De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Suzanne van Reedt Dortland. Biedt de rechtspraak houvast voor toepassing van de billijkheidscorrectie? De rechtspraak over de afgelopen zes jaar geeft.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Suzanne van Reedt Dortland. Biedt de rechtspraak houvast voor toepassing van de billijkheidscorrectie? De rechtspraak over de afgelopen zes jaar geeft."— Transcript van de presentatie:

1 Suzanne van Reedt Dortland

2 Biedt de rechtspraak houvast voor toepassing van de billijkheidscorrectie? De rechtspraak over de afgelopen zes jaar geeft een heel wisselend beeld bij toepassing van de billijkheidscorrectie in verkeerszaken. Twee voorbeelden:  Rechtbank Amsterdam 9 januari 2008 (LJN: BC1802): Billijkheidscorrectie van 50% leidde hier voor het slachtoffer tot 100% vergoeding van de schade.  Rechtbank Utrecht 16 oktober 2013 (L&S 2013/288): Billijkheidscorrectie van 10% leidde hier voor het slachtoffer tot 85% vergoeding van de schade

3 I. Rechtbank Amsterdam 9 januari 2008 (bodemzaak) De feiten: Het is 28 oktober 2005, rond uur op de A28 richting Groningen Een auto (Fiat Punto) kreeg een klapband; de auto ging draaien en kwam tegen de vangrail van de linker rijbaan tot stilstand (schuin) De motor en lichten functioneerden niet meer Alarmlichten stonden niet aan (onduidelijk of deze nog functioneerde) De drie inzittenden (waaronder A) zijn uit de auto gestapt en naar de vluchtstrook gelopen Er is geen openbare straatverlichting Betrokkene A is met een aantal personen teruggelopen naar de auto met de bedoeling om de auto van de linker rijbaan naar de vluchtstrook te duwen A stond tussen het linker portier van de fiat en de fiat zelf Er kwam een Volvo aangereden met 120 km/u De Volvo heeft de fiat en A aangereden met ernstig letsel tot gevolg De Volvo heeft verder naar rechts gestuurd en heeft op de vluchtstrook een geparkeerde auto aangereden

4 -Amputatie rechter onderbeen -Gebroken been links -Gebroken hand rechts (op twee plaatsen) -Een hersenschudding -Een C2-fractuur, -Een longkneuzing, -Meerdere snijwonden Letsel van het slachtoffer dat de auto wilde wegduwen :

5 Oordeel van de rechtbank Amsterdam Eigen schuld: De rechtbank oordeelt dat de ‘duwer’ achter de vangrail had moeten gaan staan. Hij had niet zelf de auto moeten gaan wegduwen. Hierdoor heeft hij het risico op een ongeval vergroot. Zeker nu verlichting op de weg en auto zelf ontbrak. Toepassing billijkheidscorrectie: De rechtbank oordeelt dat zij reden ziet voor toepassing van de billijkheidscorrectie. De schade moest volledig (100%) worden vergoed. -Ernstig verwijt aan de bestuurder van de Volvo; hij had gezien de situatie zijn snelheid moeten aanpassen, -Er is sprake van zeer ernstig letsel bij de ‘duwer’.

6 II. Rechtbank Utrecht 16 oktober 2013 (deelgeschil) Feiten: Ongeval vindt plaats op 10 juni 2012 in Venray (Noord- Limburg) Drie inzittenden + fiets Eenzijdig ongeval; de auto is in de slib geraakt, ondersteboven in de naast de weg gelegen sloot terecht gekomen Bestuurder en bijrijder zijn ongedeerd, De jonge man achterin raakt heel ernstig gewond (hoge dwarslaesie), De man achterin droeg geen gordel, De bestuurder had gedronken

7 Letsel van het slachtoffer (inzittende) -Hoge dwarslaesie, -Kan armen en benen niet meer gebruiken, -Moet worden beademd.

8 Oordeel van de rechtbank Utrecht Toedracht ongeval: Het ongeval is volgens de rechtbank in overwegende mate ontstaan door het alcoholgebruik van de bestuurder en het feit dat hij te hard heeft gereden. Hij reed 70 á 75 km/uur terwijl de maximum snelheid ter plaatse 60 km/uur was. Eigen schuld inzittende: De inzittende heeft geen gordel gedragen. De politie heeft hem direct na het ongeval namelijk op zijn buik, op het dak aan de binnenzijde van de auto aangetroffen. Er wordt hiervoor 25% eigen schuld toegerekend. Toepassing van de billijkheidscorrectie: De rechtbank ziet reden voor toepassing van de billijkheidscorrectie van 10%: -De fout van de bestuurder (het rijden met alcohol) is veel ernstiger dan het niet dragen van de gordel. Bestuurder heeft willens en wetens hiermee het risico genomen een ander schade toe te brengen. -De zeer ernstige gevolgen voor het slachtoffer (dwarslaesie). Conclusie: slachtoffer krijgt 85% van zijn schade vergoed.

9 Basis: Vestiging (verkeers)aansprakelijkheid Twee mogelijke grondslagen voor de aansprakelijkheid: (1) art. 185 WVW -Ongeval op de (openbare) weg; -Gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde zijn hierbij betrokken. n.v.t. in geval van schade aan: -Door het motorrijtuig vervoerde personen of zaken (inzittenden) -Een ander motorrijtuig in beweging -Loslopende dieren (2) art. 6:162 BW -Er moet sprake zijn van een toerekenbare onrechtmatige daad. ↓ bron: Wegenverkeerswet, Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens en het Wegenverkeersreglement

10 Art. 185 WVW aansprakelijkheid van de gemotoriseerde, tenzij overmacht Het beroep op overmacht van de gemotoriseerde slaagt zeer zelden! Slachtoffer ouder dan 14 jaar De gemotoriseerde komt slechts een beroep op overmacht toe ingeval hem ter zake rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen. Slachtoffer jonger dan 14 jaar → beroep op overmacht is (nog meer) beperkt De gemotoriseerde komt slechts een beroep op overmacht toe indien het ongemotoriseerde kind opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten. Basis: Vestiging (verkeers)aansprakelijkheid

11 Het spoorboekje van 185 WVW

12 Omvang: Eigen schuld? Art. 6:101 BW: "Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid in de mate waarin aan de ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist."

13 Eigen schuld en billijkheidscorrectie: Voorwaarden voor eigen schuld (hoofdregel): (1) causale verdeling→ - objectieve weging van de wederzijds gevaarzettende gedragingen (= kleurloos) (2) billijkheidscorrectie → - de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte “fouten” - de andere omstandigheden van het geval

14 Eigen schuld & billijkheidscorrectie; Toepassing in 2 e casus: Rb. Utrecht 16 oktober 2013: -Inzittende vordert schade van de bestuurder van het voertuig. -Aansprakelijkheid staat vast op grond van art. 6:162 BW. (1)causale verdeling (= kleurloos): Omstandigheden die over en weer tot de schade hebben geleid zijn: -bestuurder heeft teveel alcohol gedronken en mogelijk te hard gereden. -het slachtoffer heeft geen gordel gedragen. Uitkomst: Slachtoffer heeft 25% eigen schuld, de bestuurder is voor 75% verantwoordelijk voor het ontstaan van het ongeval. Aanpassing door billijkheidscorrectie?

15 Rechtbank Utrecht 16 oktober 2013; toepassing art. 6:101 BW: (2) billijkheidscorrectie: -Ernst van de over en weer gemaakte fouten: Met alcohol rijden is een ernstigere fout dan het niet dragen van de gordel. -Andere omstandigheden van het geval: zeer ernstige letsel; dwarslaesie, waarbij alle ledematen zijn verlamd en hij moet worden beademd. Voor zijn adl volledig afhankelijk van anderen. Uitkomst is: een vergoedingsplicht van 85% = billijkheidscorrectie van 10%

16 Bijzondere eigen schuldregels: 100% -regel en de 50%-regel zijn bijzondere regels die op de billijkheid van art. 6:101 BW zijn gebaseerd.  100%-regel ˂ 14 jaar: - Ingrid Kolkman-arrest (HR 1 juni 1990, NJ 1997, 720) - Marbeth van Uitregt-arrest (HR 31 mei 1991, NJ 1991, 721) In geval van een fietser/voetganger beneden de 14 jaar wordt de schade volledig vergoed, tenzij sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Kern: er wordt dus geen eigen schuld toegeworpen aan kinderen beneden de 14 jaar, ondanks de mogelijke eventuele causale bijdrage van het kind Ratio: Betriebsgefahr → het gevaar dat al van het gebruik van het motorrijtuig als zodanig uitgaat (massa en snelheid)

17 Bijzondere eigen schuldregels:  50%-regel ≥ 14 jaar: - IZA/Vrerink-arrest (HR 28 februari 1992, NJ 1993, 566) - Anja Kellenaers-arrest (HR 24 december 1993, NJ 1995, 236) Indien een bestuurder van een motorrijtuig zich niet op overmacht kan beroepen en het slachtoffer (een ongemotoriseerde ouder dan 14 jaar) wel zelf een fout heeft gemaakt (zonder dat sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid), in elk geval 50% van de schade van het slachtoffer voor rekening van de bestuurder komt; terwijl t.a.v. de andere helft beslissend is in hoeverre de gedragingen van de bestuurder en die van het slachtoffer tot de schade hebben bijgedragen. Ratio: Betriebsgefahr → het gevaar dat al van het gebruik van het motorrijtuig als zodanig uitgaat (massa en snelheid)

18 Bijzondere eigen schuldregels:  50%-regel ≥ 14 jaar: (1) Geen overmacht gemotoriseerde → is alleen aan de orde indiende gemotoriseerde rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt (2) Ongemotoriseerde van 14 jaar of ouder (3) Geen opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van de ongemotoriseerde van 14 jaar of ouder → bewustheid van het gevaar bij het slachtoffer is vereist → een zekere objectivering is hier mogelijk (HR 30 maart 2007, NJ 2008, 64)

19 Bijzondere eigen schuldregels:  50%-regel ≥ 14 jaar: Toepassing in concreto van de 50%-regel? → Anja Kellenaers-arrest (HR 24 december 1993, NJ 1995, 235) Hoofdregel: behoudens overmacht en opzet en daaraan grenzende roekeloosheid is de gemotoriseerde voor minimaal 50% van de schade aansprakelijk. Meer dan 50% van de schade vergoeden? Dat is afhankelijk van (1) de causale verdeling en (2) de (extra) billijkheidscorrectie ex art. 6:101 BW

20 Bijzondere eigen schuldregels: Voorbeeld toepassing 50%-regel:  Stel dat de verkeersfouten van de bestuurder t.o.v. het slachtoffer zijn 30:70 Dan zal de bestuurder bij toepassing van de 50%-regel toch 50% van de schade moeten vergoeden.  Stel dat de verkeersfouten van de bestuurder t.o.v. het slachtoffer zijn 70:30 Dan zal de bestuurder bij toepassing van de 50%-regel 70% van de schade moeten vergoeden, tenzij de billijkheid een andere verdeling vereist.

21 Bijzondere eigen schuldregels: 50%-regel & de “extra” billijkheidscorrectie: Wat houdt toepassing van de deze “extra” billijkheidscorrectie in? -Uiteenlopende ernst van de (wederzijds) gemaakte (verkeers)fouten -Andere (bijzondere) omstandigheden van het geval Zoals: - ernst van het letsel/invaliditeit, - leeftijd van het slachtoffer, - zielige omstandigheden van het geval, zoals een achtergebleven geestelijke en/of lichamelijke ontwikkeling van het slachtoffer Bij deze billijkheidscorrectie speelt het Betriebsgefahr geen rol meer! Het Betriebsgefahr is al als omstandigheid al meegenomen bij de 50%- regel an sich.

22 Bijzondere eigen schuldregels: 50%-regel schematisch: (a)Toepasselijkheid 50%-regel? Zo ja → min. 50% van de schade moet worden vergoed. (b)Hogere vergoeding ( ˃ 50%)? - causale verdeling (= objectieve weging van oorzaken) - extra billijkheidscorrectie in geval van de bijzondere omstandigheden van het geval (niet zijnde het Betriebsgefahr)

23 Bijzondere eigen schuldregels: VB “extra” billijkheidscorrectie: Rechtbank Arnhem 14 februari 2007 (LJN: BA 0118) (rov en 4.14) Feiten: -Ongeval d.d. 13 februari 2003 buiten de bebouwde kom -Racefietser (26 jaar oud) die wordt ingehaald door twee auto’s (die dicht achter op elkaar rijden) op een smalle/landelijke dijkweg -Tijdens het passeren wordt de racefietser geraakt en komt ten val op het wegdek -De racefietser wordt vervolgens aangereden door de auto die erachter reed Letsel: -Hersenletsel → cognitieve stoornissen t.a.v. spraak, concentratie en geheugen. Maar ook gedragsveranderingen (negatief) en afgenomen intellect -Blind aan een oog -Diverse botbreuken, met blijvende beperkingen -Klaplong

24 Bijzondere eigen schuldregels: VB “extra” billijkheidscorrectie: Rechtbank Arnhem 14 februari 2007 (LJN: BA 0118) (rov en 4.14) 50%-regel brengt mee dat hier minimaal 50% van de schade moet worden vergoed. Is er reden voor vergoeding van meer dan 50%? I. Causale verdeling: Verkeersgedrag racefietser: zou slingerend + met losse handen hebben gereden + niet uiterst rechts gehouden + naar links zijn overgestoken zonder voorrang te verlenen aan achteropkomend verkeer Verkeersgedrag auto’s: beiden hebben onverantwoord hard gereden op een bochtige dijkweg ( km/u waar 80km p/u was toegelaten). Ze reden dicht achter op elkaar. Ze hadden beiden de fietser gezien, inclusief zijn gevaarlijke gedrag (slingeren etc.). De auto’s hebben niet getoeterd. Rb: de veronderstelde verkeersovertredingen afwegende, resulteert in 50:50

25 Bijzondere eigen schuldregels: II “extra” billijkheidscorrectie: Ernst van de over en weer gemaakte verkeersfouten: Racefietser → voorrangsfout alsmede slingeren/losse handen Auto’s → hard rijden, onvoldoende afstand houden Ernst van de overtredingen is vergelijkbaar. Echter, er zit een groot verschil in de verwijtbaarheid. Het gedrag van de auto’s was onvoorzichtiger. De auto's waren zich namelijk bewust vh onmiddellijk dreigend gevaar. Zij hadden de fietser met zijn (beweerde) afwijkende gedrag al opgemerkt. Door hem toch te passeren, met hoge snelheid, dicht achter op elkaar, hebben ze bewust het risico genomen van een botsing met de fietser. Andere omstandigheden van het geval: Zeer ernstig letsel, jonge leeftijd (26 jaar), gedragsveranderingen etc. Vergoedingsplicht = 100%

26 Bijzondere eigen schuldregels: NB I: In de rechtspraak is bepaald dat de 50%-regel ook dient te worden toegepast bij: → Aanrijding tussen een tram en een voetganger/fietser (HR 14 juli 2000, NJ 2001, 417 & HR 3 juni 2005, NJ 2005, 286) → Aanrijding tussen een invalidenvoertuig (bestuurd door een 15-jarige) en een gemotoriseerde (Hof Leeuwarden 8 mei 2002, NJ 2003, 233)

27 Bijzondere eigen schuldregels: NB II: Ratio van de 50% en de 100%-regel → Betriebsgefahr Betriebsgefahr is exclusief voorbehouden aan de 100% - en 50% regel, en geldt niet tussen een “zwakkere gemotoriseerde” en een “sterkere gemotoriseerde”. Stad R’dam/Ibrahim (HR 22 april 2005, NJ 2006, 20) → ongeval tussen een auto en een bromfietser. Aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW Eigen schuld ex art. 6:101 BW? → causale verdeling & billijkheidscorrectie Het feit dat een bromfietser een zwakkere verkeersdeelnemer is dan een auto, mag niet in de billijkheidscorrectie worden meegewogen. Wel mag de ernst van het letsel van een zwakkere verkeersdeelnemer als omstandigheid worden meegewogen.

28 Bijzondere eigen schuldregels: NB III: Reflexwerking en regresnemers Eigen schuld en billijkheidscorrectie kennen een apart stramien indien: Gemotoriseerde vordert schade van een ongemotoriseerde reflexwerking art. 185 WVW 50%- en 100%-regel reflexteren niet dus: causale verdeling + billijkheidscorrectie → Betriebsgefahr ten nadelen van de gemotoriseerde! Een regresnemer vordert schade 50%- en 100%-regel werken niet door! dus: causale verdeling + (beperkte) billijkheidscorrectie (niet: ernst letsel en bijzondere omstandigheden, zoals het verzekerd zijn; geen subrogatie in zieligheid) Let op: tijdelijke regeling verhaalsrechten!

29 Toepassing van de billijkheidscorrectie in de praktijk: Artikel van mr. J.F. Roth e.a. in Letsel & Schade (2013, nr. 4) geeft een samenvatting van 25 uitspraken die op het terrein van de billijkheidscorrectie zijn gewezen sinds Rb. Amsterdam 14 januari 2008 (wegduwen auto na pech + amputatie) causaal 50:50 en een billijkheidscorrectie van 50% = 100% SV -Rb. Utrecht 16 oktober 2013 (geen gordel + alcoholgebruik bestuurder + dwarslaesie) causaal 75:25 en een billijkheidscorrectie van 10% = 85% SV

30 Toepassing van de billijkheidscorrectie in de praktijk: Artikel van mr. J.F. Roth e.a. in Letsel & Schade (2013, nr. 4) geeft een samenvatting van 25 uitspraken die op het terrein van de billijkheidscorrectie zijn gewezen sinds  Hof Den Haag 19 juni 2008 (LJN: BD6919) (Alcoholgebruik + inzittende wist van het alcoholgebruik + kort zijn rijbewijs, agressieve rijstijl + dat hij vaak hard reed + dwarslaesie) Causaal 90:10 en een billijkheidscorrectie van 10% = 100% SV  Rb. Zutphen 12 november 2009 (LJN: BK4223) (Fietser verleende geen voorrang aan de taxi + taxi merkte hem te laat op + gezien de omstandigheden te hard gereden) Causaal 80:20 Toepassing 50%-regel → geen reden om meer dan 50% te vergoeden (= al verhoging van 30%)

31 Toepassing van de billijkheidscorrectie in de praktijk: Artikel van mr. J.F. Roth e.a. in Letsel & Schade (2013, nr. 4) geeft een samenvatting van 25 uitspraken die op het terrein van de billijkheidscorrectie zijn gewezen sinds  Rb. Utrecht 23 december 2009 (LJN: BK7592) (vrachtwagen heeft fietser geen voorrang verleend + fietser was niet zichtbaar door over de stoep te fietsen + verbrijzelde elleboog) Causaal 75:25 en een billijkheidscorrectie van 15% = 90% SV  Rb. Amsterdam18 januari 2012 (LJN: BV3838) (fietser is gevallen (moeder + kinderen) + motor heeft op een smalle en drukke weg ingehaald + motor heeft onvoldoende afstand gehouden + schedelbasisfractuur, verschillende breuken, verlies reuk & smaak, afgerukte vingertoppen, hersenbloeding- en kneuzing) Causaal 50:50 en een billijkheidscorrectie van 20% = 70% SV

32 Conclusie billijkheidscorrectie in praktijk: Constateringen:  De rechtspraak van 2008 t/m 2013 geeft een heel wisselend beeld; billijkheidscorrectie van 0% tot 50%!  De rechter heeft een grote vrijheid (geen uitgebreide motivering vereist).  Het verschil is niet goed te verklaren door de ernst van het letsel en de ernst van de gemaakte verkeersfouten.  Billijkheid is moeilijk d.m.v. harde criteria te onderbouwen. Is het een kwestie van gevoel? Hoe moeten we daar in de praktijk mee omgaan? Categoriseren / gevalsvergelijking zoals bij het Smartengeld?

33 Conclusie billijkheidscorrectie in praktijk: Praktisch:  Bewijs verzamelen over de toedracht i.v.m. de causale verdeling (pv, getuigen, verkeersongevallen analyse, foto’s van de verkeerssituatie etc.)  Beoordeel of gebruik kan worden gemaakt van de 100% of 50%-regel.  Onderbouwen dat er een verschil in ernst van de verkeersovertreding zit. Ben concreet + betrek alle omstandigheden van het geval hierbij.  Letsel onderbouwen i.v.m. de ernst daarvan dc medische stukken en/of getuigenverklaringen.  Zoek in de jurisprudentie naar zaken die op uw zaak lijken (gevalsvergelijking).


Download ppt "Suzanne van Reedt Dortland. Biedt de rechtspraak houvast voor toepassing van de billijkheidscorrectie? De rechtspraak over de afgelopen zes jaar geeft."

Verwante presentaties


Ads door Google