De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dia 1 Module 5: omgaan met gevoelens en gedrag 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dia 1 Module 5: omgaan met gevoelens en gedrag 1."— Transcript van de presentatie:

1 Dia 1 Module 5: omgaan met gevoelens en gedrag 1

2 Dia 2 Onder de oppervlakte kijken 2

3 Dia 3 • Help je kind overweldigende emoties te begrijpen en beheersen. • Help je kind probleemgedrag te begrijpen en veranderen. Essentieel element 3 en 4 3

4 Dia 4 Stel dat...? (groepsactiviteit) 4

5 Dia 5 Cognitieve driehoek 5

6 Dia 6 Getraumatiseerde kinderen vinden het vaak moeilijk om: • de verbinding tussen hun gevoelens, gedachten en gedrag te zien; • hun emotionele reacties te begrijpen en uit te drukken; • emotionele aanwijzingen bij anderen juist in te schatten; • hun reacties op dreiging of herinneringen aan het trauma onder controle te houden. Trauma en de driehoek 6

7 Dia 7 Trauma en de driehoek 7 Getraumatiseerde kinderen vinden het vaak moeilijk om: • de verbinding tussen hun gevoelens, gedachten en gedrag te zien; • hun emotionele reacties te begrijpen en uit te drukken; • emotionele aanwijzingen bij anderen juist in te schatten; • frustratie, boosheid of angst af te reageren; • zichzelf te beschermen.

8 Dia 8 Isa: ‘Wanneer ik mij bedreigd voel, krijg ik de aandrang om iedereen pijn te doen die misschien zal proberen om mij en mijn zus pijn te doen. Ik begon te schelden tegen mijn pleegmoeder. Ik wilde dat zij haar zelfbeheersing zou verliezen. Ik dacht dat ze vroeg of laat iets zou zeggen dat mij zou kwetsen, en ik wilde haar het eerst kwetsen. Later voelde ik me neerslachtig. Ik wist dat ik mij onbeheerst had gedragen. Als ik boos word, realiseer ik me niet eens wat ik doe en kwets ik de mensen om mij heen. Ik ben verdrietig omdat ik mezelf niet goed kan uitdrukken. Ik voel me net een wandelende tijdbom. Ik hoop dat ik een pleegmoeder kan vinden die mijn boosheid kan hanteren en me kan helpen om me te beheersen.’ Uitspraak 8

9 Dia 9 De driehoek ontrafelen 9

10 Dia 10 De driehoek ontrafelen 10

11 Dia 11 Daniel Siegel en Mary Hartzell: ‘Ervaring is biologie... Ouders zijn de actieve beeldhouwers van de groeiende hersenen van hun kinderen.’ Uitspraak 11

12 Dia 12 • Maak onderscheid tussen jezelf en eerdere opvoeders. uitputting van mededogen. • Stem af op de emoties van je kind. • Stel een voorbeeld van de emotionele expressie en het gedrag dat je verwacht. • Bekrachtig positieve emotionele expressie en gedrag, door het ondersteunen van de krachten en interessen van het kind. • Corrigeer negatief gedrag en ongepaste of destructieve emotionele expressies, en help je kind om nieuw gedrag en emotionele vaardigheden op te bouwen. Hoe kun je helpen? 12

13 Dia 13 • Je gelooft niet in de overtuigingen uit de emotionele koffer. • Reageer niet boos in het heetst van de strijd. • Neem gedrag zoals het komt. • Vat niet persoonlijk op wat er gebeurt. Onderscheiden 13

14 Dia 14 Stem af 14

15 Dia 15 • Help het kind de gevoelens bij het gedrag te herkennen en onder woorden te brengen. • Erken en bevestig de gevoelens van het kind. • Erken de ernst van de situatie. Stem af 15

16 Dia 16 • Laat het kind weten dat het in orde is om te praten over pijnlijke dingen. • Onderken de gevoeligheden ten aanzien van culturele verschillen. • Wees geruststellend maar eerlijk. Stem af 16

17 Dia 17 • gevoelsthermometer of gevoelenskaarten; • emotiepoppenkast; • spelletjes en verhalen. Stem af 17 Geef het kind de gelegenheid om emotionele vaardigheden te oefenen op een speelse en niet-bedreigende manier, met:

18 Dia 18 Spel 18

19 Dia 19 • Druk het volledige spectrum van emoties uit. • Blijf duidelijk, kalm en consistent. • Wees eerlijk en oprecht. • Laat het kind weten dat het normaal is om verschillende (of gemengde) emoties te ervaren op hetzelfde moment. Stel een voorbeeld 19

20 Dia 20 Isa: ‘Op een dag ging mijn konijn dood. Ik begon te huilen. Dat konijntje was zo klein en hulpeloos. Het had mij nodig en ik liet het sterven. Toen knuffelde mijn pleegmoeder mij: ‘Als dat mijn kat overkwam, zou ik mij hetzelfde voelen als jij’, zei ze. Zij wilde dat mijn konijn werd begraven. Toen realiseerde ik mij dat zij niet nep was. Ik voelde mij op dat moment anders. Het was alsof ze de boosheid voelde die ik in mij had, en tegen mij zei dat het in orde was om me zo te voelen. Dat het toegestaan was om verdrietig te zijn en de muur om me heen omver te halen. Dat het in orde was om iemand in mijn wereld toe te laten en me te laten helpen.’ Uitspraak 20

21 Dia 21 • Waarom reageerde Isa zo? • Wat deed haar pleegmoeder goed? • Heb jij ooit zoiets meegemaakt met het kind of de kinderen voor wie jij zorgt? Wat gebeurde er? (groepsactiviteit) 21

22 Dia Pauze

23 Dia 23 Moedig positief gedrag aan: • merk je kind op als het iets goed doet; • complimenteer en prijs; • wees specifiek; • doe het direct; • wees warm; • streef naar ten minste zes complimenten voor iedere correctie. Aanmoedigen 23

24 Dia 24 Moedig het kind aan en ondersteun zijn of haar krachten en interessen: • bied keuzes op ieder moment dat dit mogelijk is; • laat kinderen dingen zelf doen; • herken en moedig de unieke interessen en talenten van het kind aan; • help de kinderen om een vaardigheid te ontwikkelen. Aanmoedigen 24

25 Dia 25 Voorraad opnemen (groepsactiviteit) 25

26 Dia 26 • Welke talenten, vaardigheden of interessen kun je aanmoedigen? • Waar kun je het kind enige controle geven? • Welke leuke activiteiten of interessen delen jullie? • Welke complimenten zou je kind op prijs stellen? • Welke beloningen zullen het meest betekenisvol zijn? Een balans bereiken 26

27 Dia 27 Wanneer je negatief of ongepast gedrag corrigeert en daar consequenties aan verbindt: • blijf duidelijk, kalm en consistent; • richt je op één gedraging tegelijk; • vermijd beschuldigen en dreigen; • houd de (emotionele) leeftijd van het kind in gedachten; • maak niet overal een punt van. Corrigeer en bouw 27

28 Dia 28 Richt je op het helpen van jouw kind: • begrijp de verbinding tussen gedachten, gevoelens en gedrag; • begrijp het negatieve effect op zijn of haar gedrag; • herken alternatieven voor negatief of probleemgedrag; • oefen technieken voor het veranderen van negatieve gedachten en kalmeer uit de hand lopende emoties. Corrigeer en bouw 28

29 Dia 29 • Wat zijn de negatieve effecten van dit gedrag op het leven van je kind? • Hoe kun je het kind helpen deze effecten te begrijpen? • Welke alternatieven voor dit gedrag kun je aandragen? • Welke consequenties kun je eraan verbinden als het gedrag blijft voortduren? Omgaan met probleemgedrag (groepsactiviteit) 29

30 Dia Afronding


Download ppt "Dia 1 Module 5: omgaan met gevoelens en gedrag 1."

Verwante presentaties


Ads door Google