De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BASISCOMMUNICATIE. Inhoudstafel 22.1 Wat is communicatie? 2.2 Interpersoonlijke communicatie 22.3 Exploratievaardigheden 22.4 Reactievaardigheden.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BASISCOMMUNICATIE. Inhoudstafel 22.1 Wat is communicatie? 2.2 Interpersoonlijke communicatie 22.3 Exploratievaardigheden 22.4 Reactievaardigheden."— Transcript van de presentatie:

1 BASISCOMMUNICATIE

2 Inhoudstafel 22.1 Wat is communicatie? 2.2 Interpersoonlijke communicatie 22.3 Exploratievaardigheden 22.4 Reactievaardigheden

3 Communicatie

4 1.1 Wat is communicatie ‘‘praten’ met elkaar BBewust proces OOomkes: * symbolische informatie (taal, non- verbaal CCommunicatie=> informatie ( afhankelijk van behoeften, kennis en ervaring) CCommunicatie: 2 partijen die van elkaars directe aanwezigheid bewust zijn OOok onbewuste informatie

5 Interpersoonlijke communicatie

6 1.2.1 Zender en ontvanger OOnderling informatie uitwisselen TTweerichtingsverkeer TTaal: voertuig van gedachten en gevoelens CCoderen: gedachten en gevoelens moeten geuit worden in de vorm van taal wil de ander ze kunnen begrijpen DDecoderen:de ander moet de verwoording trachten te begrijpen

7 1.2.1 Zender en ontvanger RRita Steens: beïnvloeding WWederzijdse beïnvloeding: wisselwerking tussen buitenkant en overkant BBinnenkant: gevoelens, bedoelingen,… en niet rechtstreeks kenbaar voor de ander BBuitenkant: rechtstreeks kenbaar voor de ander en is wat we zeggen met woorden en lichaamstaal OOverkant = de ander HHet effect van ons handelen = wat onze buitenkant bij een ander teweegbrengt SSchema

8 1.2.2 Referentiekader 1 Inleiding Het referentiekader Sociaal agogisch werker De eerste indruk ( gelijk en ongelijk), ‘etiketten’ plakken Referentiekader beïnvloed door geslacht, cultuur, opvoeding, ervaringen,…

9 1.2.2 Referentiekader 1 interculturele communicatie CCommunicatie tussen 2 personen of groepen die niet tot dezelfde cultuur behoren CCommunicatieverschillen => communicatiestoornissen VVerschillend cultureel systeem IInvloed en afstand even belangrijk tussen communicatiepartners DDynamisch cultuurconcept OOnderhevig aan alle basisregels

10 1.2.2 Referentiekader 1 Het communicatiemodel van Schultz von Thun LLetterlijke inhoud als non - verbale informatie 44 aspecten aan een boodschap a) het zakelijke aspect ( verbaal) b) het expressieve aspect ( non – verbaal) c) het relationele aspect ( non – verbaal) d) het appellerende aspect ( non – verbaal)

11 Het communicatiemodel van Schultz von Thun AA) het zakelijke aspect letterlijke inhoud van een boodschap ( woordelijk) BB) het expressieve aspect de zender communiceert ook altijd iets over zichzelf CC) het relationele aspect de zender communiceert ook altijd iets over de manier waarop hij tegenover de ontvanger staat DD) het appellerende aspect de zender probeert met een boodschap iets bij de ontvanger te bereiken OOpgelet voor misverstanden

12 A) Het zakelijke aspect De geloofwaardigheid Woorden en hun context Non – verbale aspecten -> communicatiestoornissen Verschillende associaties Eigen woordgebruik Ontvangers geven andere betekenis aan woorden van de zender of boodschap onbegrijpbaar=> misverstanden

13 A) Het zakelijke aspect VVoorwaarden waaraan communicatie moet voldoen: De boodschap moet: 1. eenvoudig van stijl 2. gestructureerd 3. bondig 4. aantrekkelijk zijn 5. synthese

14

15 B) Het expressieve aspect NNon – verbaal gedrag -> expressieve opvatting GGesproken kan de expressie van de zender de boodschap ondersteunen = congruentie GGesproken kan de expressie van de zender de boodschap tegenspreken = incongruentie

16 B) Het expressieve aspect 11. Angst voor het expressieve aspect Technieken die mensen gebruiken om zich achter te verschuilen als er geen ontsnappen meer mogelijk is: a) Façadetechnieken -Z-Zwijgen -U-Uiterlijke onbewogenheid b) Imponeertechnieken -E-Elitair taalgebruik -Z-Zoeken naar een thuiswedstrijd -T-Terloopse positieve opmerkingen over de zender zelf 22. Synthese

17 C) Het relationele aspect 11. Het relationele aspect en etiquette 22. Het relationele aspect en schijnzakelijkheid 33. Synthese

18 D) Het appellerende aspect 11. Verborgen appellerende boodschappen 22. Motieven voor een verborgen appel -H-Het risico van een directe afwijzing vermijden -B-Beleefdheid -H-Het ontlopen van verantwoordelijkheid -M-Manipulatieve doeleinden

19 D) Het appellerende aspect 33. Het omgaan met verborgen appellerende boodschappen 3 manieren om op een verborgen appel te reageren: -H-Honoreren -N-Negeren -O-Onthullen

20 D) Het appellerende aspect 44. De bereidheid om gevolg te geven aan een appel Er zijn hierbij 6 factoren van bereidheid: -H-Het appellerend element moet duidelijk zijn voor de ontvanger, alvorens hij er iets mee kan doen -D-De ontvanger mag geen al te grote weerstanden hebben tegen het appel -E-Een appellerende boodschap kan bij een ander het gevoel oproepen dat hij sterk wordt beknot in zijn keuzevrijheid -H-Het appel mag geen sterke cognitieve dissonantie oproepen -H-Het relationele aspect interfereert met het appellerende -H-Het expressieve interfereert met het appellerende 55. De synthese

21 1.2.3 Specifieke kenmerken van het communicatieproces BBeiden zijn gelijktijdig zender en ontvanger, voor de een boodschap, voor de ander feedback en omgekeerd CCirculair proces IInterpuncties( leestekens) door partijen verschillend geplaatst => misverstanden

22 1.2.3 Specifieke kenmerken van het communicatieproces DDe axioma’s van Watzlawick -M-Men kan niet niet - communiceren -E-Elke communicatie bezit een inhouds- en een betrekkingsniveau -E-Elke communicatie is afhankelijk van de interpunctie van de loop der gebeurtenissen -M-Mensen communiceren zowel digitaal als analoog -E-Elke communicatie is ofwel symmetrisch ofwel complementair

23 1.2.3 Specifieke kenmerken van het communicatieproces AAspecten van analoge taal of non – verbaal gedrag - De manier waarop iemand spreekt - Uiterlijk - Lichaamshouding en motoriek - Gebaren - Mimiek -N-Nabijheid Intieme zone, persoonlijke zone, sociale zone, publieke zone

24 1.2.3 Specifieke kenmerken van het communicatieproces BBelang van analoge taal of non – verbaal gedrag à 35 % => verbaal à 70 % => non – verbaal -I-Inhoudsniveau ( wat er gezegd wordt), verbaal -B-Betrekkingsniveau ( hoe dit gezegd wordt), non- verbaal -P-Precieze betekenis vaak verborgen

25 1.2.3 Specifieke kenmerken van het communicatieproces FFuncties van non – verbaal gedrag -A-Aanwijzingen geven omtrent eigenschappen, attitudes en identiteit -O-Ondersteunen en reguleren van de verbale communicatie -V-Vervangen van verbale communicatie -R-Reguleren van onderlinge verhoudingen -H-Het non- verbale gedrag is op zichzelf duidelijk -H-Het non- verbale gedrag ondersteunt het verbale -H-Het non- verbale gedrag is in tegenspraak met het verbale

26 Exploratievaardigheden

27 Inleiding mmisverstanden door verbale en non-verbale communicatie ddit komt door o.a.: gebrekkige luisterhouding, externe factoren mmisverstanden vermijden: ontoereikende info exploreren vvaardigheden: luisteren, samenvatten, vragen stellen en concretiseren

28 Luisteren ggoed luisteren stimuleert tot verder vertellen aactieve luisteraar aactieve inzet, geïnteresseerde houding

29 Waarom luisteren? bbegrip tonen, onderlinge band verstevigen vvertrouwelijke sfeer, verteller brengt emotionele betekenis naar voor dduidelijkheid scheppen vvoorbarige conclusies voorkomen vverteller mogelijkheid bieden om verhaal kwijt te kunnen

30 Principes oprechte luisterintentie: aacceptatie rrespect ttolerantie

31 Gedragsaspecten ooogcontact ggeïnteresseerde houding vverteller aanmoedigen vverduidelijking vragen indien nodig eeventueel doorvragen aaf en toe samenvatten eeigen meningen achterwege laten eemoties onder controle houden aandere niet opjagen nniet bang zijn voor stiltes

32 Samenvatten Belang bbeknopte weergave van gedeelte van gesprek iinhoudelijke samenvatting ggevoelssamenvatting (gevoelsreflectie)

33 Functies oordening brengen in gesprek sstimuleren tot verdere exploratie eemotionele uitspraken tot de zaak terugbrengen rrust brengen iinteresse tonen ccontroleren of het begrepen wordt vveelpraters afremmen iinhoud en gevoel uit elkaar halen

34 3 vormen hherhalen ssamenvatten (rode draad door gesprek weergeven) pparafraseren (kernachtige + bedoeling van verteller)

35 Aandachtspunten vvat beknopt, maar volledig samen vvat regelmatig samen vvat samen in eigen woorden bbeperk je tot het gespreksthema vvat in persoonlijke vorm samen (ik- of jij-vorm) vvoorkom dat je beoordeelt, waardeert of concludeert gga na of je samenvatting klopt llaat merken dat je samenvat llaat een ander ook eens samenvatten

36 Vragen stellen ggesloten vragen (ja/nee antwoord) oopen vragen (uitgebreid antwoord, nodigt uit om te praten) wwaarom-vragen EE-in en E-ex vragen (E = Exploratief) EE-in: vraagstelling blijft binnen referentiekader EE-ex: in je vraag stel je zelf een nieuw aspect aan de orde, je bepaalt de inhoud van het gesprek

37 Evaluatiecriteria hhet antwoord moet valide zijn (zegt de ander wat hij denkt, zonder verfraaiing of verdraaiing) hhet antwoord moet volledig zijn hhet antwoord moet relevant zijn hhet antwoord moet duidelijk zijn

38 Concretiseren Belang dde ander tot precisering te brengen van wat hij tot nu toe heeft gezegd  dit is niet altijd nodig, het heeft een functie tussen gesprekspartners die met elkaar te maken hebben

39 Functies nnagaan wat met het door jou waargenomen non- verbale gedrag wordt bedoeld dde ander laten merken dat je je voor hem interesseert sstimuleren tot verdere exploratie of toelichting zzowel de inhouds- als de gevoelskant van een verhaal boven tafel krijgen vvergroten van validiteit, volledigheid, relevantie en duidelijkheid van een antwoord of uitspraak vverantwoord tot een waardering, conclusie of diagnose kunnen komen

40 Wat concretiseren? Mededeling kan betrekking hebben op: bbepaalde begrippen ffeiten en gebeurtenissen ggevoelens ggedragingen eeffecten

41 Hoe concretiseren? bbegin met een samenvatting of parafrase sstel dan een vraag die gericht is op het aspect gga nu door met E-in vragen en parafraseren sstel enkel gesloten vraag indien noodzakelijk eeventueel andere aspecten van de uitspraak aan orde brengen bbevraag de antwoorden

42 Actieve kant van communiceren Verwoording van je eigen mening Anderen zullen je beter begrijpen, en rekening met je houden, je krijgt een plaats in de groep Reactievaardigheden

43 Formulering SSteeds een ‘wat’ en ‘waarom’, om je standpunt volledig te verduidelijken EEerst alle voor- en tegenargumenten afwegen DDie moeten in je mening aanwezig zijn VVoorbeelden: IIk vind … omdat … EEr zijn argumenten voor en tegen … die afwegend, vind ik …

44 De presentatie IIk-vorm BBreng structuur aan in je mening LLet op met non-verbaal gedrag DDurf je mond open te doen KKwets de ander niet WWees niet bang om iets stoms te zeggen WWees niet bang voor een afwijzende reactie WWees eerlijk BBeschuldig niet HHoudt rekening met de gevoelens van de ander

45 LLuister naar de anderen, stel je open (non-verbaal) VVat samen VVraag door – begin niet over je eigen mening

46 Je gevoelens IIedereen heeft ze, maar wie toont ze (oprecht)? ZZowel verbaal als non-verbaal HHoe uiten: EEen ik-boodschap (ik ben erg teleurgesteld) SSamen met informatie over de gebeurtenis (ik ben erg teleurgesteld, ik heb echt hard gestudeerd en heb toch een onvoldoende..)

47 Doorvragen naar gevoelens OObserveer het non-verbale gedrag VVertoon actief luistergedrag VVat samen WWeet van ophouden, als je ziet dat de persoon in kwestie toeklapt PPersonaliseer

48 Zo doe je het niet! AAnder geruststellen, zo kun je gevoelens miskennen TTe snelle identificatie DDe ander zijn gevoelens voorzeggen Laat het zelf verwoorden

49 Feedback: functies PPositief gedrag wordt ondersteund NNegatief gedrag kan worden gecorrigeerd HHet verduidelijk de relaties tussen mensen, je kunt elkaar beter begrijpen

50 Hoe doe je het? VVerbaal of non-verbaal BBewust of onbewust SSpontaan of op verzoek FFormeel of informeel OOm misverstanden te voorkomen, ben je het beste direct in de omgang. Zeg openlijk wat jij denkt.

51 Regels BBeschrijf concreet gedrag VVertel erbij wat het je doet WWacht niet te lang WWees niet altijd negatief DDoe suggesties voor verbetering WWees uitnodigend GGeef bruikbare kritiek DDoseer je feedback VVraag om reactie WWees zo kort mogelijk

52 Assertief reageren Subassertief  ASSERTIEF  agressief ZZonder omwegen duidelijk maken wat je standpunt is, maar je doet dit rustig

53 Assertiviteit: wanneer is het moeilijk AAls je verantwoording moet afleggen AAls je voor je mening uitkomt VVoor je gevoelens uitkomen NNeen zeggen DDe ander iets vragen EEen keuze maken OOnderhandelen

54 BEDANKT VOOR JULLIE AANDACHT! Chanell, Shari en Fien


Download ppt "BASISCOMMUNICATIE. Inhoudstafel 22.1 Wat is communicatie? 2.2 Interpersoonlijke communicatie 22.3 Exploratievaardigheden 22.4 Reactievaardigheden."

Verwante presentaties


Ads door Google