De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wat weten we over de oudere Dravetpatiënt? Myra de Groot en Boudewijn Gunning Dravet Groep Nederland, SEIN Noord-Oost Nederland.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wat weten we over de oudere Dravetpatiënt? Myra de Groot en Boudewijn Gunning Dravet Groep Nederland, SEIN Noord-Oost Nederland."— Transcript van de presentatie:

1 Wat weten we over de oudere Dravetpatiënt? Myra de Groot en Boudewijn Gunning Dravet Groep Nederland, SEIN Noord-Oost Nederland

2 Syndroom van Dravet (SMEI)  Geen hersenschade voordat de epilepsie begint  Normale ontwikkeling tot debuut van de epilepsie  Debuut epilepsie vóór leeftijd 12 m met vaak hemiconvulsies, meestal aangezet door koorts  Myoclonische aanvallen (schokjes) (niet altijd)  Met medicatie niet goed onder controle te krijgen  Meestal psychomotore retardatie binnen 2 j na begin

3 Hoeveel Dravetpatiënten zijn er? 1 op tot 1 op Bevolking (NL) 16.7 miljoen inwoners Dravet (NL) Kinderen 0-17 jaar1.7 miljoenCa. 100 Volwassenen15 miljoen(- 15% =) 750 (?!)

4 Hoe gaat het met volwassen Dravetters? • De door Dravet tot leeftijd 50 gevolgde groep volwassenen: 21% overleed (op de leeftijd van 18, 20, 20, 30, 31 jaar). Kinderen (15%) vooral status epilepticus, volwassenen SUDEP • Na 20 e jaar minder kans op status epilepticus, bijna allemaal alleen nog tonisch clonische aanvallen (’s na) • Tempgevoeligheid blijft, maar impact minder groot • Fotosensitiviteit en patroongevoeligheid weg voor 20 e • Motorische en orthopedische problemen: crouch gait 50%, ataxie, tremor, dysarthrie, dysfagie, kyfo(scoliose) • 12.5% woont zelfstandig

5 Onduidelijk • Cognitieve achteruitgang in volwassenheid? • Alsnog autistische kenmerken? • Hoe vaak aanvalsvrij en zonder medicatie? • Oudere Dravetpatiënten late diagnose en jarenlange polytherapie: prognose nu beter?

6 Hoe is de uitkomst te verbeteren? (1) • Ook al is betrokkene al wat ouder, medicatie als CBZ, PHT en LTG (langzaam) afbouwen • Voorzorgen: warmte, DKTP (48 u), BMR (pas na 5-12 d), fotosensitiviteit, patroongevoeligheid, cursus BLS kind • Optimale detectie en aanpak van aanvallen, die neigen tot status epilepticus of levensbedreigend zijn • Werkend richting een acceptabele aanvalscontrole bijtijds iets proberen indien meer potential benefit: VPA, TPM, LEV, CLB, STP, ZNS, ketogeen dieet, KB, NVS

7 Schade is soms te voorkomen  Van epileptische encefalopathie 1e aanval < 72 uur na kinkhoestvaccinatie had 79% SMEI (Dravet syndroom) (“de meeste kinderen met SMEI” ontwikkelen een MTS maanden tot jaren na langdurige febriele convulsies)  X: vanaf leeftijd 3 m (na DKTP) complexe febriele convulsies (trekkingen R>L, wegdraaien ogen naar R, temp 38.2), met CBZ hemiconvulsies met neiging status.  MRI leeftijd 12 maanden: g.a. MRI leeftijd 4 jaar: mesiotemporaalsclerose links

8 Heeft vaccinatie met DTP effect op het uitbreken en op de prognose bij Dravet syndroom? (Australië, 2006) • DKTP-Hib-HepB en Pneu (2, 3, 4, 11 m, 4 en 9 j): koorts < 48 uur • In een groep patiënten met Dravet syndroom was bij 40 bekend op welke dag de 1 e convulsie was en op welke dagen het kind DTP had gekregen. • Bij 3 was de 1 e aanval voor de 1 e DTP, bij 37 na de 1 e, 2 e of 3 e. 12/37 kreeg de 1 e convulsie op de dag van de DTP of dag erna 25/37 kreeg de 1 e convulsie twee of meer dagen na de DTP. • De leeftijd 1 e convulsie was resp. op leeftijd 18 en 26 weken, er was tussen de groepen echter geen verschil in outcome: IQ, aanvalstypen en type SCN1A-mutatie. • Conclusie: indien aanleg Dravet, komt de epilepsie toch, wel vaccineren (evtl opnemen in ziekenhuis indien kind temp krijgt) McIntosh, 2010

9 Hoe voortijdig overlijden te voorkomen? 1.Ongelukken door en na aanvallen (verdrinking) 2.De complicatie van een aanval (verstikking) 3.Het onderliggend lijden (stofwisselingsziekte) 4.Sudden Unexpected Death in Epilepsy * 5.Status epilepticus (gegeneraliseerd, convulsief) 6.Suicide (depressie, psychose) 7.Fatale bijwerkingen van de behandeling (KD QTc) * “The sudden, unexpected, nontraumatic, nondrowning death in an individual with epilepsy, witnessed or unwitnessed, in which postmortem examination does not reveal an anatomical or toxicological cause for the death” (Nashef, 1997)

10 Dravet & Guerrini in hun boekje 2011: In our more recent patients, whose diagnosis was established earlier, more appropriate and efficacious drugs were used and a better seizure control was obtained, with reduction of seizure frequency and duration, particularly of episodes of status. These patients, who are still < 18, also benefit from a more stimulating environment and rehabilitation and seem to be less delayed with less behavioural disorders. Although completely normal cognitive development remains exceptional, younger patients may achieve higher cognitive skills and a higher level of autonomy.

11 Epilepsie is bij 35% refractair: After adequate trials of at least 2 AEDs, overall response rates with subsequent treatment trials are dramatically decreased

12 Hoe is de uitkomst te verbeteren? (2) • SMEI en borderline SMEI hebben dezelfde prognose • Deskundig advies m.b.t. lopen (schoeisel, operatie) • Juiste school: ongeveer de helft van de kinderen met Dravet syndroom start op een reguliere basisschool • Net zo’n goede aanpak van ontwikkelings- en gedragsproblemen als leeftijdgenoten zonder epilepsie krijgen (al zijn ze het gevolg van de Dravet) • Een deel heeft een mitochondriële dysfunctie: mee rekening houden bij de medicatiekeuze • Duidelijk Dravetbeeld en geen SCN1A: blijf zoeken

13 Thuis (ook als je in een instelling ‘woont’)

14 Meer en Bosch in 1910

15 Suze van Baarda, de 1 e diacones bij freule TvB Meer en Bosch eind 19 e eeuw

16 Meer en Bosch nu

17 Logeren en wonen nu


Download ppt "Wat weten we over de oudere Dravetpatiënt? Myra de Groot en Boudewijn Gunning Dravet Groep Nederland, SEIN Noord-Oost Nederland."

Verwante presentaties


Ads door Google