De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 4 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.4 tm 1.5 (versie 12-03-2013)

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 4 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.4 tm 1.5 (versie 12-03-2013)"— Transcript van de presentatie:

1 1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 4 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.4 tm 1.5 (versie )

2 2 Doorstroom  Instroom –Hoe gaan we vacatures vervullen?  Doorstroom –Welke verplichtingen hebben werkgever en werknemer tegenover elkaar?  Uitstroom –Hoe kan de arbeids- overeenkomst worden beëindigd? Arbeidsovereenkomst bepaalde tijd Proeftijd Arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd Deeltijdwerk Uitzendkrachten Oproepkrachten Thuiswerk Zich als goed werkgever gedragen Zich als goed werknemer gedragen Loon Belastingvrije vergoedingen Verlof Doorbetaling loon bij ziekte Arbeidsongeschiktheid Arbeidsomstandigheden Beëindiging met wederzijds goedvinden Opzegging Ontbinding door kantonrechter Ontslag op staande voet Collectief ontslag Rol van het CWI

3 3 Arbeidsovereenkomst l Mag mondeling en schriftelijk worden aangegaan l Binnen een maand na aanvang schriftelijke opgave groot aantal punten l Veel punten zullen opgenomen zijn in cao. In arbeidsovereenkomst kan verwezen worden naar cao l Aandacht voor een aantal bijzondere bedingen: –Proeftijd –Concurrentiebeding –Wijzigingsbeding –Geheimhoudingsbeding

4 4 Bedingen: proeftijd l Schriftelijk (kan ook via van toepassing verklaren cao) l Korter dan 2 jaar ao: 1 maand (3/4 dwingend) l Langer dan 2 jaar of vast: 2 maanden l ’Ijzeren proeftijd’ => te lange proeftijd = geen proeftijd (nietig) l Opzegverboden niet van toepassing; wel verbod discriminatie l Proeftijd loopt door bij ziekte l Geen proeftijd bij opvolgend contract na ao bepaalde tijd of uitzend-inzet art.7:652 art.7:652 (en 676)BW:676

5 5 Bedingen: concurrentie l Schriftelijk (lid 1) l Meerderjarig (lid 1) l Gedurende bepaalde tijd (1 of 2 jaar) l In een bepaalde kring (geografisch gebied) l Concurrerende werkzaamheden verrichten l Gevolgen functiewijziging (bv bij fusie bedrijven) l Aanpassing tijdens “de rit” art.7:653 BW:

6 6 Bedingen: eenzijdige wijziging l Schriftelijk l Zwaarwichtig belang Art.7:613 BW

7 7 Goed werkgeverschap en goed werknemerschap Toespitsing op arbeidsovereenkomst Artikel 7:611 BW De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Algemene bepaling overeenkomsten Artikel 6:248, lid 1 BW Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.

8 8 Concretisering art. 7:611 in de jurisprudentie l Ander werk l Recht op tewerkstelling l Gedeeltelijk werken na arbeidsongeschiktheid Wat is jurisprudentie. Welke instanties? Rechtsbron?

9 9 Gedeeltelijk werken na arbeidsongeschiktheid l Ja, oordeelt HR = eis 7:611 BW l Werkgever moet bewijzen dat passend werk niet mogelijk is l Arbeidsongeschiktheid door het werk ontstaan of niet Na twee jaar ziekte komt een werknemer in de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). WIA kent mogelijkheid gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Kan werknemer nu weer gedeeltelijk aan het werk?

10 10 Loon l Loonstrookje l Inhouding en afdracht premies werknemersverzekeringen en loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen) l Zwart werken l Minimumloon (= publiekrecht) l Twee jaar aanspraak op loon bij ziekte

11 11 Bedrijfsongeval (7:658 BW) 1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. 2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. 3. Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken. 4. Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.

12 12 “Lokaal” + “Werkgever” l Hoge Raad hanteert ruime inhoud lokaal: werkomgeving of werkmilieu l Woon-werkverkeer niet l Thuis niet l Werkgever ook aansprakelijk voor ongeval werknemer bij tewerkstelling bij onderaannemer

13 13 Wanneer verhaal schade bedrijfsongeval? l Bedrijfsongeval l Schade (materieel of immaterieel) l Causaal verband –Problemen met ziektes als RSI, longkanker door asbest –Hoge Raad: proportionele aansprakelijkheid l Zorgplicht werkgever => omkering bewijslast (werknemer hoeft niet schending zorgplicht te bewijzen). Zie 7: 658, lid 2 BW 2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

14 14 Hoe kan werkgever claim pareren? l Naleven veiligheid rond machines. –Actuele voorschriften –Goede instructie personeel –Controle naleving voorschriften –Bekwaamheid personeel l Waarschuwen personeel (kort van te voren)  Opzet of bewuste roekeloosheid personeel (wordt door HR niet snel aangenomen)

15 15

16 16 Uitzendkracht l Uitzendbureau l Inlener Stel dat de gewonde bij Intermezzo een uitzendkracht was. Bij wie kan dan een claim worden ingediend 1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. 4. Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.

17 17 Gerdien Knoop treedt op 1 oktober 2009 voor onbepaalde tijd in dienst bij bakkerij Sneupjes als verkoopster. In het schriftelijk opgestelde en door partijen ondertekende arbeidscontract is een proeftijdbeding opgenomen. Omdat de maand december altijd erg druk is en bakker Sneupjes het werktempo van Gerdien juist in deze maand wil testen, wordt de proeftijd gesloten voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december a.Dit proeftijdbeding is ongeldig. Er is dus geen proeftijd. b.Dit proeftijdbeding is geldig. c.Dit proeftijdbeding zal slechts van toepassing zijn voor de periode 1 oktober tot en met 30 november. d.Dit proeftijdbeding zal slechts van toepassing zijn voor de periode 1 oktober tot en met 31 oktober. Vraag 4.1

18 18 Gerdien Knoop treedt op 1 oktober 2009 voor onbepaalde tijd in dienst bij bakkerij Sneupjes als verkoopster. In het schriftelijk opgestelde en door partijen ondertekende arbeidscontract is een proeftijdbeding opgenomen voor de periode van 1 oktober tot 1 december De eerste twee weken van november 2009 sluit Sneupjes de bakkerij wegens verbouwing. Gerdien wordt betaald verlof gegeven. Begin december stort zij in vanwege de grote drukte. Sneupjes wil daarna zo snel mogelijk van Gerdien af en vraagt aan u of het beding rechtsgeldig is en of hij nog een beroep op het proeftijdbeding kan doen. a.De proeftijd heeft een duur van twee maanden. Door de onderbreking voor de verbouwing loopt de proeftijd tot 15 december. Ontslag is dus nog mogelijk. b.Er is sprake van een ongeldige proeftijd. Er is dus helemaal geen proeftijd. Gerdien heeft gewoon vanaf 1 oktober een aanstelling voor onbepaalde tijd zonder proeftijd. c.De proeftijd eindigt op 30 november. Sneupjes kan dus niet zo makkelijk meer van Gerdien af. d.Een proeftijd kan slechts worden bedongen bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Daarvan is in casu geen sprake. Sneupjes kan Gerdien dus niet ontslaan. Vraag 4.2

19 19 Gerdien Knoop heeft vanaf 1 juli tot 1 oktober 2009 als uitzendkracht bij bakkerij Sneupjes gewerkt. Zij verrichtte in die periode assistentie op de afdeling banket bij het vervaardigen van de plaatslelijk zeer bekende sneupkietaartjes. Op 1 november 2009 treedt zij vervolgens voor onbepaalde tijd in dienst van de bakkerij als verkoopster. In het schriftelijk opgestelde en door partijen ondertekende arbeidscontract is een proeftijdbeding opgenomen voor de periode van 1 november tot 1 januari Begin december stort Gerdien in vanwege de grote drukte in de bakkerij. Sneupjes wil daarna zo snel mogelijk van Gerdien af. a.Sneupjes kan het wel vergeten, dat hij eenvoudig van Gerdien af kan. Zij heeft per 1 november 2009 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. b.De proeftijd loopt nog. Tijdens de proeftijd is ontslag op eenvoudige wijze mogelijk. Sneupjes kan aangeven, dat Gerdien toch niet geschikt blijkt voor de werkzaamheden. c.Overbelasting kan geen reden zijn voor ontslag tijdens de proeftijd. d.Het doet niet ter zake of de het instorten van Gerdien te maken heeft met een zwangerschap. Vraag 4.3

20 20 Vraag 4.4 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Het schriftelijk aangegaan concurrentiebeding met een 40 jarige werknemer, dat hij gedurende 20 jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst wereldwijd zijn werkgever geen concurrentie aan mag doen is ongeldig. II.Een werkgever staat op het randje van het faillissement. Om het tij te keren schrijft hij een brief aan zijn werknemers waarin staat dat hij op grond van het schriftelijk met zijn werkgevers gesloten eenzijdig wijzigingsbeding alle toezeggingen over de reiskosten met ingang van de eerste dag van de volgende maand zal schrappen. Deze beslissing is geldig en zal door de werknemers geaccepteerd moeten worden. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

21 21 Vraag 4.5 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Een zwartwerker loopt grote risico’s, omdat hij niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. II.Artikel 7:637 BW biedt de mogelijkheid om een werknemer op basis van een schriftelijke overeenkomst bij ziekte te korten op het aantal vakantiedagen. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

22 22 Vraag 4.6 Directeur Van Staden stuurt op 1 februari 2008 een interne notitie aan het personeel en deelt mee dat de jaarlijkse vakantie dit jaar gepland is voor de eerste twee weken van juli Alvorens tot definitieve vaststelling over te gaan, worden de werknemers uitgenodigd bezwaren tegen deze planning aan te tekenen. Miranda Opheimer bericht op 12 februari Van Staden schriftelijk dat de genoemde periode voor haar niet goed uitkomt, omdat zij graag een vakantie buiten de reguliere schoolvakanties om wil boeken (deze zijn veel goedkoper). Zij vraagt Van Staden om de laatste twee weken van september 2008 met vakantie te kunnen gaan. Behalve door Miranda worden er geen bezwaren tegen de eerste weken van juli aangetekend. In maart 2008 bericht Van Staden dat het bedrijf de eerste twee weken van juli 2008 dicht is vanwege de (collectieve) vakantie. a.Voor Miranda heeft de beslissing van directeur Van Staden geen gevolgen. Zij kan gewoon in september op vakantie. b.Van Staden heeft de vakantie vastgesteld op basis van een zorgvuldige procedure. Miranda is gebonden aan zijn aanwijzing. c.Van Staden heeft correct uitvoering gegeven aan art. 7:638, lid 2. d.Meeste stemmen gelden. Miranda zal zich als eenling moeten neerleggen bij de keuze van de rest van het personeel.

23 23 Vraag 4.7 Jan werkt 4 dagen per week en heeft recht op 24 vakantiedagen per jaar. Eind 2009 heeft hij 16 dagen vrij genomen. Hoeveel vakantiedagen kunnen desgevraagd aan hem worden uitbetaald? a.6 dagen b.8 dagen c.4 dagen d.geen

24 24 Vraag 4.8 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Een werkgever mag minimumvakantiedagen doorschuiven naar een volgend jaar. II.De opbouw van vakantiedagen stopt tijdens ziekte als uitvloeisel van de hoofdregel : geen werk, geen loon, geen vakantie. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

25 25 Vraag 4.9 Jos van Erp is werkzaam als assistent-inkoper in uw onderneming. U hebt redelijk spijt van het feit, dat u hem indertijd hebt aangenomen, omdat Jos een enthousiast beoefenaar is van het kickboksen. Die sport heeft er al herhaaldelijk toe geleid, dat Jos zich ziek heeft moeten melden wegens opgelopen letsel bij een wedstrijd. De laatste keer heeft hij een zodanige hersenbeschadiging opgelopen, dat hij nu al bijna twee jaar arbeidsongeschikt is. Vandaag heeft u twee brieven ontvangen. Een van het UWV, dat u meedeelt, dat Jos binnenkort voor 60% arbeidsongeschikt en dus voor 40% arbeidsgeschikt is verklaard, maar wel voor passende werkzaamheden, anders dan als assistent-inkoper. De tweede brief is van Jos, die u meedeelt, dat hij binnenkort weer voor 40% van zijn arbeidstijd zijn diensten aanbiedt. “Ik kan nog niet als assistent-inkoper gaan werken; dat kunnen mijn hersenen nog niet aan. Wel zou ik meer algemene werkzaamheden kunnen doen, zoals het bijhouden van de debiteurenadministratie, het geven van voorlichting aan klanten en het ordelijk houden van de kantoorruimtes”. U ziet dat echter helemaal niet zitten. “We hebben precies zoveel mensen als nodig is voor het verrichten van alle werkzaamheden van ons bedrijf. Jos zou alleen maar overbodig werk verrichten”. a.Als u weigert Jos toe te laten tot het verrichten van passend werk, bent u toch verplicht hem een passend gedeelte van zijn loon te betalen? b.Jos kan niet juridisch afdwingen, dat hij wordt toegelaten tot het verrichten van werkzaamheden? c.U kunt Jos nu eindelijk ontslaan. d.U behoeft Jos alleen maar toe te laten tot zijn eigen werkzaamheden.

26 26 Vraag 4.10 In de cao die op mevrouw Bartels van toepassing is, staat een afzonderlijke paragraaf opgenomen over de pauzes (art. 5:4, lid 3, Artw). Bovendien heeft de ondernemer met de ondernemingsraad een collectieve regeling op het terrein van de arbeidstijden getroffen, die weer afwijkt van wat in de cao staat. Om het nog ingewikkelder te maken zijn er mondeling ook nog bijzondere afspraken met mevrouw Bartels gemaakt, die niet sporen met het bepaalde in de cao. Mevrouw Bartels wendt zich tot u als deskundige in de onderneming en vraagt u welke regeling nu op haar van toepassing is. a.De collectieve regeling, die is gesloten met de or b.De regeling in de Artw c.De bijzondere afspraak met mevrouw Bartels zelf d.De regeling in de cao..

27 27 Vraag 4.11 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Op dinsdag 22 augustus krijgt Jan Bode (30 jaar) van zijn chef te horen dat hij die avond moet overwerken van uur tot uur. Deze opdracht mag hij weigeren. II.Tijdens zijn werkzaamheden voor de Badkamerspecialist verstapt Klaas zich. Van schrik laat hij een dure spiegel vallen. Zijn werkgever kan de schade inhouden op zijn loon. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist


Download ppt "1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 4 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.4 tm 1.5 (versie 12-03-2013)"

Verwante presentaties


Ads door Google