De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SCHEIDINGSPERIKELEN Door Mr. Wim P. M. Thijssen Advocaat bij Thijssen Pensioen Advocaten, tevens verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SCHEIDINGSPERIKELEN Door Mr. Wim P. M. Thijssen Advocaat bij Thijssen Pensioen Advocaten, tevens verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de."— Transcript van de presentatie:

1 SCHEIDINGSPERIKELEN Door Mr. Wim P. M. Thijssen Advocaat bij Thijssen Pensioen Advocaten, tevens verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de VU

2 Onderwerpen • Alimentatie • Pensioenverweer • DGA/Pensioen in eigen beheer • IPR

3 ALIMENTATIE

4 Alimentatie/Relatie met pensioenrecht (1) • Alimentatie berekend naar draagkracht (hoe te berekenen, met name voor de DGA?) en behoefte (referentie is de “welstand” tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap): 1:157, lid 1 BW • Tremanormen (www.rechtspraak.nl): “rechters wetgeving”www.rechtspraak.nl • Mogelijk wijziging alimentatiewetgeving op komst

5 Alimentatie/Relatie met pensioenrecht (2) • Pensioenrechtelijke vraagstukken: - Gevolgen van pensionering, pensioenvervroeging en pensioenuitstel (daling inkomen) voor alimentatie in verband met vaststellen draagkracht en behoefte - Cumulatie van pensioenverrekening/pensioenverevening en alimentatie - Pensioenpremie en premie voor lijfrenten - Fiscale oudedagsreserve - “Pensioenverweer” - DGA/Uitkeringstoets

6 Alimentatie/Draagkracht/Uitgangspunten • Uitgangspunt: verdiencapaciteit moet worden benut • Gevolg: draagkracht kan fictief worden vastgesteld • Invulling in (zeer veel) rechtspraak • Indien wettelijke indexering alimentatie (1:402a BW) > indexering (pensioen) inkomen: uitholling inkomen alimentatieplichtige

7 Alimentatie/Draagkracht/Rechtspraak • Alimentatieplichtige dient vermogen aan te spreken naast inkomen, alimentatie niet uitsluitend berekend naar draagkracht uit inkomen (PJ 2011/55, PJ 2012/24, PJ 1999/430) • Verlaging inkomen door ingang VUT leidt tot verlaging draagkracht (PJ 2002/137), zo ook ingang pensioen op leeftijd 68 (PJ 2002/138); ingang prepensioen bij vrijwillige keuze leidt niet tot vermindering draagkracht als behoefte ongewijzigd blijft (PJ 2009/12) • Daling inkomen als gevolg van pensionering vermindert draagkracht niet indien alimentatieplichtige inkomen uit arbeid kan blijven verwerven en over vermogen beschikt waarop kan worden ingeteerd (PJ 2007/70) • Indexering alimentatie over som recht op uitbetaling ingevolge pensioenverevening en alimentatie omdat recht op uitbetaling “subsidiair” van aard is (PJ 2009/95) • Draagkracht na 75 e op basis interen vermogen (PJ 2011/55) • Draagkracht ingeval van vervroegde pensionering (55); advocaat fingeerde procedures en beschikkingen (PJ 2012/117)

8 Alimentatie/Behoefte/Rechtspraak • Verzoek om vermindering alimentatie in verband met pensionering en daling inkomen: indien de alimentatiegerechtigde er voor kiest vermogen in vastgoed (woning) te beleggen, vermindert de behoefte met (de fictieve opbrengst van) dat vermogen; alimentatie aangepast gezien verminderde draagkracht (PJ 2012/23) • Alimentatie kan worden verlaagd indien alimentatiegerechtigde pensioeninkomen had kunnen verwerven maar dat heeft nagelaten (NJ 1995/300) • Behoefte kan verminderen door ingang AOW, ingang zelf verworven pensioen en ingang pensioenverevening (PJ 2007/41, PJ 2008/5) • Buitenlands (Turks) pensioen ontvangen door alimentatiegerechtigde telt mee voor berekening behoefte

9 Alimentatie/Pensionering/Rechtspraak (1) • Hof ‘s-Hertogenbosch 11 februari 2009, PJ 2010/31 betreffende uitleg convenant bij vroegpensionering • Alimentatiegerechtigde mocht er niet op vertrouwen dat vanaf pensionering alimentatieplichtige naast de overeengekomen alimentatie pensioenverevening zou worden ontvangen, tenzij alimentatiegerechtigde zou kunnen aantonen dat dit was bedoeld • Tremanormen toepassen!

10 Alimentatie/Pensionering/Rechtspraak (2) • Hof ‘s-Gravenhage 25 november 2009, PJ 2010/174 inzake pensioenuitstel • Alimentatieplichtige ging uit dienst in verband met pensionering, maar stelde pensioeningang uit in verband met uitbreiding nevenwerkzaamheden • Gezien zich wijzigende opvattingen omtrent pensioendatum werkte dit door in draagkracht (alimentatiegerechtigde verzocht fictieve vaststelling draagkracht door uit te gaan van pensioeningang)

11 Alimentatie/Cumulatie met pensioenverevening Invloed pensioenverevening op alimentatie, 3 denkbare varianten: • Gehele te verevenen pensioen blijft buiten aanmerking voor berekening alimentatie (WVPS is “lex specialis” ten opzichte van 1:153 BW) • Recht op uitbetaling blijft buiten aanmerking voor berekening alimentatie • Gehele te verevenen pensioen wordt in aanmerking genomen als draagkracht, ondanks pensioenverevening

12 Alimentatie/Cumulatie/Tremanormen Tremanormen: • Periodieke betalingen uit hoofde pensioenverrekening of pensioenverevening verminderen draagkracht • Behoefte neemt af met deze bedragen • Door alimentatieplichtige ontvangen bedragen uit hoofde van pensioenverrekening of pensioenverevening verhogen de draagkracht (en verhogen behoefte van de ex indien van de alimentatiegerechtigde ex ontvangen) • Pensioenverrekening ineens: voorwaardelijk uitkering fictief in mindering op draagkracht brengen

13 Alimentatie/Cumulatie/Rechtspraak (1) • Rb. Amsterdam 22 september 2010, PJ 2010/198 conform huidige Tremanormen • Vraag of WVPS lex specialis was ten opzichte van 1:157, lid 1 BW expliciet aan de orde gesteld • WVPS géén lex specialis omdat recht op uitbetaling niet is gerelateerd aan draagkracht en behoefte en niet in duur is beperkt zoals alimentatie

14 Alimentatie/Cumulatie/Rechtspraak (2) • Alimentatie eindigde door ingang recht op pensioenverevening (PJ 1995/20) • NB: dat is beslist geen “regel” maar de uitkomst van toepassing van de Tremanormen • Vgl. PJ 2011/102 inzake schorsing bij pensionering in afwachting uitkomst bodemprocedure

15 Alimentatie/Pensioenpremie en premie voor lijfrenten Invloed op draagkracht volgens Tremanormen: • Wettelijk of contractueel verplichte pensioenpremie komt in mindering op draagkracht (belastingvoordeel behoort tot draagkracht) • Niet contractueel verplichte pensioenpremie slechts in aftrek indien “noodzakelijk”, bijvoorbeeld bij onvolledig pensioen (WAO, WIA-gat); aansluiting zoeken bij situatie tijdens huwelijk • Premie betaald om pensioenbreuk als gevolg van pensioenverrekening/ pensioenverevening /afsplitsen bijzonder partnerpensioen te repareren komt in beginsel niet ten laste van de draagkracht • Premie voor lijfrenten in verband met pensioentekort: afhankelijk van omstandigheden

16 Alimentatie/Pensioenpremie en premie voor lijfrenten/ Rechtspraak • Werknemerspensioenpremie voor weduwepensioen komt niet ten laste van de draagkracht als niet vaststaat dat het betreffende weduwepensioen aan de ex partner zal toekomen (NJ 1973/280); “niet bovenmatige” pensioenpremie komt ten laste van de draagkracht (Rb. Haarlem 2007); vrijwillig betaalde pensioenpremie niet indien geen sprake is van een pensioentekort (PJ 2009/94) • Premie voor overlijdensrisicoverzekering op leven ex-partner telt niet mee als onderdeel van de “behoefte” aan alimentatie indien de alimentatiegerechtigde in staat is zelf door het verwerven van inkomen uit arbeid in een dergelijke verzekering te voorzien (NJ 1977/90)

17 Alimentatie/FOR Tremanormen: • Aftrek van winst “telt” • Fiscaal voordeel verhoogt draagkracht

18 Alimentatie/”Pensioenverweer” • Kosten voor voorziening in levensonderhoud na overlijden alimentatieplichtige kan onderdeel zijn van “behoefte” (1:157, lid 2 BW) • Pensioenverweer ontlopen; “billijke voorziening” als bedoeld in 1:157, lid 1 BW • Regeling 157, lid 2 BW gaat verder dan regeling pensioenverweer: het kan premie betreffen voor “gemist” partnerpensioen op te bouwen vanaf datum inschrijving echtscheiding (PJ 2009/93)

19 Alimentatie/DGA/Uitkeringstoets • 2:216, lid 3 BW bevat sinds 1 oktober 2012 strikte regeling voor dividenduitkeringen • Geen dividenduitkering indien BV niet meer aan opeisbare schulden kan voldoen • Pensioen opeisbaar 5 jaar voor pensioendatum (stamrechtproject fiscus), vanaf pensioendatum of uitgaan van evenredige verwerving (17 PW)? • Pensioen waarderen op marktwaarde, niet op fiscale waarde • Tremanormen: tot draagkracht wordt gerekend wat aan dividend “geacht wordt te kunnen worden opgenomen” • Staat op gespannen voet met art. 2:216, lid 3 BW • Alimentaties moeten in veel gevallen worden aangepast als gevolg invoering uitkeringstoets

20 Alimentatie/Conclusies • Wettelijke indexering holt inkomen alimentatieplichtige uit, zeker vanaf pensionering • Kortingen onder huidige regeling en na invoering reële ambitieovereenkomst werken niet door in alimentatie zodat inkomen alimentatieplichtige ook daardoor wordt uitgehold • Verlaging inkomen bij pensionering werkt niet zonder meer door in alimentatie (rechtsonzekerheid); ook rechtsonzekerheid bij vervroegde/uitgestelde pensionering • Alimentaties die op dividend zijn gebaseerd moeten worden aangepast indien dividendopnamen verboden zijn gezien invoering uitkeringstoets

21 PENSIOENVERWEER

22 Pensioenverweer/Toepasbaarheid • Bij verzoek tot scheiding van tafel en bed: niet van toepassing • Bij verzoek tot echtscheiding: 1:153 BW • Bij verzoek tot ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed: 1:180 BW Ratio: Bij scheiding van tafel en bed eindigt het huwelijk niet en blijft de pensioenvoorziening in stand

23 Pensioenverweer/Voorwaarden • Bestaand vooruitzicht op uitkeringen na vooroverlijden • Vooruitzicht gaat verloren of vermindert als gevolg van beëindiging van huwelijk • Potentiële rechthebbende voert “pensioenverweer” • Echtscheiding/ontbinding wordt niet toegewezen, tenzij een gelet op de omstandigheden ten opzichte van beide echtgenoten billijke voorziening wordt getroffen • Rechter kan termijn stellen voor het treffen van de voorziening 1:153, lid 1 BW/1:180, lid 1 BW (materieel overeenstemmend)

24 Pensioenverweer/ Procesrechtelijk (1) • Verzoekschrift (261 jo. 278 Rv.) • Verweerschrift (282 Rv.) • Mondelinge behandeling (279 Rv.) • Tussenbeschikking waarin verzoeker termijn wordt gesteld voor treffen billijke voorziening en datum voor voortgezette mondelinge behandeling wordt bepaald (286 Rv.) • Eventueel aanbod “billijke voorziening” verzoeker + eventueel nader schriftelijk verweer • Voortgezette mondelinge behandeling (279 Rv.) • Eindbeschikking (286 Rv.)

25 Pensioenverweer/Procesrechtelijk (2) Zie ook het Procesreglement scheiding, Regeling van 14 april 2000, Stcrt. 2002, 59 als laatstelijk gewijzigd op 1 maart 2012, Stcrt. 2012, 5634 (i.w.t. 1 april 2012)

26 Pensioenverweer Niet mogelijk indien: • Echtgenoot die het verweer voert zelf een voorziening kan treffen • Duurzame ontwrichting in overwegende mate is te wijten aan de echtgenoot die het verweer voert 1:153, lid 2 BW/1:180, lid 2 BW (materieel overeenstemmend)

27 Pensioenverweer/Jurisprudentie voorafgaand aan wettelijke regeling • Treffen van partner“pensioen”voorziening tijdens huwelijk werd onder omstandigheden gezien als verplichting voortvloeiend uit natuurlijke verbintenis • Voorbeeld (willekeurig): Rb. Zwolle 18 februari 1959, NJ 1960, 136

28 Pensioenverweer/Wetsgeschiedenis • Ingevoerd in 1971 omdat partnerpensioen bij einde huwelijk pleegde te vervallen (recht op bijzonder partnerpensioen bestond niet) • Herziening echtscheidingsrecht (Kamerstukken ) • Voorziening moet bestaan op moment wijzen vonnis (thans: beschikking) • Pensioenvoorziening of vergelijkbare levensverzekering • Periodieke uitkering of uitkering ineens

29 Pensioenverweer/Wetsgeschiedenis/Mogelijkheid treffen voorziening • Uit inkomsten of kapitaal • “Redelijke verwachting”: het hoeft niet zeker te zijn dat verweer voerende partner de voorziening zal kunnen treffen

30 Pensioenverweer/Wetsgeschiedenis/”Eigen schuld” • Voorheen bestaande koppeling tussen “schuld” en recht op alimentatie bleef op dit punt gelden • Voorbeeld: Hof ‘s-Gravenhage 6 november 1959, NJ 1960, 338

31 Pensioenverweer/Toenemend belang Betekenis beperkt sedert invoering bijzonder partnerpensioen Betekenis neemt weer toe: • Versobering pensioenen (eindloon  middelloon) • Versobering pensioenen (partnerpensioen op risicobasis) • Versobering pensioenen (premieovereenkomsten in plaats van uitkerings- en kapitaalovereenkomsten) • Individuele keuzerechten • Rechtenkorting • Versobering pensioenen (invoering reële ambitieovereenkomst)

32 Pensioenverweer/Rechtspraak/Procesrecht • Mag niet worden gepasseerd (NJ 1980, 310 en NJ 2003, 456) • Afwijzing pensioenverweer moet worden gemotiveerd (NJ 2005, 494) • Herhaald verzoek om echtscheiding mogelijk indien eerder verzoek wordt afgewezen op grond van pensioenverweer; alsnog “billijke voorziening” aangeboden (NJ 1987, 1025) • Voorziening vastleggen in notariële akte (NJ 1998, 64)

33 Pensioenverweer/Rechtspraak/Geslaagd • Bij halvering partnerpensioen/verlies vooruitzicht op 19 toekomstige jaren van verwerving van partnerpensioen indien huwelijk in stand zou zijn gebleven (NJ 1974, 21) • Bij wijziging pensioenregeling waardoor na einde huwelijk partnerpensioen vervalt (PJ 2003/18; geen verplichting tot medewerking aan conversie; overlijdensrisicoverzekering was “billijke voorziening”) • Bij maximering partnerpensioen op bedrag alimentatie, rekening houdend met de te verwachten daling inkomen alimentatieplichtige en daaruit voortvloeiende daling van de alimentatie vanaf pensionering (PJ 2004/78) • Bij het ontbreken van partnerpensioen in buitenlandse pensioenregeling (PJ 2004/115)

34 Pensioenverweer/Rechtspraak/Niet geslaagd (1) • Omdat verwachte stijging partnerpensioen te onzeker zou zijn (NJ 1973, 168) • Op grond van argument dat vermogen van de alimentatiegerechtigde onvoldoende zou zijn om het wegvallen van alimentatie na overlijden te compenseren (PJ 1995/68) daar het bij het pensioenverweer gaat om het wegvallen van “uitkeringen” (PJ 1995/69) • Onder “uitkeringen” vallen weduwepensioen, uitkeringen uit levensverzekering en vergelijkbare –wettelijke- uitkeringen zodat bestaan daarvan pensioenverweer belemmert (NJ 1988, 432) • Onder “uitkeringen” valt niet het gedeelte van het ouderdomspensioen dat voor de vereveningsplichtige die het pensioenverweer voert verloren gaat als gevolg van pensioenverevening (PJ 2010/33) • Omdat geen recht op pensioenverevening bestaat, daar het pensioenverweer uitsluitend op overlijdensuitkeringen ziet (NJ 1997, 215 en 216) • Indien de pensioenvoorziening verloren is gegaan door afkoop door de curator in faillissement (PJ 2005/57) • Indien gevoerd op grond van wegvallen partnerpensioenopbouw na einde huwelijk (PJ 2009/74; toekomstige pensioenverwerving is geen “bestaand” vooruitzicht) • Op grond van dat argument dat extern onderbrengen van 50% van de rechten op ouderdomspensioen en partnerpensioen van verzoeker geen “billijke voorziening” zou zijn (ECLI: NL: HR: 2009: BI 9625)

35 Pensioenverweer/Rechtspraak/Niet geslaagd (2) • In situatie waarin gerequestreerde “gewoon” het bijzonder partnerpensioen ontving (PJ 2010/29 en PJ 2010/33) • Wanneer gerequestreerde voldoende eigen inkomsten heeft om een voorziening te treffen met het oog op het overlijden van de ex en als gevolg van boedelscheiding wegvallende uitkeringen van ondergeschikte betekenis zijn (PJ 2011/15) • Wanneer gerequestreerde na echtscheiding niet meer deelt in huuropbrengst van beleggingspanden (PJ 2011/42) • Indien gerequestreerde uit boedelscheiding over voldoende middelen beschikt om zelf een voorziening te treffen met het oog op het overlijden van toekomstige ex (i.c. € 11 miljoen) (PJ 2012/192) • Indien bestaande risicoverzekering wordt voortgezet (PJ 2013/53)

36 Pensioenverweer/Rechtspraak/Invullen norm “billijke voorziening” • Volledige compensatie is niet vereist, de te treffen voorziening moet “billijk” zijn (NJ 1976, 255) • De aangeboden voorziening bestaande uit uitruil van ouderdomspensioen tegen hoger partnerpensioen was “billijke” voorziening (PJ 2010/150)

37 Pensioenverweer/Conclusies • Rechtspraak ligt in lijn wettekst en wetsgeschiedenis • Risico van korten onder huidige wetgeving en onder regiem reële ambitieovereenkomst zal geen aanleiding geven voor succesvol pensioenverweer omdat het pensioenverweer geen recht geeft op volledige compensatie

38 DGA

39 DGA/Wettelijk kader • Pensioen DGA is pensioen in de zin van de PW • DGA geen werknemer in de zin van de PW • Sinds 1 oktober 2012 aangepast begrip DGA • Uitvoeringsverplichting 23 PW en PW overigens geldt niet voor DGA (uitzondering DGA die onder BPF valt; 3 PW) • Bijzonder partnerpensioen (3a WVPS; conform 57 PW behoudens vervreemdingsverbod) • Pensioenverevening (1, lid 4, aanhef en onder a WVPS, PJ 2010/53) • Bij eigen beheer geldt de BV als pensioenuitvoerder • Formulier ex 2, lid 2 WVPS inzenden aan BV

40 DGA/Overgangsrecht • Pensioen vóór 2007 niet in eigen beheer (PSW gold)/vóór 2007 keuze om onder PSW-regiem te blijven vallen/bij keuze voor PSW vanaf 2008 PW van toepassing • Pensioen vóór 2007 niet in eigen beheer (PSW gold)/vóór 2007 keuze om niet onder PSW-regiem te blijven vallen/PW vanaf 2007 niet van toepassing/eigen beheer vanaf 2007 toegestaan • Pensioen vóór 2007 in eigen beheer/PW vanaf 2007 niet van toepassing/eigen beheer blijft toegestaan

41 DGA/Externe uitvoering/Rol als gewezen partner • Laten vervallen van pensioen door DGA in werkmaatschappij in zicht van (echt)scheiding is OD – schadeplicht (NJ 2003, 281); weigering externe uitvoering te bewerkstelligen leidt tot OD (PJ 2010/85) • Idem indien pensioen ondergebracht bij pensioen-BV (PJ 2008/19) • Standaardarrest - DGA in rol van gewezen partner verplicht externe uitvoering pensioenverevening te bewerkstelligen tenzij continuïteit onderneming in gevaar komt (PJ 2007/42) • Externe uitvoering pensioenverevening hoeft niet vooraf te zijn overeengekomen, verplichting uit de wet (redelijkheid & billijkheid) (NJ 2009, 155) • Recht op uitbetaling is accessoir, uitstellen pensioendatum door DGA toetsbaar aan redelijkheid en billijkheid (in casus uitstel naar leeftijd 68 niet onredelijk omdat DGA de door brand verwoeste onderneming weer wilde opbouwen) (PJ 2009/96) • Aanbod aan de ex-partner om 50% of zelfs 100% aandeelhouder en bestuurder van de BV te worden, bevrijdt niet van de verplichting tot externe uitvoering en hoeft niet te worden aanvaard (PJ 2009/96) • Externe uitvoering blijft ook na invoering PW verplicht omdat het verbintenis uit de wet is – te betalen koopsom is waarde extern onder te brengen rechten in economisch verkeer, koopsom te stellen op het daadwerkelijk opgebouwde pensioenkapitaal (PJ 2009/96) • Anders: koopsom is koopsom die verzekeraar rekent voor inkoop rechten (PJ 2009/119) • Extern onderbrengen dient te wachten tot moment liquidatie belegging (PJ 2009/118)

42 DGA/Externe uitvoering/Rol als bestuurder • Standaardarrest – externe uitvoering verplicht, omdat ex-partner niet het risico hoeft te lopen dat de vennootschap het bijzonder partnerpensioen en het recht op uitbetaling niet correct uitvoert (NJ 2004/636) • Indien DGA het vermogen ter dekking van die rechten verloren laat gaan, is sprake van een OD ten opzichte van de ex-partner (NJ 2003/281 en PJ 2008/19) • Weigering externe uitvoering te bewerkstelligen leidt ook tot OD (PJ 2010/85)

43 DGA/Externe uitvoering/Restpunten • Externe uitvoering ook voor bijzonder partnerpensioen (NJ 2004, 636; NJ 2009, 155) • Externe uitvoering niet mogelijk, dan: - externe uitvoering voor zover mogelijk - externe uitvoering voor zover mogelijk; restant periodiek - uitsluitend periodiek Rechtspraak ontbreekt • Rechten gewezen partner bepaald door pensioenovereenkomst; niet beperkt tot gevormde vermogen; niet relevant is dat de rechten van de DGA door externe uitvoering worden aangetast, externe uitvoering dient te worden bewerkstelligd ook al worden rechten DGA uitgehold (PJ 2012/35)

44 DGA/Externe uitvoering op zijn retour? • Geen verplichting tot externe uitvoering verliesgevende onderneming indien sprake is van liquiditeitsproblematiek en solvabiliteitsproblematiek (PJ 2012/32) • Rechten gewezen partner wel extern uitgevoerd maar gekort omdat gevormde vermogen onvoldoende was voor externe uitvoering rechten gewezen partner zonder aantasting rechten DGA, gewezen partner diende rekening te houden met risico van eigen beheer en diende te delen in de gevolgen daarvan (LJN: BP1976 en PJ 2013/141) • Geen verplichting tot externe uitvoering indien liquiditeit ontbreekt en niet kan worden aangetrokken zonder gevaar voor de continuïteit van de onderneming

45 DGA/Pensioen van (ex) partner als werknemer, zelf niet DGA NJ 1997, 553 (vgl. PJ 1996/71): • Pensioen dat ex-partner zelf als werknemer in de vennootschap heeft opgebouwd: dient na einde huwelijk extern te worden uitgevoerd • Uitzondering voor partnerpensioen, indien ex-partner daarvan afstand doet (geen belang) Opmerkelijk: voor dergelijk pensioen geldt uitvoeringsverplichting daar ex-partner geen DGA is

46 DGA/Procesrecht • Rechtbank, sector civiel bevoegd omdat grondslag vordering 57 PW/WVPS is (geldt ook onder regiem 216 PW) (NJ 1997/553) • Bewijslast financiële onmacht tot externe uitvoering rust op vennootschap (NJ 2007/306) • Oordeel kan worden aangehouden in afwachting deskundigenbericht (NJ 2008/3) • Externe uitvoering is uitgangspunt – financiële onmacht moet door vennootschap/DGA worden gesteld en bewezen

47 DGA/Conclusies Liquiditeitsfuik DGA: • Waardeverrekening aandelen vennootschap indien huwelijksgoederengemeenschap of verrekenbeding; veelal lening vennootschap nodig voor financiering (invloed externe uitvoering rechten gewezen partner bij overeengekomen conversie op waarde aandelen erkend in PJ 2012/37) • Privéonttrekkingen verhoogd omdat winst boven salaris (gedeeltelijk) tot draagkracht wordt gerekend • Externe uitvoering bijzonder partnerpensioen en recht op uitbetaling uit hoofde van de WVPS

48 IPR

49 IPR/Botsing huwelijksvermogensrecht en WVPS/PW • Situatie kan zich voordoen dat tussen partijen waarvan er één in Nederland pensioen verwerft Nederlands recht niet van toepassing is, maar de pensioenuitvoerder (na ontvangst van een modelformulier) pensioenverevening uitvoert en bijzonder partnerpensioen afsplitst • Rb. Utrecht 6 oktober 2010, zaaknr (niet gepubliceerd) en Hof Arnhem 18 december 2012, PJ 2013/54: pensioenuitvoerder past terecht WVPS toe op grond van 1, lid 7 WVPS

50 IPR/Vraagpunten bij pensioenverevening • Kan de pensioenuitvoerder toekomen aan toepassing WVPS indien !:155 BW niet van toepassing is omdat tussen partijen Nederlands recht niet van toepassing is? • Antwoord: ja daar Nederlands recht, in het bijzonder 1, lid 7 WVPS, wel voor de pensioenuitvoerder geldt) • Kunnen partijen c.q. kan de potentiële vereveningsplichtige pensioenverevening voorkomen? • Antwoord: wellicht op grond van Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 door inschrijving toepasselijk recht in Nederlands huwelijksgoederenregister of door melding aan pensioenuitvoerder) • Heeft de Nederlandse rechter een correctiemogelijkheid? • Antwoord: ja, de redelijkheid en billijkheid, 6:2 BW)

51 IPR/Vraagpunten bij afsplitsen bijzonder partnerpensioen • Dient de pensioenuitvoerder bijzonder partnerpensioen af te splitsen? • Antwoord: ja, op grond van 57 PW) • Kunnen partijen dit voorkomen? • Antwoord: ja bij huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of bij overeenkomst met het oog op de beëindiging van het huwelijk of de partnerrelatie die voldoet aan 57, lid 4 PW)

52 IPR/Verevening buitenlandse pensioenen • Geregeld in 1, lid 8 WVPS • Rechter dient te oordelen of buitenlandse ouderdomsvoorziening naar Nederlands recht als ouderdomspensioen kwalificeert • Niet buitenlandse, maar Nederlandse kwalificatie geeft de doorslag • PJ 2002/68, PJ 2005/23 en PJ 2013/75: de buitenlandse pensioenregeling kwalificeerde als pensioenregeling voor de toepassing van de WVPS • Niet in PJ 2011/56

53 IPR/Scheidingsdatum • Nederlands recht: datum inschrijving zijnde datum eindiging huwelijk • Indien naar buitenlandsrecht huwelijk eindigt door uitspraak, toch datum latere inschrijving aangehouden (PJ 2012/191)

54 IPR/Conclusies • Systeemfout: botsing tussen op scheidende partijen toepasselijke recht en 1, lid 8 WVPS/57 PW • Aanpassing Nederlandse wetgeving nodig om systeemfout op te lossen • Rechtspraak inzake datum scheiding in strijd met systeem Nederlandse recht

55 Literatuur: • Pensioenverweer, terug van weggeweest?, EB 2009, p. 168 – 170 • Pensioen en alimentatie, EB 2010, p. 62 – 66 • Het pensioen van de DGA bij scheiding, EB 2010, p. 99 – 102 • Pensioenverevening, EB 2010, p. 143 – 147 • Pensioenverrekening, EB 2011, p. 9 – 13 • Pensioenverrekening nader uitgewerkt, EB 2011, p. 59 – 63 • Pensioendeling in internationaal perspectief, EB 2012, 52 – 57


Download ppt "SCHEIDINGSPERIKELEN Door Mr. Wim P. M. Thijssen Advocaat bij Thijssen Pensioen Advocaten, tevens verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de."

Verwante presentaties


Ads door Google