De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ALBERT VAN DER KAAP Verlichtingsdenkers. EIGHT ENLIGHTENMENT THINKERS 1. Thomas Hobbes (1588 – 1679) Thomas Hobbes 2. John Locke (1632 – 1704) John Locke.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ALBERT VAN DER KAAP Verlichtingsdenkers. EIGHT ENLIGHTENMENT THINKERS 1. Thomas Hobbes (1588 – 1679) Thomas Hobbes 2. John Locke (1632 – 1704) John Locke."— Transcript van de presentatie:

1 ALBERT VAN DER KAAP Verlichtingsdenkers

2 EIGHT ENLIGHTENMENT THINKERS 1. Thomas Hobbes (1588 – 1679) Thomas Hobbes 2. John Locke (1632 – 1704) John Locke 3. Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) Jean-Jacques Rousseau 4. Baron de Montesquieu (1689 – 1755) Baron de Montesquieu 5. Voltaire (1694 – 1778) Voltaire 6. Denis Diderot (1713 – 1784) Denis Diderot 7. Mary Wollstonecraft (1759 – 1797) Mary Wollstonecraft 8. Adam Smith (1723 – 1790) Adam Smith 9. Immanuel Kant ( ) Immanuel Kant

3 THOMAS HOBBES 1588 – 1679

4 Thomas Hobbes Beroemdste werk: Leviathan In de natuur zijn mensen wreed, hebzuchtig en egoïstisch. Ze vechten, roven, en onderdrukken elkaar. Om hieraan te ontsnappen moeten mensen een sociaal contract sluiten: ze moeten afstand doen van hun vrijheid in ruil voor de veiligheid en orde van een georganiseerde samenleving. Hobbes noemt die macht Leviathan: de soeverein, die voor ieders bestwil heerst over de burgers.

5 Thomas Hobbes Daarom meende Hobbes dat een krachtige overheid in de vorm van een absolute monarchie het beste was voor de samenleving - deze kan orde opleggen en gehoorzaamheid afdwingen. Een absolute monarchie is ook in staat om opstanden te onderdrukken.

6 Thomas Hobbes citaten Het geweten van een mens en zijn oordeel zijn aan elkaar gelijk; zowel het oordeel als het geweten kan zich vergissen. Nieuwsgierigheid is een genoegen voor de geest. In de natuur is gewin de maat van het recht. Niet geloven in macht is hetzelfde als niet geloven in de zwaartekracht. Vrije tijd is de moeder van de filosofie. De menselijke staat is een staat van oorlog, van iedereen tegen iedereen. Elke mens is in een constante staat van oorlog met zijn medemens. De bron van elke misdaad is een bepaald gebrek aan inzicht, een foute redenering of een plotseling opkomende begeerte.

7 JOHN LOCKE 1632 – 1704

8 JOHN LOCKE  De taak van de regering is het volk te beschermen.  Als een regering daarin faalt, mag het volk deze regering afzetten.  Enorme invloed op de Founding Fathers die de grondwet van Amerika opstelden.  Hij vond dat mensen een maatschappij vormen = een sociaal contract dat op vrijwillige basis werd gesloten.  Dus geen contract tussen regering en geregeerden, maar een contract tussen vrije mensen onderling, op basis van gelijkwaardigheid.  Volkssoevereiniteit: de macht van de staat wordt gebaseerd op het volk ( ≠ en niet op een erfelijke koning). Het volk vertrouwt de staatsmacht toe aan een gekozen regering.

9 John Locke Geloofde in natuurwetten en natuurlijke rechten. Bij de geboorte is de geest is een tabula rasa, een leeg tablet. Alles wat we weten komt uit de ervaring van de zintuigen - empirisme. We worden geboren met rechten, omdat die deel uitmaken van de natuur, uit het simpele feit van ons bestaan ​​ - ze komen van God. Vanaf hun geboorte bezitten mensen het recht op leven, vrijheid en eigendom.

10 John Locke Bekendste werken zijn de twee Treatises on Government. Heersers / overheden hebben de plicht, de verantwoordelijkheid, om de natuurlijke rechten van de mensen waarover zij regeren te beschermen. Als een regering faalt in zijn verplichting om de natuurlijke rechten te beschermen, de mensen hebben het recht om die regering omver te werpen. De beste overheid is er een die door alle mensen wordt geaccepteerd en die beperkte macht heeft (Locke hield van de Engels monarchie omdat daarin wetten de macht van de koning beperkten).

11 John Locke Meer dan iest of iemand anders hebben de ideeën van Locke Thomas Jefferson beïnvloed toen die de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring schreef in In de ogen van de Founding Fathers rechtvaardigde Locke revolutie. Locke beïnvloedde ook latere revoluties in Frankrijk (1789) en op veel andere plaatsen in de wereld in de 19e eeuw.

12 John Locke citaat ’Laten we aannemen dat onze geest bij de geboorte een blanco blad papier is, zonder enige lettertekens, zonder enig denkbeeld. Waardoor wordt dat papier nu beschreven? Hierop heb ik maar een antwoord: door de ervaring. Onze waarneming, hetzij gericht op tastbare dingen buiten ons, hetzij gericht op de werking van onze geest, is datgene wat ons begrip en stof tot overdenking oplevert.’ (Essay Concerning Human Understanding, 1660)

13 John Locke citaten De kennis van niemand gaat verder dan diens ervaring. Uitgaand van het feit dat alle mensen gelijk en onafhankelijk zijn, moet niemand een ander kwaad berokkenen betreffende diens leven, gezondheid, vrijheid of bezittingen. De handelingen van mensen zijn de beste tolk van hun gedachten. Mensen nemen deel aan de samenleving voor de bescherming van hun eigendommen. Nieuwe meningen worden altijd met argwaan bejegend, en stuiten gewoonlijk op verzet, om geen andere reden dan dat ze nog geen ingang gevonden hebben. De enige bescherming tegen de wereld is een grondige kennis ervan. Wij zijn absoluut onbekwaam tot universele en zekere kennis. Wij kunnen onder de mensen een grote diversiteit aan opinies over morele regels aantreffen... Dat zou niet het geval zijn als praktische principes aangeboren waren en rechtstreeks door de hand van God in onze geest gegrift.

14 JEAN-JACQUES ROUSSEAU 1712 – 1778

15 JEAN-JACQUES ROUSSEAU Bekendste werk: Du Contrat Social (Het Maatschappelijk Verdrag). Het Maatschappelijk Verdrag berust op volkssoevereiniteit en de algemene wil als enige en onbeperkte bron van het staatsgezag. Een verdrag van vrije individuen die onderling besluiten een gemeenschap te vormen. Dit contract gaat in tegen het absolutisme.

16 JEAN-JACQUES ROUSSEAU • de mens is van nature, en voorafgaand aan enige opvoeding, goed en wordt alleen door ervaringen in de maatschappij gecorrumpeerd. • Hij vond dat mensen helemaal geen instituten nodig hadden. • Hij geloofde dat de mensen waren afgedwaalde van hun oorspronkelijke, eenvoudige leefwijze.

17 JEAN-JACQUES ROUSSEAU • De mens wordt vrij geboren, maar verblijft overal in ketenen. • Hij bekritiseerde Thomas Hobbes omdat deze beweerde dat, aangezien de mens in de natuurtoestand geen idee van goed had gehad, hij van nature kwaadaardig moest zijn. • Hij vond net als Locke dat de algemene volkswil de bron van alle macht diende te worden.Het algemeen belang gaat boven het individueel belang. • Het is niet natuurlijk als de meerderheid regeert, want een meerderheid kun je niet organiseren rondom actie verenigen, een minderheid wel.

18 JEAN-JACQUES ROUSSEAU • Rousseau bemoeide zich ook met opvoeding en had daar bepaalde ideeën over. • Hij week sterk af van het rationalisme van zijn tijdgenoten en wordt gezien als één van de grondleggers van de Romantiek.

19 MONTESQUIEU 1689 – 1755 Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu

20 Montesquieu In zijn eerste boek Perzische brieven (1721) wordt de westerse maatschappij beschreven vanuit het oogpunt van twee buitenstaanders. Usbek en Rica, twee Perzen, reizen door Europa en met name in Frankrijk. Montesquieu levert kritiek op verschillende aspecten van de Franse maatschappij en drijft de spot met de Fransen. Hij noemt de monarchie een "fataal wapen", omdat de drie machten (wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht) samengevoegd zijn onder een persoon, de koning.

21 MONTESQUIEU Vond het niet juist dat de koning alles in zijn eentje voor het zeggen had. In De l'esprit des lois stelde hij de scheiding der machten voor = de trias politica (leer van de driedeling van de machten).

22 Montesquieu Checks and Balances Elk onderdeel moet een tegenwicht vormen tegen de andere onderdelen. Zijn gedachten over de scheiding der machten beïnvloedde James Madison en de andere schrijvers van de Amerikaanse grondwet.

23 Montesquieu  De meeste mensen zijn meer in staat tot grote dan tot goede daden.  Wat redenaars aan diepte ontbreekt geven ze u aan lengte.  In geen koninkrijk hebben zoveel burgeroorlogen gewoed als in dat van Christus.  Vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat, en als een burger zou kunnen doen wat bij wet is verboden, dan zou hij niet langer vrij zijn, omdat zijn medeburgers hetzelfde zouden kunnen.

24 VOLTAIRE 1689 – – 1778 François-Marie Arouet

25 VOLTAIRE Franse schrijver, essayist en filosoof. Voorstander godsdienstige tolerantie. Vooral kritiek op de Kerk. De Kerk zou mensen dom houden = Angst voor hel en verdoemenis […] als middel tot onderdrukking. Stelde ook rechterlijke dwalingen aan de kaak. Werken: Candide, Perzische brieven, Verdrag over tolerantie.

26 VOLTAIRE Advocated freedom of thought, speech, politics, and religion. Fought against intolerance, injustice, inequality, ignorance, and superstition. Attacked idle aristocrats, corrupt government officials, religious prejudice, and the slave trade. He often had to express his views indirectly through fictional characters because he lived in an absolute monarchy in France.

27 Voltaire Wrote the famous novel Candide Voltaire often used a razor sharp humor and cutting sarcasm in his writings. He was imprisoned in the Bastille in Paris and exiled because of his attacks on the French government and the Catholic Church. Voltaire’s books were outlawed, even burned, by the authorities.

28 Voltaire My trade is to say what I think. I do not agree with a word you say but I will defend to the death your right to say it. As long as people believe in absurdities they will continue to commit atrocities. Every man is guilty of all the good he did not do. God is a comedian, playing to an audience too afraid to laugh. He who thinks himself wise, O heavens, is a great fool.

29 DENIS DIDEROT 1713 – 1784

30 DENIS DIDEROT In Parijs, werkten geleerden, onder leiding van Diderot, aan de eerste encyclopedie ter wereld. Ze waren overtuigd dat meer kennis zou leiden tot een betere wereld. Schrijvers als Voltaire, Rousseau en Montesquieu leverden bijdragen. De encyclopedie was ook een aanklacht tegen de bestaande politieke en maatschappelijke vooroordelen en werd in 1759 daarom verboden. Madame de Rambouillet ( )

31 DENIS DIDEROT De salons littéraires (letterlijk vertaald: woonkamer). Plek waar rijke bourgeoises o.a. de verlichtingsfilosofen ontvingen om te discussiëren en te debatteren. Vaak werd er ook uit eigen werk voorgelezen. De cafés littéraires waar discussieavonden gehouden, waarbij men om de beurt een bijzondere bijdrage aan het gesprek moest leveren. Brieven, romans en toneelstukken.

32 Denis Diderot

33 DENIS DIDEROT  This philosophe worked 25 years to produce (edit) a 28 volume Encyclopedia – the first one.  The Encyclopedia was not just a collection of articles on human knowledge, it was intended to change the way people thought. Montesquieu, Voltaire, and others wrote articles.  About 20,000 copies were printed between 1751 and 1789 despite efforts to ban the Encyclopedia.

34 Denis Diderot  Articles in the Encyclopedia supported freedom of expression and education for all people.  The divine-right theory (of monarchy) was criticized along with traditional religions.  The French king said the Encyclopedia was an attack on public morals.  The pope threatened to excommunicate Catholics who bought or read the Encyclopedia.

35 Denis Diderot  There is only one passion, the passion for happiness.  Every man has his dignity. I'm willing to forget mine, but at my own discretion and not when someone else tells me to.  We swallow greedily any lie that flatters us, but we sip only little by little at a truth we find bitter.  From fanaticism to barbarism is only one step.

36 Denis Diderot  When science, art, literature, and philosophy are simply the manifestation of personality they are on a level where glorious and dazzling achievements are possible, which can make a man's name live for thousands of years.  If you want me to believe in God, you must make me touch him.  Man will never be free until the last king is strangled with the entrails of the last priest.

37 MARY WOLLSTONECRAFT 1759 – 1797

38 MARY WOLLSTONECRAFT  She argued that women had not been included in the Enlightenment slogan “free and equal.” Women had been excluded from the social contract.  Her arguments were often met with scorn, even from some ‘enlightened’ men.  Wollstonecraft and Catherine Macaulay were British feminists. The most famous French feminist was Germaine de Stael.

39 Mary Wollstonecraft  She wrote A Vindication of the Rights of Women in  Wollstonecraft believed in equal education for girls and boys. Only education could give women the knowledge to participate equally with men in public life.  She did argue that a woman’s first duty was to be a good mother. But, a woman could also decide on her own what was in her interest without depending on her husband.

40 Mary Wollstonecraft  If women be educated for dependence; that is, to act according to the will of another fallible being, and submit, right or wrong, to power, where are we to stop?  The divine right of husbands, like the divine right of kings, may, it is hoped, in this enlightened age, be contested without danger.  Let not men then in the pride of power, use the same arguments that tyrannic kings and venal ministers have used, and fallaciously assert that women ought to be subjected because she has always been so.  Strengthen the female mind by enlarging it, and there will be an end to blind obedience. Virtue can only flourish among equals.

41 ADAM SMITH 1723 – 1790

42 Grondlegger van de ‘vrije markt’ (als reactie op het mercantilisme) De mens dient in vrijheid te kunnen streven naar economische verbetering Belangrijkste werk: An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations

43 ADAM SMITH Smith was a Scottish economist who has been called the “father of capitalism.” He was an advocate of laissez faire (French for ‘let do,’ ‘let go,’ ‘let pass.’ – often referred to as ‘hands off.’). Laissez faire was a theory of the ‘natural’ laws of economics: business should operate with little or no government interference.

44 Adam Smith He wrote The Wealth of Nations. Smith argued the free market of supply and demand should drive economies. The hidden hand of competition was the only regulation an economy needed. Wherever there was demand for goods or services, suppliers would compete with each other to meet that demand in order to make profit. Smith did believe that government had a duty to protect society and to provide justice and public works.

45 Adam Smith The rich... divide with the poor the produce of all their improvements. They are led by an invisible hand to make nearly the same distribution of the necessaries of life which would have been made, had the earth been divided into equal proportions among all its inhabitants. It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker that we expect our dinner, but from their regard to their own interest. The propensity to truck, barter and exchange one thing for another is common to all men, and to be found in no other race of animals. No dog exchanges bones with another.

46 Immanuel Kant Standbeeld in Kaliningrad

47 Immanuel Kant Immanuel Kant ( ) Duitse filosoof, theoloog, wis- en natuurkundige Pleidooi voor onbegrensde vrijheid (van meningsuiting) en het gebruik van eigen verstand


Download ppt "ALBERT VAN DER KAAP Verlichtingsdenkers. EIGHT ENLIGHTENMENT THINKERS 1. Thomas Hobbes (1588 – 1679) Thomas Hobbes 2. John Locke (1632 – 1704) John Locke."

Verwante presentaties


Ads door Google