De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Aandachtsprocessen Herbert Roeyers Dieter Baeyens Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen Diagnostiek in een veranderend onderwijsveld, Antwerpen, 13.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Aandachtsprocessen Herbert Roeyers Dieter Baeyens Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen Diagnostiek in een veranderend onderwijsveld, Antwerpen, 13."— Transcript van de presentatie:

1 Aandachtsprocessen Herbert Roeyers Dieter Baeyens Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen Diagnostiek in een veranderend onderwijsveld, Antwerpen, 13 december 2007

2

3 Theoretisch kader

4 Conceptualisatie van aandacht  Geen universeel aanvaarde definitie  Consensus: Aandacht is een multi-dimensioneel construct met verschillende functies  Complexiteit vertaalt zich in uiteenlopende conceptualisaties van dimensies en functies

5 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (1)  Algemeen aanvaarde indeling van Schneider en Schiffrin (1977)  Betreft niveau van bewustzijn van geselecteerde prikkels  Tweedeling is niet absoluut, veeleer een continuüm dat reikt van loutere gerichtheid op prikkels tot selectieve aandacht in functie van taakopdrachten en zelfregulatie

6 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (2)  Automatische aandachtsprocessen:  Doen geen/nauwelijks beroep op mentale processen  Automatisering

7 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (3) Automatisering: zonder bewuste beslissing of intentie Vb. zien van het woord “GROEN” resulteert in lezen en activeert betekenis en geassocieerde woorden GROEN …

8 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (4)  Automatische aandachtsprocessen:  Doen geen/nauwelijks beroep op mentale processen  Automatisering: zonder bewuste beslissing of intentie Vb. zien van het woord “GROEN” resulteert in lezen en activeert betekenis en geassocieerde woorden Vb. Stroop Taak meet het onderdrukken van automatisering, i.e. interferentie-effecten

9 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (5) Stroop Taak: “Noem zo snel mogelijk de kleur” Fase 1 Fase 2 Fase 3 Automatische aandacht wordt sterk gestuurd door informatie die vervat zit in prikkels die onze zintuigen bereiken  nood aan filtermechanisme Rood Blauw Groen Geel Geel Rood Blauw Rood Blauw Geel Rood Groen Rood Blauw Groen Geel Geel Rood Blauw Rood Blauw Geel Rood Groen

10 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (6)  Automatische aandachtsprocessen:  Doen geen/nauwelijks beroep op mentale processen  Automatisering: zonder bewuste beslissing of intentie Vb. zien van het woord “GROEN” resulteert in lezen en activeert betekenis en geassocieerde woorden Vb. Stroop Taak meet het onderdrukken van automatisering, i.e. interferentie- effecten  Pas na een periode van oefening en beroep doen op geheugen verschijnt automatisering Vb. lezen vs dyslexie

11 Automatische vs Gecontroleerde aandacht (7)  Gecontroleerde aandachtsprocessen:  Maken gebruik van beschikbare mentale processen  Resultaat van bewuste keuze en gedreven vanuit denkprocessen, bewuste zoekstrategieën, hypothesen, etc.  Mentale bronnen hebben een capaciteitslimiet:  Moeilijk combineerbaar met andere gecontroleerde aandachtsprocessen  Makkelijk combineerbaar met automatisch aandachtsproces vb. fietsen en praten overstijgt capaciteitslimiet niet maar wanneer plots moet geremd worden, valt het gesprek stil

12 Aandachtsfuncties (1) Een tweede conceptualisatie richt zich op verschillende functies die aandachtsprocessen vervullen:  Selectieve aandacht:  Wanneer de intensiteit waarmee een persoon zich richt op een welbepaalde stimulus of taak zo hoog is dat het bewustzijn van alle andere omgevingskenmerken wegvalt.  Vb. jongere hoort tijdens gamen niet dat moeder hem aan tafel roept

13

14 Aandachtsfuncties (2)  Gefocuste aandacht:  Meer functionele vorm van selectieve aandacht  Gecontroleerd en doelbewust uitfilteren van interfererende prikkels  Vb. “Olivier” in een niet-gealfabetiseerde lijst zoeken door enkel te scannen op namen die beginnen met een ronde letter (naast O ook C, G, Q)

15 Aandachtsfuncties (3)  Verdeelde aandacht:  Aandacht focussen op verschillende aspecten van een taak  Gerelateerd aan de capaciteitslimiet van beschikbare bronnen:  Lager onderwijs: leerkracht geeft tijdens schrijfopdracht nog geen verdere instructies  Secundair onderwijs: combinatie schrijven en luisteren wordt mogelijk voor kinderen

16

17 Aandacht en Omgevingsinvloeden Aandachtsprocessen kunnen beredeneerd gemanipuleerd worden:  Rustpauzes inlassen: vb. speeltijd  Aanbrengen van opvallende stimuli: vb. gevaarstickers op flessen met vergif, beertjes van Meichenbaum op lesbanken  Motivatie manipuleren: vb. goed rapport levert een beloning op  Verlenen van feedback verlengt de aandachtsfocus en -duur

18 Aandachtstheorieën (1)  Focussen op de samenhang tussen verschillende aandachtsfuncties en de niveaus van bewustzijn  Groeiend belang van de neurowetenschappen: link aandachtstheorieën en specifieke hersengebieden  Meest dominante theorie: Tripartite Theory van Posner en Petersen (1990)

19 Aandachtstheorieën (2)  Orienting Network OF het Posterior Attentional System  Functie: verplaatsen van aandacht, weg van een eerdere focus richting een nieuwe informatiebron  Tekorten bij schizofrenie

20 Aandachtstheorieën (3)  Executive Network OF het Anterior Attentional System  Functie: geheel aan processen die borg staan voor executieve controle van informatie, namelijk planmatig en doelgericht informatie verwerken in functie van een gekozen doelstelling  Tekorten bij ADHD

21 Aandachtstheorieën (4)  Alerting Network  Functie: vermogen tot (continue) alertheid tijdens de verwerking van relevante prikkels  Best gemeten aan de hand van een Continuous Performance Task (CPT)

22 Aandachtstheorieën (5)  Continuous Performance Task (CPT)  Verschillende varianten van deze PC-taak, voorbeeld CPT-AX G X M A X A L Drukken = commissiefout Drukken = correcte respons Niet drukken = omissiefout

23 Aandachtstheorieën (6)  Alerting Network  Functie: vermogen tot (continue) alertheid tijdens de verwerking van relevante prikkels  Best gemeten aan de hand van een Continuous Performance Task  Tekort bij ADHD vanuit hypo-activatie  hyperactiviteit als poging om de interne stimulatie en alertheid te verhogen (Zentall & Zentall, 1983)

24 Aandacht en informatieverwerking Aandacht vormt noch het begin noch het eindpunt van informatieverwerking Zintuiglijke waarneming Aandacht(s- filter) Werk- geheugen + exectieve functies (motorische) Beslissing

25 Ontwikkeling van aandacht  Resultaat van aanleg en beïnvloeding door de omgeving  Volgt mede de neurologische rijping van de hersenen  Mijlpalen voor volwassen niveau  8 jaar: (motorische) impulscontrole  jaar: selectieve en volgehouden aandacht  ten vroegste 12 jaar: executieve controle

26 Implicaties voor de diagnostiek

27 Aandacht meten? (1)  Praten over globaal “zwakke” aandacht of algemeen aandachtsprobleem heeft niet zoveel zin  Onderkennende diagnostiek: zo gedifferentieerd mogelijk beeld  Probleem: aandacht wordt altijd indirect gemeten  Invloed van aandacht kan alleen gemeten worden als het kind “iets” moet doen  Maar dat “iets” zal ook andere cognitieve, perceptuele en outputsystemen mee gaan activeren die allemaal een invloed hebben op de prestatie  Ook motivatie, begrijpen van de opdracht, faalangst,....moeten in rekening worden gebracht  Ook rekening houden met ontwikkelingsaspect

28

29 Aandacht meten? (2)  Binnen de schoolcontext: leerkracht signaleert een probleem  Eerste stap: vragenlijst  Tweede stap: observatie door deskundige (eventueel)  Indien vermoeden wordt bevestigd: aandachtstest  Onderscheid tussen primaire en secundaire aandachtsproblemen (verklarende diagnostiek)  Eventueel aangevuld met oudergesprek (o.a. m.b.t. ADHD), sensorisch of intelligentieonderzoek  Indien testresultaten gedragsobservaties bevestigen: uitgebreid multidisciplinair onderzoek

30 Instrumenten

31 Vragenlijsten  ASEBA-vragenlijsten hebben aandachtsschaal  CBCL  TRF  Opletten voor de DSM-schaal ADHD!  Ook ADHD-vragenlijsten  VvGK  AVL  Voor meer gedifferentieerd beeld is een testafname in één-op-één situatie wenselijk

32

33 Aandachtstesten  Bourdon-Vos: meest bekend  Meet enkel selectieve aandacht  Weinig aantrekkelijk  Zwakke COTAN-beoordeling  Diverse andere testen die slechts een aspect meten:  d2-test  Stroop Kleur-Woord Test  Teltest  TOVA  Diverse testen die te weinig “zuiver” zijn:  Trail Making Test  Tower of London  Complexe figuur van Rey  Te uitgebreid, gespecialiseerd:  ANT  NEPSY(-II)

34 TEA-CH (1)  Meest geschikt voor diagnostiek binnen kader van leerlingen- en onderwijsbegeleiding  Voor kinderen van 6-16 jaar  Niet-gecomputeriseerd  Gestandaardiseerd  Beoogt 3 aspecten van aandacht in kaart te brengen:  Selectieve aandacht  Volgehouden aandacht  Aandachtscontrole  Via dubbeltaken ook informatie over verdeelde aandacht  Ook informatie over inhibitie

35 Subtest “Trollen tellen” - TEA-Ch - Copyright Harcourt Test Publisher

36 Subtest “Speurtocht” - TEA-Ch - Copyright Harcourt Test Publisher

37 TEA-CH (2)  9 subtests  Afname van ca. 1 uur  Parallelvorm maakt hertesten mogelijk  Korte screening is ook mogelijk  Recente Vlaams-Nederlandse normen sinds kort beschikbaar (via website Harcourt)  Oorspronkelijke Australische normen zijn NIET bruikbaar!

38 Australische normen niet bruikbaar (Schittekatte et al., 2007) N = 646

39 TEA-CH (3)  Sterke punten  Aantrekkelijke vormgeving  Beperkte samenhang met intelligentie, geheugen en taalbegrip  Zowel visuele als auditieve tests  Validiteit en betrouwbaarheid is volgens auteurs goed (maar dient verder onderzocht)  Zwakke punten  Slordigheden in de handleiding  Onduidelijkheden m.b.t. scoring  Geen globale factorscores voor aandachtssystemen  Geen gegevens over validiteit van screeningsversie

40 TEA-CH en ADHD  Zeer voorbarig om uitspraken te doen over de waarde van de test binnen de diagnostiek van ADHD  Zijn er bij ADHD wel aandachtsproblemen, los van executieve functies, motivatie en energetische factoren?  Kinderen met ADHD doen immers het vaak goed op  Orienting taken  Selectieve aandachtstaken  Volgehouden aandachtstaken  Diagnostische criteria gaan over observeerbare dagelijkse gedragingen op school en thuis  Niet over prestaties op cognitieve tests  Die zijn wel nuttig om sterke en zwakke punten van een kind in kaart te brengen, maar hebben geen diagnostische waarde

41 Diagnostiek en advisering

42 Verstoorde aandachtsprocessen  Secundair  Iets doen aan oorzaak: bv. Slaapproblemen  Primair  Andere functies verstoord?  Stoornis vastgesteld?  ADHD  Autisme  Tourette   Vaak medicamenteuze aanpak  Aandachtstrainingen of andere psychosociale behandelingen?  Belang van gunstige leercondities

43 Conclusie

44 Conclusie (1)  Aandacht als construct:  kent verschillende functies en verschillende niveaus van bewustzijn  wordt constant beïnvloed door de omgeving  kent een langzame, gestage ontwikkeling  slechts onderdeel van de informatieverwerking  Diagnostiek van aandachtsproblemen bemoeilijkt door:  verwevenheid aandacht en andere functies  beperkte psychometrische kwaliteit van beschikbaar instrumentarium voor het Nederlandse taalgebied. Echter, positieve evolutie merkbaar.

45 Conclusie (2)  Diagnostisch proces:  Onderkennende fase: algemene annex functiespecifieke taxatie van aandachtsproblemen  Verklarende fase: inventarisatie van causale en instandhoudende factoren van primaire of secundaire aandachtsproblemen  Overstijgt mogelijkheden van schoolbegeleidingsteam  Goede diagnostiek is de beste garantie voor efficiënte en effectieve behandeling!

46 Dank voor uw aandacht


Download ppt "Aandachtsprocessen Herbert Roeyers Dieter Baeyens Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen Diagnostiek in een veranderend onderwijsveld, Antwerpen, 13."

Verwante presentaties


Ads door Google