De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Seksueel overdraagbare aandoeningen: ver van mijn bed? Eric Van Wijngaerden.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Seksueel overdraagbare aandoeningen: ver van mijn bed? Eric Van Wijngaerden."— Transcript van de presentatie:

1 Seksueel overdraagbare aandoeningen: ver van mijn bed? Eric Van Wijngaerden

2 SOA  Gans spectrum van virale, bacteriële, fungale en parasitaire aandoeningen  Klassieke SOA vs andere infecties die occasioneel of overwegend seksueel worden overgedragen  Update vanuit het standpunt van de internist, voor de huisarts  Topics anno 2007

3 SOA  Syfilis  Gonorrhoea  NB:  Lymphogranuloma venereum  HIV infectie

4 Syfilis

5 Syfilis  Systemische infectieziekte veroorzaakt door spirocheet: Treponema pallidum  Primaire, secundaire, tertiaire manifestaties en vaak latente infectie NB:congenitale syfilis  Extreem efficiënte overdracht vanuit ulceratieve letsels vol treponemen

6 Evolutie epidemiologie België

7

8

9

10 Primaire syfilis  Ulceratieve aandoening, DD  Herpes genitalis  Trauma  Chancroid  Lymphogranuloma venereum  Primoinfectie HIV  …  Incubatie mediaan 3 weken  Maar kan 3 dagen-3 maanden  Nuttig zo slechts eenmalig risico (dus vaak niet)

11 Primaire syfilis

12  Pijnloos, geïndureerd, eerst papulair, snel geulcereerd, meestal solitair letsel: “harde sjanker”  Meest mucosaal, kan ook cutaan, op de plaats van inoculatie  Kan zeer klein zijn en gemist worden

13 Secundaire syfilis

14

15 Latente syfilis  Serologisch bewijs, geen kliniek  Vroege latente (eerste 4, vooral eerste j)  Relaps en reinfectie mogelijk  Infectieus  Late latente  In principe “immuun”  In principe niet besmettelijk (maar…)

16 Tertiaire syfilis (late syfilis)  Traag progressieve inflammatoire aandoening, extreem variabel  Neurosyfilis  Cardiovasculaire syfilis  Gummata  …

17 Neurosyfilis

18 Neurosyfilis

19 Diagnose van syfilis  Kliniek primordiaal, anamnese van risicocontact  Direct onderzoek van exsudaat van “natte letsels”: donkerveld, fazecontrast  Serologie: meest gebruikt  Aspecifiek, non-treponemaal, reagines  Specifiek, treponemaal

20 Syfilisserologie: aspecifieke testen  VDRL en RPR meest gebruikt  Zekere correlatie met “activiteit” van de ziekte: ook nuttig voor follow up  Kan nog neg zijn bij prim, hoogste in sec  zou moeten verdwijnen na behandeling  verdwijnt bij latente infectie soms spontaan  Vals positieve testen mogelijk: combineer met specifieke

21 Syfilisserologie: specifieke testen  Antistoffen tegen T. pallidum antigeen  Specifieke Elisa nu meest gebruikt  Kan negatief zijn bij prim, vooral zo ook HIV  Blijft meestal levenslang positief: niet nuttig voor follow-up  Kan toch ook vals positief zijn (andere spirochetose, SLE…)

22 Syfilisdiagnose

23 Syfilis diagnose  Screen voor andere SOA, afhankelijk van contekst, ook follow up (HIV!)  Counseling, evtl gerichte vaccinaties  Contacten behandelen: geen notificatie, via index case NB: verplicht aan te geven aandoening

24 Syfilis: behandeling  Primaire, secundaire, vroeg latente:  Penadur 2.4 ME IM eenmalig (zwanger: 3x)  Late latente, onvoldoende respons op voorgaande, neurosyfilis uitgesloten:  Penadur 2.4 ME IM 3 x met week interval  Tertiaire, neurosyfilis uitgesloten:  Penadur 3 x idem, initieel hospitalisatie, prednisolone 60 mg voor eerste

25 Neurosyfilis: behandeling  Alle vormen, hospitalisatie:  Penicilline G 6 x 4 ME IV ged 10 dagen  Ceftriaxone: niet goed gedocumenteerd, noodoplossing  Geen perorale of IM therapie

26 Syfilis en échte peni allergie  Vroeg doxycycline 200 mg PO x 14 d  Ceftriaxone 1 g IM x 10 d  Laat doxycycline 200 mg PO x 28 d  Ceftriaxone 1 g IM of IV x 14 d  Neuro: zeker geen doxycycline  Ceftriaxone 2 g IV x d NB cave kruisallergie en ceftriaxone NB penicillinedesensitisatie te overwegen NB geen azitromycine voor syf

27 …neurosyfilis uitgesloten?  Lumbaalpunctie:  Neuro of oftalmo symptomen  Therapiefalen: RPR niet factor 4 gedaald na 6 m  Vroeg latent en RPR >32?  Vroeg latent en HIV pos met CD4 < 350?  Laat latent en RPR >32  Laat latent en HIV pos met CD4 < 350  Tertiair  Zo indicatie voor LP en geweigerd, behandel als neurosyfilis

28 Gonorrhoea

29 Gonorrhoea  Gramnegatieve diplokok: Neisseria gonorrhoeae  Efficiënte transmissie genitaal en anaal, wat minder bij fellatio  Incubatie: dagen (soms tot paar weken)  Locale infectie, enkel op slijmvlies thv inoculatieplaats, met of zonder lokale complicaties  Gedissemineerde infectie zeldzamer

30 Epidemiologie: USA

31 Epidemiologie België: WIV  Tijdens peilperiode 2005: 47 gevallen  41 mannen, 6 vrouwen (hetero)  30 MSM  8 hetero  3 ongekend

32 Gonorrhoea  Mucopurulente urethritis, cervicitis:

33 Gedissemineerde infectie

34 Diagnose  Klinisch beeld: vaak behandeling op kliniek  Expositie-anamnese  Gramkleuring (niet voor pharynx/rectum)  Kweek (Thayer-Martin en verwanten, bloedkweek bij vermoeden diss)  Gevoeligheidsbepaling  DNA testen NB: denk aan andere SOA, volg op, partners…

35 Fluoroquinoloneresistentie

36 FQ resistentie België  Referentielabo: krijgt 50% van de gevallen  Referentiebias mogelijk, kan maximaal resistentie “verdubbelen”  Vaak therapie zonder kweek  MSM versus hetero

37 AB resistentie % in België /200410/2004-7/2005 Ciproxine2847 Penicilline1423 Cefalosporine 3 00 Spectinomycine00 AzitromycineNA2

38 Gono: behandeling lokale infectie  Meestal empirisch ingesteld  Geen empirisch fluoroquinolone!  Ceftriaxone 125-(1000) mg IM eenmalig  Spectinomycine 2 g IM eenmalig (niet voor farynx)  (Azitromycine 2 g PO eenmalig)  Vrees snelle resistentieontwikkeling  Tolerantie  Duurste

39 Gono: behandeling diss infectie  Ceftriaxone 1 g IM of IV x 7 dagen  Eens antibiogram gekend: gericht

40 Gonokokkeninfectie  Steeds ook behandelen voor niet- gonokokkenuretritis, tenzij uitgesloten:  Azitromycine 1 g PO eenmalig  Doxycycline 2 x 100 mg x 7 dagen  (FQ PO x 7 dagen)  Eenmalige behandeling voor SOA te verkiezen: therapietrouw  Partner(s) niet vergeten, cave ping pong!  Evtl PDPT

41 Lymfogranuloma venereum

42 LGV  Chlamydia trachomatis, LGV serovars L1-3  Endemisch in tropengebieden  Lang alleen gezien in Tropen of bij eenzame toeristen terug van Tropen  Outbreaksituatie enkel bij MSM in West Europa, oa 2003 Amsterdam en Rotterdam, sinds 2004 ook Antwerpen

43 LGV  Uitgebreidheid van het probleem moeilijk in te schatten  Zeker onvolledige registratie  Moeilijke diagnose: syndromale behandeling  (Nagenoeg) uitsluitend MSM, onbeschermde anorectale blootstelling, meestal specifieke settings  Meeste HIV geinfecteerd (onder andere)

44 LGV: kliniek in onze setting  Niet klassieke “etterige lymfadenitis”  Wel diep anorectaal ulcus met prominente pijnklachten, bloeding/slijm, tenesme, met of zonder koorts/AAT  Kan zonder behandeling zeer lang aanslepen, lokaal destructief met chronische verwikkelingen  geen antwoord op klassieke AB of behandeling fissuur…

45 LGV diagnose en therapie  Zekerheidsdiagnose moeilijk  PCR  Serologie C. trachomatis, serovar L1-3  In praktijk kliniek plus setting plus uitsluiten andere (maar cave dubbel!) plus aspecifieke C. trachomatis-serologie  Doxycycline 2 x 100 mg/d x 21 dagen

46 HIV infectie  Waar behandeling beschikbaar meer en meer karakter van “chronische ziekte” ipv fatale ziekte  Mortaliteit in ons land drastisch verminderd: minder zichtbaar  Blijvende immigratie uit landen waar prevalentie nog stijgt  Condoom-moeheid…

47 Nieuwe HIV infectie in België + 50% tussen 1997 en 2005

48 Nieuwe HIV infectie in België

49

50  Risicogroepen blijven zelfde  Vrouwen en mannen uit hoge prevalentie gebieden, vooral Subsaharisch Afrika  Homomannen: de tweede golf  Denk er aan en test met consent!

51 HIV primo-infectie

52

53  Aspecifiek, denk er aan in de juiste contekst  Syfilisdiagnose wordt vaak gevolgd (of voorafgegaan) door hiv diagnose  Testen, maar cave vals negatieve testen  Hertesten of verwijzen voor bijkomende evaluatie

54 SOA update 2007  Syphilis is back!  Geen empirische fluoroquinolones voor uretritis  “Un train peut en cacher un autre”  Rectitis of anale klachten bij homomannen: denk aan SOA, met nieuwe presentaties  HIV is een toenemend probleem in België, vroeg herkennen kan helpen, voor de patiënt en de gemeenschap

55 Guidelines en overzichten 2006  MMWR 8/2006: STD treatment guidelines  professionals.nl/richtlijnen/nvdv professionals.nl/richtlijnen/nvdv professionals.nl/richtlijnen/nvdv  006.pdf  Syf: Tijdsch v Gen 2006, 62, 339


Download ppt "Seksueel overdraagbare aandoeningen: ver van mijn bed? Eric Van Wijngaerden."

Verwante presentaties


Ads door Google