De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 ACV studienamiddag dienstencheques – 30 juni 2010 Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Bomen groeien niet tot in de hemel De werkelijke kostprijs.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 ACV studienamiddag dienstencheques – 30 juni 2010 Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Bomen groeien niet tot in de hemel De werkelijke kostprijs."— Transcript van de presentatie:

1 1 ACV studienamiddag dienstencheques – 30 juni 2010 Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Bomen groeien niet tot in de hemel De werkelijke kostprijs van de dienstencheques Jozef Pacolet, Frederic De Wispelaere & Sofie Cabus

2 2 Inhoud 1. De genereuze dienstencheque: een cadeau van de Staat? 2. Een explosie van het gebruik 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren 4. De kwaliteit van de jobcreatie 5. De dienstencheque als vorm van industrieel beleid 6. De totale bruto kostprijs van het dienstenchequestelsel anno 2009 7. De terugverdieneffecten en netto financieringskost 8. Hoe winstgevend zijn de dienstenchequeondernemingen? 9. Kritische analyse van de overheidsfinanciering 10. Middel tegen of generator van sociale fraude en zwartwerk? 11. Buitenland 12. Invulling van nieuwe behoeften 13. Beleidsaanbevelingen 14. Tot slot

3 3 1.1. Kader Het dienstenchequestelsel dient bij te dragen tot vier fundamentele doelstellingen (Memorie van toelichting wetsontwerp tot bevordering van buurtdiensten en –banen) : 1.De verhoging van de werkgelegenheidsgraad, inzonderheid de vrouwelijke werkgelegenheidsgraad, maar ook die van de lagergeschoolden en de oudere werkzoekenden; 2.De bestrijding van illegale arbeid; 3.De bevrediging, voor zoveel mogelijk personen, van behoeften die niet of niet volledig worden ingevuld; 4.De ondersteuning van de economische groei door het scheppen van nieuwe activiteiten.

4 4 1.2. Mechanisme Basismodel van de monetaire stroom per uitgifte, gebruik en inning van een dienstencheque

5 5 1.3. Voorwaarden (1) De fiscale aftrek wordt toegekend tot een maximumbedrag van 2 510 euro aan aangekochte dienstencheques (aanslagjaar 2010, inkomsten 2009). Bron: Op basis van K.B. van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en wijzigingen van het K.B. van 12 december 2001 K.B.12/12/20019/01/ 200411/07/ 200410/11/ 200416/01/ 200728/04/ 200827/10/ 200811/12/ 2008 Datum inwerkingtreding22/12/20011/01/ 200420/07/ 200420/11/ 20041/01/ 20071/05/ 20081/11/ 20081/01/ 2009 Ontvangen door erkende onderneming 23,5619,4721,00 20,0020,5020,80 Tegemoetkoming van de Staat (consumptiesubsidie) 17,3613,2714,8014,3013,3013,5013,8013,30 Prijs voor de gebruiker (vóór fiscale aftrek) 6,20 6,70 7,00 7,50 Fiscale aftrek van 30% (1) 1,86 2,01 2,10 2,25 Prijs voor de gebruiker (na fiscale aftrek) 4,34 4,69 4,90 5,25 Onkostenvergoeding aan uitgiftemaatschappij 0,32 0,0852 (2) 0,0852 Totale Federale tegemoetkoming (incl. consumptiesubsidie, fiscale aftrek en onkostenvergoeding) 15,4516,9816,6315,6315,6915,9915,64 % tussenkomst Staat in de totale kostprijs 79,4%80,9%79,2%78,2%76,5%76,9%75,2% Evolutie prijszetting voor gebruiker en tegemoetkoming van de Staat, in euro, 2001-2009

6 6 2. Een explosie van het gebruik Actieve gebruikers (incl. moederschapshulp) in België, in aantal, 2005-2009 Bron: RVA – Directie Statistieken

7 7 2. Een explosie van het gebruik Verdeling ingeschreven gebruikers (excl. moederschapshulp) naar gewest, in aantal, 2004-2008 Bron: Berekening op basis gegevens RVA – Directie Statistieken

8 8 2. Een explosie van het gebruik Procentuele verdeling ingeschreven gebruikers (excl. moederschapshulp) naar gewest, in %, 2004-2008 Bron: Berekening op basis gegevens RVA – Directie Statistieken

9 9 2. Een explosie van het gebruik Aantal aangekochte en terugbetaalde dienstencheques in België, in aantal, 2004-2009 Bron: RVA – Directie Statistieken; IDEA Consult

10 10 2. Explosie van het gebruik Procentuele verdeling door gebruikers aangekochte dienstencheques (excl. moederschapshulp) naar gewest, 2004-2009, aantallen Bron: Berekening op basis gegevens RVA – Directie Statistieken

11 11 2. Explosie van het gebruik Gemiddeld aantal aangekochte dienstencheques (incl. moederschapshulp) per actieve gebruiker, 2005-2009 Bron: Berekening op basis gegevens RVA – Directie Statistieken; IDEA Consult

12 12 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren Aantal dienstenchequewerknemers in België, aantal, 2005-2008 Opmerking: 2005 & 2006: volgens exploitatiezetel; 2007-2008: volgens woonplaats * VTE’s telkens voor 4 de kwartaal van een bepaald jaar; voor 4 de kwartaal 2009: 46 535 VTE’s Bron: Berekening op basis van RVA – Directie Statistieken 10 243 VTE’s* Aantal: 28 933 18 733 VTE’s Aantal: 61 759 28 265 VTE’s Aantal: 87 152 36 948 VTE’s Aantal: 103 437

13 13 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren Procentuele verdeling dienstenchequewerknemers naar gewest, 2005-2008, aantallen Opmerking: 2005 & 2006: volgens exploitatiezetel; 2007-2008: volgens woonplaats Bron: Berekening op basis van RVA – Directie Statistieken

14 14 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren Provincie Aantal dienstencheque- werknemers Totale tewerkstelling% Totale vrouwelijke tewerkstelling% Antwerpen15 692572 7772,7%260 5336,0% Vlaams-Brabant7 650372 1702,1%180 0594,2% Waals-Brabant3 105112 1942,8%55 2685,6% West-Vlaanderen14 074374 4063,8%172 1038,2% Oost-Vlaanderen15 199492 2793,1%228 2786,7% Henegouwen10 624351 6713,0%154 4316,9% Luik9 043288 7793,1%128 7057,0% Limburg11 011264 1074,2%116 3179,5% Luxemburg2 47955 6814,5%26 6729,3% Namen4 276141 1803,0%64 9526,6% Brussels Hoofst. Gewest 10 284260 4483,9%124 4248,3% Totaal103 4373 285 6923,1%1 511 7426,8% Procentueel aandeel dienstenchequewerknemers in totale tewerkstelling per provincie (31 december 2008) Bron: RVA, Jaarverslag 2009; RSZ-gegevens

15 15 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren Aantal erkende en effectief actieve dienstencheque- ondernemingen, in aantal, 2004-2009 Bron: RVA – Directie Statistieken; IDEA Consult

16 16 Procentuele verdeling erkende dienstenchequeondernemingen naar gewest (op maatschappelijke zetel), 2005-2009 Bron: Berekening op basis van gegevens RVA – Directie Statistiek 3. De jobcreatie: een nieuwe industrietak is geboren

17 17 4. De kwaliteit van de jobcreatie • Een volwaardig statuut dienstbodenstatuut (non-statuut) • Een eigen paritair subcomité (PSC 322.01): consolidatie van goede loon- en arbeidsvoorwaarden • Problemen: -sterk verloop; - tijdelijke contracten; -beperking van anciënniteit; -impact van tewerkstellingsmaatregelen op de rendabiliteit van de dienstenchequeonderneming.

18 18 5. De dienstencheque als vorm van industrieel beleid • Zeer afhankelijk van de overheidssubsidiëring • Geen duidelijk sociaal beleid • Dienstenchequeondernemingen: zowel aanzienlijke winsten als de dreiging om failliet te gaan • Industrieel weefsel niet kunstmatig oriënteren naar laag productieve en gesubsidieerde activiteiten Riskeert de ‘steenkool- en staalsector’ van de toekomst te worden als de overheidssteun zou teruggeschroefd worden.

19 19 6. De totale bruto kostprijs van het dienstenchequestelsel anno 2009: de werkelijke kostprijs? Ingediende dienstencheques (exclusief moederschapshulp)78 558 951 Consumptiesubsidie€13,3 1 044,8 Onkostenvergoeding€0,0852 6,7 Opleidingsvergoeding (budget) 7,2 Omkaderingskost (o.a. personeel administraties) Controlekost inspectie Max. fiscale aftrek (30% van 7,5 euro)€2,25 176,8 Tussenkomst overheid 1 235,5 Gebruikersprijs (na fiscale aftrek)€5,25 412,4 Totale kost zonder moederschapshulp zelfstandigen 1 647,9 Ingediende cheques moederschapshulp zelfstandigen396 131 Tussenkomst Sociale verzekeringsfondsen€7,5 3,0 Onkostenvergoeding€0,0852 0,03 Tussenkomst RSVZ€4,29 1,7 Tussenkomst RVA€9,01 3,6 Totale kost 8,3 Totale kost met moederschapshulp zelfstandigen 1 656,2 Tewerkstellingsmaatregelen (structureel en doelgroep) waarvan: 286,9 - Bijdragevermindering (RSZ) - Activeringsuitkering voor langdurig ex-werklozen (RVA) - Inkomensgarantie-uitkeringen (RVA) 188,6 59,3 39,1 In euro In miljoen euro

20 20 7. De terugverdieneffecten en de netto financieringskost Financieel beheer RVA: uitgaven dienstencheques, in miljoen euro, 2003-2009 Bron: RVA, Jaarverslagen, 2006-2009 2003200420052006200720082009 Totaal uitgaven RVA9 118,59 181,99 554,911 019,7 Uitgaven buurtdienstencheques 5,090,9239,1445,5652,9882,41 051,0 % aandeel in uitgaven4,9%7,1%9,2%9,5%

21 21 Alternatieve financiering; verschil tussen gestort bedrag en berekende netto kostprijs van de Dienstencheques voor de sociale zekerheid en globale overheid, in miljoen euro, 2004-2009 7. De terugverdieneffecten en de netto financieringskost 200420052006200720082009 (1) 2009 (2) Totaal toegekend bedrag alternatieve financiering Globaal Beheer4 3156 1606 7067 3517 8498 4048 685 Alternatieve financiering DCH83,6164,0260,9418,7532,9623,1 % alternatieve financiering dienstencheques t.o.v. totaal toegekend bedrag1,4%2,4%3,5%5,3%6,3%7,2% Bruto kost voor de RVA90,9239,1445,5652,9882,41 015,31 051,0 Totaal terugverdieneffecten88,57149,2226, 6337,2409,2423,6 % terugverdieneffecten t.o.v. bruto kost37,0%33,5%34,7%38,2%40,3% waarvan: - Terugverdieneffect werkloosheid59,095,0138,5201,8232,8 -Terugverdieneffect sociale bijdragen29,654,188,1135,4176,4 Netto kost voor de sociale zekerheid150,6296,4426,3545,2606,1627,5 Verschil: tekort of overschot tegenover theoretisch bedrag13,5-35,5-7,5-12,317,0- 4,3 Fiscale uitgaven34,761,490,9135,5176,76 Terugverdieneffect in de fiscaliteit10,627,749,573,5 Netto fiscale kost24,133,741,462 (1)Op basis van Verslag aan de regering van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid, oktober 2009. (2)Op basis van de meest recente informatie inzake de bruto kost voor de RVA voor 2009 Bron: RVA, Jaarverslagen, 2007-2009; Koninklijke besluiten; Verslag aan de regering van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid, 2009, IDEA Consult; Rekenhof, 2009

22 22 Terugverdieneffecten in de sociale zekerheid herberekend, in miljoen euro, 2008 7. De terugverdieneffecten en de netto financieringskost AdministratiesIDEA ConsultHerberekening Netto-terugverdieneffect werkloosheid201,8168,9176,9 waarvan: * Totale besparing werkloosheidsuitkering voor ex-werklozen288,5263,6 Netto-terugverdieneffect sociale bijdragen135,491,9118,3 waarvan: * Terugverdieneffect op basis terugbetaalde cheques136,5 * Niet vervangen werknemers-65,8 * Vervangen werknemers47,6 Totaal werkloosheid en sociale bijdragen337,2260,8295,2 Bron: Verslag aan de regering van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid, 2009; IDEA Consult, Eigen berekeningen

23 23 8. Hoe winstgevend zijn de dienstenchequeondernemingen • Verschil in loon- en arbeidsvoorwaarden naar gelang het paritair comité, zorgt voor een verschil in winstgevendheid. • Financiële audit PWC: marge vóór tewerkstellingsmaatregelen bedraagt 7,1% en er na 19,6% (t.o.v. inruilwaarde van 21 euro). • Een hoge overheadkost; loonkost daalt van 69,1% naar 57% van de inruilwaarde voor één dienstencheque (21 euro) na aftrek van de tewerkstellingsmaatregelen. • Volgens de PWC-audit creëren de PWA’s de grootste marge t.o.v. de inruilwaarde (42,2% na tewerkstellingsmaatregelen). Rapport RVA (2009) nuanceert dit verhaal: de opbrengst ligt 17,2% hoger dan de kosten (zonder tewerkstellingsmaatregelen bedraagt dit 7,9%). • Studie Henry, Nassaut, Defourny & Nyssens (2009): De tewerkstellingsmaatregelen hebben een sterke invloed op de winstgevendheid van de ondernemingen. Evenwel beperkt voor interimkantoren; groot voor OCMW’s.

24 24 9. Kritische analyse van de overheidsfinanciering Motieven van overheidstussenkomst • Publieke goederen, overheid moet optreden omdat niemand van het nut kan uitgesloten worden • ‘Merit good’: zijn wel individualiseerbaar, maar niemand kan omwille van het belang voor betrokkene ervan worden uitgesloten (onderwijs, gezondheidszorg, welzijnszorg) • Huishoudelijke activiteiten voor afhankelijke personen • Combinatie gezin/arbeid • Andere: ‘the sky is the limit’ of bomen groeien tot in de hemel • Verdelingsaspecten, kunnen hier pervers zijn • Volledige tewerkstelling • Tewerkstelling van kansengroepen • Economische groei

25 25 Kosten- baten studie of terugverdieneffecten • ‘Societal point of view’: voor alle betrokken partijen (gebruikers/werknemers/ondernemingen/overheid) • Vanuit het standpunt van de publieke financiën • Kosten: zijn de geactiveerde uitkeringen, fiscale en parafiscale minderontvangsten, subsidies • Baten zijn directe en indirecte belastingen en sociale zekerheidsbijdragen Maar deze effecten gelden voor alle overheidsuitgaven (opportuniteitskost) en zelfs private bestedingen Macro-economische effecten 9. Kritische analyse van de overheidsfinanciering

26 26 10. Middel tegen of generator van sociale fraude of zwartwerk? 200420052006200720082009* % gebruikers zwartwerk vóór het systeem189,91018,26,2 % zwartwerkers vóór het systeem0,72,43,1 Vraag en aanbod van zwartwerk door huidige gebruikers en werknemers van het dienstenchequestelsel, 2004-2009 * 2009: Haigner, Jenewein, Schneider, Wakolbinger, 2010 Bron: IDEA Consult, 2005-2009; Haigner, Jenewein, Schneider, Wakolbinger, 2010 Opbrengst door zwarte jobs wit te maken: 14,4 miljoen euro voor 2008 (theoretisch bedrag door vrijstelling niet-inwonende dienstboden) Omvang van de inbreuken in het dienstenchequestelsel: 2007: 1,1 miljoen euro teruggevorderd 2008: 2,4 miljoen euro teruggevorderd 2009: 2,1 miljoen euro teruggevorderd Raming omvang van de inbreuken (teruggevorderd bedrag X 5) : 2008: 12,3 miljoen euro 2009: 10,6 miljoen euro Om 10% wit te wissen, wordt een volledige sector voor bijna 80% gesubsidieerd! Minder dan 1% van de totale kostprijs voor de overheid van het dienstenchequestelsel wordt dan terugverdiend door het witwassen van de zwarte jobs.

27 10. Middel tegen of generator van sociale fraude of zwartwerk? • Vrijstelling tot betaling sociale bijdragen niet-inwonende dienstboden en occasionele arbeid  precaire statuten! Vraag waarom dit nog niet verbeterd is? • Verzekering ‘huispersoneel’: opportuniteit voor de controle - Wettelijke verplichting als werkgever bij de tewerkstelling van huispersoneel een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Verzekeringsinstellingen moeten deze informatie niet doorspelen aan de sociale en fiscale administraties. • Meest recente cijfers (31 december 2007): - 1 478 polissen voor dienstboden onderworpen aan de RSZ; - 218 849 polissen voor dienstboden niet onderworpen aan de RSZ. • Meerkost van de sociale zekerheidsbijdragen is een fictie. Zij waren deels vrijgesteld, maar de sociale rechten die nu wel aanwezig zijn, zijn reëel. 27

28 28 11. Buitenlandse voorbeelden Frankrijk: Chèque emploi service universal – Cesu (sinds 2006) CESU ‘bancaire’: Bankcheques om loon te betalen van werknemer CESU ‘préfinancé’: Ontvangen via onder meer de werkgever • Particuliere werkgever: recht op belastingvermindering bij tewerkstelling huispersoneel. 50% op het betaalde bedrag rekening houdende met een jaarlijks plafond (basis: 12 000 euro). Plafond ligt hoger bij kinderen ten laste, personen ouder dan 65 jaar, invaliden die beroep moeten doen op hulp van derden. • Succes: 63,6 miljoen inwoners; 1,5 miljoen gebruikers; 3,2 miljard netto loonmassa; 366 miljoen uren • België: 11 miljoen inwoners; 666 000 actieve gebruikers; 1,5 miljard netto loonmassa; 78,5 miljoen uren

29 29 11. Buitenlandse voorbeelden Nederland: Regeling dienstverlening aan huis • Huishoudelijke hulp max. 3 dagen per week in dienst genomen door particuliere werkgever; • Er moeten geen belastingen betaald worden, evenwel beperkte onderwerping aan de sociale zekerheid (bijvoorbeeld geen recht op een uitkering bij werkloosheid); • Ruim aanbod van toegelaten activiteiten (onder meer schoonmaken, tuin onderhouden, op kinderen passen, persoonlijke verzorging, …); • Wettelijk minimumloon per uur, vakantiegeld (8% op uurloon), betaalde vakantie.

30 30 11. Buitenlandse voorbeelden Denemarken: Home service scheme (sinds 1997 permanent) • Voor 50% gesubsidieerd door de overheid • Toegelaten activiteiten: tuinieren, sneeuwruimen, inkopen doen, koken, schoonmaken, wassen, schoonmaken van de ramen. • Sinds 2004 sterk ingeperkt naar toegelaten activiteiten en subsidiëring (40%). Enkel huishoudens met ten minste één persoon die gepensioneerd is, kunnen er nog gebruik van maken.

31 31 12.1 Invulling van nieuwe behoeften : Tweeverdieners 1*234* Huishoud- en dienstpersoneel - alle gezinnen (1987/88)0,44%0,38%0,57%1,45% - 75-plussers (1987/88)0,86%1,76%1,26%3,86% - alle gezinnen (1995/96)0,14%0,29%0,43%1,0% Aandeel in de totale consumptie per inkomenskwartiel (%) in 1987/88, 1995/96 Onze conclusie in 1997: “de dienstencheque zou een culturele schok kunnen veroorzaken” (Pacolet, Callebert, Gos & Van De Putte, 1997, p.81). * 1: laagste inkomenskwartiel; 4: hoogste inkomenskwartiel Bron: Pacolet, Callebert, Gos & Van De Putte, 1997 12.1.1 Huishoud- en dienstpersoneel was een luxegoed op de terugweg

32 32 12.1 Tweeverdieners Gemiddelde tijdsbesteding per week en per persoon in een tweeverdienersgezin, voltijds werkend, 25-39 jaar, 2005, Berekening gemaakt op basis van gegevens Glorieux I. & Minnen J., 2008 12.1.2 Doe het zelf-activiteit voor kuisen, wassen, strijken: goed voor 2,5 uur 2005 Huishoudelijk werk15u09 waaronder: * maaltijden voorbereiden, schillen, koken2u41 * huis reinigen, stofzuigen, reinigen vloer, wassen van ruiten, stof afnemen1u28 * textiel sorteren en in de wasmachine steken; textiel strijken, opvouwen, schikken1u09

33 33 12.1.3 Deeltijds werken of het gebruik van dienstencheques? Indeling van de tewerkgestelde vrouwelijke werknemers naar type arbeidsprestatie, 31 maart 2009 Bron: RSZ – Loontrekkende tewerkstelling (RSZ) voor het eerste kwartaal 2009 12.1. Tweeverdieners

34 34 12.2 Invulling van nieuwe behoeften: 65-plussers Aantal actieve gebruikers % actieve gebruikers Gemiddeld bestelde dienstencheques Aantal bestede uren % bestede uren Jonger dan 35 jaar7581813,6%102773339010,6% Tussen 35 en 45 jaar14829026,6%1412090892028,6% Tussen 45 en 55 jaar11874421,3%1461733657523,7% Tussen 55 en 65 jaar7470313,4%1351008484913,8% Ouder dan 65 jaar13992825,1%1191665143022,8% Totaal557482100,0%13173030142100,0% Actieve gebruikers en bestede uren naar leeftijd, België, 2008 12.2.1 Ook 65-plussers zijn intensieve gebruikers Bron: berekening op basis van gegevens IDEA Consult

35 35 Poetshulp zelfstandig. & privé Poetshulp ikv thuishulp Poetshulp cheques 10,82% 14,23% 0,19% 0,00% 0,19% 0,57% 9,87% Doelgroep genieters van de thuiszorgpremie in de Vlaamse Zorgverzekering Bron: berekeningen op basis van Pacolet, Merckx, Spruytte & Cabus, 2010 12.2 65-plussers 12.2.2 65 plussers: dienstencheques ook ingeburgerd bij hulpbehoevende personen

36 36 Poetshulp zelfstandig. & privé Poetshulp ikv thuishulp Poetshulp cheques 8,85% 19,47% 6,19% 0,00% 0,88% Doelgroep genieters van het forfait chronisch zieken in de ziekteverzekering Bron: berekeningen op basis van Pacolet, Merckx, Spruytte & Cabus, 2010 12.2 65-plussers 12.2.2 65 plussers: dienstencheques ook ingeburgerd bij hulpbehoevende personen

37 37 12.2.3 Snel groeiend belang van de dienstencheques in thuiszorgsituaties, Vlaanderen Bron: berekeningen op basis van Pacolet, Merckx, Spruytte & Cabus, 20010 ProgrammatiecijfersProgrammatiecijfers voorzien in decreet Uren 2008Uren 2009 Gezinszorg18 022 705 Geschat aandeel schoonmaakhulp (20% van totaal gezinszorg) 3 604 541 Geschat aandeel huishoudelijke hulp met inbegrip schoonmaakhulp (60% van totaal gezinszorg) 10 813 623 Poetshulp totaal3 866 129 Uren vrijwillige oppashulp807 274 Ter vergelijking zorgtijd voor de zwaar hulpbehoevende personen thuis die mantelzorgpremie krijgen Gezinszorg14 534 259 Poetshulp1 993 097 Raming commerciële huishoud ‑ en schoonmaak­ hulp (min.) 2 356 359 Raming dienstencheque huishoud ‑ en schoon­ maakhulp (min.) 3 310 728 Totaal verschillende vormen poetshulp en schoonmaakhulp 7 660 183 12.2 65-plussers

38 38 13. Beleidsaanbevelingen 1. Beleidsaanbeveling voor de publieke financiering “We hebben jarenlang met groeicijfers gewerkt. Het moeilijkste bij deze operatie was om de knik in de uitgaven teweeg te brengen. Maar de knik naar beneden is gemaakt” (minister van Begroting, Guy Vanhengel, naar aanleiding van het begrotingsakkoord 2010-2011). * Nood aan extra financiële ondersteuning aangezien zich een onderfinanciering voordoet van het dienstenchequestelsel via het Globaal Beheer van de Sociale Zekerheid! * Mogelijke pistes om de impact op de federale begroting te verminderen: - Grotere tussenkomst van de gebruiker; - Afschaffen van de fiscale aftrek; - Verlagen aantal dienstencheques dat door één gebruiker mag aangekocht worden (nu 500 DCH) - Verlagen fiscaal plafond (nu 2510 euro of 335 dienstencheques); - Inkomensafhankelijk maken; - Aanpassing toegekend bedrag aan de dienstenchequeonderneming.

39 39 13. Beleidsaanbevelingen 2. Beleidsaanbeveling voor de selectiviteit van aanbieders * Sociale doelstellingen (opleiding, contracten onbepaalde duur, aanwerving ‘doelgroepen’) koppelen aan het verkrijgen van een erkenning dienstenchequeonderneming. Doelstelling: inbouwen van garanties inzake het waarborgen van kwaliteit bij werknemers en gebruikers om de zogenaamde ‘cowboys’ uit het stelsel te weren.

40 40 13. Beleidsaanbevelingen 3. Beleidsaanbeveling voor de heroriëntatie naar bepaalde doelgroepen * De werkende gezinnen - De dienstencheque als ‘comfortdienst’ voor de werkende gezinnen; - heeft het ‘cheque’-verhaal (maaltijdcheque, eco-cheque, …) zijn limieten bereikt (fiscale en parafiscale erosie, achterhaald betaalsysteem)? * De 65-plussers en hulpbehoevende personen - Gezien de demografische veranderingen is dit DE sector van de toekomst; - Is geconfronteerd met ‘contingenten’. ‘Er is een contradictie tussen een politiek van vraag remmen en een politiek van vraag stimuleren’ (Pacolet, 1997, p. 81); - Poetshulp maar zelfs gezinszorg vormen nu reeds één continuüm van zorg en hulp met de dienstencheque-activiteiten; - Gezinszorg en poetshulp via non-profit. Bijvoorbeeld onder de vorm van ‘trekkingsrechten’.

41 41 14. Tot slot • Succes van de dienstencheque is fenomenaal: zowel via de solvabilisering van de vraag, als de ‘creatie’ van nieuwe aanbieders • Expansie van de dienstencheque kwam juist op tijd om de grootste economische crisis te temperen … maar wat erna? • Volwaardig statuut met sociale bescherming voor de werknemers: waarom kon dit in het verleden niet voor gelijksoortige arbeid? • Kost is aanzienlijk…ook omdat de subsidie aanzienlijk, zo niet exuberant is (vergelijkbaar met subsidies voor gezondheidszorg, gelijksoortige behoeften als huishoudelijke hulp veelal met eigen bijdragen in functie van draagkracht, in het buitenland lagere subsidiekost) • Indien er geen argumenten van ‘merit good’ zijn, maar het louter een industriepolitiek is, is dit ‘de steenkool en staalindustrie van het heden’. • Witwassen voor zwartwerk is amper aangetoond…en was er niet meer mogelijk geweest via gebruik van informatie verzekering voor arbeidsongevallen?

42 42 14. Tot slot • Terugverdieneffecten kunnen op verschillende manieren berekend worden, maar kernvraag blijft of deze aanwending van (publiek) geld bij voorrang naar deze behoeften moet gaan, of gekanaliseerd moet worden naar andere behoeften of prioritaire groepen • De impliciete of expliciete activering van werkloosheidsgelden kan ook als trekkingsrechten voor meer prioritaire behoeften worden aangewend (maar is een soort ‘herfederalisering’) • De substantiële behoeften die daaromtrent bestaan, en waar de dienstencheque reeds een plaats heeft ingenomen, is één van de meest legitieme aanwendingsvormen van deze middelen • Misschien kan daarover wel over de taalgrens heen, tussen alle stakeholders een consensus groeien


Download ppt "1 ACV studienamiddag dienstencheques – 30 juni 2010 Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving Bomen groeien niet tot in de hemel De werkelijke kostprijs."

Verwante presentaties


Ads door Google