De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jos Baecke en Jack de Swart, 6 maart 2014 Kennis en kracht voor jeugd in IJsselland.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jos Baecke en Jack de Swart, 6 maart 2014 Kennis en kracht voor jeugd in IJsselland."— Transcript van de presentatie:

1 Jos Baecke en Jack de Swart, 6 maart 2014 Kennis en kracht voor jeugd in IJsselland

2 Transitie en transformatie

3 Transitie en transformatie jeugdzorg Twee thema’s (Jos) 1.Waarom zo? 2.Veranderen?

4 Transitie en transformatie jeugdzorg Waarom zo?

5 Evaluatie Wet op de jeugdzorg (2009) Knelpunten in wet •Recht op jeugdzorg sluit niet aan op ‘eigen kracht denken’ •Indicatiestelling werkt in jeugdzorg niet effectief •Geen (financiële) prikkels voor integrale aanpak > Vraagt om aanpassing wet Knelpunten buiten wet •Beschikbare expertise •Ontbreken effectieve interventies •Cultuur niet gericht op samenwerking > Vraagt om transformatie

6 Mogelijke scenario’s 1.Aanpassen wet (2010) + transformeren Overzichtelijk proces (geleidelijk), klaar Aanpassen wet (2010) + transformeren + evt. nieuw stelsel (2016) Stap voor stap, klaar Nieuw stelsel (Jeugdwet) + transformatie Transitie en transformatie tegelijk Complex proces, klaar 2018 Filmpje benadrukt verbinding transitie-transformatie. Waarom? Inhoudelijk prima, maar organisatorisch lastig. Zie ook actuele bevindingen van TSJ

7 Conclusie •1 januari 2015 hooguit een ‘basisscenario’ •Overgangsperiode zeer gewenst (tot 2018?)

8 Transitie en transformatie jeugdzorg Veranderen?

9 Enkele constateringen •Troef is ‘preventie en vroegsignalering’ (onderbelicht) •Focus ligt op hulpverlening (veel geld en complex) •Nieuwe werkwijzen bevatten nog veel aannames •Professionaliseren vergt tijd Een hulpverlener is nog geen trajectbegeleider •Speerpunt ‘lokaal verbinden van domeinen’ gaat niet vanzelf, zie bijvoorbeeld: - samenwerking onderwijs – jeugdhulp niet soepel - wijkteams in relatie tot preventie, CJG en inkopen hulp?

10 Efficiencywinst? •In potentie kan veel worden verbeterd in jeugddomein •Om te vernieuwen moet je eerst investeren Vooraf opgelegde bezuinigingen bemoeilijken proces ernstig •Beleidsdoorwerking van preventie vergt tijd •Nieuwe loketten boren nieuwe doelgroepen aan •Gemeenten moeten ook leren in nieuwe rol

11 Conclusie •Partijen hebben elkaar hard nodig in veranderproces in de komende jaren (partnership) •In het verlengde hiervan: ‘Aanbesteden is vooralsnog een brug te ver’

12 Twee thema’s (Jack) 1.Kenmerken en competenties voor de generalist in de zorg voor jeugd 2.Beschikbare kennis over interventies

13 1. Kenmerken en competenties voor de generalist in de zorg voor jeugd Kennisoverzicht (Barnhoorn et al., 2013) •RMO, 2012 (Naar een sterke eerstelijnszorg jeugd- en gezinszorg) •SCP, 2012 (Kwetsbare gezinnen in Nederland ) •Cordus et al., 2011 (pilot Warop around care) •Scholte, Sprinkhuizen en Zuithof, 2012 (De generalist) •NJi: (Kennispraktijknetwerk Generalistisch werken rondom jeugd en gezin)

14 RMO, 2012; SCP, 2012 •Vertrouwen opbouwen en gesprek aangaan, •Activeren en versterken eigen kracht van gezin en diens sociale omgeving •Ondersteunen bij (leren) oplossen van opvoedvraagstukken in het gezin •Signaleren en doorverwijzen naar zwaardere, gespecialiseerde hulpverlening

15 Wrap around care (Cordus et al., 2011) •De gezinsleden serieus nemen, als gelijkwaardige partners behandelen •Samenwerken aan een gezamenlijke omschrijving van vragen/problemen en hun aanpak, niet overnemen •Cultureel bekwaam zijn •Het sociale netwerk van de gezinsleden kunnen betrekken •Flexibel kunnen schakelen tussen de verschillende rollen

16 De generalist (Scholte, Sprinkhuizen en Zuithof, 2012) •Heeft kennis van meerdere kennisdomeinen, is domeinonafhankelijk; •Richt zich op individuen, systemen, groepen op diverse leefgebieden; •Voert een scala aan (lichte) interventies uit; •Schakelt tussen specialisten vanuit leefwereldenperspectief; •Heeft oog voor problemen en kansen; •Verbindt hulp- en dienstverlening met maatschappelijke participatie.

17 NJi •Heeft zowel brede kennis en ervaring in de jeugdsector •Werkt integraal, verbindt alle betrokkenen, is van begin tot eind •Werkt domein overstijgend, •Staat dichtbij het gezin, kent (de vragen van) het gezin •Stimuleert en versterkt pedagogische kwaliteit leefomgeving, netwerken van gezin, jeugd, medeopvoeders •Is in staat af te wegen wanneer specialistische zorg nodig is •Kan effectief en efficiënt werken, maakt gebruik van een sluitend aanbod

18 Kanttekeningen/conclusies •Geen coherente lijsten van benodigde competenties •Alleen de meest ervaren en deskundige professionals lijken deze nieuwe taken te kunnen vervullen. •Geen aandacht voor samenwerken in netwerken •Het ontbreekt aan een wetenschappelijke basis onder de lijstjes •Gesprekken met deskundigen •Beredeneerd vanuit takenpakket •Ideologisch gestuurd •Nog weinig relevante (inter)nationale wetenschappelijke studies beschikbaar

19 2. Beschikbare kennis over interventies We horen nog te vaak dat: •de hulp een soort “black box” is •we nog te weinig weten over “wat werkt” •slechts procent van de interventies in de jeugdzorg bewezen effectief is (Holsbrink, 2013) •dat er in de jeugdzorg maar wordt aangemodderd (Veerman, 2013)

20 Waarom aandacht voor interventies? Interventies kosten geld en hebben legitimatie nodig. Politiek en maatschappelijk, maar bovendien steeds meer wetenschappelijk.

21 Verdere professionalisering •Neuzen dezelfde kant op •Daar past bij: •aandacht besteden aan de eigen kracht en mogelijkheden van hulpvragers •het benutten van krachten en mogelijkheden van het sociale netwerk, •aandacht besteden aan een goede relatie met de cliënt •goede communicatieve vaardigheden •een professional die uit “het juiste hout” gesneden is. Uiteindelijk moet professionele hulp zich baseren op EB-methoden. Dat is namelijk de legitimatie van iedere professional.

22

23

24

25 Conclusie •Er is veel in beweging rondom professionalisering van het beroep en de beroepsgroep •Er wordt steeds meer aandacht besteed aan het werken met EB- interventies (zie databanken en richtlijnen) •Ontwikkelen en toepassen •Het staat nog wel voor een belangrijk deel in de kinderschoenen •Is dat erg? Ja en Nee •Ja: de hulp moet veel effectiever (met aandacht voor efficiency) •Nee: we gaan de goede kant op, als de neuzen maar dezelfde kant op staan.

26 Tot slot: Er is nog hoop!!


Download ppt "Jos Baecke en Jack de Swart, 6 maart 2014 Kennis en kracht voor jeugd in IJsselland."

Verwante presentaties


Ads door Google