De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een ondergewaardeerde afwijking TARSALE COALITIE dr. RHGP van Erve, orthopedisch chirurg.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een ondergewaardeerde afwijking TARSALE COALITIE dr. RHGP van Erve, orthopedisch chirurg."— Transcript van de presentatie:

1 een ondergewaardeerde afwijking TARSALE COALITIE dr. RHGP van Erve, orthopedisch chirurg

2  Tarsale coalitie  Definitie  Anatomie  Fysiologie  Etiologie  Incidentie  Pathogenese  Verschillende vormen  Pathofysiologie  Biomechanica  Functie  Symptomen  Diagnostiek  Prognose  Behandelingsopties INHOUD

3  Abnormaal samengroeien van botten in de achtervoet  Synostose (bot)  Syndesmose (fibreus)  Cartilaginaire brug (kraakbeen) WAT IS EEN TARSALE COALITIE

4 ANATOMIE

5  De normale beweeglijkheid van het subtalaire gewricht tijdens het lopen is een draai-glij beweging.  Rotatie:  De bewegingsas staat 42 o met het horizontale vlak en 16 o naar mediaal, dus in endorotatie ten opzichte van een lijn van het centrum van de calcaneus naar de webspace 1-2. het subtalaire gewricht roteert tijdens de standfase van 4 o exorotatie-valgus naar 6 o endorotatie-varus. Met deze beweging wordt de exorotatie van de tibia gecompenseerd.  Glijden:  Tijdens achtervoet dorsiflexie treedt een glijbeweging op in het subtalair gewricht. FYSIOLOGIE 1 Figuur uit Inman The joints of the ankle. Baltimore: Williams and Wilkins p. 37

6 FYSIOLOGIE 2

7  Congenitaal  Autosomaal dominant  Abnormale differentiatie van primitief mesenchymaal weefsel waardoor geen gewricht ontwikkelt 1  Accessoire botkernen die geleidelijk verbenen en met de andere botten fuseren waardoor een coalitie ontstaat 1  Verkregen  Trauma  Intra-articulaire fracturen  Neoplasmata  Osteonecrose 2 1.Newman, Joel S. & Newberg, Arthur H. Congenital tarsal coalition: Multimodality evaluation with emphasis on CT and MR Imaging. Radiographics. 2000;20(2): Claridge Richard J. & Sakellariou, Anthony. Tarsal coalition. Orthopedics. 1999;22(11)1066 ETIOLOGIE

8  Minder dan 1% van de bevolking  Geringe oververtegenwoordiging van mannen (1:1 - 1:4) 1  50 – 60% is bilateraal aangedaan 2  Meest voorkomend 2  Calcaneonaviculair (53%)  Talocalcaneair (37%) 1. Tarsal coalition. Medscape Reference. 2. Newman, Joel S. & Newberg, Arthur H. Congenital tarsal coalition: Multimodality evaluation with emphasis on CT and MR Imaging. Radiographics. 2000;20(2): INCIDENTIE

9  Waarschijnlijk een progressieve benige overbrugging met de leeftijd waarbij verschillende histologische componenten tegelijkertijd naast elkaar bestaan.  Komt niet altijd volledige tot verbening. PATHOGENESE

10 MEEST VOORKOMENDE VORMEN Afbeeldingen van Medical Multimedia Group, LLC

11 De vorm van de calcaneonaviculaire coalitie is een gebogen wig met een gemiddelde afmeting van: dorsale breedte 16 mm, planatire breedte 7 mm, diepte 25 mm en lengte 10 mm. Measurement (mm) Calcaneal dorsal width15.9 ± 1.3 (12.6–18.3) Navicular dorsal width15.5 ± 1.6 (11.9–17.5) Calcaneal plantar width7.0 ± 0.9 (4.7–8.9) Navicular plantar width6.7 ± 1.1 (4.3–8.6) Calcaneal depth25.0 ± 1.6 (21.5–29.2) Navicular depth24.4 ± 1.8 (20.5–28.4) Coalition length10.6 ± 0.9 (8.6–12.7) The values are average ± standard deviation (range) VORM CALCANEONAVICULAIRE COALITIE Analysis of calcaneonavicular coalitions using multi-planar three-dimensional computed tomography. Vidyadhar V. Upasani,1 Reid C. Chambers,2 and Scott J. MubarakVidyadhar V. Upasani,1 Reid C. Chambers,2 and Scott J. Mubarak J Child Orthop August; 2(4): 301–307.

12 INDELING TYPEN CALCANEONAVICULAIRE COALITIES Analysis of calcaneonavicular coalitions using multi-planar three-dimensional computed tomography. Vidyadhar V. Upasani,1 Reid C. Chambers,2 and Scott J. MubarakVidyadhar V. Upasani,1 Reid C. Chambers,2 and Scott J. Mubarak J Child Orthop August; 2(4): 301–307.

13 INDELING CALCANEOTALAIRE COALITIES A radiologic classification of talocalcaneal coalitions based on 3D reconstruction Alison Rozansky,1 Eric Varley,2 Molly Moor,1 Dennis R. Wenger,1,2 and Scott J. Mubarak J Child Orthop April; 4(2): 129–135.

14  De normale beweeglijkheid van het subtalaire gewricht tijdens het lopen is een draai-glij beweging.  Rotatie:  Als rotatie onmogelijk is door de coalitie wordt dit gecompenseerd in de talaire gewrichten waardoor de voet plat wordt en een valgusachtervoet ontstaat. Als compensatie worden de peronei kort en reactief spastisch.  Langdurige bewegingsbeperking kan artrose geven in de aanpalende gewrichten (posterieur facet OSG)  Glijden:  Bij een coalitie verandert dit glijden in een scharnierbeweging waarbij de onderzijde van de midtarsale gewrichten open spouwt en de dorsale zijde knijpt. Het naviculare glijdt daarbij naar boven over de taluskop. Hetgeen leidt tot tractie aan de talonaviculaire ligamenten. PATHOFYSIOLOGIE 1

15  De pijnklachten die gepaard gaan met de tarsale coalitie worden waarschijnlijk veroorzaakt door:  ligamentaire spanning,  peroneus spierspasme,  irritatie van de sinus tarsi,  irritatie van het subtalaire gewricht en  artrotische veranderingen.  De variatie aan symptomen bij verschillende patiënten kan worden geweten aan de variatie in de subtalaire bewegingsbeperkingen die door de verschillende coalities worden veroorzaakt.  De specifieke, maar verschillende leeftijden waarop de coalities tot uiting komen zouden dan veroorzaakt worden door de verschillen in leeftijd waarop de ossificatie van de coalities optreedt en dus de beweeglijkheid beperkt. PATHOLFYSIOLOGIE 2

16  Hypomobiliteit van het subtalaire gewricht  Verkorting van de peronei, reactieve peroneus spasmen (wordt wel Peroneale spastische platvoet genoemd en kan het gevolg zijn van compensatie van de valgus achtervoet positie  Verstuikingen en verzwikkingen en artrotische veranderingen. BIOMECHANICA EN FYSIEKE BEPERKINGEN Illustratie uit: Extensor Deficiency: First Cause of Childhood Flexible Flat Foot Donato Vittore, MD; Vittorio Patella, MD; Massimo Petrera, MD; Gianni Caizzi, MD; Maurizio Ranieri, MD; Piero Putignano, MD; Antonio Spinarelli, MD Orthopedics January Volume 32 · Issue 1 ankle/journals/ortho/%7B87a0ccde-a4c8-45ef-b edc3c403f%7D/extensor-deficiency-first-cause-of-childhood- flexible-flat-foot?full=1#

17  Problemen met langere afstanden lopen zonder pijn  Pijn en ongemak bij inspannende activiteiten (voetbal, hardlopen)  Pijn bij lang staan  Onmogelijkheid om schoenen te dragen zonder steunzolen. GEVOLGEN VOOR DE FUNCTIE

18  Diffuse pijn en stijfheid van de middenvoet 1  Irritatie van de sinus tarsi en het onderste spronggewricht 2  Beperkte bewegingsrange van de voet, vooral van het onderste spronggewricht. 2, 3  Verbetering van klachten bij rust, verergering bij lang staan of forse inspanning 2  Abnormale, harde zwelling ter plaatse van de coalitie  Platvoet met/zonder valgus van de achtervoet 3 1.Dutton, M. Orthopedis examination, evaluation and intervention. York, PA: McGraw Hill Companies; Tarsal coalition. Medscape Reference. 3.Newman, Joel S. & Newberg, Arthur H. Congenital tarsal coalition: Multimodality evaluation with emphasis on CT and MR Imaging. Radiographics. 2000;20(2): SYMPTOMEN

19  Naarmate de coalitie verbeent worden de klachten erger omdat de beweeglijkheid afneemt en de pijn toe. 1  Bij congenitale vormen start vanaf 8 jaar en toenemend in de puberteit  Niet iedereen krijgt klachten 1.Tarsal coalition. Medscape Reference. WANNEER TREDEN DE EERSTE SYMPTOMEN OP

20  Talonaviculaire coalities beginnen met ossificeren bij kinderen tussen 3 en 5 jaar  Calcaneonaviculaire coalities beginnen te verbenen bij kinderen tussen 8 en 12 jaar  Talocalcaneaire coalities beginnen te verbenen bij adolescenten tussen 12 en 16 jaar. LEEFTIJDGEBONDEN PRESENTATIE

21  Op jonge leeftijd is de coalitie niet op röntgenfoto's te zien.  Bij volwassenen wordt het meestal ontdekt na een trauma of wegens recidiverende verstuikingen  Alle coalities kunnen worden ontdekt op een CT of MRI die om een andere reden van de enkel werd gemaakt  De diagnose kan alleen gesteld worden na lichamelijk en aanvullend onderzoek. DIAGNOSTIEK

22  Alle tarsale coalities kunnen met röntgenfoto's worden beoordeeld, best op een 45 graden schuine opname mediolateraal.  Talocalcaneaire coalities kunnen het beste met CT of MRI worden bekeken.  Secundaire afwijkingen:  Talar beak  vanwege de beperkte subtalaire beweeglijkheid wordt het naviculare over de talus heen gedwongen, daardoor ontstaat trek aan het talonaviculaire ligament met Beak vorming tot gevolg  C-sign  wegens de coalitie vorming tussen talar dome en sustantaculum tali en een prominente onderste begrenzing van het sustentaculum. Dit kan bij ossale en niet ossale vormen worden gezien. RÖNTGENFOTO'S

23 TALAR BEAK Talar Beak and Tarsale Coalitie. De witte pijl wijst naar de “ talar beak” die op het dorsum van de talus wordt gezien. Dit moet doen denken aan een talaire coalitie. De diagonale opname van de zelfde voet laat een benige overbrugging zien tussen calcaneus en naviculare. Illustratie uit: Tarsal Coalition eMedicine Eric A Wang, MD, Amilcare Gentili, MD, Sulabha Masih, MD, and Matthew C Wang, BS

24 RÖNTGENFOTO'S

25 MRI CT

26  De prognose is afhankelijk van de plaats van de coalitie PROGNOSE • Calcaneonaviculair • Conservatieve behandelingen zijn niet succesvol • Chirurgische resectie van de coalitie, nog voor er artrose is kent goede resultaten en is de gebruikelijke behandeling • Talocalcaneair • Conservatieve behandelingen zijn succesvol als de diagnose vroeg wordt gesteld en er nog geen artrose is. Tarsal coalition Treatment and management. Medscape reference.

27  Resectie van de coalitie  Het gefuseerde bot wordt verwijderd om weer beweeglijkheid te krijgen.  Meestal bij calcaneonaviculaire coalities.  Meestal bij jongeren die nog geen andere pathologie hebben (voorkeursbehandeling) CHIRURGISCHE MOGELIJKHEDEN

28  Artrodese  Verdere fusie van de coalitie om de pijn te verminderen  Afhankelijk van de oorzaak en het type coalitie  Bij ouderen waar al artrose bestaat of na gefaalde resecties

29 Vragen? BEDANKT VOOR DE AANDACHT

30 ONDERZOEK EN VERWIJSCRITERIA  Bij anamnese letten op:  Vaak zwikken (varus en valgus richting)  Vaak vallen op ongelijke grond (onhandige kinderen/volwassenen)  Moeite en pijn bij lopen op ongelijke grond  Pijn bij inspanning (lang staan en lopen en hardlopen)  Bij lichamelijk onderzoek letten op:  Stijf onderste spronggewricht en Chopart gewricht (talonaviculair en calcaneocuboid)  Platvoet die niet corrigeert bij tenengang of op de tenen staan.  Achtervoet in valgus, niet corrigerend bij lopen.  Pijn in sinus tarsi en palpabele botbrug onder mediale of laterale maleolus  Verwijzen als:  Achtervoet stijf is en pijn geeft  Twijfel of zekerheid bestaat over een palpabele botbrug  Frequente valpartijen voorkomen of frequent zwikken  Kortom als een coalitie wordt vermoed.


Download ppt "Een ondergewaardeerde afwijking TARSALE COALITIE dr. RHGP van Erve, orthopedisch chirurg."

Verwante presentaties


Ads door Google