De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Défis pour les finances publiques en Belgique Groupe de travail Octopus, 1 er février 2008 G. Quaden L. Coene J. Smets.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Défis pour les finances publiques en Belgique Groupe de travail Octopus, 1 er février 2008 G. Quaden L. Coene J. Smets."— Transcript van de presentatie:

1 Défis pour les finances publiques en Belgique Groupe de travail Octopus, 1 er février 2008 G. Quaden L. Coene J. Smets

2 2 Structure de l'exposé 1.Finances publiques belges: l'état de la situation actuelle 2.Vieillissement de la population: le défi budgétaire par excellence 3.Trajectoire budgétaire préconisée par le Conseil supérieur des finances et implications pour les sous-secteurs des administrations publiques

3 3 Financieringssaldo van de gezamenlijke overheid (procenten bbp) Bronnen: EC, INR, NBB. 1 In deze presentatie worden de overheidsrekeningen voorgesteld volgens de zienswijze van het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) waarbij het Fonds voor Spoorweginfrastructuur, dat in het kader van de herstructurering van de NMBS op 1 januari 2005 werd opgericht, valt onder de sector van de niet-financiële vennootschappen.

4 4 Dette publique brute consolidée (pourcentages du PIB) Sources: CE, ICN, BNB. 69,5 p.c. du PIB 17,0 p.c. du PIB

5 5 Normen inzake financieringsbehoefte (-) of -vermogen van de Belgische overheid (procenten bbp) Stabiliteitsprogramma's en opeenvolgende bijwerkingen November 20020,0 0,30,5 November 20030,20,0 0,3 December 20040,0 0,30,6 December 20050,0 0,30,50,7 December 20060,00,30,50,70,9 p.m. Realisaties0,0 0,10,3-0,2r Bronnen: FOD Financiën, INR, NBB.

6 6 Solde de financement des administrations publiques dans les pays de la zone euro (pourcentages du PIB) Sources: CE, programmes de stabilité nationaux, BNB. 1 Selon les prévisions économiques d'automne de la CE (2007), sauf pour la Belgique, pour laquelle on se fonde sur l'estimation de la Banque selon la méthodologie d'Eurostat. 2 Sur la base de la mise à jour des programmes de stabilité à la fin de 2006, sauf pour l'Autriche (mars 2007) Réalisation 1 Objectif du programme de stabilité 2 Différence Allemagne-4,0-3,8-3,4-1,60,1-1,51,6 France-4,1-3,6-2,9-2,5-2,6-2,5-0,1 Italie-3,5 -4,2-4,4-2,3-2,80,5 Espagne-0,2-0,31,01,8 1,00,8 Pays-Bas-3,1-1,7-0,30,6-0,40,2-0,6 Belgique0,0 0,10,3-0,2r0,3-0,5 Autriche-1,6-1,2-1,6-1,4-0,8-0,90,1 Grèce-5,6-7,3-5,1-2,5-2,9-2,4-0,5 Irlande0,41,31,22,90,91,2-0,3 Finlande2,52,32,73,84,62,81,8 Portugal-2,9-3,4-6,1-3,9-3,0-3,70,7 Luxembourg0,5-1,2-0,10,71,2-0,92,1 Slovénie-2,7-2,3-1,5-1,2-0,7-1,50,8 Zone euro-3,1-2,8-2,5-1,5-0,8-1,40,6

7 7 Overheidsrekeningen (procenten bbp) r Ontvangsten49,149,348,748,5 waarvan: fiscale en parafiscale ontvangsten44,444,344,043,8 Primaire uitgaven44,445,144,544,9 Primair saldo4,74,2 3,6 Rentelasten4,74,13,93,8 Financieringsbehoefte (-) of -vermogen0,00,10,3-0,2 p.m. Effect van niet-recurrente factoren0,80,50,7-0,1 Geconsolideerde brutoschuld94,290,486,683,7 Bronnen: INR, NBB.

8 8 Incidence du taux implicite sur les charges d'intérêts Taux sur la dette publique Baisse des charges d'intérêts et incidence du taux d'intérêt implicite (pourcentages du PIB) Dont: Sources: SPF Finances, ICN, BNB. 1 Rapport ente les charges d'intérêts de l'année en cours et l'endettement à la fin de l'année précédente. 2 Taux d'intérêts moyen des emprunts publics à dix ans.

9 9 Sociale zekerheid Federale overheidGemeenschappen en gewesten Lokale overheid Algemene situering van de gemeenschappen en gewesten binnen de gezamenlijke overheid (2006) Ontvangsten 1 (48,8 pct. bbp) Uitgaven 1 (48,4 pct. bbp) 11,2 pct. bbp 6,8 pct. bbp 19,0 pct. bbp 11,5 pct. bbp 19,3 pct. bbp 11,3 pct. bbp 6,6 pct. bbp 11,6 pct. bbp Bronnen: EC, INR, NBB. 1 De ontvangsten en uitgaven werden geconsolideerd voor intersectoriële overdrachten, zodat deze enkel worden geboekt als ontvangsten bij de deelsectoren die verantwoordelijk zijn voor de finale uitgaven, en voor rentebetalingen tussen de deelsectoren van de overheid.

10 10 Solde de financement de l'ensemble des administrations publiques et par sous-secteur (pourcentages du PIB) e Ensemble des administrations publiques0,00,10,3-0,2 dont:Pouvoir fédéral-0,1 0,0-1,0 Sécurité sociale0,10,00,30,5 Communautés et régions0,20,30,20,3 Pouvoirs locaux-0,2-0,1-0,20,0 Sources: ICN, BNB.

11 11 Financieringsbehoefte (–) of -vermogen van de gemeenschappen en gewesten Vlaamse Gemeenschap Franse Gemeenschap Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bronnen: INR, NBB. In procenten van het nationale bbp (linkerschaal) In procenten van de ontvangsten van de betrokken gemeenschap of het betrokken gewest (rechterschaal)

12 12 Sources: ICN, BNB. 1 Contribution à la dette brute consolidée de l'ensemble des administrations publiques. Dette brute consolidée 1 en proportion des recettes (2006, pourcentages)

13 13 Het huidige begrotingsproces in België Studiecommissie voor de vergrijzing: projecties van de budgettaire kosten van de vergrijzing Basis van het door de Hoge Raad van Financiën aanbevolen begrotingstraject Parlement en regering beslissen over: ► doelstellingen inzake het financieringssaldo van de overheid => stabiliteitsprogramma's, ingediend bij de EC ► akkoorden tussen de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen (intern stabiliteitsprogramma)

14 14 Structure de l'exposé 1.Finances publiques belges: l'état de la situation actuelle 2.Vieillissement de la population: le défi budgétaire par excellence 3.Trajectoire budgétaire préconisée par le Conseil supérieur des finances et implications pour les sous-secteurs des administrations publiques

15 15 Vergrijzing van de bevolking in België: demografische situatie in 2000 en 2050 (aantal personen per leeftijd) Bronnen: FOD Economie, NIS, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Dienst Demografie.

16 16 Population de plus de 65 ans (indice 2000=100) Source: INS.

17 17 Macro-economische en sociale beleidshypothesen in de projecties van de Studiecommissie voor de vergrijzing Bron: SCvV. 1 Gemiddelden voor de periode In 2019 zou de werkgelegenheid haar hoogste niveau bereiken Werkgelegenheid (in duizenden) Werkgelegenheidsgraad (% van de bevolking jaar)62,267,069,269,0 Macro-economische hypothesen 1 ● Bbp-groei naar volume: gemiddeld 1,7 pct. per jaar => toename van de arbeidsproductiviteit: gemiddeld 1,75 pct. per jaar => werkgelegenheidsevolutie: gemiddeld -0,05 pct. per jaar Arbeidsmarkt Sociaal beleid ● Welvaartsaanpassing => pensioenen en niet-forfaitaire uitkeringen: 0,5 pct. per jaar => forfaitaire uitkeringen en minima: 1 pct. per jaar ● Gezondheidszorg => impact van demografie zonder langere levensverwachting in gezondheid => niet-demografische groei op grond van inkomen per hoofd

18 18 Coûts budgétaires du vieillissement (pourcentages du PIB) Source: CEV Variation Variation Pensions8,99,112,513,44,54,3 salariés5,0 7,37,72,82,2 indépendants0,7 0,90,80,1 secteur public3,23,44,44,81,71,4 Soins de santé7,07,79,210,53,52,8 soins de santé aigus6,16,77,98,52,41,9 soins de long terme0,91,01,32,01,11,0 Allocations d'invalidité1,21,31,11,0-0,2-0,3 Allocations de chômage2,11,91,21,1-1,0-0,8 Prépensions0,4 -0,0 Allocations familiales1,61,51,31,1-0,5-0,4 Autres1,6 -0,0 Total22,923,527,329,16,25,6

19 19 Bron: SCvV. Budgettaire kosten van de vergrijzing (procentpunten bbp, ten opzichte van 2006)

20 20 Coûts budgétaires du vieillissement 1 (points de pourcentage du PIB, par rapport à 2006) Source: CEV. 1 Seules les prestations sociales sont considérées. Pour les communautés et régions, l'augmentation provient ainsi presque exclusivement des dépenses en matière de soins de santé aigus. Des dépenses telles que les subsides pour la construction de maisons de repos, par exemple, ne sont pas prises en compte. Entité IPouvoirs locauxCommunautés et régions

21 21 Benefit ratio van het werknemerspensioen (gemiddeld bruto pensioenbedrag/gemiddeld brutoloon) Bron: SCvV (2006).

22 22 Dépenses de soins de santé: 3 scénarios (pourcentages du PIB) Sources: CEV, BNB. 1 Cette moyenne annuelle recouvre un ralentissement progressif de la croissance des dépenses de soins de santé d'ici la fin de la période. +2,2 +3,3 +5,9

23 23 Gevoeligheidsanalyses inzake arbeidsproductiviteit en werkgelegenheid Bron: SCvV. 1 In de veronderstelling dat er geen effect is op de hypothesen inzake welvaartsaanpassingen. 2 Dit scenario stemt overeen met een halvering van de structurele werkloosheid t.o.v. het referentiescenario van de SCvV. Alternatief scenario inzake arbeidsproductiviteit: 2 pct. in plaats van 1,75 pct. => Niveau van het bbp in 2050: 9,8 pct. hoger => Budgettaire kosten van de vergrijzing: 1 pct. bbp minder 1 Alternatief scenario inzake werkgelegenheidsgraad: supplementaire verhoging van 3,6 procentpunten tegen => Niveau van het bbp in 2050: 5,3 pct. hoger => Budgettaire kosten van de vergrijzing: 1,4 pct. bbp minder

24 24 Marché du travail: emploi, chômage et inactivité (pourcentages de la population correspondante en âge de travailler (15-64 ans), moyenne des trois premiers trimestres de 2007) Sources: CE, DGSIE (EFT). 1 P.m. en pourcentage de la population active en âge de travailler: Bruxelles 17,5 p.c., Flandre 4,5 p.c., Wallonie 10,6 p.c., Belgique 7,6 p.c. et UE15 7,1 p.c. BruxellesFlandreWallonieBelgiqueUE15 Taux d'emploi54,665,956,761,866,8 Jeunes18,730,923,427,240,8 Femmes48,359,548,954,959,5 Ressortissants hors UE37,842,131,138,058,1 Entre 55 et 64 ans39,933,933,134,146,4 Personnes peu qualifiées34,344,535,940,451,8 Taux de chômage 1 11,63,16,75,1 Taux d'inactivité33,831,036,533,128,0

25 25 Structuur van de uiteenzetting 1.De Belgische overheidsfinanciën: waar staan we vandaag? 2.Vergrijzing van de bevolking: begrotingsuitdaging bij uitstek 3.Door de Hoge Raad van Financiën aanbevolen begrotingstraject en implicaties voor de deelsectoren van de overheid

26 26 Structure des recettes des communautés et régions 1 (pourcentages du total) Total Communauté flamande Région wallonne Région de Bruxelles-Capitale Communauté française AutresRecettes fiscales propresMoyens issus de la loi de financement (tva et impôts des personnes physiques) Sources: ICN, BNB. 1 Le financement de la Communauté germanophone est réglé par la loi du 31 décembre La part la plus importante de ses moyens est constituée d'une dotation du budget général des dépenses du fédéral.

27 27 Verloop van de saldi in de periode VERBETERING VAN HET SALDO (procenten bbp) BEPAALD DOOR: REËLE GROEI ONTVANGSTEN 1 (procenten) REËLE GROEI PRIMAIRE UITGAVEN 1 (procenten) Vlaamse Gemeenschap Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Franse Gemeen- schap Noorden 2 Zuiden 2 Vlaamse Gemeenschap Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Franse Gemeen- schap Noorden 2 Zuiden 2 Vlaamse Gemeenschap Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Franse Gemeen- schap Noorden 2 Zuiden 2 Gemiddelde: 1,8 Gemiddelde: 2,6 Bronnen : INR, NBB. 1 Gedefleerd aan de hand van de nationale consumptieprijsindex. 2 Aan de hand van de parameter die wordt gebruikt in het kader van de financieringswet van 1989 is het noorden gedefinieerd als de Vlaamse Gemeenschap en 20 pct. van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; het zuiden bestaat uit de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en 80pct. van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

28 28 Population en âge de travailler (indice 2000=100) Source: INS.

29 29 Gemiddelde bijdrage van de werkenden tot het primaire saldo 1 (euro, gedefleerd aan de hand van de nominale loongroei) Bronnen: HRF, NBB. 1 Om redenen van vergelijkbaarheid wordt verondersteld dat de schuldgraad in de drie scenario's tegen 2100 naar nul zal convergeren.

30 30 Trajectoire budgétaire recommandée par le Conseil supérieur des finances (pourcentages du PIB) Source: CSF.

31 31 Het door de Hoge Raad van Financiën aanbevolen begrotingstraject ► Dubbele marge om de kosten van de vergrijzing op te vangen: ● verlaging van de rentelasten; ● geleidelijk vermindering na 2019 van het begrotingssaldo (van een surplus van ongeveer 2 pct. bbp naar een tekort van 1 pct. bbp). ► In dit scenario worden ongeveer vier vijfden van de budgettaire kosten van de vergrijzing voorgefinancierd. ► Onder de hypothese van een ongewijzigde ontvangstenratio, impliceert dit dat bijkomende marges dienen te worden gecreëerd door de groei van de niet-leeftijdsgebonden overheidsuitgaven te beperken tot een niveau dat onder de reële groeivoet van het bbp ligt (ongeveer 0,2 pct. per jaar tussen 2007 en 2050).

32 32 Objectifs en matière de soldes de financement par entité (en pourcentage du PIB) Entité IEntité IIEnsemble des administrations publiques Législature ,20,10,3 (p.m. Estimation des réalisations 2007)(-0,5)(0,3)(-0,2) 20080,40,10, ,50,20, ,70,20, ,00,11,1 Législature ,30,01, ,50,01, ,70,01, ,90,01,9 Sources: CSF, BNB.

33 33 Begrotingsdoelstellingen : financieringssaldo's per entiteit (in pct. van het bbp) Entiteit I Vlaamse Gemeen- schap Franse Gemeen- schap Waals Gewest Brussels Hoofd- stedelijk Gewest Duits- talige Gemeen- schap Lokale overheid Entiteit II Totaal Geza- menlijke Overheid 20070,20,10,0 0,10,3 (p.m. Raming realisaties 2007) (-0,5)(0,3)(-0,2) 20111,00,0 0,1 1,1 Bronnen: HRF, NBB.

34 34 Simulation de la croissance des recettes des sous-secteurs des administrations publiques (pourcentages de variation réelle annuelle moyenne) '95 - '01'02 - '06'07 - '11'11 - '15'15 - '50'07 - '50 Recettes2,41,82,12,31,61,7 Communautés et régions3,22,71,72,11,6 Pouvoirs locaux1,02,32,12,31,61,7 Entité I2,31,32,52,31,71,8 Evolution du solde en pourcentage du PIB Communautés et régions1,60,3-0,10,0 -0,1 Pouvoirs locaux-0,10,00,1-0,10,0 Entité I3,7-0,30,90,8-2,8-1,1 p.m. Croissance du PIB en volume2,42,22,12,31,61,7 Sources: CEV, CSF, BNB.

35 35 Simulatie van de ontvangstengroei van de deelsectoren van de overheid (reële gemiddelde jaarlijkse veranderingspercentages) '95 - '01'02 - '06'07 - '11'11 - '15'15 - '50'07 - '50 Ontvangsten2,41,82,12,31,61,7 Gemeenschappen en gewesten3,22,71,72,11,6 Lokale overheid1,02,32,12,31,61,7 Entiteit I2,31,32,52,31,71,8 Saldo (evolutie in pct. bbp) Gemeenschappen en gewesten1,60,3-0,10,0 -0,1 Lokale overheid-0,10,00,1-0,10,0 Entiteit I3,7-0,30,90,8-2,8-1,1 p.m. Bbp-groei naar volume2,42,22,12,31,61,7 Bronnen: SCvV, NBB, HRF.

36 36 Marges budgétaires en matière de dépenses primaires (pourcentages de variation réelle par rapport à l'année précédente) Sources: CSF, BNB.

37 37 Verloop van de begrotingssaldi bij een identieke groei van de niet-vergrijzingsgebonden primaire uitgaven 1 (procenten bbp) Bronnen: SCvV, NBB, HRF. 1 In deze simulatie is uitgegaan van een reële groei van primaire uitgaven exclusief vergrijzing van gemiddeld 1,5 pct. per jaar in de periode

38 38 Communautés et régions: croissance dérivée des dépenses primaires Sources: CSF, ICN, Budget des voies et moyens, BNB. 1 Évolution nécessaire pour atteindre les objectifs du CSF pour Un équilibre est supposé dans toutes les communautés et régions à partir de Déflatée par l'indice des prix à la consommation national. Ce calcul se base sur les hypothèses macroéconomiques du Comité d'étude sur le vieillissement. Il est aussi supposé que l'évolution de l'impôt des personnes physiques sera identique dans les trois régions. Enfin, les calculs sont fondés sur l'hypothèse que l'évolution des recettes fiscales propres et des autres recettes correspondra à la croissance du PIB. 3 Sur la base du paramètre utilisé dans le cadre de la loi de financement de 1989, le Nord équivaut à la Communauté flamande et à 20 p.c. de la Région de Bruxelles-Capitale, tandis que le Sud est constitué de la Communauté française, de la Région wallonne, de la Communauté germanophone et de 80 p.c. de la Région de Bruxelles-Capitale. Commu- nauté flamande Commu- nauté française Région wallon- ne Région de Bruxelles -Capitale Commu- nauté germano- phone Nord 3 Sud 3 Total Évolution du solde (en point de pourcentage du PIB) 1 -0,10,0 -0,10,0-0,1 Croissance réelle des recettes 2 2,11,61,82,1 1,71,9 dont: moyens loi de financement2,11,51,72,0/2,21,72,0 Croissance réelle des dépenses primaires 2,31,61,92,1 2,31,82,1

39 39 Kanttekeningen bij het door de Hoge Raad van Financiën aanbevolen begrotingstraject ► Het door de HRF aanbevolen begrotingstraject vertrekt van een begrotingsoverschot van 0,3 pct. bbp in ► Voor dat jaar is evenwel een beperkt begrotingstekort (geraamd op 0,2 pct. bbp) opgetekend. ► Gelet op de nog altijd hoge overheidsschuld en de toekomstige weerslag van de vergrijzing van de bevolking is een snelle terugkeer naar het vooropgestelde traject onontbeerlijk. ► Bijgevolg zijn de marges inzake de overheidsuitgaven lager in vergelijking met de HRF-projectie.


Download ppt "Défis pour les finances publiques en Belgique Groupe de travail Octopus, 1 er février 2008 G. Quaden L. Coene J. Smets."

Verwante presentaties


Ads door Google