De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kennisacquisitie en - modellering Rogier van Eijk college 4 Domeinmodellering en elicitatie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kennisacquisitie en - modellering Rogier van Eijk college 4 Domeinmodellering en elicitatie."— Transcript van de presentatie:

1 Kennisacquisitie en - modellering Rogier van Eijk college 4 Domeinmodellering en elicitatie

2 Vorige keer: taaktypen en taakmethoden

3 Vandaag: • Hoe het domein te modelleren? • Activity diagrams: Notaties • Begrijpen van elicitatietechnieken

4 DOMEINMODELLEREN

5 Soorten kennis • Taakkennis – doelgericht – onderverdeeld in functionele stappen • Domeinkennis – relevante domeinkennis • Inferentiekennis – basis redeneerstappen die in het domein gemaakt kunnen worden en die door taken worden toegepast

6 Kennismodel: overzicht Disease (type) Symptom (type) Test (type) cover (inference) verify (inference) DIAGNOSIS (task) Task knowledge task goals task decomposition task method Inference knowledge basic inferences roles Domain knowledge domain types domain rules domain facts

7 Taakbeschrijving • “De auto doet het niet. Ik voorzie op dit moment twee voor de hand liggende oorzaken: De benzine is op of de accu is leeg. Als de benzine op is dan zou de benzinemeter op nul moeten staan. Als de accu leeg is dan zou het acculampje op het dashboard moeten branden. Of de auto zou met behulp van een startkabel weer aan de praat gebracht moeten kunnen worden. Een lege accu komt veel vaker voor dan een lege benzinetank. Ik kijk op het dashboard, maar het acculampje brandt niet. Dan probeer ik de auto via een startkabel aan de gang te krijgen. Dat lukt!”

8 Domeinschema voor auto’s

9 Grote domeinschema’s

10 Domeinschema’s • Domeinschema’s kunnen snel heel groot worden. • Hoe houd je ze in bedwang?  Gebruik de taakmethode

11 Domeinschema voor auto-diagnose

12 domein schema voor diagnose

13 Configuration: domeinschema

14 Domeinkennis • Domeinschema – Schematische beschrijving van het domein door middel van domeinconstructen (zoals concepten) • Kennisbank – Instanties van constructen uit het domeinschema

15 Constructen voor het domeinschema • Concept – cf. object class (zonder methoden) • Relatie – cf. association • Attribuut – primitieve waarde • Rule type – Relaties tussen expressies (niet standaard OO)

16 Voorbeeld auto concepten

17 Sub/super en part/whole • ouder – vader of moeder – disjunctieve combinatie – sub/supertype • ouders – vader en moeder – conjunctieve combinatie – part/whole

18 Example: auto subtypes

19 Modelleren van regels • Kennis wordt vaak uitgedrukt in regels • Kennismodelleren is er op gericht om regels te vinden die een gezamenlijke structuur hebben • Een regel is dan een instantie van een regeltype

20 Structuring a knowledge base

21 Regeltype • Modelleert een relatie tussen expressies over attribuutwaarden van concepten, bijv: gas-dial.value = zero -> fuel-tank.status = empty • Staat voor een verzameling concrete regels die een gezamenlijke structuur hebben • Omdat regels niet strict logisch hoeven te zijn bevat het ook een zogenaamd ‘connection symbol’

22 Example rule type

23 Structuur van regeltypen

24 Rule types for car diagnosis

25 Kennisbank • Regeltypes staan in het domeinschema • Regels in de kennisbank • Bevat instanties (regels) van regeltypen • structuur – USES: from – EXPRESSIONS:

26 Voorbeeld kennisbank KNOWLEDGE-BASE car-network; USES: state-dependency FROM car-diagnosis-schema, manifestation-rule FROM car-diagnosis-schema; EXPRESSIONS: /* state dependencies */ fuse.status = blown CAUSES power.status = off; battery.status = low CAUSES power.status = off; …. /* manifestation rules */ fuse.status = blown HAS-MANIFESTATION fuse-inspection.value = broken; battery.status = low HAS-MANIFESTATION battery-dial.value = zero; ….. END KNOWLEDGE-BASE car-network;

27 Begrijp de schema’s uit het boek

28 ACTIVITY DIAGRAMS Practicum

29 Action state • Basisingredient • Toestand waarin iets gedaan / een taak uitgevoerd wordt • Toetstand eindigt als de taak klaar is • Dan kan er een overgang plaatsvinden naar een nieuwe taak • Er zijn speciale symbolen voor de begintoetstand en de eindtoestand

30 Basic notation for activity diagram

31 Keuze • Overgangen zijn deterministisch • Als een overgang afhangt van de resultaten van een activiteit voeg dan een keuze-constructie toe.

32 Parallelle activiteiten • Als activiteiten tegelijkertijd plaatsvinden voeg dan de constructie voor parallelle activiteiten toe • Zorg dat het duidelijk is wanneer de parallelliteit weer ophoudt.

33 Parallelle activiteiten

34 Swim lanes • Als een proces over meerdere agents gedistribueerd is maak dan gebruik van zogenaamde swim lanes. • Laat voor elke agent zien hoe deze bij het proces betrokken is.

35 Swim lanes

36 Objecten • Als er informatie-afhankelijkheden tussen activiteiten zijn kun je deze door middel van objecten in het actitivity diagram weergeven

37 Informatie- afhankelijkheden

38 Ander voorbeeld

39 Activity diagram voor taakmethodes

40 ELICITATIE

41 KAM • Elicitatietechnieken: laddering, card sorting, repertory grid.

42 Repertory grid George Kelly: “Elke mens is een wetenschapper”

43 Repertory Grid • Basismechanisme: • vergelijk steeds 3 elementen • waarop zijn twee gelijk en verschillen ze van de derde? • Eliciteert constructen • scalair en bipolair

44 Voorbeeld

45 Repertory Grid • Pas toe op: 1.appel, citroen, sinaasappel 2.appel, citroen, banaan 3.bloemkool, citroen, banaan 4.Gordon, Jeroen van der Boom, Rene Froger 5.diagnose, monitoring, assignment 6.diagnose, monitoring, assessment 7.repertory grid, concept sorting, protocol analysis

46 Repertory grid • Hoe komt de knowledge acquisiteur aan de geschikte elementen? • En hoe worden deze gepresenteerd?

47

48 En nu andersom • Vul aan met een interessant 3 e element: • waarom interessant? 1.havik, valk, … 2.tahoe, tempeh, … 3.assignment, scheduling, … 4.accu, benzinetank, …

49 Opdracht • Jurjen stelt de volgende variatie op ‘repertory grid’ voor: neem in plaats van groepjes van drie elementen (‘triads’) steeds groepjes van twee elementen. • Welke effecten heeft dit op het elicitatieproces?

50 firma interview – part 3

51

52 Week 46 Week 47 Week 48 Week 49 Week 50 Week 51 Week 52 Week 1 Week 2 Week 3 Week 4 Week 5 College 1 Geen college + opdracht 1 College 2 + opdracht 2 College 3 College 4 + opdracht 3 College 5 kerstvakantie herkansingweek Geen college + Opdracht 4 College 6 Roel van den Broek Eindpresentaties + eindrapport Tentamen


Download ppt "Kennisacquisitie en - modellering Rogier van Eijk college 4 Domeinmodellering en elicitatie."

Verwante presentaties


Ads door Google