De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

+3 -2 +3 +1 Deze groep: MEER MINDER. Drijfveren in de praktijk ‘MEER’ Acties.

Verwante presentaties


Presentatie over: "+3 -2 +3 +1 Deze groep: MEER MINDER. Drijfveren in de praktijk ‘MEER’ Acties."— Transcript van de presentatie:

1 Deze groep: MEER MINDER

2 Drijfveren in de praktijk ‘MEER’ Acties

3 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1. aandacht voor de missie en de identiteit van het team (wat is onze taak?) 2. aandacht voor de verankering van afspraken in het team (afspraken bouwen dan voort op ongeschreven regels) 3. bewust werken aan vertrouwen en veiligheid 4. rentmeesterschap (de zorg dragen voor dat wat overgeleverd is) 5. aandacht voor rituelen (bijvoorbeeld vaste plek bijeenkomsten, vaste sprekers) 6. aandacht voor historie en gegroeide traditie, waardering voor symbolen, credo’s en logo’s 7. waardering voor vakmanschap 8. aandacht voor product, bedrijf en team waardoor trots en binding kan groeien terug

4 Het gaat bij verbeteren om meer: 1. vasthouden aan een gekozen paradigma 2. aansluiten bij de missie van het bedrijf en het team 3. waardering voor anciënniteit 4. aandacht voor aanwezig vakmanschap en meesterschap 5. trots op product en bedrijf 6. aandacht voor de eigen identiteit 7. waardering voor symbolen, credo’s en logo’s 8. rentmeesterschap: het besef te zorgen voor iets dat groter is dan de personen zelf terug

5 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1. aandacht voor, en trouw aan de missie, WAAROM bestaan we? 2.aandacht voor symbolen, logo’s en andere kenmerkende attributen (en dit verwerken in de nieuwe producten) 3. trots op product en bedrijf, laat dat ook zien door bijvoorbeeld de aankleding van het pand 4.expliciete aandacht voor identiteit en toetreding van nieuwe leden (ritueel) 5. ritueel vieren van nieuwe producten en uitvindingen 6. aandacht voor publicaties in erkende vakbladen terug

6 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1.aandacht voor uitvoering volgens de procedures en richtlijnen 2.status- en versiebeheer 3.functies en taken helder beleggen 4.vergaderen volgens strakke agenda 5.up-to-date procedure- en richtlijnenboek 6.instrueren (uitleggen en voordoen) 7.afspraken nakomen 8.vooruit kijken (paar weken) en structuur aanbrengen 9.issues concretiseren naar feiten 10.inzicht geven in het HOE van de acties terug

7 Het gaat bij verbeteren om meer: 1. heldere afspraken maken en nakomen, zowel met klanten als intern 2. nuchtere afweging van de mogelijkheden die voorbij komen 3. tijd nemen voor degelijkheid en zaken netjes overdragen 4. oog hebben voor risico’s en hoe die af te dekken zijn 5. regelen (tot in de puntjes) 6. verantwoordelijkheid nemen (bijvoorbeeld om een kans tot wasdom te brengen door leiding te pakken) 6. plannen en organiseren 7. volharden 8. helderheid over taken geven en vragen 9. organisatie loyaliteit tonen door te doen wat nodig is, al bent u het er niet helemaal meen eens 10. inzicht geven en vragen. WAT en HOE doen mensen hun werk terug

8 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1.zaken tot in detail uitwerken, niet in hoofdlijnen blijven hangen 2.discipline, ook doorgaan als het vervelend wordt 3.doen, soms de luxe van de vraag ‘vind ik dit leuk?’ ontzeggen 4.zaken netjes en begrijpelijk klaar maken (bijvoorbeeld voor overdracht aan een ander) 5.uithoudingsvermogen om zaken écht af te maken (volharden) 6.sturen op heldere productafspraken 7.helder in kaart brengen: wie is met wat bezig terug

9 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1. aanspreken op onduidelijkheid of niet nakomen van afspraken 2.handhaven van de afspraken 3. uitspreken als de hoeveelheid werk echt teveel wordt 4. doorpakken 5.uitspreken dat zaken nog niet helder zijn 6. uitspreken dat iets niet mag 7.standvastig weigeren iets illegaals uit te voeren 8.afkappen van niet ter zake doend geklets 9.nee durven zeggen 10. inzicht geven in de urgentie van acties terug

10 Het gaat bij verbeteren om meer: 1. brutaliteit: vragen om een akkoord, de handtekening onder een contract 2. kiezen: van een markt, een benadering of een pad 3. confronteren, stelling nemen, keuzes verdedigen 4. van eigen kracht uitgaan 5. afdwingen 6. tempo maken terug

11 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1. durven, een eerste stap zetten om het waar te gaan maken 2. loslaten van nodeloos belemmerende of complicerende zaken 3.kill your darlings, niet alle leuke ideetjes of plaatjes willen bewaren of gebruiken 4. vechten voor een idee, ergens voor STAAN 5.de sprong wagen, niet blijven kijken maar meedoen! 6.focus, een keuze maken uit alle mogelijkheden 7.een domein of onderzoeksgebied claimen 8.doen zonder reserves, just do it 9.direct aanpakken en uitvoeren 10.stelling nemen (staan voor wat u bedenkt) terug

12 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1. zoeken naar efficiency winst: kan het beter of goedkoper met voldoende waarborgen voor kwaliteit 2. de grenzen van de regels opzoeken 3. aandacht voor de geest van de regels en richtlijnen 4. pragmatisme, zonder degelijkheid uit het oog te verliezen 5. soms even wat uitproberen in een gecontroleerde omgeving 6. verplaatsen in de complexe omgeving van de klant, wat heeft die nodig? 7.accountmanagement, regelmatig contact met de stakeholders 8.speelveld geven; delegeren en vrijheid geven binnen de kaders 9.voor uzelf opkomen, laten zien wat u gedaan hebt 10.denken vanuit strategie, doelen en rollen 11.inzicht geven in het WAT van de acties terug

13 Het gaat bij verbeteren om meer: 1.denken vanuit strategie, doel en rol (‘waarom is dit belangrijk) 2.ga bij het contact met de klant niet alleen informatie brengen, maar vooral ook halen 3.experimenteren (geef een individu de ruimte wat van zijn tijd te besteden aan de realisatie van eigen ideeën, stimuleer dus ondernemerschap) 4.letten op wat écht zou moeten scoren 5.benoem eventueel accountmanagers, maar zorg dat ook “de binnendienst” in contact komt met de klant 6.betrek de klant bij de voorbereiding, uitvoering en uitwerking van een heidag of verbeterproject 7.zoek in de beloningssystematiek ruimte voor individuele beloning (bijvoorbeeld bonussen) 8.vier momenten van overwinning met applaus en geef credits aan de persoon (niet alleen het team) 9.stimuleer enige concurrentie ( laat u niet direct belemmeren door wat andere afdelingen zich als ‘hun terrein’ hebben toegeëigend) 10.verkoop jezelf (laat bijvoorbeeld aan de klant zien wat u eigenlijk allemaal voor hem doet) 11.initiatief nemen, jezelf laten zien, eager zijn om te scoren terug

14 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1. kijken wat de (latente) marktvraag is 2. marktvraag creëren 3. openen, toegankelijk zijn voor de klant 4. aandacht voor de werking, niet alleen de theorie 5. de vraag stellen: is er business voor? 6. laten zien wat al goed is (marketing en PR) 7. uitproberen of dingen wel in de echte wereld werken (en niet alleen in imaginaire werelden) 7. letten op de verpakking (mooi aankleden van het idee) 8. iets moois neer willen zetten, (ermee scoren en niet voor jezelf houden) terug

15 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1. evaluatie van de processtappen 2. evaluatie van het totale proces 3. bezinning op het product, heeft het zijn functie nog? 4. aandacht voor de toekomstvisie, en hoe daar te komen 5. zicht creëren op de hele keten (klopt die ook?) 6. klopt het totaal nog als de details kloppen? 7. inzicht geven in wat er verder in de organisatie gebeurt met dat wat gedaan is 8. inzicht geven in het waarom van acties terug

16 Het gaat bij verbeteren om meer: 1. werken vanuit een heldere visie 2. zaken net even anders aanpakken dan een ander 3. zijstapjes maken naar andere invalshoeken 4. meer onderbouwing (van een betoog of te maken keuze) 5. aandacht voor de logica achter de werking (waarom werkt het eigenlijk op de ene manier wel en op de andere niet?) 6.creativiteit in oplossingen 7.innovatie (steeds net even inhoudelijk leuker en mooier maken) terug

17 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1. tijd nemen om zaken écht te willen begrijpen 2. onafhankelijkheid ten opzichte van anderen 3. tijd nemen voor ‘out-of-the box ’ denken 4. andere invalshoeken stimuleren 5. filosoferen 6. totaal plaatje in kaart brengen (helikopterview) 7. lange termijn denken terug

18 Het gaat bij stabiel uitvoeren om meer: 1. vertellen wat u doet, ook al lijkt het niet direct ter zake doend voor een ander 2. mensen spontaan bij elkaar roepen om zaken te delen of te bespreken 3. vragen: interesse tonen in de ander. Zowel in zijn werk als meer algemeen 4. aandacht voor sfeer en gezamenlijkheid 5. hulp aanbieden. Helpen, ook als er niet direct om gevraagd wordt, zonder verantwoordelijkheid over te nemen 6. letten op de emoties van je collega en daarop ingaan 7. inleven in de ander, begrip tonen als zaken even niet meezitten 8. inzicht geven in het WIE van de acties terug

19 Het gaat bij verbeteren om meer: 1. zaken met elkaar delen zonder direct winstoogmerk 2. aandacht voor de mens 3. elkaar op de hoogte houden van vorderingen én stagnaties 4. draagvlak creëren in de breedte 5. aandacht voor de mens achter de prestaties (of het uitblijven ervan) 6. delen van succes (u doet het immers niet alleen) 7. kwetsbaarheid laten zien (geen schone schijn ophouden) terug

20 Het gaat bij vernieuwen om meer: 1. luisteren naar ideeën van een ander, interesse tonen 2. geven aan de ander, zonder daar iets voor terug te willen 3. hulp aanbieden om een ander zijn eigen idee helder te laten krijgen (en niet overtuigen) 4. luisteren, samenvatten, doorvragen op een empathische manier 5. proberen tot elkaar te komen (niet individueel op zoek blijven naar die ene waarheid) 6. delen van de inzichten voordat ze helemaal helder zijn 7. afstemmen van ideeën in een rustige atmosfeer 8. rekening houden met elkaar 9. begrip tonen voor de situatie van de ander 10. vrijheid geven, net zoals u het verwacht te krijgen terug

21 Drijfveren in de praktijk ‘MINDER’ acties

22 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1. werken vanuit de ongeschreven regels 2. anciënniteit als leidend principe 3. rekening houden met het natuurlijke proces van de organisatie 4. verwijzen naar -en verheerlijken van- het verleden 5. rekening houden met ongeschreven regels 6. heilige huisjes laten staan 7. elkaar dekken onder alle omstandigheden 8. ‘not invented here’ denken terug

23 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. denken vanuit conventies en verleden 2. blinde adoratie van mensen of teams. 3. op een voetstuk plaatsen, verheffen tot idolen 4. star vasthouden aan ongeschreven regels 5. kijken naar de informele leiders 6. laten leiden door ongeschreven regels 7. heilige huisjes creëren 8. elkaar dekken onder alle omstandigheden 9. ‘not invented here’ denken benadrukken terug

24 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. krampachtig vasthouden aan hetgeen eerder bedacht is. Een paradigma is dan een knellend keurslijf. 2.kijken naar ‘de oude garde’ (of die wel mee willen werken) 3.laten (mis)leiden door heilige huisjes 4.‘not invented here’ denken, en daarmee ideeën buitensluiten 5.anderen buiten sluiten, alleen omdat ze anders zijn of andere ideeën hebben 6.met het verleden bezig zijn 7.waarde hechten aan iets dat bewezen lijkt, durf ter discussie te stellen! terug

25 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1. even snel wat doen zonder aandacht voor degelijkheid 2. procedures wegwuiven 3. druk leggen die niet in de planning zit 4. kort door de bocht acties 5. zwaar geïrriteerd overkomen (verbaal en non-verbaal) 6. werk weghalen bij anderen zonder afstemming (bijvoorbeeld snel zelf maar even doen) 7.alles gedaan willen krijgen terwijl dat eigenlijk onmogelijk is 8.domein verdedigen, niet delegeren 9.direct –dwingend- aankijken zonder uitleg 10.impulsief gedrag tonen terug

26 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. publiekelijk haantjesgedrag 2. even gauw afraffelen, alles moet even snel, haastig 3. ‘take it or leave it’ gedrag 4. doorduwen van beslissingen 5. geforceerd opleggen van voldongen feiten 6. opjagen van collegae en medewerkers 7. onberekenbaar, onvoorspelbaar gedrag, te impulsief 8. zaken steeds op de spits drijven, conflictueus 9. domein afbakenen, bijvoorbeeld klanten of kansen claimen terug

27 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. domeinafbakening; laat mensen eens meekijken en meedenken 2. beschermend en afschermend, MIJN gedachten, MIJN ontwerp 3.snel conclusies trekken 4.druk zetten (veroorzaakt onrust en verlamming) 5.baas spelen, geef vrijheid 6.zaken oppakken en direct doen zonder overdenking 7.impulsief, reageren op elk signaal 8.alleen maar op instinct afgaan 9.haastig 10.denkprocessen afbreken terug

28 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1. overdrijven, op elke slak zout leggen (te gedetailleerd) 2. structuur gebruiken als schild (geen eigen verantwoordelijkheid pakken) 3. reageren als een robot die een instructie heeft 4. formalistisch rond eigen verantwoordelijkheid 5. blijven terugvallen op de eigen taak 6. bang zijn voor nuance, (wanneer wordt structuur bureaucratie en worden details muggenzifterij) terug

29 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. star vasthouden aan de huidige procedures en werkwijzen 2. gaan voor 100% goed, waar 80% ook volstaat 3. bestaande afspraken de prioriteit laten bepalen, geen afwijkingen toestaan 4. saaie soberheid prevaleren boven uitstraling 5. zaken uit blijven voeren zonder dat het nut duidelijk is 6. proces voor laten gaan op de vraag van de klant 7. mensen wijzen op hun specifieke takenpakket en niet op hun rol 8. overal beren op de weg zien 9. met details strooien zodat nieuwe mogelijkheden niet gezien worden 10. gemier op de millimeter terug

30 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. direct in de details duiken en daardoor beren zien 2. vrijheid beknotten door detailafspraken 3. uitgaan van de huidige processen, hiërarchie, formele communicatiekanalen 4. vasthouden aan datgene wat er al ligt 5. creativiteit inkaderen en plannen wanneer dat moet gebeuren 6. overdreven vasthouden aan ‘bewezen’ logica en wetten 7. onderdrukken van dromen, altijd maar nuchter zijn 8. bij voorbaat afserveren van scenario’s omdat die onwerkelijk lijken terug

31 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1. continu over de grenzen van de kaders en richtlijnen heen gaan 2. voor elke klant, vraag of tijdstip een uitzondering op de regels maken 3. jachtig gedrag, minder waan van de dag 4. uzelf op de voorgrond plaatsen bij succes (minder egocentrisch) 5. uzelf niet laten zien als er iets fout is gegaan 6. opportunistisch gedrag, verschuilen achter ontevreden klanten 7. drammen om gehoord te worden, en mokken als blijkt dat uw mening even niet ter zake doet vanwege gebrek aan de juiste kennis 8. intern competitief, scoren doet u bij de klant, niet intern 9. de klant gebruiken als excuus om de afspraken niet na te komen terug

32 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. egocentrisch ( IK ga scoren, IK wil het beter, IK heb het goed gedaan, IK ben er even niet als het fout is gegaan) 2. uit op individueel succes, rennen achter elke kans 3. feest vieren als het eigenlijke succes er nog niet is 4. continu scoren met hetzelfde succesje, maar dan net even anders (bijvoorbeeld: afspraak, bezoek, gesprek, offerte, aangepaste offerte, etc…) 4. verpakken van boodschappen, gladde praatjes 5. meeliften op andermans succes 6. berekenend, negatief calculerend, zelfbescherming, nek niet uitsteken 7. haantjesgedrag, bravoure (ook in de wandelgangen) 8. wijzen naar anderen als het fout gaat terug

33 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. zomaar wat uitproberen 2. wachten op een vraag van een klant 3. de mooie buitenkant (verpakking) leidend laten zijn 4. overal bovenop springen, volg de visie 5. eclectisch zaken aan elkaar breien 6. van tevoren afvragen of het wel scoort 7. uit op een succesje zonder echte vernieuwing 8. scoren met de ideeën van iemand anders 9. glad verkopen van iets dat mogelijk onvoldoende doordacht is terug

34 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1. denken in plaats van doen wat gevraagd wordt 2. vage ideetjes opperen 3. continu afvragen of het ook anders kan 4. zaken anders willen doen omdat dat leuker lijkt 5. verlammen en vertragen ‘omdat alles toch anders zal worden in de toekomst’ 6. uzelf buiten of boven het proces plaatsen 7. elke stap ter discussie stellen 8. staren naar het werk in plaats van deelnemen eraan terug

35 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. loskomen van de dagelijkse gang van zaken 2. waarschuwen zonder verantwoordelijkheid te nemen 3. achteraf gelijk hebben (“ik heb het wel gezegd…”) 4. afstand nemen, net doen of het jou niet raakt 5. principieel vasthouden zonder werkelijkheidsbesef 6. fantaseren, luchtkastelen bouwen 7. blijven hangen in abstracties 8. vrijblijvend, zaken zien als ‘een van de vele mogelijkheden’ 9. verlamming door analyse 10. iets bedenken zonder klantvraag terug

36 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. blijven zweven 2. creativiteit met waanbeelden verwarren 3. eenieder zijn eigen invalshoek laten houden 4. blijven hangen in analyse en alles willen begrijpen 5. de hele wereld aan elkaar knopen 6. problematiseren en alles ter discussie stellen terug

37 Het gaat bij stabiel uitvoeren om minder: 1.door te voeren aanpassingen in het werkproces negeren “als er nog niet echt over gesproken is…” 2. foutjes bedekken met de mantel der liefde 3. over alles mee willen praten zonder gedegen kennis van zaken 4. gevoel leidend laten zijn boven feiten 5.hiërarchie ter discussie stellen (wisselende voorzitters) 6. non-verbaal protesteren (zuchten als u uw zin niet krijgt) 7.klagen dat ‘ZE’ nooit eens rekening houden met ‘ONS’ terug

38 Het gaat bij verbeteren om minder: 1. focus op de eigen groep (bang zijn dat niet iedereen mee komt) 2. morele dooddoeners: ‘We zijn allemaal volwassen, dus…’ 3. beroep doen op ‘het leven in een democratie’ 4. om de hete brij heen praten 5. afzwakken van persoonlijke successen 6. vage signalen afgeven (die mensen zelf op zouden moeten pikken) 7. alles in moeten brengen voor het tot uitvoer kan komen 8. verantwoordelijkheid spreiden over iedereen, zodat niemand het voelt 9. zaken niet regelen om ‘eenieder vrijheid te geven’ terug

39 Het gaat bij vernieuwen om minder: 1. creativiteit neerdrukken door het over alles eens te moeten zijn 2. overleggen zonder op de inhoud in te gaan 3. mogelijke fouten in onderzoeksopzet en aannames niet aan de kaak stellen 4. naar binnen gericht 5. indirect protesteren (klagen over niet betrokken worden) 6. bij alles betrokken moeten zijn terug


Download ppt "+3 -2 +3 +1 Deze groep: MEER MINDER. Drijfveren in de praktijk ‘MEER’ Acties."

Verwante presentaties


Ads door Google