De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Babylon… Wie zou daar nu willen wonen?. •Babel •Babylon (ten tijde van ballingschap) •Babylon (de val voorzegd in Openbaring)

Verwante presentaties


Presentatie over: "Babylon… Wie zou daar nu willen wonen?. •Babel •Babylon (ten tijde van ballingschap) •Babylon (de val voorzegd in Openbaring)"— Transcript van de presentatie:

1 Babylon… Wie zou daar nu willen wonen?

2 •Babel •Babylon (ten tijde van ballingschap) •Babylon (de val voorzegd in Openbaring)

3 Babel

4 Eerste machthebber •8 En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; 9 hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN als Nimrod. 10 En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear. •Genesis :10:8-10

5 Nimrod staat voor… •Nimrod is the prototype of a rebellious people, his name being interpreted as "he who made all the people rebellious against God" (Pes. 94b; comp. Targ. of pseudo-Jonathan and Targ. Yer. to Gen. x. 9). He is identified with Cush and with Amraphel, the name of the latter being interpreted as "he whose words are dark" •As he was the first hunter he was consequently the first who introduced the eating of meat by man. He was also the first to make war on other peoples (Midr. Agadah to Gen. x. 9). •http://www.jewishencyclopedia.com/view.jsp?artid=295&letter=N&search=nimrod

6 Bouw van toren van babel •1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. •Genesis 11:1-2

7 Babel

8 •Een ziggoerat (Babylonisch ziqqurrat, D- Stam van zaqāru "bouwen op een verhoogd gebied") is een tempeltoren uit het oude Mesopotamië en Perzië (Iran) in de vorm van een terrasvormige piramide van opeenvolgend teruglopende verdiepingen.D- Stam tempeltoren MesopotamiëPerziëIranpiramide

9 Ziggorat

10 Voortvarendheid van de mens • En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. •Genesis 11:3-4

11 Waarom een toren •De bewoners van de vlakte van Sinear geloofden niet in het verbond van God, dat Hij nooit weer een zondvloed op de aarde zou doen komen. Velen loochenden het bestaan van God en schreven de vloed toe aan natuurlijke oorzaken. Anderen geloofden in een opperwezen, en dat dit opperwezen de wereld van voor de vloed had verdelgd; en hun harten kwamen, evenals dat van Kaïn, tegen Hem in opstand. •Het oprichten van de toren had ten doel een beveiliging te verschaffen in geval van een nieuwe zondvloed. Door een bouwwerk te maken van groter hoogte dan het peil van het water tijdens de vloed, meenden ze, dat ze buiten alle gevaar waren. En als ze in staat zouden zijn te bouwen tot in de wolken, hoopten ze een verklaring voor de vloed te vinden. Heel de onderneming was be­doeld om de trots van de bouwers te bevredigen en de gedachten van komende geslachten af te wenden van God en hen tot afgodendienst te leiden •Patriarchen en Profeten hoofdstuk “Toren van Babel ”

12

13 Het begin van ‘menselijk’ streven •5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. •Genesis 11:5-8

14 Ingrijpen was noodzakelijk •Toen de toren gedeeltelijk voltooid was, werd een deel ervan gebruikt als woonplaats voor de bouwers; andere delen, prachtig ingericht en versierd, werden aan de afgoden gewijd. De mensen roemden op hun succes en prezen de gouden en zilveren goden, terwijl ze zich kantten tegen de Heerser van hemel en aarde. Plotseling werd het werk, dat zo voorspoedig vorderde, tegengehouden. •Patriarchen en Profeten hoofdstuk “Toren van Babel”

15 Verstrooiing & vernietiging

16 De éérste verwarring •9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft. •Genesis 11:9

17 Na de spraakverwarring •Nimrod, de stichter van Babylon maakte aanspraak op aanbidding door zijn onderdanen. Het is geweldig als iemand wordt geëerd. Maar het is godslasterlijk om door andere mensen te worden aangebeden. Als een mens aanspraak maakt op aanbidding is dat een vreselijke zonde tegen God. •De leider van het “beest” doet hetzelfde.

18 Na de spraakverwarring •Na de dood van Nimrod kondigde zijn vrouw, koningin Semiramis aan, dat Nimrod de zonnegod was geworden!

19 Afgodendienst compleet •Ze kondigt haar volgelingen aan dat de goden van de hemel haar hebben geopenbaard, dat hun grote en geliefde koning nu zijn volk dient in een verheven positie. Nimrod is nu de zonnegod!

20 De verering van Nimrod •Vol dankbaarheid moesten ze nu hun toewijding jegens Nimrod tonen door voor hem neer te buigen als hij elke morgen opnieuw overwinnend uit de strijd tevoorschijn trad. De koningin maakte wetten voor deze nieuwe vorm van aanbidding. Elke man, vrouw en elk kind moest elke morgen neerbuigen voor de zon om hem dank te brengen. Zo begon het satanische gebruik van zonne- aanbidding. Een sinistere vervanging, een namaak godsdienst, en u zult zich verbazen over de wegen en de middelen waarmee Satan dit anti- christelijk gebruik door de eeuwen heen ingang heeft doen vinden.”

21 (Neo-)Babylonische Rijk

22

23 Historische Kenschetsen •Neo-Babylonische rijk •Nabopolassar, een Chaldeeuwse generaal, kwam in opstand tegen het Assyrische Rijk (dat al 200 jaar over Babylon had geregeerd) in 626 v.Chr., nadat de laatste echt machtige Assyrische koning, Assurbanipal, was gestorven in 627 v.Chr. Hij zou de eerste koning van het Neo-Babylonische rijk worden (zie ook Neo- Babylonische dynastie). Zijn zoon Nebukadnezar II verfraaide Babylon met de beroemde Ishtarpoort.Nabopolassar Neo-Babylonische rijkNeo- Babylonische dynastieNebukadnezar II

24 Prachtige stad En Babel, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der Chaldeeën, Jesaja 13:19-20

25

26 Muren van Babel

27 Hangende tuinen van Semiramis

28 Istharpoort

29 Indrukwekkende stad •De stad lag voor het grootste deel op de oostelijke oever van de Eufraat., met op de westelijke oever een uitbreiding, die de "Nieuwe Stad" werd genoemd. Buiten de stadsmuren strekte zich een groene gordel van palmbomen en bouwland uit, want de Babyloniërs waren de techniek van irrigatie al lang machtig. •Om de stad was een massieve wal gebouwd, die uit twee dikke muren bestond, zo'n 12 meter van elkaar waren verwijderd. De ruimte tussen de muren was opgevuld met puin en vormde een weg waarop troepen en wagens zich snel konden bewegen om een aanval af te slaan. Deze versterking werd nog doeltreffender gemaakt dor een brede gracht met bruggen naar de acht poorten van de stad.

30 De stad binnenwandelde •Van de "Nieuwe Stad" leidde een mooie brug over de Eufraat naar de Processiestraat, de hoofdstraat van de stad. Deze straat was geplaveid met platte kalkstenen, afgezet met marmeren blokken. De hoge, gepolijste muren langs deze hoofdstraat waren versierd met leeuwen en gelakte steen: sommige waren wit met gele manen, andere geel, met rode manen. Elke leeuw was ongeveer twee meter lang en waren in reliëf aangebracht op een blauwe achtergrond. Ze gromden om de kwade geesten af te schrikken en de reizigers te begroeten.

31 •Er waren zo 120 van deze prachtige dieren, 60 aan elke kant van de straat. De Processiestraat liep langs de hoge muur van een groot tempelterrein liep, waarop zich hoog boven de stad de tempeltoren (zigurrat) van de tempel van Nimrah, de Grote Moeder en godin van de onderwereld: de beroemde Toren van Babel. Toren van Babel

32 Prachtige stad… die verwoest wordt. •zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze onderstboven keerde; 20 het zal in eeuwigheid niet meer bewoond worden, noch bevolkt zijn van geslacht tot geslacht; geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herders zullen daar legeren; (Jesaja 13:19-20)

33 Het dagelijkse leven in Babylon

34 Stad had zijn eigen afgod - bel

35 Bel = Baäl

36 Het leven in Babylon Het zwaard over de Chaldeeën, luidt het woord des HEREN, en over de inwoners van Babel en over zijn vorsten en over zijn wijzen! …Het zwaard over zijn schatten, dat zij geplunderd worden! Het zwaard over zijn wateren, dat zij uitdrogen! Want een land van gesneden beelden is het en door schrikwekkende beelden laten zij zich verdwazen. Jer 50:35,38

37 3 vrienden die niet met de gewoonte meededen •15 Nu dan, indien gij bereid zijt, zodra gij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten hoort, u ter aarde te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik gemaakt heb... maar indien gij niet aanbidt, zult gij ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden; en wie is de god, die u uit mijn hand zou kunnen bevrijden? 16 Toen antwoordden Sadrak, Mesak en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. 17 Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; 18 maar zelfs indien niet – het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden. 19 Toen werd Nebukadnessar vervuld met gramschap, en zijn gelaatsuitdrukking veranderde tegen Sadrak, Mesak en Abednego; hij antwoordde en gebood, dat men de oven zevenmaal heter zou stoken dan gewoonlijk, 20 en aan enige mannen, van de sterksten uit zijn leger, gaf hij bevel Sadrak, Mesak en Abednego te binden en in de brandende vuuroven te werpen. •Dan 3:15-20

38 Standvastig blijven!

39 2de gebod •Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. 5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden., die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden. •Exodus 20: 4-6

40

41 Belangstelling voor magie door inwoners •1 Daal af, en zet u neer in het stof, jonkvrouw, dochter van Babel. Zet u neer ter aarde, zonder zetel, dochter der Chaldeeën, want men zal u niet langer verwekelijkt en verwend noemen. 9 Maar deze beide zullen u overkomen, plotseling, op één dag: beroving van kinderen en weduwschap; in volle omvang zullen zij u overkomen, ondanks uw vele toverijen en zeer krachtige bezweringen. 10 Gij vertrouwdet op uw boosheid; gij zeidet: Niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis zijn het, die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zeidet: Ik ben het en niemand anders. 11 Maar u overkomt een onheil, dat gij niet weet te bezweren; u overvalt een verderf, dat gij niet vermoogt te verzoenen; u overkomt plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden hadt. 12 Houdt maar aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen waarmede gij u van jongs af hebt afgetobd; misschien kunt gij iets bereiken, misschien jaagt gij schrik aan. 13 Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen; laten nu opstaan en u redden, zij die de hemel indelen, die de sterren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal. •Jesaja 47:1, 9-13

42

43 Wat zegt de bijbel over magië •27 Wanneer een man of een vrouw door zich de geest van een dode laat spreken of een waarzeggende geest bezit, zullen zij zeker ter dood gebracht worden; stenigen zal men hen, hun bloedschuld is op hen. •Leviticus 20:27

44 Misbruik de zaken van de Here •1 Koning Belsassar richtte een grote maaltijd aan voor zijn machthebbers, duizend in getal; en in tegenwoordigheid van die duizend was hij aan het wijndrinken. 2 Belsassar beval bij het genot van de wijn, dat men het gouden en zilveren gerei zou brengen, dat zijn vader Nebukadnessar uit de tempel te Jeruzalem had weggevoerd, opdat de koning en zijn machthebbers, zijn gemalinnen en zijn bijvrouwen daaruit zouden drinken. 3 Daarop bracht men het gouden gerei dat uit de tempel, het huis Gods te Jeruzalem, was weggevoerd, en de koning en zijn machthebbers, zijn gemalinnen en zijn bijvrouwen, dronken daaruit; 4 zij dronken wijn en roemden de goden van goud en zilver, koper, ijzer, hout en steen. •Daniel 5:1-3

45 Jezus trad op tegen misbruiken in de tempeldienst •14 En Hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars, die daar zaten. 15 En Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om. 16 En tot de duivenverkopers zeide Hij: Neemt dit alles hier vandaan, maakt het huis mijns Vaders niet tot een verkoophuis. •Johannes 2:14-16

46 Babylon in Oud-Testamentische Profetie

47 Israel verbannen… •5 Jojakim was vijfentwintig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen van de HERE, zijn God. 6 Nebukadnessar, de koning van Babel, trok tegen hem op en boeide hem met twee koperen ketenen om hem naar Babel te voeren. 7 Een deel van het gerei van het huis des HEREN bracht Nebukadnessar naar Babel en hij plaatste het in zijn paleis te Babel. 8 Het overige van de geschiedenis van Jojakim, de gruwelen die hij bedreven heeft, en het kwaad dat in hem gevonden werd, zie, dit is beschreven in het boek der koningen van Israël en van Juda. Zijn zoon Jojakin werd koning in zijn plaats. •9 Jojakin was achttien jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN. 10 In het daarop volgende jaar liet koning Nebukadnessar hem naar Babel brengen met het kostbare gerei van het huis des HEREN. En hij maakte zijn bloedverwant Sedekia koning over Juda en Jeruzalem. •11 Sedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. 12 Hij deed wat kwaad is in de ogen van de HERE, zijn God. •Hij verootmoedigde zich niet voor de profeet Jeremia, die in opdracht van de HERE sprak. 13 Ook kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnessar, die hem bij God een eed had doen afleggen; hij verhardde zijn nek en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HERE, de God van Israël. 14 Eveneens maakten al de oversten van de priesters en het volk zich voortdurend aan ontrouw schuldig, naar al de gruwelen der volken; zij maakten het huis des HEREN onrein, dat Hij in Jeruzalem geheiligd had.

48 Ondanks wanhoop… toch hoop •15 De HERE, de God hunner vaderen, zond wel zijn boden tot hen, vroeg en laat, want Hij ontfermde Zich over zijn volk en zijn woning, 16 maar zij bespotten de boden Gods, verachtten zijn woorden en hoonden zijn profeten, totdat de gramschap des HEREN zich zozeer tegen zijn volk verhief, dat geen herstel meer mogelijk was. 17 Hij deed de koning der Chaldeeën tegen hen optrekken, deze doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom, en hij spaarde jongeling noch maagd, oude noch grijsaard; alles gaf Hij in zijn macht. 18 Al het gerei van het huis Gods, het grote en het kleine, de schatten van het huis des HEREN en de schatten van de koning en van zijn vorsten, alles bracht hij naar Babel. 19 Zij verbrandden het huis Gods en braken de muur van Jeruzalem af; al zijn paleizen verbrandden zij met vuur en alle kostbaarheden vernietigden zij. 20 Ook voerde hij hen die aan het zwaard ontkomen waren, naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, totdat het koninkrijk van Perzië de heerschappij verkreeg; – 21 om het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, in vervulling te doen gaan: totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken. •2 kronieken 36:5-21

49 Israel weggevoerd naar Babel •1 In het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, rukte Nebukadnessar, de koning van Babel, zelf met zijn gehele leger tegen Jeruzalem op en sloeg het beleg erom, en zij bouwden er een belegeringswal omheen. 2 Zo werd de stad belegerd tot het elfde jaar van koning Sedekia. 3 Op de negende van de (vierde) maand, toen de hongersnood in de stad zwaar geworden was en er geen brood meer was voor het volk des lands, 4 werd een bres in de stadsmuur geslagen; en al de krijgslieden (vluchtten) des nachts door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin – de Chaldeeën nu lagen rondom tegen de stad –, en sloegen de weg in naar de Vlakte. 5 Maar het leger der Chaldeeën zette de koning na en achterhaalde hem in de vlakte van Jericho; zijn gehele leger werd van hem gescheiden en verstrooid. 6 Zij grepen de koning, brachten hem naar de koning van Babel te Ribla, en men velde vonnis over hem: 7 de zonen van Sedekia bracht men voor diens ogen ter dood; en hij liet de ogen van Sedekia verblinden en hem met twee koperen ketenen binden; en men bracht hem naar Babel. •2 koningen 25:1-7

50 De inval & vernietiging •8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur. 10 En het leger der Chaldeeën, dat met de bevelhebber van de lijfwacht was, haalde gezamenlijk de muren rondom Jeruzalem neer. 11 De rest van het volk, die in de stad nog was overgebleven, en de overlopers die naar de koning van Babel overgelopen waren – de rest van de menigte voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, in ballingschap. 12 Slechts enige van de armen van het land liet de bevelhebber van de lijfwacht achterblijven als wijngaardeniers en als landbouwers. •2 koningen 25:8-12

51 God gebruikt Babel •Ik heb de aarde, de mens en het gedierte, dat op het oppervlak der aarde is, door mijn grote kracht en mijn uitgestrekte arm gemaakt, en Ik geef ze aan wie het Mij goeddunkt. 6 Nu heb Ik al deze landen in de macht van Nebukadnessar, de koning van Babel, mijn dienaar, gegeven; ja, zelfs het gedierte des velds heb Ik hem gegeven om hem dienstbaar te zijn; 7 en alle volken zullen hem, zijn zoon en zijns zoons zoon dienstbaar zijn, tot de tijd ook voor zijn land komt, en ook dat door machtige volkeren en grote koningen dienstbaar gemaakt zal worden. 8 Het volk en het koninkrijk nu, dat hem, Nebukadnessar, de koning van Babel, niet zal willen dienstbaar zijn en zijn hals niet zal willen voegen onder het juk van de koning van Babel, over dat volk zal Ik bezoeking doen met het zwaard, de honger en de pest, luidt het woord des HEREN, tot Ik hen volkomen in zijn macht zal hebben gebracht. •Jeremia 27:5-8

52 70 jaar, zoals Jeremia had geprofeteerd •Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren; 12 maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord des HEREN, hun ongerechtigheid bezoeken, ook aan het land der Chaldeeën, en Ik zal dat tot eeuwige woestenijen maken. •Jeremia 25:11b-12

53 Belofte van God •8 Want zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet misleiden, en luistert niet naar uw dromers, die gij laat dromen; 9 want zij profeteren u vals in mijn naam; Ik heb hen niet gezonden, luidt het woord des HEREN. 10 Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen. 11 Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. 12 Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; 13 dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. 14 Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN, en in uw lot een keer brengen; dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des HEREN, en u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren. •Jeremia 29:10

54 Babel was machtig onder Nebukadnessar •28 Dit alles overkwam koning Nebukadnessar. 29 Na verloop van twaalf maanden, toen hij aan het wandelen was op het koninklijk paleis in Babel, 30 nam de koning het woord en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door de sterkte mijner macht en tot eer mijner majesteit? •Daniel 4:28-30

55 Wéér verwarring •31 Nog was dat woord in des konings mond, toen er een stem nederklonk uit de hemel: U wordt aangezegd, o koning Nebukadnessar: het koningschap is van u geweken, 32 men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte des velds; gras zal men u te eten geven als aan de runderen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat gij erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wil. 33 Op hetzelfde ogenblik ging dat woord aan Nebukadnessar in vervulling, en hij werd uit de gemeenschap der mensen verstoten en at gras als de runderen, en door de dauw des hemels werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als (de veren) der arenden en zijn nagels als die der vogels. •Daniel 4:31-33

56 Daniel 2: Dé droom

57 •Eerste grote rijk, Daniel 2:31-38 •(uitgebeeld als hoofd van goud) •Dan 7:2-4 •Uitgebeeld als een gevleugelde leeuw Profetische dromen

58 Ondergang van Babel •17 Zie, Ik wek tegen hen de Meden op, die zilver niet achten, noch in goud behagen hebben; 18 hun bogen vellen knapen: zij kennen geen erbarming met de vrucht van de schoot en zelfs kinderen ontzien zij niet. 19 En Babel, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der Chaldeeën, zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze onderstboven keerde; 20 het zal in eeuwigheid niet meer bewoond worden, noch bevolkt zijn van geslacht tot geslacht; geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herders zullen daar legeren; Jesaja 13:17-20

59 Oproep om Babel te verlaten •2 Boodschapt onder de volken en laat het horen, verheelt het niet, zegt: Babel is genomen, Bel staat beschaamd, Merodak terneergeslagen, beschaamd staan zijn beelden, terneergeslagen zijn drekgoden. 3 Want er rukt een volk tegen op uit het Noorden, dat zijn land tot een woestenij zal maken, zodat er geen inwoner in is; zowel mensen als dieren zijn gevloden, verdwenen. 4 In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen; al wenend zullen zij voortgaan en de HERE, hun God, zoeken; 5 naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht (gericht) zijn; zij komen en zoeken gemeenschap met de HERE in een eeuwig verbond, dat niet zal vergeten worden. 6 Een kudde verloren schapen was mijn volk, hun herders misleidden hen, naar de bergen voerden zij hen; van berg tot heuvel gingen zij, zij vergaten hun leger. 7 Allen die hen aantroffen, verslonden hen, en hun vijanden zeiden: Wij laden geen schuld op ons; omdat zij gezondigd hadden tegen de HERE, de woonstede der gerechtigheid en de hoop hunner vaderen, de HERE. •Jeremia 50:2-7

60 Vlucht weg het oordeel staat vast •8 Vlucht uit Babel weg en trekt uit het land der Chaldeeën en weest als bokken voor de kudde uit! 9 Want zie, Ik verwek en doe oprukken tegen Babel een menigte grote volken, uit het Noorderland, en zij scharen zich ertegen in slagorde, vandaar zal het ingenomen worden; de pijlen ervan zijn als een gelukkig held, die niet onverrichter zake terugkeert. 10 Zo wordt het land der Chaldeeën ten roof; allen die het beroven, zullen verzadigd worden, luidt het woord des HEREN. 11 Al verheugt gij u, al jubelt gij, plunderaars van mijn erfdeel, al springt gij als een kalf in het gras en hinnikt gij als hengsten, 12 uw moeder staat zeer beschaamd, zij die u baarde, is te schande geworden; ziedaar, het geringste van de volken, een woestijn, een wildernis en een steppe! 13 Ten gevolge van de verbolgenheid des HEREN zal het niet bewoond worden, maar geheel en al een woestenij zijn; ieder die Babel voorbijgaat, zal zich ontzetten en fluiten om al zijn slagen. •Jer 50:8-13

61 Daniel 5, feesten tot het einde!

62 Mene, Mene Tekel, het einde voorzegt

63 Mene, Mene Tekel •In dezelfde nacht verscheen voor de arrogante Babylonische koning Belsazar het 'teken aan de wand': mene, mene, tekel, en parsin. De profeet Daniël gaf de dronken menigte hiervoor de volgende verklaring: 'God heeft uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; gij zijt in de weegschaal gewogen en te licht bevonden. Uw koninkrijk is gebroken en aan de Meden en Perzen gegeven.' Die nacht ging het Babylonische koninkrijk te gronde. (Daniël 5:1-30)Belsazar

64 De opvolger… voorzegd! •Cyrus II

65 Kores, vernietigde Babel •1 Zo zegt de HERE tot zijn gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb om volken vóór hem neer te werpen: de lendenen van koningen ontgord Ik; om deuren vóór hem te openen, geen poorten blijven gesloten. 2 Ik zelf zal vóór u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen. 3 En Ik zal u geven de schatten der duisternis en de rijkdommen der verborgen plaatsen, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, het ben, die u bij uw naam riep, de God van Israël. 4 Ter wille van mijn knecht Jakob en van Israël, mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam, gaf u een erenaam, hoewel gij Mij niet kendet.

66 Hoe Kores, Babel vernederde •In 550 v.Chr. nam Cyrus de Grote, de koning van het Perzische Rijk, heerser van het rijk der Meden, de macht in het grootste deel van Klein-Azië over en isoleerde Babylon.[23]550 v.Chr.Cyrus de GrotePerzische RijkMedenKlein-Azië[23] •In 539 v.Chr. werd Mesopotamië een deel van het Perzische Rijk en werd Babylon bezet door Cyrus II, koning van de Perzische Achaemeniden.[24] Hij slaagde erin door een tot dan ongeëvenaarde manoeuvre de onneembare wallen van de stad te belegeren en in te nemen. Van de beroemde wallen van Babylon was er slechts één die doorgang gaf naar de koninklijke stadskern en dat was dan nog via de bazar.539 v.Chr.Cyrus IIAchaemeniden[24] •Daarnaast was er ook de afwatering naar de Eufraat, maar die werd door dikke metalen hekken afgesloten, waar iemand die lang genoeg de adem had in gehouden om onder water te zwemmen tegenaan stootte. Cyrus of zijn staf smeedden een plan om de Eufraat toch als toegang te kiezen. Aan elke toegangspoort liet hij een grote legermacht zijn kamp opslaan om het signaal af te wachten. Op een avond toen er feest in de stad was, begonnen zijn soldaten stroomopwaarts een kanaal te graven om de Eufraat af te leiden. Toen het rivierpeil voldoende was gedaald trok een kleine voorhoede de stad binnen en kon de poorten openen, waarop het hele leger binnenstormde.

67 Laatste Babylon

68 Babylon in openbaring •Moeten wij de ‘stad’ babylon letterlijk nemen…?

69 Jeremia 50… •39 Daarom zullen er boskatten met jakhalzen huizen, ook zullen er struisvogels huizen, en het zal niet meer bestaan in eeuwigheid, noch in stand blijven van geslacht tot geslacht. 40 Zoals God Sodom en Gomorra met hun naburen onderstboven keerde, luidt het woord des HEREN, zal daar niemand wonen en geen mensenkind daar verblijven.

70 Waar staat Babylon uit openbaring symbool voor? •Babylon = Afvalligheid/ verwarring en Rebelie •Oude testament: •Gen. 10:8-10; 11:6-9; (toren van babel en verstrooiing) •Rev. 18:2, 3; 17:1-5

71 3 engelen… •6 En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; 7 en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

72 •8 En een andere, een tweede engel, volgde, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht zijner hoererij al de volkeren heeft doen drinken.

73 •9 En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, 10 die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. 11 En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt.

74 •8 En een andere, een tweede engel, volgde, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht zijner hoererij al de volkeren heeft doen drinken.

75 •Net als bij het Babylon van Nebudkadnessar… geeft de Heer van te voren aan dat waar Babylon symbool voor staat niet staande blijft!

76 •Openbaring 14:8 •Spreekt over de val van degene die zich niet over hebben gegeven en hebben geleefd naar de woorden van de eerste engel en de opdracht van openbaring 14:12

77 De meetlat •Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren. •Openbaring 14:12

78 Wat weerspegiel je •Babel Babylon weerspiegelde, het menselijk streven •“we bouwen zelf een toren” (Bij de toren) •“kijk hoe prachtig mijn rijk is” (Nebukadnessar)

79 Laodicea – de afvallige kerk zegt: •Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte •(op 3:17) •Weerspiegelen Christenen •Babel/ Babylonie óf Christus

80 Ook sonmige Christenen weerspiegelde NIET de rechtvaardigheid van God •Openbaring 14:8 is niet ALLEEN een oproep aan ongelovige mensen die leven temidden van de verwarring. •Maar zeker ook Christenen die niet leven in overeenstemming met de eerste engel boodschap en Babylon NIET willen/ kunnen/ durven/ denken te willen vertalen.

81 Waarom de (afvallige) kerk in Babylon •De val van Babel is compleet wanneer de ‘afvallige’ kerk kiest voor het opdringen (via de machthebbers van de staat) van onbijbelse wetten, regels en decreten aan de getrouwe volgelingen van God. •Gebeurd dit nu…?!

82 Babel - Staatsgodsdienst •Het oude Babel koos ervoor om de ‘zonnegod’ Nimrod te aanbidden •Nebukadnessar drong de Isrealieten op om ‘zijn’ gouden beeld te aanbidden •De afvallige kerk/ staat zal de ‘rest’ (overblijfsel, NBG-vert) getrouwen volgelingen die leven volgens Op 14:12, dwingen om af te dwalen van de bijbelse waarheid

83 Op welke bijbelse waarheden zal gedwaald worden? •Waarin openbaart de liefde God tot ons? •Gods 10 geboden –Weerspiegeling van zijn karakter –Welke Jezus kwam om te vervullen

84 Streven om af te dwalen…

85 Allang in Nederland…

86 Afdwalen van de wet?

87 Verwarring •Welke dag is nu de sabbat (volgens de bijbel)? •De afvallige kerk (i.s.m de staat) propageert een ‘andere’ dag, dan daadwerkelijk wordt bedoeld met de dag zoals deze is beschreven in Genesis, Exodus, in de gehele bijbel en zoals Jezus en de discipelen geloofden en naleefden.

88 Openbaring 14:8 zegt •Verlaat de verwarring… •Net zoals God Babel verwarde met spraak, zodat hun streven werd gestaakt. •Net zoals God Nebukadnessar en uiteindelijk ook Babylon verwarde voor hun hoogmoed. •Zo zal God ook de ‘tegenstanders’ van de wet van liefde (definitief) aanpakken en naar hun werken oordelen.

89 Hoe wordt babel vernietigd.. •1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd. •Op 15:1 •Straf voor degene die kiezen vóór de verwarring.

90 Babylon’s eerste opschudding: Ziekten

91 7 plagen voor degene die NIET vluchten uit Babel •2 En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. •De mens koos voor het valse merkteken, en valse aanbidding en dacht daar zijn heil in te vinden. •God geeft deze mensen een ‘zichtbaar’ teken voor de keuze die ze maakten.

92 Onmogelijk te handelen…

93 Het zoute water •3 En de tweede goot zijn schaal uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven. •Net als bij de plagen bij Farao en Egypte in Exodus. Wordt hetgeen handel mogelijk maakte tussen de volken… een volk op zich.

94 Het zoete water •4 En de derde goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, en (het water) werd bloed. •Inplaats dat de mensen gingen naar de bron van levend water (Christus). Vertrouwde mens op eigen kunnen vernuft. •Nu wordt zelfs het zoete water geen bron van leven voor de inwoners van geestelijk Babylon

95

96 De zon •En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en haar werd gegeven de mensen te verzengen met vuur. 9 En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven. •De mens aanbad niet de ware God, maar koos (in)direct voor aanbidding van de Zonnegod (Marduk, Bel, Baäl, etc). Nu wordt de zon aan de hemel een vloek voor hen. •Men erkent dat de ware God dit doet en toch bekeert men zich niet!

97 Waar komt het ‘ware’ licht vandaan?

98 Duisternis • En de vijfde goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij kauwden op hun tong van pijn, 11 en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken. •Men dacht dat de ‘afvallige kerk (staat)’ het licht bracht dat vergeving verschafte voor het volk. •God laat zien dat de aanbidders van Babylon een duister rijk volgden. En toch weigert men de ware God de eer en de glorie te geven

99 Net zo droog als bij Kores

100 •En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen. •In het ‘echte’ babylon gaf het water, leven aan de stad. •Bij de ondergang van Babylon droogde de Eugraat ook op. •De onneembare afvallige geestelijke macht, staat klaar om overwonnen te worden door Christus! •Op 17:16

101 De laatste plaag is de verlossing van de Heiligen •En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. 18 En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zó hevig was deze aardbeving, zó groot. 19 En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden der volken stortten in. En het grote Babylon werd voor God in gedachtenis gebracht, om daaraan de beker met de wijn van de gramschap zijns toorns te geven

102 Wie kan bestaan als je kiest voor Babylon? •En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; 16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; 17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? •Op 6:16-17

103 Gevallen, Gevallen •1 Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht. 2 En hij riep met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is de grote (stad) Babylon en zij is geworden een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte, 3 omdat van de wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid. •Op 18:1-3

104 •abylon was letterlijk en staat geestelijk voor alles wat ware Godsdienst tegenstaat. Liefde voor eigen genot, zelfverheffing en verering, badend in zonde. •God overwon, verstrooide en vernietigde het letterlijke Babel. Zo ook met afvallige/ on- Bijbelse handelswijze van kerken, staten, instituten en individuen.

105 •Net toen men feestte met het gerei uit de tempel Gods, op het hoogtepunt van zijn streven (Daniel 5) werd hij gewogen en te licht bevonden. •Op het hoogtepunt van menselijk streven, en denkende Gods wet overbodig te hebben gemaakt, zal ook zij gewogen ‘zijn’ en te licht worden bevonden.

106 Wat moeten wij doen? •4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. 5 Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht. •Op 18:4-5

107 Letterlijk wegrennen? •Fysiek wegrennen van Babel? •Is soms letterlijk onmogelijk; MAAR je kunt NU wel een keuze maken om niet aan deel te nemen! •Net als de 3 vrienden van Daniel (Dan 3)

108 Wat kunnen wij NU doen?!

109 Het oordeel over babel zal snel zijn uitgevoerd worden •Daarom zullen haar plagen op één dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, die haar geoordeeld heeft. 9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd hebben en weelderig geweest zijn, zullen over haar wenen en weeklagen, wanneer zij de rook van haar verbranding zien, 10 van verre staande uit vrees voor haar pijniging, zeggende: Wee, wee, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.

110 Wanneer Babel is vernietigd… •Treuren degene die God de rug hebben gekeerd •Verheugen degene die God, trouw zijn gebleven en Christus in hun leven hebben aanvaard

111 Men treurt •En zij wierpen stof op hun hoofden en riepen, wenend en rouw bedrijvend, zeggende: Wee, wee die grote stad, waarin allen, die schepen op zee hadden, door haar kostbaarheden rijk geworden zijn, want zij is in één uur verwoest! •Op 18:19

112 Maar de getrouwen zijn verheugd • Wees vrolijk over haar, gij hemel en gij heiligen, en gij apostelen en profeten, want God heeft uw rechtszaak tegen haar berecht. •Op 18:20

113 •21 En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in de zee, zeggende: Zó zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, en zij zal nooit meer gevonden worden.

114 Het zal er nooit meer zijn. •22 En geen stem van citerspelers en zangers, van fluitspelers of bazuinblazers zal meer in u gehoord worden, en niemand, die enige kunst beoefent, zal meer in u gevonden worden, en geen geluid van de molen zal meer in u gehoord worden.

115 •23 En geen lamplicht zal meer in u schijnen, en geen stem van bruidegom en bruid zal meer in u gehoord worden, want uw kooplieden waren de machthebbers der aarde, want door uw toverij werden alle volken verleid; 24 en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen, die geslacht zijn op de aarde.

116 Wie wil er nu in Babel wonen? •Het eerste Babel bracht de afgodendienst •Het tweede Babel kwam met hoogmoed •De derde dacht te Gods almacht te hebben overwonnen, maar valt voor altijd en immer feit.

117 •In welke stad wilt U wonen? •Van welk systeem wilt u deel uit maken. •Kies voor de stad waar de overwinnaars wonen… •Het nieuwe Jeruzalem..!


Download ppt "Babylon… Wie zou daar nu willen wonen?. •Babel •Babylon (ten tijde van ballingschap) •Babylon (de val voorzegd in Openbaring)"

Verwante presentaties


Ads door Google