De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kennismaken -Peter Bosmans Gedelegeerd bestuurder Febecoop Adviesbureau Oprichter, vennoot, bestuurder van cv’s Erkend adviesbureau voor sociale economie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kennismaken -Peter Bosmans Gedelegeerd bestuurder Febecoop Adviesbureau Oprichter, vennoot, bestuurder van cv’s Erkend adviesbureau voor sociale economie."— Transcript van de presentatie:

1

2 Kennismaken -Peter Bosmans Gedelegeerd bestuurder Febecoop Adviesbureau Oprichter, vennoot, bestuurder van cv’s Erkend adviesbureau voor sociale economie (1999) Alle aspecten van goed bedrijfsbeheer vertalen naar sociale en coöperatieve economie

3 Kennismaken  Wie bent u?  Heeft u al « een pril idee »?  Wat zegt u het begrip « coöperatieve vennootschap »?  Wanneer bent u straks blij/ontgoocheld?

4 Onze doelstellingen Handvaten aanreiken om een coöperatie op te starten binnen een sociale context. Inzicht in: 1.het opstellen van een ondernemingsplan (met bewust veel aandacht voor commerciële/marktgerichte aspecten) 2.de vennootschapsvorm cvba (met sociaal oogmerk) (veel vraag van PWA naar cvba-vso)

5 DEEL 1: HET ONDERNEMINGSPLAN

6 « The captain who is sailing without a plan, is constantly complaining that the wind blows from the wrong direction » HET ONDERNEMINGSPLAN

7 Doel: jouw pril idee gestructureerd omvormen tot vennootschap (cf problematiek PWA’s) Voor de start:  intern overtuigingsinstrument Tijdens de opstart:  extern overtuigingsinstrument Na de start:  jouw eerste dashboard HET ONDERNEMINGSPLAN

8 Ondernemingsplan: samengevat 1.Missie: wat willen we? 2.SWOT: wat kunnen we? 3.Omgevingsanalyse/marktstudie: wat moeten we doen? 4.Marketingplan: welk product/dienst? 5.Operationeel plan: hoe organiseren we ons? O.a. coöperatieve structuur 6.Financieel plan: hoe betalen we het? Zie model ondernemingsplan!

9 Denkoefening U zit zondagavond aan de koffietafel en uw schoonmoeder vraagt u: -Waar wil u binnen vijf jaar staan met uw organisatie? -Wat onderscheidt ze van anderen?

10

11 De missie Werkblad!

12 De missie is het samenvattend antwoord op de vraag in welke richting het management de onderneming wil sturen (Of: wat verdwijnt er als u failliet gaat?) De missie: wat?

13 De missie: schematisch (1)

14 Kenmerken van een goede missie Beknopt? is de missie zo beknopt mogelijk geformuleerd? Ambitieus? overstijgt de missie wat schijnbaar mogelijkis? houdt ze een uitdaging in? kunnen medewerkers er trots op zijn? Geloofwaardig? gebaseerd op goede analyse van huidige situatie en vooruitzichten Ondubbelzinning? is de missie in concrete termen geformuleerd? Geen interpretaties mogelijk? Keuzes? kan men er extern beschaafd over van mening verschillen? Draagvlak ? interne consensus over de inhoud?

15 De missie bij opstart -Kunnen we de droom uit de lucht plukken? -Ga je samen dezelfde richting uit? -Kan je beschaafd van mening verschillen?  Onderschat de duur van deze etappe niet! Voorbeeld 1: coöperatief muziekcentrum Voorbeeld 2: coöperatieve energiecoöperatie Voorbeeld 3: De Winning

16 Voorbeeld: De Winning • “De Winning produceert biodiversiteit. • Daarvoor ontwerpt, creëert en verzorgt het bedrijf in (Nederlands) Limburg, het Hageland, de Kempen en Luik budgetvriendelijke en kwalitatieve bedrijfsomgevingen. • Het verzoenen van werkplek en natuur is ons vakmanschap. • De betrokkenheid van klant, medewerker en omgeving zorgt voor een persoonlijke aanpak van ieder project. Onze medewerkers worden met zorg gekozen, opgeleid en krijgen kansen om te groeien in hun vaardigheden. • Zo nemen we samen met u verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst.”

17 DE SWOT-analyse: wat kunnen we?

18 INTERN 1. …. 2. … …. 2.…. 3.…. 4.….

19 EXTERN 1. …. 2. … … 2.… 3.…

20 Tip: kijk goed naar buiten! Betrek externen! “De vis is de laatste die weet dat hij in het water zit” (bepalende omgevingsfactoren micro-meso – macro) -Regelgeving/Beleid -Arbeid -Economie/koopkracht/bestedingsgedrag -Financieel/fiscaal -Demografie/klantengedrag -Ecologie -Markt-tendenzen -Technologisch -…

21 Aanvallen Terugtrekken Versterken Aanpassen

22 -We zoeken naar de sterkste “fits” tussen de 3 gekozen s-w-o-t’s •sterkte + kans: aanvallen/actie •zwakte + kans: intern verbeteren •sterkte + bedreiging: sterktes beter inzetten/aanpassen •zwakte + bedreiging: defensief, terugtrekken

23 De concurrentie Welke concurrenten doen ons pijn/maken ons jaloers/verbazen ons?  nieuwe? bestaande? groeiende?  klein/groot?  eigenheid (USP)/meerwaarde?  prijs? service? kwaliteit? bereikbaarheid? breedte aanbod?  marketing?  reputatie?  verschil + en – met jouw nieuwe onderneming

24 Marketing: hoe verkoop ik het ?

25 Marketing = Wat is volgens jou een definitie marketing? En in de context van sociaal/coöperatief ondernemerschap?

26 Marketing ≠ verkopen (verkopen is wel een gevolg van marketing) “Het juiste product aanbieden, Aan de klanten die je bewust kiest, Tegen een prijs die zij redelijk vinden, Gebaseerd op hun waardeperceptie, Tegen de laagste kosten, Om winst te maken.” Een klassieke definitie

27 Marketing = Het juiste product = productontwikkeling Bewust gekozen klanten = segmenteren + overtuigen Een redelijke prijs = prijsbeleid Waardeperceptie = standpunt van de klant Laagste kosten = efficiëntie Een klassieke definitie

28 Het juiste product aanbieden, Aan de klanten die je bewust kiest, Tegen een prijs die zij redelijk vinden, Gebaseerd op hun waardeperceptie, Tegen de laagste kosten, Om bedrijfseconomisch duurzaam te werken en maximaal sociale doelstellingen te verwezenlijken. Marketing sociale/coöperatieve economie

29 Een kwis: de succesvolle onderneming Noem drie factoren om succesvol te zijn 1)… 2)… 3)…

30 Succesfactoren 1) Laagste prijs 2) Beste kwaliteit 3) Beste service

31 Succesfactoren Noem drie kritische succesfactoren 1) Laagste prijs 2) Beste kwaliteit 3) Beste service

32 De X-factor MEERWAARDE

33 - Een motor om je te verplaatsen? - Een flesje bier om jouw dorst te lessen? - Margarine om op jouw boterham te smeren?

34 MEERWAARDE

35  BW: verpakkingen?  Kringloop: tweedehandsgoederen?  SWP: biogroenten?  Invoegbedrijf – dienstencheques: poetshulp? Marketing sociale/coöperatieve economie

36 MEERWAARDE

37  “Twee bedrijven kunnen nooit hetzelfde betekenen in het hoofd van de klant” = wet van exclusiviteit - Broodjeszaak 1: industrieel maar snel: in station - Broodjeszaak 2: ambachtelijk maar lang aanschuiven - Auto 1 – Audi: prestige - Auto 2 – Volvo: veiligheid

38 EEN MASSA POTENTIËLE KLANTEN

39 SELECTEER UW TYPE KLANT UIT DE MASSA (segmenteren)

40 SELECTIE TYPE KLANT Segmentering: juist mikken op jouw doelgroep Start van succesvolle marketing!

41  Wie is uw klant ? Segmenteren: “Het opdelen van de grote heterogene markt in kleinere homogene subgroepen van mensen die dezelfde behoefte hebben of eender reageren op de door hen ontworpen marketingmix”

42 Segmentering: baby zijn in Er is één soort baby: van 0 tot 5 jaar -En hij draagt een stoffen luier

43 Segmentering: baby zijn in 2014 Er zijn 40 verschillende kleuters: -Gewicht: new born – 4 kg – 9 kg – 11 kg… 27 kg -Geslacht: jongens en meisjes plassen anders

44 ANALYSEREN Segmentering: oud in 1960 Krant Kaartersclub Blankenberge

45 ANALYSEREN Segmentering: oud in 2014 Werchter Classic Sterrenrestaurant Wereldreis

46 Marktstudie: de parabel van de schoenverkoper in de woestijn Moraal: schat goed jouw markt in!

47 Behoeftes analyseren Marktstudie: -Interne informatie -Sectorrapporten, UNIZO, VIZO -Beroepsverenigingen -NIS -Internet -Concurrenten: geven veel prijs! -Overheden: balanscentrale NBB + staatsblad -Enquête (mondeling, telefonisch, schriftelijk) -Groepsdiscussies met klanten (focusgroepen) -Observaties MARKTONDERZOEK

48 1.Wat is het doel van het marktonderzoek? 2.Wat is de onderzoeksvraag?  Wat wil ik te weten komen?  Van wie?  Hoe?  Wanneer? 3.Kies de onderzoeksmethode (vragenlijst, interview, focusgroep,…) 4.Bepaal de analysemethode 5.Stel de planning op MARKTONDERZOEK

49 1.Zo persoonlijk mogelijk 2.Incentive geven (kogelpen, tickets,…) 3.Representatief 4.Testen 5.Geen suggestieve/normerende vragen 6.Geen dubbele vragen 7.Juiste mix open en gesloten vragen 8.Juiste en consequente schaal 9.Vluchtmogelijkheid “weet niet”/”niet van toepassing” 10.Van breed naar smal 11.Beknopt 12.Oog wil ook wat: correcte lay-out MARKTONDERZOEK: tips enquête

50 De marketingmix: hier zijn dan de 4 P’s

51 De marketingmix Om de vraag van de klant voor uw product positief te beïnvloeden moet u alle ingrediënten van de marketingmix in de juiste verhouding zetten: - Product - Prijs - Plaats - Promotie En dit op een voor deze klant coherent geheel, in functie van zijn totaalbeleving.

52 Delicate evenwichtsoefening tussen:  eigen sociale/ecologische uitgangspunten  referentiekader van de klant/rendabiliteit - Het eerste ontbreekt vaak in reguliere economie - Het tweede ontbreekt vaak in sociale economie Marketing sociale/coöperatieve economie

53 De marketingmix: het product Totaal beleving? Beschouw dit beestje als een product Vies beest of knuffelbeest klein verschil aan product = groot verschil in beleving

54 De marketingmix: het product “Een product is een fysiek goed, een dienst, een idee of een plaats dat in staat is tastbare en ontastbare attributen te leveren die individuen en organisaties zo belangrijk achten dat zij bereid zijn om er voor te betalen”  Niet alleen datgene wat je kan vastpakken!

55 Het product: een ajuin De wijze waarop het product of de dienst wordt aangeboden, inclusief SERVICE, maakt deel uit van het product: -korte levertermijn -vaste dienstverlener -afhandeling van klachten -souplesse -correcte factuur -onverwachte surplus -alle andere denkbare aspecten!!!

56 Het product Uitgangspunt: “Wat is belangrijk voor mijn klant?” En niet: “Wat vind ik als verkoper belangrijk aan mijn product?”

57 Een voorbeeld: een boormachine De verkoper zegt: “ergonomisch design, kloppen en boren, 240 Watt, tot 1250 toeren/minuut, 25 standen,...” De klant vraagt: “Maakt ze nette gaten in de muur?”

58 Een voorbeeld: verzekeringspolis De verkoper zegt: “Deze verzekering dekt brand en burgerlijke aansprakelijkheid, studentenverblijf, onrechtstreekse verliezen, grondverzakking, aardbeving, overstroming,...” De klant vraagt “Is mijn wijnvoorraad ook verzekerd?”

59 Een voorbeeld: Schrijnwerkerij “De bovenste plank” De vakman zegt: “Deze kast telt drie laden en zes schappen” De klant vraagt: “Kan ik er alles overzichtelijk in opbergen?”

60 Een voorbeeld: werkhandschoenen De fabrikant zegt: “Een goede prijs/kwaliteitsverhouding want ze hebben een lange levensduur!” De poetsvrouw: waterbestendig? De hoogovenarbeider: warmtebestendig? De tuiniers: doornbestendig? De bouwvakker: stevige grip?

61 Met andere woorden  Liever 1 voordeel op maat van de klant  Dan 100 voordelen die u zelf belangrijk vindt

62 PRODUCT Marketing sociale/coöperatieve economie

63 DUURZAME PRODUCTKENMERKEN? 1.Aankoopintenties zijn groter dan aankoopgedrag 2.B2C: Kleine doelgroepen zijn beter-gesitueerde tweeverdieners (maar deze zijn consequent) 3.B2B: sociale bedrijven kopen bij sociale bedrijven 4.Overheden vormen kritische massa (aankoper/regulator) Marketing sociale/coöperatieve economie

64 Enkele tips? -Milieu verkoopt in het algemeen beter dan sociaal = trend -Milieu in voordeel voor klant: minder verpakking, minder energie, langere levensduur, gezondere bio-groenten, imago van trendsetter,… -Eerst functievervulling dan milieu: dekkende verf, reinigend wasmiddel,… -Impact zichtbaar maken: - CO2, - liter afvalwater, - liter pesticide (cf. campagne Plan Ouder) Marketing sociale/coöperatieve economie

65 Enkele tips? Sociale/coöperatieve economie: werk samen, innoveer, creëer een nieuw product! Marketing sociale/coöperatieve economie

66 Prangende vraag: In welke mate is het feit dat u sociale/coöperatieve economie bent een extra- product kenmerk?

67 De prijs: gaat Maslov winkelen in de Aldi? “Penny wise, pound foolish”

68 MARKETINGMIX PRIJS: Ondergrens: kosten van het product (financieel plan) Bovengrens: wat wil de klant geven? (en wat doet de concurrentie?) -Minder voor meer: solden, witte producten -Meer voor minder: afbetaling -Meer voor meer: luxegoederen -Minder voor minder: Aldi, Lidl,…

69 MARKETINGMIX Prijssetting -Afroomstrategie: bij lancering zeer hoge prijs voor innovatief product (GSM, flatscreen, iPod, DVD) -Penetratiestrategie: zeer lage prijs in het begin – verhogen na verloop van tijd (Mediamarkt, Telenet,…) -Premiun pricing: constant hoge prijs voor hoge kwaliteit (First class, The Ritz Hotel,…) -Psychologische prijs: 99€ i.p.v. 101€ -Op basis van capaciteit: weekendaanbiedingen hotels

70 MARKETINGMIX - Referentieprijs: drie varianten om het middelste te verkopen,… -Optionele productprijs: goedkope auto + peperdure opties -Prijs aanvullend product: Gillette, inktpatronen, wijn in een restaurant,… -Geografische prijssetting: blikje Cola: in de luchthaven 2€ - in de supermarkt 1€ -Hoogdringendheid: ledigen van sceptische put -Staffelprijs: kortingen bij langdurige contacten

71 MARKETINGMIX PRIJSSTRATEGIE IN HET MARKETINGPLAN -Hoe prijsgevoelig zijn uw klanten? -Hoe verhoudt uw prijs zich t.o.v. concurrentie? -Welke andere marketinginstrumenten ondersteunen uw prijs?  Niet braderen: je werft slechte klanten - bij verhoging zijn ze weg en je hebt geen goede klanten.  Er kan maar één de goedkoopste zijn, de anderen moeten iets anders verzinnen

72 •Voer een transparante prijssetting:  vb. Ecopower 0,18 € 1KW • Differentieer volgens draagkracht klant:  kringloop, sociaal restaurant, klusjesdienst,… • Laat klant delen in de winst:  coöperatieve restorno • Ga correct om met betalingstermijnen  als debiteur en als crediteur • Voer geen prijzenslag (= grote spelers)  creëer meerwaarde Marketing sociale/coöperatieve economie

73 De plaats Informatiesnelweg in plaats van winkelwandelstraat?

74 De plaats - Hoe komt de klant aan zijn product? -Distributiekanalen? -Manier van leveren? -Tussenpersonen/partnerships -Doel van de distributie is ervoor zorgen dat het product er is waar en wanneer de klant het nodig heeft: het overbruggen van plaats, tijd en ruimte. -Hoe meer distributiekanalen; hoe meer klanten, maar hoe meer kosten…

75 MARKETINGMIX PLAATS IN HET MARKETINGPLAN Detailhandel: uitstalling van het product Dienstverlener: afstand in tijd en km Maar ook:  hoe lang rinkelt de telefoon?  signalisatie?  bent u terug te vinden op Google?  hoe interactief is uw website?  hoe lang duurt het voor een klant een antwoord krijgt?

76  Selectieve distributie: “hoge willingness to pay”: natuurwinkels, speciaalzaken,... Vb. Het Hinkelspel  Coherente distributie: vul assortiment aan met gelijksoortige producten  Authenticiteit: SWP X bakt eigen brood: zorg dat ovens te zien zijn op verkooppunt  Beperk milieuonvriendelijk transport: opdrachten in eigen streek, Vb. Tintelijn. Marketing sociale/coöperatieve economie

77 Promotie

78 MARKETINGMIX PROMOTIE (verkoop bevorderen) -Reclame (brochures, website, advertenties, spots op tv, radio of bioscoop,…) -Via corporate communicatie: merkelementen, consequente huisstijl -Direct marketing (gerichte verkoopsbrieven en/of , bezoeken) -CRM: customer relationship management -Public relations (zorg dat er in de media over jouw onderneming gesproken wordt) -Beleveniscommunicatie (events) -…

79 PROMOTIE -Via corporate communicatie: huisstijl “visuele identiteit van een organisatie” -Logo en typografie -Hoofddingen, naamkaartjes, omslagen -Look and feel website -PPT-presentaties -Buitensignalisatie -Belettering wagens -Kleur van de muren -Bedrijfskledij -...  Eenmalige investering

80 PROMOTIE Via corporate communicatie: het merk (“woorden en/of vormen die producten en diensten onderscheiden”) (“wat mensen over een product denken zonder het te zien: vertrouwensband”) -Wereldleiders: -Truc: -Maar ook in sociale economie:

81 PROMOTIE Via CRM (Costumer Relationship Management) -20% klanten zorgt voor 80% omzet -alle klanteninformatie één centrale database -ken uw klanten en geef hen persoonlijke aandacht -van eerste bestelling, facturatie tot dienst-na- verkoop -Zet in op goede klanten – weer slechte klanten (80% marge op 20% klanten en omgekeerd)

82  Promotie, communicatie,stakeholderdialoog: spreek met en luister naar de klant. “stoepgesprek”, tevredenheidsenquêtes, focusgroepen,...  coherent sponsorbeleid (= zelfde waarden als jouw onderneming)  gebruik onafhankelijke bronnen om milieu- en sociale meerwaarde te staven  vermijd greenbashing: folder op gerecycleerd papier voor milieu-onvriendelijke activiteit  “p” van plaats is de “p” van planet. Cf. recyclage/derde wereld Marketing sociale/coöperatieve economie

83 Operationeel beleid: hoe gaat u het organiseren?

84 -Personeel: aantal? profiel? aanpak in coöperatief perspectief? -Dagelijkse leiding? Competenties? -Klantgerelateerde processen? -Bestuur? Algemene Vergadering? -Rechtsvorm? CVBA? CVBA-VSO?

85 Hoe ga ik het betalen? Zie CollondSE-module financieel beheer

86 Financieel plan: 3 elementen 1. Prognose resultatenrekening: film 01/01  31/12 -wijze van totstandkoming van winst of verlies -opbrengsten – kosten -voor opstart: 3 à 4 jaar vooruitkijken 2. Balans: foto op 31/12 -wat de onderneming bezit (activa) -hoe de bezittingen zijn gefinancierd (passiva) -voor opstart: prognose op basis van resultatenrekening/investeringsplan 3. Liquiditeitsprognose: rekeningen betalen)

87 DE RESULTATENREKENING • Bedrijfsopbrengsten (in) - omzet (inkomsten uit verkoop) - andere (subsidies, sponsoring) • bedrijfskosten (uit) - variabele kosten: handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, = brutowinst - vaste kosten: bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen, energie, verzekeringen, huur, afschrijvingen, schoonmaak, … = bedrijfswinst of -verlies • financiële opbrengsten - financiële kosten = winst /verlies uit gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting • Uitzonderlijke kosten – uitzonderlijke opbrengsten (buiten op.werking) = winst/verlies voor belasting • Belastingen = nettowinst of verlies voor de reserves

88 DE RESULTATENREKENING KLASSIEKE VALKUIL: - inkomsten overschatten - uitgaven onderschatten Prognose resultatenrekening =  startpunt voor balansprognose  hoeveel kapitaal (los van minimumkapitaal)? Oprichtersaansprakelijkheid!!!

89 DE BALANS ACTIVA = Bezittingen PASSIVA = Financiering -Gebouwen - opgebouwd eigen vermogen -Computers Bedrijfswagens - leningen (investeringen) -Machines leningen (kaskrediet) -Voorraden - uw schuldeisers andere fiscus, RSZ,… -Uw schuldenaars -Kas, zichtrekening,…  Rangorde op basis van liquiditeit: tijd om ten gelde te maken

90 DEEL 2: DE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP

91 DE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP 1.Juridische benadering 2.Inhoudelijke benadering 3.Samenwerken 4.Steunmaatregelen

92 DE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP Maar eerst: een filmpje!

93 DE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP

94 Coöperatief ondernemen: juridisch

95 Basisprincipes van de vzw Wet van 1921 – Definitie art.1 « De vzw is die, -welke niet-nijverheids- of handelszaken drijft -welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen »

96 Kenmerken van de vzw Interpretatie « geen stoffelijk voordeel »  Geen winstuitkering of dividend aan leden  Winst aanwenden voor maatschappelijk doel  Wel jaarrekening positief afsluiten en winst overdragen  Wel kortingen toestaan

97 Kenmerken van de vzw Interpretatie « niet-nijverheids- of handelszaken » « Vereniging mag nevengeschikt winstgevende activiteiten hebben maar opbrengst moet besteed worden aan de realisatie van het hoofddoel »  Voetbalkantine: opbrengsten moeten ten goede komen van doel sportclub (bijv. jeugdwerking) Toetssteen: -Is belangrijkste activiteit economisch/commercieel? -Juridische procedures – al dan niet met goede afloop…

98 Jurisprudentie -SWP De Vlaspit: kaarsenproductie -Rode Kruis: privé-ziekenvervoer -Strijkatelier vanuit OCMW: lage prijzen via subsidies -Vakantiecentrum vakbond: seminaries voor bedrijfsleven Rechtspraak:  Hoeveel % van de omzet?  Hoeveel % personeel?  Hoeveel % middelen?

99 Vennootschap « Een vennootschap wordt opgericht door een contract op grond waarvan 2 of meer personen overeenkomen iets in gemeenschap te brengen met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen » Artikel 1 Wetboek Venn. iets: = geld, goederen, arbeid

100 VERPLICHTINGEN VENNOOTSCHAP Authentieke akte bij cvba (notaris) - Opmaken van een financieel plan -Oprichtersaansprakelijkheid eerste 2 jaar -Deugdelijk bestuur (idem vzw maar aandeelhouders zijn alerter dan leden vzw) -Alarmbelprocedure (bescherming aandeelhouders/derden) -Dubbele boekhouding: balans en resultatenrekening -Jaarrekeningen neerleggen NBB

101 JURIDISCHE ESSENTIE CVBA Historisch en internationaal: ethisch statuut België: ethisch gebanaliseerd in Wetboek Venn.  Tjokvol met suppletieve regels (t.o.v. dwingend recht)  Grote souplesse

102 JURIDISCHE ESSENTIE CVBA Art. 350 (Wetboek Vennootschappen) « veranderlijk aantal vennoten met veranderlijke inbrengen »  Soepel in- en uittreden boven vast kapitaal  Financieel: ideaal om beroep te doen op kapitaal van 3 f-en  Multistakeholdermodel: verschillende partijen betrekken (dubbele hoedanigheid vennoten)

103 JURIDISCHE ESSENTIE CVBA - Kapitaal:  Vast kapitaal minimum €*  1/3 of € volstort (maar engagement!) - Aandeel:  Minstens ¼ volstort (maar ook engagement!) * Goede projecten vinden kapitaal!!!

104 JURIDISCHE ESSENTIE CVBA Minstens 3 vennoten (natuurlijke of rechtspersonen) -Minstens 1 bestuurder (vaak meer) -Oprichten via authentieke akte (notaris)

105 JURIDISCHE ESSENTIE CVBA Voorbeelden van souplesse: -Open toegang/gesloten toegang vennoten -Beperkte overdracht/zeer beperkte overdracht -Open uitgang/gesloten uitgang -Vage of strenge uitsluitingsprocedures -Regeling stemrecht AV -Werking RvB -Waarde aandeel bij uitstap -Souplesse is voordeel én valkuil!

106 STATUTEN CVBA: VERPLICHTE ARTIKELS 1°omschrijving van de inbrengen; 2°voorwaarden van toetreding, uittreding en uitsluiting van vennoten; 3°voorwaarden van terugneming van gestorte gelden; 4°het aantal en de wijze van benoeming en ontslag bestuur; 5°vertegenwoordiging tegenover derden/toezicht op de vennootschap; 6°rechten van de vennoten; 7°wijze bijeenroeping algemene vergadering, vereiste meerderheid, wijze waarop wordt gestemd; 8°hoe de winst wordt verdeeld en het verlies omgeslagen.

107 OVERZICHT NVBVBACVBA Minimum aantal Oprichters213 Minimumkapitaal € € € « gesloten » vennoot- Grote kapitaalin-schap, waar men deIs een « open Meestal gebruiktbrengintrede van nieuwevennootschap, waarin Vergoeden vanvennoten bewust vennoten soepel aandeelhoudersbeperkt: bijv. hetkunnen in- en familiebedrijf uittreden Niet overdraagbaar OverdraagbaarheidVrij overdraagbaarzonder het akkoord vanOverdraagbaar tussen Aandelende andere vennotenvennoten StemrechtEén aandeel, éénEén aandeel, één stemStatutair bepaald stem

108 DE ERKENDE COOPERATIEVE VENNOOTSCHAP FOD ECONOMIE  Verspreiden coöperatief ideaal (via erkenning coöperaties en communicatie)  Adviseren Minister + Centrale Raad voor Bedrijfsleven

109 DE COOPERATIEVE VENNOOTSCHAP De erkende coöperatie (wetgeving 1955): - Voorzien in behoeften van vennoten -Vrije toetreding -Vennoten hebben zelfde rechten en plichten binnen dezelfde categorie - Dividendbeperking tot max. 6% -Democratisch stemrecht: 10% stemrechtbeperking -AV benoemt bestuurders – onbezoldigde mandaten -Principe van ristorno

110 DE COOPERATIEVE VENNOOTSCHAP: ERKENNING NRC Belangrijkste voordelen:  Dividend is vrijgesteld van belastingen (180 €) zowel voor vennootschap als vennoot  Bestuurders kunnen statuut van loontrekkende hebben  Vrijstelling van regels bij “openbaar beroep op spaarwezen” tot 2,5 miljoen € (strikte regels)  Dragen van een label (logo)  Uitwisseling (seminarie Best Practices)  Vlaams instrumentarium “sociale economie”

111 DE VENNOOTSCHAP MET SOCIAAL OOGMERK Tussen vzw en vennootschap « te commercieel om vzw te zijn – maar te sociaal om vennootschap te zijn »

112 DE VENNOOTSCHAP MET SOCIAAL OOGMERK: 8 KENMERKEN  Vrije keuze van handelsvennootschap (minimumkapitaal)  Bedrijfsdoel + sociaal oogmerk  Geen verrijking vennoten: beperkt dividend  Duidelijke bestemming van de winst + reserves  Bijzonder verslag over maatschappelijke doelstellingen  Participatie van het personeel  Beperkt stemrecht 1/10 tot 1/20  Vereffening van de VSO

113 AANDACHTSPUNTEN

114 Aandachtspunten Keuze rechtsvorm/statuten opstellen -valkuil typestatuten/knip- en plakwerk -een duurzaam contract tussen vennoten onderling -een (verborgen) beeld voor de klant, de samenleving -wordt bovengehaald in geval van conflicten -vaagheid leidt tot verdeeldheid en clanvorming -wijzigen kost geld -maar dialoog vooraf maakt iedereen wijzer

115 Aandachtspunten Eerst ondernemings- en financieel plan opstellen en dan pas: -rechtsvorm kiezen  Cvba of niet? Erkende cvba of niet? Cvba-vso of niet? - statuten opstellen  Hoogte van het kapitaal?  Wijze van bestuur?  Aandelencategorieën en hun rechten? Zie checklist!

116 Coöperatief ondernemen: inhoudelijk

117 Be part of the legend & part of the future Van de utopisten Thomas Moore / Francis Bacon 16de – 17de eeuw over de eerste doeners pioniers van Rochdale 19de eeuw naar een economie van en voor mensen jij? 21ste eeuw wegbereiders van een andere economie sociale economie 20ste/21ste eeuw grondleggers welvaartstaat coöperatieve arbeidersbeweging 20ste/21ste eeuw

118 Coöperaties: verscheidenheid troef

119 -‘t Gerief: dienstenchequebedrijf « kwalitatief HR-beleid met kansengroepen» - De Winning: ecologisch bedrijvenbeheer « doorstroom van kansengroepen» -Nevelland: drukkerij « aanvullende dienstverlening BW» -Lekker Gec: vegetarisch resto in zelfbeheer « mix van zelfbeheer en kansengroepen » -Inclusie Invest: huisvesting mensen met beperking « welwillend kapitaal mobiliseren »

120 Coöperaties: verscheidenheid troef -Magelaan: communicatiehuis « esthetiek en ethiek gaan samen » -Ecopower: producent van hernieuwbare energie « participatie van de gebruiker & werknemers » -Streetwize: leert bedrijven overleven « voor en door expertiste NGO »« Mobile School » -Hinkelspel: artisanale kazen « zelfbeheer »

121 Rode draad: 7 ICA-principes -Vrijwillige toetreding  mensen verenigen zich om economische en maatschappelijke behoeften te bevredigen -Democratische besluitvorming  zeggenschap ligt bij mensen i.p.v. kapitaal -Economische betrokkenheid  vennoot heeft actieve relatie met vennootschap – niet hoofdzakelijk rendementsgericht -Onafhankelijkheid  Van overheden/grote externe financiers

122 Rode draad: 7 ICA-principes -Permanente vorming  levenslang leren van vennoten, bestuurders  sensibliseren publieke opinie en overheden - Onderlinge samenwerking  lokale, (inter)nationale samenwerking -Verantwoordelijkheid tegenover de samenleving  positieve invloed op (lokale) gemeenschap

123 “You may say I’m a dreamer… …but I’m not the only one.” (John Lennon) "Cooperatives are a reminder to the international community that it is possible to pursue both economic viability and social responsibility. " United Nations Secretary-General Ban Ki-moon

124 U WIL MEER WETEN?

125 U WIL AAN DE SLAG Ondersteuningsdecreet (erkende coöperaties = sociale economie) -Erkende adviesbureaus: 75% van de advieskost terugbetaald bij oprichting -Trividend: toegang tot financiering -CollondSE: collectieve ondersteuning -Managementopleidingen Hasselt en Antwerpen -Coopkracht: koepel -Projectsubsidies: 15 februari 2015

126 Ten slotte Met welk gevoel ga je naar huis? Enquêteformulier

127 FEBECOOP Adviesbureau Erkend adviesbureau voor sociale economie Barrikadenplein 1, 1000 Brussel 02/


Download ppt "Kennismaken -Peter Bosmans Gedelegeerd bestuurder Febecoop Adviesbureau Oprichter, vennoot, bestuurder van cv’s Erkend adviesbureau voor sociale economie."

Verwante presentaties


Ads door Google