De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

 Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek.

Verwante presentaties


Presentatie over: " Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek."— Transcript van de presentatie:

1

2  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

3  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

4  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

5  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

6  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

7  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

8  Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek doen wat je zelf interessant vindt  Prestige (VENI, VIDI, VICI)  Meer gefocust op onderzoek / minder onderwijs  Dwingt je om na te denken over onderzoekslijn, relevantie en innovatie

9  1 e geldstroom: Intern (direct afkomstig van het ministerie)  bijna niets meer  2 e geldstroom: Zelfstandige publieke organisaties  NWO MaGW  ZonMW  Europese instellingen: ERC  3 e geldstroom: Projectgebonden financiering, vaak van private instellingen / bedrijven (bijv. KWF)  Deze vorm van financiering wordt steeds belangrijker

10  1 e geldstroom: Intern (direct afkomstig van het ministerie)  bijna niets meer  2 e geldstroom: Zelfstandige publieke organisaties  NWO MaGW  ZonMW  Europese instellingen: ERC  3 e geldstroom: Projectgebonden financiering, vaak van private instellingen / bedrijven (bijv. KWF)  Deze vorm van financiering wordt steeds belangrijker

11  1 e geldstroom: Intern (direct afkomstig van het ministerie)  bijna niets meer  2 e geldstroom: Zelfstandige publieke organisaties  NWO MaGW  ZonMW  Europese instellingen: ERC  3 e geldstroom: Projectgebonden financiering, vaak van private instellingen / bedrijven (bijv. KWF)  Deze vorm van financiering wordt steeds belangrijker

12  1 e geldstroom: Intern (direct afkomstig van het ministerie)  bijna niets meer  2 e geldstroom: Zelfstandige publieke organisaties  NWO MaGW  ZonMW  Europese instellingen: ERC  3 e geldstroom: Projectgebonden financiering, vaak van private instellingen / bedrijven (bijv. KWF)  Deze vorm van financiering wordt steeds belangrijker

13  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

14  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

15  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

16  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

17  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

18  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

19  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

20  Onderzoekstalent (NWO)  Vernieuwingsimpuls (VENI, VIDI, VICI)  1 x per jaar  Programmasubsidies (ZonMw, NWO MaGW)  Mozaiek  beide ouders zijn geboren in een van de doelgroepenlanden, of zowel de kandidaat zelf als minimaal één van de ouders is geboren in een van deze landen.  ERC (Starting grant / Advanced grant)  Fondsen (bijv. KWF)  …. Check subsidiedatabases

21  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen;  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op;  Gebiedsbestuur

22  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen;  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op;  Gebiedsbestuur

23  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen;  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op;  Gebiedsbestuur

24  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op;  Gebiedsbestuur

25  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen;  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op;  Gebiedsbestuur

26  ontvankelijk verklaard? dan kan het beoordelingsproces van start gaan  referenten wordt gevraagd een beoordelingsrapport te schrijven  de referentencommentaren worden voorgelegd aan de aanvrager, die vervolgens een weerwoord kan opstellen;  de referentencommentaren én het weerwoord worden neergelegd bij de speciaal voor de ronde ingestelde beoordelingscommissie;  Eventueel: interview (bij VI)  deze commissie spreekt een gemotiveerd oordeel uit over de ter tafel liggende aanvragen en stelt daarna een prioriteitsvolgorde op  Gebiedsbestuur beslist

27  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

28  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

29  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

30  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

31  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

32  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

33  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

34  Ontwikkelen onderzoeksidee  Selecteren van mogelijke subsidieverstrekker  Netwerk: wie heeft bruikbare expertise?  Schrijven van een onderzoeksvoorstel  Reactie reviewers  Eventueel presenteren van het onderzoeksvoorstel  Omgaan met relatief vaak voorkomende afwijzingen

35  Schrijf zowel voor een breed (vakgenoten i.h.a. in inleiding en summary) als specialistisch publiek (in methode sectie)!!!  Neem pakkende titel als het even kan (niet te saai).  In de summary moet je de aandacht van mensen trekken, anders haken ze al voor het lezen van het voorstel af.  Halo effect  Geef vooral aan wat nieuw is aan het onderzoek: wat is er zo speciaal? Waarom moet dit uitgevoerd worden?

36  Schrijf zowel voor een breed (vakgenoten i.h.a. in inleiding en summary) als specialistisch publiek (in methode sectie)!!!  Neem pakkende titel als het even kan (niet te saai).  In de summary moet je de aandacht van mensen trekken, anders haken ze al voor het lezen van het voorstel af.  Halo effect  Geef vooral aan wat nieuw is aan het onderzoek: wat is er zo speciaal? Waarom moet dit uitgevoerd worden?

37  Schrijf zowel voor een breed (vakgenoten i.h.a. in inleiding en summary) als specialistisch publiek (in methode sectie)!!!  Neem pakkende titel als het even kan (niet te saai).  In de summary moet je de aandacht van mensen trekken, anders haken ze al voor het lezen van het voorstel af.  Halo effect  Geef vooral aan wat nieuw is aan het onderzoek: wat is er zo speciaal? Waarom moet dit uitgevoerd worden?

38  Schrijf zowel voor een breed (vakgenoten i.h.a. in inleiding en summary) als specialistisch publiek (in methode sectie)!!!  Neem pakkende titel als het even kan (niet te saai).  In de summary moet je de aandacht van mensen trekken, anders haken ze al voor het lezen van het voorstel af.  Halo effect  Geef vooral aan wat nieuw is aan het onderzoek: wat is er zo speciaal? Waarom moet dit uitgevoerd worden?

39  Schrijf zowel voor een breed (vakgenoten i.h.a. in inleiding en summary) als specialistisch publiek (in methode sectie)!!!  Neem pakkende titel als het even kan (niet te saai).  In de summary moet je de aandacht van mensen trekken, anders haken ze al voor het lezen van het voorstel af.  Halo effect  Geef vooral aan wat nieuw is aan het onderzoek: wat is er zo speciaal? Waarom moet dit uitgevoerd worden?

40  Probeer het onderzoek theoretisch goed in te kaderen: welk aspect van de theorie ga je onderzoeken?  Beschrijf je onderzoek zo gedetailleerd mogelijk  Geef altijd onderzoeksvragen / hypotheses!! Die mis ik heel vaak in de beoordeelde voorstellen  Zorg er voor dat de deelonderzoeken een logisch geheel vormen

41  Probeer het onderzoek theoretisch goed in te kaderen: welk aspect van de theorie ga je onderzoeken?  Beschrijf je onderzoek zo gedetailleerd mogelijk  Geef altijd onderzoeksvragen / hypotheses!! Die mis ik heel vaak in de beoordeelde voorstellen  Zorg er voor dat de deelonderzoeken een logisch geheel vormen

42  Probeer het onderzoek theoretisch goed in te kaderen: welk aspect van de theorie ga je onderzoeken?  Beschrijf je onderzoek zo gedetailleerd mogelijk  Geef altijd onderzoeksvragen / hypotheses!! Die mis ik heel vaak in de beoordeelde voorstellen  Zorg er voor dat de deelonderzoeken een logisch geheel vormen

43  Probeer het onderzoek theoretisch goed in te kaderen: welk aspect van de theorie ga je onderzoeken?  Beschrijf je onderzoek zo gedetailleerd mogelijk  Geef altijd onderzoeksvragen / hypotheses!! Die mis ik heel vaak in de beoordeelde voorstellen  Zorg er voor dat de deelonderzoeken een logisch geheel vormen

44  Probeer het onderzoek theoretisch goed in te kaderen: welk aspect van de theorie ga je onderzoeken?  Beschrijf je onderzoek zo gedetailleerd mogelijk  Geef altijd onderzoeksvragen / hypotheses!! Die mis ik heel vaak in de beoordeelde voorstellen  Zorg er voor dat de deelonderzoeken een logisch geheel vormen

45  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”

46  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”

47  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”

48  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”

49  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”

50  Wees reviewers voor. Denk niet: misschien valt het niet op….  Leg “specialistische termen” in het begin duidelijk uit.  Niet te veel zijstapjes. Noem alleen theorieën waar je ook daadwerkelijk onderzoek naar doet.  Schroom niet om hulp te vragen van mensen die “succesvolle aanvragers” zijn.  Gebruik bij niet-persoonsgebonden subsidies “lijst- duwers”.

51  Refereer naar goede journals met hoge Impact Factor, niet te veel naar specialistische journals (met lage IF)  Wees niet te bescheiden over eigen kunnen, maar overdrijf niet.  Geef concrete voorbeelden als iets ingewikkeld is.  Laat de reviewer niet hard nadenken!  Kom snel to-the-point: ga niet al te lange samenvattingen geven van bestaande literatuur. Geef alvast aan wat er niet goed is aan dat onderzoek of wat onduidelijk is.

52  Refereer naar goede journals met hoge Impact Factor, niet te veel naar specialistische journals (met lage IF)  Wees niet te bescheiden over eigen kunnen, maar overdrijf niet.  Geef concrete voorbeelden als iets ingewikkeld is.  Laat de reviewer niet hard nadenken!  Kom snel to-the-point: ga niet al te lange samenvattingen geven van bestaande literatuur. Geef alvast aan wat er niet goed is aan dat onderzoek of wat onduidelijk is.

53  Refereer naar goede journals met hoge Impact Factor, niet te veel naar specialistische journals (met lage IF).  Wees niet te bescheiden over eigen kunnen, maar overdrijf niet.  Geef concrete voorbeelden als iets ingewikkeld is.  Laat de reviewer niet hard nadenken!  Kom snel to-the-point: ga niet al te lange samenvattingen geven van bestaande literatuur. Geef alvast aan wat er niet goed is aan dat onderzoek of wat onduidelijk is.

54  Refereer naar goede journals met hoge Impact Factor, niet te veel naar specialistische journals (met lage IF)  Wees niet te bescheiden over eigen kunnen, maar overdrijf niet.  Geef concrete voorbeelden als iets ingewikkeld is.  Laat de reviewer niet hard nadenken!  Kom snel to-the-point: ga niet al te lange samenvattingen geven van bestaande literatuur. Geef alvast aan wat er niet goed is aan dat onderzoek of wat onduidelijk is.

55  Refereer naar goede journals met hoge Impact Factor, niet te veel naar specialistische journals (met lage IF)  Wees niet te bescheiden over eigen kunnen, maar overdrijf niet.  Geef concrete voorbeelden als iets ingewikkeld is.  Laat de reviewer niet hard nadenken!  Kom snel to-the-point: ga niet al te lange samenvattingen geven van bestaande literatuur. Geef alvast aan wat er niet goed is aan dat onderzoek of wat onduidelijk is.

56  Werk methode gedetailleerd uit. Dit laat zien dat je erover nagedacht hebt.  Maak de “innovation” concreet, niet iets wat iedereen kan zeggen (bv “adds to the literature”)  Begin op tijd!  Last but not least: Eigenlijk overbodig om te zeggen (maar gebeurt toch nog wel eens), vul alles in op het formulier!!

57  Werk methode gedetailleerd uit. Dit laat zien dat je erover nagedacht hebt.  Maak de “innovation” concreet, niet iets wat iedereen kan zeggen (bv “adds to the literature”)  Begin op tijd!  Last but not least: Eigenlijk overbodig om te zeggen (maar gebeurt toch nog wel eens), vul alles in op het formulier!!

58  Werk methode gedetailleerd uit. Dit laat zien dat je erover nagedacht hebt.  Maak de “innovation” concreet, niet iets wat iedereen kan zeggen (bv “adds to the literature”)  Begin op tijd!  Last but not least: Eigenlijk overbodig om te zeggen (maar gebeurt toch nog wel eens), vul alles in op het formulier!!

59  Werk methode gedetailleerd uit. Dit laat zien dat je erover nagedacht hebt.  Maak de “innovation” concreet, niet iets wat iedereen kan zeggen (bv “adds to the literature”)  Begin op tijd!  Last but not least: Eigenlijk overbodig om te zeggen (maar gebeurt toch nog wel eens), vul alles in op het formulier!!

60  Werk methode gedetailleerd uit. Dit laat zien dat je erover nagedacht hebt.  Maak de “innovation” concreet, niet iets wat iedereen kan zeggen (bv “adds to the literature”)  Begin op tijd!  Last but not least: Eigenlijk overbodig om te zeggen (maar gebeurt toch nog wel eens), vul alles in op het formulier!!

61  Blijf op de hoogte van de mogelijkheden / veranderingen!  Zoek strategisch naar mogelijke subsidiebronnen

62 Kennisvalorisatie is het creëren van maatschappelijke en economische waarde op basis van wetenschappelijke kennis en vaardigheden  “Voor de VI ronde van 2012 zal aan iedere onderzoeker die een aanvraag indient gevraagd worden om enkele alinea’s te wijden aan kennisbenutting. Alle VI aanvragen zullen vervolgens, naast de beoordeling op de persoonlijke kwaliteiten van de kandidaat en de kwaliteit van het projectvoorstel, beoordeeld worden op het onderdeel kennisbenutting. Het oordeel kennisbenutting zal 20% uitmaken van het totaaloordeel.”

63 Kennisvalorisatie is het creëren van maatschappelijke en economische waarde op basis van wetenschappelijke kennis en vaardigheden NWO vraagt van de onderzoeker om na te denken over de mogelijkheden voor kennisbenutting en daar waar dat relevant is om met ideeën te komen over hoe de resultaten van zijn onderzoek door derden kunnen worden gebruikt.

64 NWO beschouwt onderstaande aspecten van belang voor het beoordelen van kennisbenutting: - Relevantie van de resultaten en/of inzichten uit het onderzoek voor en de bijdrage aan het oplossen van economische, maatschappelijke, culturele, beleidsmatige of technologische uitdagingen - - Doeltreffendheid en haalbaarheid van de voorgestelde aanpak van kennisbenutting met betrekking tot het voorzien in behoefte(n) van derden binnen en buiten de academische sector.

65  LET OP:  Het gaat niet om het gebruik van kennis door collega- onderzoekers binnen de eigen wetenschapsdiscipline  wordt al getoetst binnen de bestaande kwaliteitscriteria die gebruikt worden bij het beoordelen van het projectvoorstel.  Gaat om het gebruik van de kennis door derden van een andere discipline of door derden buiten de wetenschap.

66 Is dit moeilijker voor fundamenteel dan toegepast onderzoek?

67 Reviewers hebben moeilijke taak: de allerbesten komen er sowieso wel door maar daarna zijn er heel veel ‘gewoon’ goede voorstellen. Waarom moet jouw aanvraag dat schaarse geld krijgen en niet dat andere onderzoek.

68  Wees pro-actief  Houdt de actuele financieringsmogelijkheden bij.  Kijk op relevante sites (bijv. NWO, ZonMW)  Abonneer je op nieuws alerts  Maak gebruik van het subsidieportal van de EUR:  aal/  Wees op tijd!  Meer informatie: Jessica de Leeuw (FSW)


Download ppt " Er is steeds minder geld beschikbaar voor onderzoek in de 1 e geldstroom  Als academische vaardigheid steeds belangrijker  Meer budget: Je kan onderzoek."

Verwante presentaties


Ads door Google