelzorgers minder zwaar

24 Twee soorten dagbehandeling: 5-7 somatische dagbehandeling psychogeriatrische dagbehandeling

25 Je taken als zorghulp in de dagopvang of de dagbehandeling zijn vooral: 5-8 zorg voor de broodmaaltijden koffie en thee zetten en andere dranken klaarmaken afruimen opruimen afwassen activiteiten met zorgvragers: -krant lezen -spelletjes doen -knutselen -handwerken -muziek maken en liedjes zingen

26 De inhoud van dit thema: Mensen met een verstandelijke beperking 6.3Mensen met een lichamelijke beperking 6.4Doelen en taken voor de zorghulp 6.5Tips voor de praktijk

27 Een doelgroep: 6-2 kan een groep mensen van dezelfde leeftijd zijn: ouderen of jongeren kan ook een groep mensen met dezelfde soort beperking zijn: bijvoorbeeld een verstandelijke beperking of meervoudige beperkingen

28 Instellingen, woongroepen en verpleeghuizen zijn er voor: 6-3 alleen jongeren alleen ouderen zowel jongeren als ouderen mensen met een lichamelijke beperking mensen met een verstandelijke beperking mensen met zowel een lichamelijke als een verstandelijke beperking

29 Doelen in de zorg voor mensen met een beperking: 6-4 cliënten functioneren zo zelfstandig mogelijk nemen, voor zover mogelijk, zelfstandig beslissingen over hun eigen leven cliënten voelen zich veilig

30 De inhoud van dit thema: Het werkplan 7.3De ADL-lijst 7.4Tips voor de praktijk

31 Voordelen van een werkplan: 7-2 je hoeft niet iedere keer na te denken wat er moet gebeuren en in welke volgorde je kunt niets vergeten iemand anders kan je werk overnemen als jij er eens niet bent jij kunt het werk van een collega overnemen als die er niet is

32 De inhoud van dit thema: Doelen 8.3 Prioriteiten 8.4 Tips voor de praktijk

33 Doelen bestaan uit: 8-2 hoofddoelen subdoelen

34 Hoofddoel: 8-3 wat je uiteindelijk wilt bereiken

35 Subdoel: 8-4 een tussenstap op weg naar het hoofddoel

36 De inhoud van dit thema: Tempo 9.3 Normtijd 9.4 Tips voor de praktijk

37 Normtijd: 9-2 vastgestelde tijd

38 De inhoud van dit thema: Het werk verdelen over meer mensen 10.3 Middelen organiseren 10.4 Tips voor de praktijk

39 Eerst bedenken welke middelen je nodig hebt, omdat: 10-2 dit tijd scheelt je voorkomt dat je twee of drie keer moet lopen je zo ordelijk en efficiënt kunt werken

40 De inhoud van dit thema: Communicatie 11.3 Inhoudsniveau en betrekkingsniveau 11.4 Tips voor de praktijk

41 Boodschap = 11-2 dat wat jij tegen iemand zegt dat wat iemand tegen jou zegt dat wat iemand tegen een groep mensen zegt

42 Inhoudsniveau en betrekkingsniveau: 11-3 inhoudsniveau:de letterlijke inhoud van de boodschap betrekkingsniveau:de manier waarop iemand de boodschap moet opvatten

43 De inhoud van dit thema: Vragen stellen 12.3 Luisteren 12.4 Tips voor de praktijk

44 Soorten vragen: 12-2 gesloten vragen:vragen waar maar één antwoord op mogelijk is open vragen: vragen waar allerlei antwoorden op mogelijk zijn

45 De inhoud van dit thema: Planning op papier 13.3 Schriftelijk rapporteren 13.4 Tips voor de praktijk

46 Voordeel van een planning op papier: 13-2 naslag controle informatie voor andere

47 6 W’s: 13-3 Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom? Op welke manier?

48 De inhoud van dit thema: Culturele achtergronden 14.3 Waarden en normen 14.4 Omgangsvormen en gewoonten 14.5 Kunst 14.6 Geloof 14.7 Humor 14.8 Tips voor de praktijk

49 Cultuur is: 14-2 het totaal van waarden, normen, omgangsvormen, gewoonten en kunstuitingen binnen een bepaalde groep

50 De inhoud van dit thema: Opleiding 15.3 Werk en inkomen 15.4 Gezinsvorm 15.5 Woning en buurt 15.6 Invloed op jouw werk 15.7 Tips voor de praktijk

51 Wat speelt mee bij de keuze voor een opleiding? 15-2 aanleg thuissituatie verwachtingen leefpatroon

52 Verband tussen opleiding en loon: 15-3 opleiding op hoog niveau werk op hoog niveau hoog loon opleiding op laag niveau werk op laag niveau laag loon

53 De inhoud van dit thema: Persoonlijke grenzen in letterlijke zin 16.3 Persoonlijke grenzen in figuurlijke zin 16.4 Tips voor de praktijk

54 De inhoud van dit thema: Normen en waarden 17.3 Normen en waarden van jezelf, van de instelling, van de zorgvrager 17.4 Tips voor de praktijk

55 Wat zijn normen en waarden? 17-2 normen zijn opvattingen over gedrag met waarden geven we aan hoe we het gedrag waarderen

56 De inhoud van dit thema: Waarom is begrip belangrijk? 18.3 Rekening houden met wensen 18.4 Tips voor de praktijk

57 Rekening houden met wensen: 18-2 door te vragen door je in te leven

58 De inhoud van dit thema: Wat is verdraagzaamheid? 19.3 Geduld 19.4 Tips voor de praktijk

59 Verdraagzaamheid betekent dat je geen boosheid toont als de zorgvrager iets doet: 19-2 met vervelende gevolgen waar hij niets aan kan doen wat hij niet begrijpt

60 De inhoud van dit thema: Andere meningen respecteren 20.3 Je eigen mening naar voren brengen 20.4 Tips voor de praktijk

61 De inhoud van dit thema: Aandacht voor je werk 21.3 Aandacht voor zorgvragers 21.4 Tips voor de praktijk

62 De inhoud van dit thema: Werkbespreking of overdracht 22.3 Werkoverleg 22.4 Andere soorten overleg 22.5 Tips voor de praktijk

63 Arbo: 22-2 arbeidsomstandigheden

64 Notuleren: 22-3 opschrijven wat iedereen tijdens het overleg zegt opschrijven welke afspraken er tijdens het overleg gemaakt zijn

65 De inhoud van dit thema: Deskundigen betrekken bij je werk 23.3 Cliënten betrekken bij je werk 23.4 Tips voor de praktijk

66 Bij een probleem: 23-2 ga naar de juiste persoon stel een duidelijke vraag houd rekening met andermans tijd

67 De inhoud van dit thema: Rekening houden met collega’s 24.3Rekening houden met cliënten 24.4Tips voor de praktijk

68 De inhoud van dit thema: Alledaagse informatie 25.3 Verwijzen naar anderen 25.4 Tips voor de praktijk

69 De inhoud van dit thema: Mondelinge instructies 26.3 Schriftelijke instructies 26.4 Tips voor de praktijk

70 Je krijgt instructies als je: 26-2 niet weet hoe je iets moet doen

71 Belangrijk: 26-3 instructies moet je precies opvolgen

72 De inhoud van dit thema: Voorschriften 27.3 Procedures en protocollen 27.4 Tips voor de praktijk

73 Voorbeelden van voorschriften: 27-2 behandelingsvoorschriften kookvoorschriften schoonmaakvoorschriften dieetvoorschriften

74 Voorbeelden van voorschriften, procedures en protocollen: 27-3 voorschrift ‘gebruik koelkast’ voorschrift schoonmaakmaterialen procedure alarmopvolging bij brand klachtenprocedure protocol voedselveiligheid brandveiligheidprotocol

75 Voorschriften, procedures en protocollen moet je: 27-4 opvolgen controleren

76 De inhoud van dit thema: Omgeving en meubilair 28.3Werkmateriaal 28.4Wettelijke richtlijnen 28.5Tips voor de praktijk

77 De inhoud van dit thema: Discipline in je werk 29.3 Zelfdiscipline 29.4 Tips voor de praktijk

78 Discipline: 29-2 afspraken nakomen

79 Zelfdiscipline: 29-3 afspraken met jezelf maken en nakomen zelfbeheersing

80 De inhoud van dit thema: Materialen voor droog werk 30.3 Materialen voor nat werk 30.4 Tips voor de praktijk

81 Materialen voor droog werk: 30-2 stofdoeken plumeau swiffer veger vloerwisser stoffer en blik ragebol kruimeldief stofzuiger

82 Materialen voor klamvochtig en nat werk: 30-3 emmers spons, zeem raamtrekker vloertrekker borstel om mee te boenen mop met bijbehorende emmer of dweil met luiwagen (soort bezem) werkdoeken afwaskwast vaatdoeken

83 De inhoud van dit thema: Soorten schoonmaakmiddelen 31.3 Schoonmaakmiddelen gebruiken 31.4 Tips voor de praktijk

84 Soorten schoonmaakmiddelen: 31-2 allesreinigers vetoplossers kalkoplossers sanitairreinigers schuurmiddelen chloor toiletreiniger glasreinigers spiritus stofdoekspray middelen om houten meubels en vloeren te behandelen

85 Schoonmaakmiddelen in de instelling: 31-3 gebruik de schoonmaakmiddelen van de instelling gebruik ze volgens voorschrift gebruik niet meer dan nodig is voorkom dat zorgvragers zelf de schoonmaakmiddelen kunnen pakken gebruik de schoonmaakmiddelen van de cliënt gebruik ze volgens aanwijzingen van de cliënt en volgens voorschrift op het etiket wees zuinig met het gebruik ervan zet de schoonmaakmiddelen na gebruik terug waar ze stonden Schoonmaakmiddelen in de thuiszorg:

86 De inhoud van dit thema: Zuinig met water en middelen 32.3 Afval scheiden 32.4 Tips voor de praktijk

87 De inhoud van dit thema: Opruimen 33.3 Schoonhouden 33.4 Gezellig maken 33.5 Tips voor de praktijk

88 Vier soorten vuil: 33-2 losliggend vuil licht aangehecht vuil sterk aangehecht vuil onzichtbaar vuil

89 De inhoud van dit thema: Dagelijkse beurt 34.3 Tussenbeurt 34.4 Tips voor de praktijk

90 Afwassen met de vaatwasser: 34-2 zorgvragers laten meehelpen taken afstemmen op de zorgvrager eerst tafel afruimen afwasmachine vullen met vuile vaat afwasmiddel in de vaatwasser doen volgens voorschrift programma instellen vaatwasser aanzetten en goed sluiten

91 Wat doe je bij een tussenbeurt? 34-3 afwas in de vaatwasser aanrecht leegmaken keukenkastjes afnemen aanrechtkastjes afnemen kookplaat schoonmaken koelkast schoonmaken

92 De inhoud van dit thema: Tussenbeurt van douche en badruimte 35.3 Tussenbeurt van het toilet 35.4 Tips voor de praktijk

93 Werkzaamheden tussenbeurt douche of bad: 35-2 tegels schoonmaken kranen oppoetsen kastjes aan de buitenkant afnemen wasbak en eventueel ook het bad schoonmaken vloer schrobben

94 Werkzaamheden bij tussenbeurt toilet: 35-3 afvalbakje legen reiniger in de toiletpot wasbak wanden en deur de toiletpot vloer

95 De inhoud van dit thema: Slaapkamers 36.3 Overige ruimten 36.4 Tips voor de praktijk

96 Werkvolgorde bij een tussenbeurt: 36-2 ramen open zetten bed afhalen dekbed en kussens buiten leggen om te luchten, als dat niet kan voor het open raam leggen vuil wasgoed in de wasmand of direct in de wasmachine doen ga iets anders doen zodat het beddengoed minimaal een half uur kan luchten maak na een half uur (of langere tijd) het bed op met schoon linnengoed stof alle oppervlakten in de kamer af afhankelijk van de voerbedekking: stofzuigen of met een vloerwisser doen

97 Overige ruimten: 36-3 trap en overloop hal en gang kelder, berging en schuur

98 De inhoud van dit thema: Soorten bedden 37.3 Werkhoogte 37.4 Tips voor de praktijk

99 Drie soorten bedden: 37-2 lage bedden hoge bedden hoog-laagbedden

100 De inhoud van dit thema: Hulpmiddelen 38.3 Tips voor de praktijk

101 Bedhulpmiddelen: 38-2 papegaai hoofdsteun/rugsteun dekenboog voetenbankjes zandzakjes en kussentjes

102 De inhoud van dit thema: Bedden 39.3 Ledikant en wieg 39.4 Tips voor de praktijk

103 De inhoud van dit thema: Het bed afhalen 40.3 Wat ligt er op het bed? 40.4 Het bed opmaken 40.5 Tips voor de praktijk

104 Werkvolgorde bed afhalen: 40-2 haal de slopen van de kussens haal de dekbedhoes binnenstebuiten van het dekbed af haal het onderlaken/hoeslaken van het bed af haal eventueel het molton van het bed laat kussens en dekbed luchten eventueel: draai de matras om

105 Wat ligt er allemaal op het bed? 40-3 matrasbeschermer matras (eventueel met matrashoes) molton hoeslaken (eventueel met zeiltje en steeklaken of celstofmatje) kussen(s) dekbed met dekbedhoes in plaats van een dekbed met dekbedhoes: bovenlaken met deken

106 Werkvolgorde opmaken bed: 40-4 leg eventueel een schoon molton op de matras leg een schoon hoeslaken over het molton op de matras en stop het goed in zorg dat zowel molton als hoeslaken strak ligt leg eventueel zeiltje met steeklaken over het midden van het bed leg eventueel een celstofmatje in het midden van het bed doe eventueel een schoon ondersloop om de kussens en dan een schoon sloop leg de kussens op hun plaats doe een schoon dekbedhoes om het dekbed en stop het dekbed bij het voeteneinde in

107 Werkwijze hoes om dekbed: 40-5 steek je handen in de hoes tot aan de twee punten van het hoofdeind pak met je handen de twee punten van het hoofdeind van het dekbed vast als je met zijn tweeën bent, pakt de ander de hoes en trekt die over het dekbed, terwijl jij het dekbed en de hoes bij de punten blijft vasthouden als je in je eentje bent, moet je een hand uit de hoes halen en met die hand de hoes over het dekbed trekken doe een klein stukje en wissel dan van hand om de andere kant over het dekbed te trekken

108 De inhoud van dit thema: Naar de schoenmaker 41.3 Verschillende materialen 41.4 Tips voor de praktijk

109 De inhoud van dit thema: Kleding moet heel zijn 42.3 Kleding moet schoon zijn 42.4 Tips voor de praktijk

110 Kleine reparaties: 42-2 knopen aanzetten losgeraakte zoom vastzetten torn (losgeraakte naad) vastzetten

111 De inhoud van dit thema: Verschillende stoffen 43.3 Witte was en bonte was 43.4 Tips voor de praktijk

112 Soorten wasmiddel: 43-2 voor witte was van 30° C tot 95° C voor bonte was van 30° C tot 60° C voor fijne was van 30° C tot 40° C speciaal wolwasmiddel vloeibare wasmiddelen wastabletten waspoeder wasmiddel voor de handwas vloeibare vlekverwijderaars

113 De inhoud van dit thema: Schone natte was 44.3 Strijken en opbergen 44.4 Tips voor de praktijk

114 Was ophangen: 44-2 hang zoveel mogelijk soort bij soort op: -sokken bij elkaar -lingerie bij elkaar sla het wasstuk eerst uit hang het zo glad mogelijk op

115 Werkwijze: 44-3 controleer het pluizenfilter controleer bij een condensdroger of de waterbak leeg is stel de droogtrommel op de juiste temperatuur in let op of het wasgoed in de droogtrommel mag haal het droge wasgoed er zo snel mogelijk uit maak het pluizenfilter schoon

116 Werkvolgorde strijken van overhemden: 44-4 eerst de kraag dan de mouwen (bij voorkeur met behulp van een mouwplankje) dan de schouders achterpand beide voorpanden strijk de knopenlijst waar de knopen zitten, aan de binnenkant hang het overhemd direct op een hangertje

117 Kledingstukken opvouwen: 44-5 leg het artikel met de voorkant plat op tafel sla de zijkanten netjes terug sla de onderkant naar boven draai het artikel om zodat het nu met de voorkant naar boven ligt

118 De inhoud van dit thema: Het wasgoed van de instelling 45.3 Het wasgoed van zorgvragers in de instelling 45.4 Tips voor de praktijk

119 De inhoud van dit thema: Opgeruimd en schoon 46.3 Factoren die het gezellig maken 46.4 Tips voor de praktijk

120 Factoren die het gezellig maken: 46-2 bloemen en planten snuisterijen wandversiering verlichting kleur

121 De inhoud van dit thema: Bloemenvazen schoonhouden 47.3 Bloemen onderhouden 47.4 Tips voor de praktijk

122 Bloemenvaas schoonmaken: 47-2 neem een oude vaatkwast of borstel was de buitenkant van de vaas af spoel de binnenkant van de vaas met heet water uit borstel de binnenkant met een beetje soda droog de buitenkant van de vaas af

123 Bloemen verzorgen: 47-3 zoek een geschikte schone vaas en doe daar de juiste hoeveelheid water in los het zakje bloemenvoedsel in het water op gebruik bij chrysanten chloor in plaats van bloemenvoedsel haal overtollig blad onderaan de stelen weg snijd de stelen onderaan schuin af zet de bloemen direct in het water zet bloemen nooit in de zon zet bloemen niet dicht bij of boven de verwarming zet bloemen niet op de tocht

124 De inhoud van dit thema: De verzorging 48.3 Ongedierte en ziekten 48.4 Hydrocultuur 48.5 Tips voor de praktijk

125 Als je kamerplanten goed verzorgt, houd je rekening met een paar factoren: 48-2 geef niet teveel water, dan ‘verdrinkt’ de plant geef af en toe plantenvoedsel, bijvoorbeeld eens in de twee of drie weken spons het blad van grootbladige planten af met water besproei de planten eens in de week met de plantenspuit geef de planten één keer in de week water als ze in een normaal verwarmde kamer staan geef planten twee keer in de week water als ze in een erg warme kamer staan geef cactussen weinig water en bladplanten meer water geef veel water bij hoge temperaturen geef weinig water bij lage temperaturen vraag wat je moet doen als de plant ziek is zet planten met luis of ander ongedierte apart van andere planten en vraag wat er met de plant moet gebeuren

126 De inhoud van dit thema: Omgaan met dieren 49.3 Voedsel 49.4 Tips voor de praktijk

127 Waarom willen mensen dieren om zich heen? 49-2 je hebt contact het vergroot je inlevingsvermogen het stimuleert je gevoel voor verantwoordelijkheid je krijgt aandacht en je kunt aandacht geven

128 Dieren en hun eten: 49-3 volg het protocol volg de aanwijzingen van de cliënt die het dier kent volg de aanwijzingen van een collega ga níet op eigen houtje maar wat aanrommelen

129 De inhoud van dit thema: Honden 50.3 Katten 50.4Andere dieren 50.4 Tips voor de praktijk

130 De inhoud van dit thema: Symbolen op schoonmaakmiddelen 51.3 Symbolen voor veilig gebruik 51.4 Tips voor de praktijk

131 De inhoud van dit thema: Wat is ergonomisch werken? 52.3Zorg voor je lichaam 52.4Geestelijke belasting voorkomen 52.5 Tips voor de praktijk

132 Ergonomie: 52-2 het aanpassen van de werkomgeving aan de mens

133 Zorg voor jouw lichaam: 52-3 lichamelijke belasting voorkomen veilig en gezond werken

134 De inhoud van dit thema: Individuele activiteiten en groepsactiviteiten 53.3 Soorten activiteiten 53.4Doelen van activiteiten 53.5 Tips voor de praktijk

135 Individuele activiteiten: 53-2 activiteiten die je met één cliënt doet Groepsactiviteiten: activiteiten die je met meerdere cliënten tegelijk doet

136 Soorten activiteiten: 53-3 sociale activiteiten recreatieve activiteiten sportieve activiteiten educatieve activiteiten

137 Doelen bij activiteiten: 53-4 ontwikkeling stimuleren zelfstandigheid bevorderen ontspanning bieden vorming/educatie sociaal contact bevorderen beweging bevorderen geheugen trainen gedrag veranderen

138 De inhoud van dit thema: Ondersteunen bij het lopen zonder hulpmiddelen 54.3 Traplopen 54.4 Tips voor de praktijk

139 De inhoud van dit thema: Met een kruk lopen 55.3 Met twee krukken lopen 55.4Met een rollator lopen 55.5Met een looprek lopen 55.6In een rolstoel rijden 55.7 Tips voor de praktijk

140 Juiste volgorde bij het lopen met één kruk of stok: 55-2 kruk aan de kant van het goede been kruk en slechte been verplaatsen gewicht overbrengen op de kruk gezonde been verplaatsen

141 Instructie voor lopen met twee krukken: 55-3 sta goed rechtop zet de krukken ongeveer 10 centimeter schuin voor de voeten gebruik de krukken als afzetpunt breng het lichaam naar voren en zet de slechte voet of de slechte kant tussen de krukken breng de goede voet of kant nu naar voren en zet deze voor de krukken verzet de krukken weer naar voren enzovoort

142 De stoep op: 55-4 Zet de rolstoel vooruit tegen de stoeprand Zet je voet op het stepje aan de achterkant van de stoel Kiep de rolstoel een beetje achterover Duw de rolstoel naar voren: de kleine wieltjes komen op de stoep Rijd nu de hele rolstoel de stoep op De stoep af: Zet de rolstoel met de achterkant naar de straat Trek de rolstoel naar achter, zodat de grote wielen van de stoep af zijn Houd de rolstoel wel tegen, zodat het niet te snel gaat De kleine wielen volgen vanzelf

143 De inhoud van dit thema: De voorraad in huis 56.3 De voorraad in een instelling 56.4 Tips voor de praktijk

144 De inhoud van dit thema: Omgaan met een budget 57.3 Kasboekje 57.4 Tips voor de praktijk

145 Een budget is: 57-2 een van tevoren vastgesteld bedrag dat je in een vastgestelde periode uitgeeft

146 De inhoud van dit thema: Ondersteunen bij het inkopen doen 58.3 Inkopen doen voor je cliënten 58.4 Tips voor de praktijk

147 De inhoud van dit thema: Gezonde voeding 59.3 Schijf van Vijf 59.4 Tips voor de praktijk

148 Gezond eten: 59-2 drie maaltijden per dag op vaste tijden kleine, gezonde tussendoortjes minimaal 200 gram groente per dag minimaal twee stuks fruit per dag weinig suiker en weinig vet voldoende vocht (minimaal 1½ liter)

149 Eet iedere dag uit ieder vak van de Schijf van Vijf: 59-3 Vak 1:groente en fruit Vak 2: brood, pasta, rijst, peulvruchten Vak 3:zuivel, vlees, vis, ei of vleesvervangers Vak 4:vetten en olie Vak 5:water, vocht

150 De inhoud van dit thema: Alles wat je lichaam nodig heeft 60.3 Tips voor de praktijk

151 Wat heeft je lichaam nodig? 60-2 vitaminen mineralen koolhydraten eiwitten vetten vocht

152 De inhoud van dit thema: Babyvoeding 61.3 Voeding van peuters 61.4 Tips voor de praktijk

153 Eetlustremmende producten: 61-2 producten met veel vet of suiker

154 De inhoud van dit thema: Oorzaken van te weinig voeding 62.3 De maaltijden gezellig maken 62.4 Tips voor de praktijk

155 Oorzaken onvoldoende eten: 62-2 onjuiste opvatting: voeding bij ouderen is onbelangrijk eenzaamheid alleen eten is ongezellig medicijngebruik

156 Zorg voor een gezellige omgeving tijdens de maaltijd: 62-3 een gezellig gedekte tafel alles op tafel wat er nodig is eventueel een bloemetje op tafel

157 De inhoud van dit thema: Verschillende diëten 63.3 Tips voor de praktijk

158 Meest voorkomende diëten: 63-2 natriumbeperkt energiebeperkt diabetesdieet vetarm dieet maagdieet anti-allergiedieet

159 Afvallen kan alleen door: 63-3 energiebeperkt dieet geen (of heel weinig) tussendoortjes op zijn minst een haf uur per dag intensief bewegen (sporten)

160 De inhoud van dit thema: Verschillende alternatieven 64.3 Tips voor de praktijk

161 Alternatieve voeding: 64-2 vegetarische voeding veganistische voeding ecologische voeding andere alternatieven

162 De inhoud van dit thema: Voordelen van de multiculturele samenleving 65.3 Voedingspatroon 65.4 Tips voor de praktijk

163 De inhoud van dit thema: Veranderingen signaleren 66.3 Veranderingen op verschillende gebieden 66.4 Tips voor de praktijk

164 Gezondheid is 66-2 dat je je goed voelt op: lichamelijk geestelijk en maatschappelijk gebied

165 Veranderingen op: 66-3 lichamelijk gebied sociaal gebied het gebied van leefstijl en gedrag

166 Goede sociale omstandigheden: 66-4 lid zijn van een groep vrienden hebben gewaardeerd worden

167 De inhoud van dit thema: Grenzen van de instelling 67.3 Grenzen van jezelf 67.4 Tips voor de praktijk

168 De inhoud van dit thema: Luisteren naar anderen 68.3 Objectief kijken naar jezelf 68.4 Tips voor de praktijk

169 Soorten kritiek: 68-2 op je handelen: heb ik de goede materialen gebruikt voor deze taak? op je gedrag: heb ik de cliënt voldoende gerustgesteld?

170 De inhoud van dit thema: Vakliteratuur lezen 69.3 Mondelinge informatie 69.4 Tips voor de praktijk

171 De inhoud van dit thema: Cursussen en trainingen 70.3 Intervisie 70.4 Tips voor de praktijk

172 Verschil cursus en training: 70-2 cursus: je doet kennis op over een onderwerp training: je leert vaardigheden op een bepaald gebied

173 Intervisie is: 70-3 een probleem van jezelf voorleggen aan collega’s de collega’s stellen vragen volgens een bepaalde methodiek waardoor jij zelf het probleem helder ziet en zelf het probleem kunt oplossen


Download ppt "De inhoud van dit thema: 1-1 1.2Weerstand 1.3Ziektekiemen 1.4Voorkom besmetting 1.5Hygiënisch werken 1.6Tips voor de praktijk."

Verwante presentaties


Ads door Google