De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

‘Als het gaan niet meer gaat’ Chronisch perifeer arterieel vaatlijden Jean Tombeur ZNA-campus Middelheim.

Verwante presentaties


Presentatie over: "‘Als het gaan niet meer gaat’ Chronisch perifeer arterieel vaatlijden Jean Tombeur ZNA-campus Middelheim."— Transcript van de presentatie:

1 ‘Als het gaan niet meer gaat’ Chronisch perifeer arterieel vaatlijden Jean Tombeur ZNA-campus Middelheim

2 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden •KLASSIFICATIE - DEFINITIES •ETIOLOGIE •INCIDIENTIE – PREVALENTIE •RISICOFACTOREN •DIAGNOSE

3 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden 1. Klassificatie Fontaine AsymptomatischI Claudicatiomild handicaperend IIa IIb Kritische ischemieNachtpijn, rustpijn Ulcus, gangreen III IV

4 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden Definities: •“Chronisch“ perifeer vaatlijden: > 14 dagen •Claudicatio intermittens: spierpijn tijdens wandelen •Nachtelijke pijn: voetpijn tijdens slaap •Rustpijn: voetpijn continu

5 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden 2. Etiologie •Atherosclerose: 90-95% •Andere: –Arteritis: Buerger, SLE,Art. temp, RA,Takayashu, Behçet –Post-embolie –Thrombose aneurysma –Post-vaatchirurgie, PTA –Infectieus –Post-radiotherapie –Post-traumatisch –Entrapment –Adventitiële kyste –Fibromusculaire dysplasie –Iatrogeen

6 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden 3. Incidentie – Prevalentie •Asymptomatisch vaatlijden (E/A index < 0.9) Asympt : sympt = 3-4 : 1 •Claudicatio 3-6% mannen > 60j Rokers: niet-rokers = 3:1 •Kritische ischemie /jaar/miljoen (europese populatie)

7 Chronisch perifeer arterieel vaatlijden 4. Risicofactoren (atherosclerose) •Leeftijd: exponentiëel •Roken: decade vroeger, ernst > pakjaren rookstop: incidentie CI en progressie •Diabetes: CI = 2x frequenter 1% HbA1c  risk 26% •AHT •Cholesterol •CRP •Hyperviscositeit, -coagulabiliteit •Hyperhomocysteïnemie •Chronische nierinsufficiëntie

8 ‘Ik heb pijn in mijn been’ ‘Ik kan niet meer gaan’ 5. Diagnose  Differentiële diagnose A.Claudicatio: •Veneuze claudicatio •Rug: ischialgie •Rug: lumbaal kanaal stenose •Orthopedisch: Baker kyste arthritis, bursitis: heup arthritis: enkel

9 Differentiële diagnose B. Rustpijn •Diabetische neuropathie •Causalgie (Südeck) •Rug: wortelcompressie •Perifere neuropathie (chemo, alcohol…) •Nachtelijke spierkrampen •Arthritis (jicht)

10 Differentiële diagnose C. Ulcus •Veneuze insufficiëntie •Diabetische voet •Decubitus •Pyoderma gangrenosum •Osteomyelitis

11

12 Diagnose 1.Anamnese 1)Sinds hoelang pijn? 2)Evolutie?- stabiel - toenemend  stenose? - plots  thrombose? 3) Waar pijn?- beide benen  aorta, bi-iliacaal? - bil, heup  iliacaal? - kuit  femoraal? - voet  onderb.vaten? - lateraal  neurogeen?

13 Anamnese 4) Nevenverschijnselen? - Paresthesieën  neurogeen? - Voosheid  ischemie? 5) Wanneer pijn? - Continugans been  neurogeen? voet  rustpijn? - Tijdens wandelen <100m: ernstig m: matig >1000m: licht - Startpijn  arthrose?

14 Anamnese 6) Maatregelen? - étalage ziekte  claudicatio -voet uit bed, opstaan  rustpijn 7) Risicofactoren: roken, DM, AHT, Cholest. 8) Voorgeschiedenis: coronairlijden, carotis, perifere vaatHK, NI 9) Medicatie

15 Diagnose 2. Klinisch Onderzoek 1) Inspectie -kleur: houding -capillaire refill -ulcera, gangr, -blue toe 2) Palpatie- t° voeten -abdomen: AAA? -art. pulsaties liezen knieholtes ATP,ADP,AF

16 Klinisch Onderzoek 3) Auscultatie: souffle? -abdomen -liezen -bovenbenen -knieholtes 4) BD: beide armen (a. subclavia)

17 Diagnose 3. Doppler 1)Wat? Doppler Klein, goedkoop Snel: screening Geluid Flowcurve (vorm, amplitudo)

18 Diagnose 3. Doppler 1)Wat? Duplex Groot, duur Tijdrovend: gericht onderzoek Geluid + echo Flowcurve (snelheid cm/sec)

19 Doppler 2) Waar onderzoeken?  12 plaatsen R/L- AFcommunis - AFsuperficialis - A poplitea - ATP - ADP - A fibularis

20 Doppler 3) Enkel/arm index = syst. BD onderbeensvat / syst. BD arm normaal> 0.9 Addertjes:- aorta-iliacale stenose: na inspanning - rigiede vaatwand (DM,NI):teen/arm index - a.subclavia stenose

21 Diagnose van Perifeer art. vaatlijden 4. Imaging 1) Duplex (echo-doppler) 2) Arteriografie (DSA) 3) CT-angiografie 4) MR-angiografie

22 Imaging 1)Duplexonderzoek Voor:Tegen: -gericht- tijdrovend -goedkoop: 37euro

23 Imaging 2) Arteriografie (DSA) Voor: -haarscherp Tegen: - invasief - contrast: jodium - embolen - X-stralen: ± 6 mSv euro

24 Imaging 3) CT-angio Voor: - niet-invasief euro Tegen: - contrast: jodium - kalkmasker - metaalartefacten - X-stralen: ± 14 mSv - minder scherp

25 Imaging 4) MR-angio Voor:-niet-invasief -geen kalkmasker -geen jodium -geen X-stralen Tegen: -minder scherp -metaal -claustrofobie -langdurig -247 euro

26 CONCLUSIE Als het gaan niet meer gaat…. vasculair? anamnese klinisch onderzoek vaatlaboDoppler, Duplex DSA, CTangio, MRangio VASCULAIR BILAN


Download ppt "‘Als het gaan niet meer gaat’ Chronisch perifeer arterieel vaatlijden Jean Tombeur ZNA-campus Middelheim."

Verwante presentaties


Ads door Google