De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Taalbeleid in wiskunde VVWL 28 juni 2008. Programma Sessie 1 Kaderen van taalbeleid Voorbeelden voor wiskunde Sessie 2 Voorbeelden voor wiskunde in functie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Taalbeleid in wiskunde VVWL 28 juni 2008. Programma Sessie 1 Kaderen van taalbeleid Voorbeelden voor wiskunde Sessie 2 Voorbeelden voor wiskunde in functie."— Transcript van de presentatie:

1 Taalbeleid in wiskunde VVWL 28 juni 2008

2 Programma Sessie 1 Kaderen van taalbeleid Voorbeelden voor wiskunde Sessie 2 Voorbeelden voor wiskunde in functie van context, interactie en taalsteun Afronding

3 Doelstellingen De deelnemers begrijpen waarom taalbeleid nodig is. De deelnemers kunnen wiskunde toegankelijker maken via taalactiverende opdrachten. De deelnemers kunnen de vaktaal effectiever aanbrengen. De deelnemers kunnen aan de hand van de criteria context, taalsteun en interactie en met behulp van de kijkwijzer voorbeelden van vakgebonden taalbeleid op hun waarde beoordelen.

4 Uitspraken ‘Mijn leerlingen hebben geen taalproblemen’ ‘Ik heb leerlingen in de klas die geen woord Nederlands spreken’ ‘Sommige leerlingen weten niet hoeveel poten een kip heeft’ ‘Mijn leerlingen kunnen geen correcte Nederlandse zin maken, laat staan zonder fouten schrijven’ ‘De meeste van mijn leerlingen lezen de opgaven en instructies niet volledig’

5 Gegevens taalachterstand TurksMarokkaansVlaams Kleuter  Lager  Secundair 80 %60 %13 % 98 % 60 %

6 Wat is taalbeleid niet? Een pasklare en uniforme oplossing Overdreven aandacht voor spelling Enkel bestemd voor leerlingen van allochtone afkomst Een pleidooi voor eenvoudig taalgebruik Opdrachten met veel taal vermijden (werken met minder contexten) Ervan uitgaan dat leerlingen een vergelijkbaar niveau hebben wat taal betreft

7 Is onze aanpak gericht op gelijke kansen?

8 Wat is taalbeleid dan wel?

9 Een omschrijving TAALBELEID is de beleidsmatige wijze waarop het volledige schoolteam tracht taal als struikelblok/drempel weg te nemen in alle vakken om het leren van de leerlingen te bevorderen.

10 Snelst verworven woorden - kleuterklas Boekentas (997) Trein (297) Kus (691) Sjaal (182) Plasticine (392) Kind (1782) Hoofd (501) Plaats (193) Bak (389) Knippen (94) Kauwgum (14)

11 Een kind verwerft zijn natuurlijke taal in een contextrijke omgeving, die vol interactie- mogelijkheden zit en waarbinnen de nodige taalsteun geboden wordt.” Naar M. Hajer & T. Meestringa (2004) HandboekTaakgericht Vakonderwijs. Natuurlijke taalverwerving

12 Taalgericht vakonderwijs Taalgericht vakonderwijs is vakonderwijs (waarin expliciete taaldoelen gesteld worden) dat: contextrijk is, vol (inter)actiemogelijkheden zit en waarbinnen de nodige taalsteun geboden wordt.

13 Context Interactie Taalsteun Taalgericht vakonderwijs

14 Taalbeleid in wiskunde

15 Het bad René gaat in bad. De grafiek geeft de hoeveelheid water in het bad weer ten opzichte van de tijd. René zet de kraan open om 8u05. Na een tijdje wordt de stop uit het bad getrokken. Hoe kun je dat aan de grafiek merken? Hoe laat is dat? Context

16 Het bad L ((leest)) na een tijdje wordt de stop (.) stop uit het bad getrokken. hoe kun je dat, hoe kun je dat aan de grafiek zien. hoe laat is dat? (.) nou dan blijft ie constant O oh ja L dat is hier. dat is dan tien over acht. vijf minuten gaat ie stijgen en dan blijft ie constant. Jaja dus dat, dat is, dus tien over acht Owordt de stop uit het bad getrokken zeg je L ja O maar wat gebeurt er dan als de stop uit het bad getrokken wordt? L nou dan komt daar geen water meer (.)dan loopt het gelijk, dan blijft het constant Uit de tekst VOCABULAIRE HINDERNISSEN BIJ WISKUNDE, Joanneke Prenger, Rijksuniversiteit Groningen

17 Het bad Uit dit fragment en de verdere interactie blijkt dat Leila niet weet wat een stop in het bad is. Uit de tekst VOCABULAIRE HINDERNISSEN BIJ WISKUNDE, Joanneke Prenger, Rijksuniversiteit Groningen STOP  kraan wordt geSTOPt  hoeveelheid water in het bad blijft constant lacune woordenschat  fout antwoord

18 Het bad Mogelijkheid 1 Zet de volgende foto’s in de juiste volgorde. Overleg en vergelijk met een medeleerling. TAALSTEUN-INTERACTIE

19 Het bad Mogelijkheid 2 Zet de volgende acties in de juiste volgorde. Overleg en vergelijk met een medeleerling. TAALSTEUN-INTERACTIE actievolgorde René zet de kraan open. René wast zich. René trekt de stop uit het bad René zet de kraan dicht. René doet de stop in het bad.

20 Contextrijk leren Vertrekken vanuit de leefwereld van de leerlingen Activeren van voorkennis Probleemstellende/uitdagende opgaven (de context kan ook uit de wiskunde zelf komen) Relaties tussen vakken Aansluiten bij de capaciteiten van de leerlingen en bij de studierichting

21 Leren in (inter)actie Leerlingen stimuleren actief bezig te zijn met vakinhoud Gebruik maken van verschillende en activerende werkvormen Leerlingen samenwerkend laten leren Stimuleren van de zelfstandigheid van de leerlingen Leerlingen vaak aan het woord laten Leerlingen voldoende denktijd geven

22 Piramide van leereffecten - Bales Een leerling luistert naar de uitleg die de leraar geeft over een bepaald onderwerp. Een leerling leest een tekst over een bepaald onderwerp. Een leerling bekijkt een documentaire over een bepaald onderwerp. Een leerling volgt een demonstratie over een bepaald onderwerp. Een leerling discussieert over een bepaald onderwerp met medeleerling(en). Een leerling voert een praktijkoefening (vb. maken van een werkstuk) uit over een bepaald onderwerp. Een leerling legt een bepaald onderwerp uit aan medeleerling(en).

23 Leren met taalsteun Bieden van visuele ondersteuning Leerlingen helpen bij het correct formuleren Geven van positieve feedback (op het taalgebruik) Aandacht hebben voor het eigen taalgebruik Nagaan of de leerlingen de gebruikte taal begrijpen Stimuleren van en aandacht hebben voor de vier taalvaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, spreken)

24 Focus op context

25 Kippen en konijnen Een boer heeft kippen en konijnen. Op een dag telt hij op zijn erf 186 poten en 67 koppen. Hoeveel kippen en hoeveel konijnen heeft hij?  zinvolle context?  taal struikelblok?

26 De paleontoloog Dino De Graever is een paleontoloog die al jaren op zoek is naar botten van zeldzame soorten. Op een dag heeft hij onvoorstelbaar veel geluk, hij doet de ontdekking van zijn leven. In de Godi woestijn vindt hij botten en schedels van de Pteranodon en de Euparkeria. Zijn medewerkers zijn spijtig genoeg een beetje slordig en ze gooien alles op één grote hoop. Er zijn in totaal 134 schedels, en 490 poten. Bereken hoeveel Pteranodons en Euparkeria’s er uiteindelijk gevonden zijn. Met dank aan Els Sas, leerkracht KA1 Antwerpen

27 De paleontoloog met taalsteun Dino De Graever is een paleontoloog die al jaren op zoek is naar botten van zeldzame soorten. Op een dag heeft hij onvoorstelbaar veel geluk, hij doet de ontdekking van zijn leven. In de Godi woestijn vindt hij botten en schedels van de Pteranodon en de Euparkeria. Zijn medewerkers zijn spijtig genoeg een beetje slordig en ze gooien alles op één grote hoop. Er zijn in totaal 134 schedels, en 490 poten. Bereken hoeveel Pteranodons en Euparkeria’s er uiteindelijk gevonden zijn. Pteranodon Euparkeria

28 Het grasveld van meneer Kok

29 De koeien van meneer Kok Op Meneer Koks stuk grond van 16,5 bij 24 meter heeft hij een grasveld van 15 bij 20 meter voorzien voor zijn koeien (zie schets). Doordat de straat verbreed wordt, moet Meneer Kok aan de straatkant een strook van 2 meter afstaan. Hij besluit om aan twee kanten een even brede strook van x meter aan het grasveld voor de dieren toe te voegen zodat de totale oppervlakte gelijk blijft en de koetjes lustig kunnen blijven grazen. Bereken x.

30 De koeien van meneer Kok (2)

31 Nog meer voorbeelden

32 Focus op interactie

33 Placemat

34 Cartesische vergelijking

35 Beschrijf en Teken

36 Een slang

37 Focus op taalsteun

38 Bingo

39 Transformaties

40 Hotelbrand

41 Het kwartet

42 Nog meer uitgewerkte ideeën Nog meer uitgewerkte en diverse voorbeelden vind je op de website wiskunde van het GO!

43 Hulpinstrument: Kijkwijzer-quickscans Lesobservatie Zelfreflectie

44 Tot slot

45 Uitspraken ‘Mijn leerlingen hebben geen taalproblemen’ ‘Ik heb leerlingen in de klas die geen woord Nederlands spreken’ ‘Sommige leerlingen weten niet hoeveel poten een kip heeft’ ‘Mijn leerlingen kunnen geen correcte Nederlandse zin maken, laat staan zonder fouten schrijven’ ‘De meeste van mijn leerlingen lezen de opgaven en instructies niet volledig’

46 Doel: van MIN-MIN … Leerlingen begrijpen de taal in wiskunde en wetenschappen onvoldoende De lessen gaan over de hoofden van de leerlingen heen en er vindt geen interactie plaats Leerlingen leren geen wiswet-inhouden (-) en ze leren geen schooltaal gebruiken (-)

47 … naar WIN-WIN We zorgen dat leerlingen de moeilijke taal in wiskunde en wetenschappen begrijpen Leerlingen kunnen de les volgen, ze gebruiken schooltaal en krijgen daar feedback op Leerlingen leren wiswet-inhouden (+) en ze ontwikkelen schoolse taalvaardigheid (+)

48 En nog dit … Ludwig Wittgenstein ( ): “ The limits of my language are the limits of my world. ” Vrij vertaald: Hoe kan ik de wereld van mijn leerlingen verruimen door hun taalvaardigheid te verhogen?


Download ppt "Taalbeleid in wiskunde VVWL 28 juni 2008. Programma Sessie 1 Kaderen van taalbeleid Voorbeelden voor wiskunde Sessie 2 Voorbeelden voor wiskunde in functie."

Verwante presentaties


Ads door Google