De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Onderhandelen Zakelijk Nederlands. •Wat is onderhandelen? •Voorbeelden? Inleiding.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Onderhandelen Zakelijk Nederlands. •Wat is onderhandelen? •Voorbeelden? Inleiding."— Transcript van de presentatie:

1 Onderhandelen Zakelijk Nederlands

2 •Wat is onderhandelen? •Voorbeelden? Inleiding

3 Een voorbeeld

4 Culturele verschillen

5

6

7 1.Voorbereiding onderhandelingen 2.Standpunten verkennen 3.Verschillen terugbrengen en concessies doen 4.Onderhandelingen afronden Structuur onderhandelingen

8 1.Voorbereiding onderhandelingen

9 2. Standpunten verkennen

10 3. Verschillen terugbrengen en concessies doen

11 4. Afronden onderhandelingen

12 Standaardformuleringen in onderhandelingen Taal

13

14 A: argument C: conclusie/standpunt V: verbindende uitspraak Argumentatie

15 A: argument C: conclusie/standpunt V: verbindende uitspraak Argumentatie

16

17

18 Signaalwoorden

19

20 Conclusie

21

22 Middel-doel

23

24 Oorzaak-gevolg

25

26 Opeenvolging

27

28 Opsomming

29

30 Reden

31

32 Samenvatting

33

34 Tegenstelling

35

36

37 Tijd “Kranten zijn vooralsnog een cultureel product.” “Ik heb gebeld dat ik vooralsnog niet naar huis kom.” (= voorlopig)

38

39 Toegeving “Hoe het ook zij, historische ervaringen hebben hun geleerd op hun hoede te zijn voor de meerderheid.”

40

41 Toelichting

42

43 Vergelijking

44

45 Voorwaarde

46 Redeneringen

47 1.Causaliteitsargumentatie 2.Eigenschap-oordeelargumentatie 3.Pragmatische argumentatie 4.Autoriteitsargumentatie 5.Analogie-argumentatie 6.Generalisering Argumentatieschema’s

48

49 Generalisering Argumentatieschema’s

50 “Waar rook is, is vuur” “Er zullen volgend jaar weer veel huizen verkocht worden, want de rente blijft voorlopig laag.” Argumentatieschema’s

51 Causaliteitsargumentatie “Waar rook is, is vuur” “Er zullen volgend jaar weer veel huizen verkocht worden, want de rente blijft voorlopig laag.” Argumentatieschema’s

52

53 Eigenschap-oordeelargumentatie Argumentatieschema’s

54 Analogie-argumentatie Argumentatieschema’s

55

56 Pragmatische argumentatie Argumentatieschema’s

57 “Wie onderhandelt, moet veel vragen stellen. Dat zeg ik niet alleen, maar dat zegt McCormack, van de wereldwijd bekende International Management Group, ook.” Argumentatieschema’s

58 Autoriteitsargumentatie “Wie onderhandelt, moet veel vragen stellen. Dat zeg ik niet alleen, maar dat zegt McCormack, van de wereldwijd bekende International Management Group, ook.” Argumentatieschema’s

59 1.Standpunten moeten verdedigd worden 2.Argumenten moeten aanvaardbaar zijn 3.Argumenten moeten relevant zijn Spelregels argumentatie

60 1.Standpunten moeten verdedigd worden

61 2. Argumenten moeten aanvaardbaar zijn

62 3. Argumenten moeten relevant zijn

63 1.Standpunten moeten verdedigd worden (vs) Ontduiken van de bewijslast (vs) bewijslast naar de tegenpartij schuiven (vs) stromanredenering (vs) fictief standpunt bestrijden Spelregels overtreden

64

65 (vs) Stromanredenering

66 “We weten toch allemaal dat politici nooit de waarheid spreken.”

67 (vs) Ontduiken van de bewijslast “We weten toch allemaal dat politici nooit de waarheid spreken.”

68

69 (vs) Bewijslast naar de tegenpartij schuiven

70 (vs) Ontduiken van de bewijslast

71 “Ik vind persoonlijk niet dat de vrijheid van meningsuiting in twijfel getrokken mag worden.”

72 (vs) Fictief standpunt bestrijden “Ik vind persoonlijk niet dat de vrijheid van meningsuiting in twijfel getrokken mag worden.”

73

74 2+3. Argumenten moeten aanvaardbaar & relevant zijn (vs) verkeerd causaal verband (vs) vals dilemma (vs) valse analogie (vs) overhaaste generalisering Spelregels overtreden

75 (vs) Vals dilemma “Wie niet voor ons is, is tegen onsé

76

77 (vs) Valse analogie “Harddrugs moeten gelegaliseerd worden. Alcohol is ook verslavend en dat kan je wel overal kopen.”

78 “Jongeren in Europa lezen niet meer. Dat hebben lezersonderzoeken op scholen in Frankrijk en Duitsland uitgewezen.

79

80 (vs) Overhaaste generalisering “Jongeren in Europa lezen niet meer. Dat hebben lezersonderzoeken op scholen in Frankrijk en Duitsland uitgewezen. “Nederlands zijn nuchter en direct.” “Belgen zijn levensgenieters.” “Iedereen is omkoopbaar.”

81 “De werkloosheidcijfers in Oostenrijk zijn gestegen. Dat komt door de bezuinigingspolitiek van de nieuwe regering en de belastingsverhogingen.”

82 (vs) Verkeerd causaal verband “De werkloosheidcijfers in Oostenrijk zijn gestegen. Dat komt door de bezuinigingspolitiek van de nieuwe regering en de belastingsverhogingen.”

83 Overtredingen

84 •Persoonlijke aanval •Dreigen •Inspelen op emoties Andere overtuigingsmiddelen

85

86 “Wie het gedrag van deze politicus in twijfel trekt, moet rekenen op consequenties.” “Het is aan jou. Je moet zelf beslissen of je dat rapport ter sprake brengt in de management teamvergadering, maar weinig collega’s zullen hier blij mee zijn.”

87 Andere overtuigingsmiddelen

88 Opdrachten •Opdracht 9 •Opdracht 17 •Opdracht 21 (p )

89

90

91

92 Video Zie cd-rom


Download ppt "Onderhandelen Zakelijk Nederlands. •Wat is onderhandelen? •Voorbeelden? Inleiding."

Verwante presentaties


Ads door Google