De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een Bijbelstudie om Gods Waarheid te leren kennen over:

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een Bijbelstudie om Gods Waarheid te leren kennen over:"— Transcript van de presentatie:

1 Een Bijbelstudie om Gods Waarheid te leren kennen over:
HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

2 deel 1 Introductie van de Bijbelstudie over HUWELIJK, ECHTSCHEIDING en HERTROUWEN

3 spreek shub uit als “sjoev”
Een aantal jaren geleden kwam ik op een dusdanige wijze in aanraking met Gods Woord dat dit bij mij een totale ommekeer in het begrip Waarheid heeft gebracht. Mede door Maleachi 4:6 kwam ik tot het inzicht dat het Hebreeuwse woord “shub” als grondwoord meer dan 1000 maal voorkomt in het Oude Testament. Waarom als logo שׁוּב het Hebreeuwse woord “SHUB” ? spreek shub uit als “sjoev”

4 Maleachi 3:7 en 4:6 Enkele van de vele betekenissen van het werkwoord; שׁוּבshub, (spreek uit als sjoev) en het aantal malen dat het in het Oude Testament gebruikt wordt zijn: terug- of wederkeren 361, bekeren 92, terugkomen 90, terugbrengen 98, afkeren 59, wedergeven 36, wenden 36, keren 35, wederom keren 21, afwenden 19, antwoorden (door een woord)15, herroepen 11, herstellen 11, terugkeren of omkeren van menselijke relaties, terugkeren of omkeren van geestelijke relaties, terugkeren (tot God), berouw hebben / tonen, terugkomen (van het kwaad) Maleachi 3:7 “Sinds de dagen van uw vaderen bent u afgeweken van Mijn verordeningen, en hebt u ze niet in acht genomen. Keer terug (shub) naar Mij, en Ik zal naar u terugkeren, (shub) zegt de Here van de legermachten.” Maleachi 4:6a “Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen (shub), en het hart van de kinderen tot hun vaders,…”

5 GOD WIL HERSTELLEN! Een bekende Psalm waar het woord "shoev" in voorkomt is Psalm 23:1-4 Een psalm van David. De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. Hij verkwikt (shoev als hersteld) mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.” (STV)

6 DOEL Wat is het doel van deze studie?
Ontdekken wat Gods Woord zegt over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen! Wat wil God bereiken met dit onderwijs? Dat u gaat ontdekken wat Zijn Waarheid hierover is! Dat wij als discipelen van de Here Jezus gebruikt kunnen worden om Zijn Waarheid te versepeiden. Zo als het lijkt zijn wij de weinig overgeblevenen van de generatie na de 2e WO die nog op zoek zijn naar die waarheid over HEH en is de tijdsgeest er naar om Gods normen en waarden nieuw leven in te blazen.

7 “echtscheiding en hertrouwen”
Het onderwerp “echtscheiding en hertrouwen” is een van de meest zwaarwegende maar tevens minst besproken onderwerpen in de kerk vandaag de dag, toch is het de belangrijkste basis van heelheid. Er zijn, op dit gebied, zoveel verschillen van mening over wat de Bijbel leert en wat Gods wil is, dat er daardoor meestal niet aan een studie hierover wordt begonnen en neemt men datgene voor waar aan over hoe er in de gemeenschap, op basis van sociale en emotionele acceptatie, wordt gedacht. Het onderwerp “echtscheiding en hertrouwen” is een van de meest zwaarwegende maar tevens minst besproken onderwerpen in de kerk vandaag de dag, toch is het de belangrijkste basis tot heelheid. Er zijn op dit gebied zoveel verschillen van mening over wat de Bijbel leert en wat Gods wil is, dat er daardoor meestal niet aan begonnen wordt om een mening hierover te vormen.

8 Vragen en antwoorden Bestuderen en onderwijzen door vragen en antwoorden is vaak erg leerzaam. De Here Jezus gebruikte vaak vraag-, en antwoordsituaties om Goddelijke waarheden te onderwijzen. (Mattheüs 21: 23-27). {De vraag naar Jezus’ bevoegdheid } En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe, terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden: Met welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven? 24 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. 25 De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? 26 Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan zijn wij bevreesd voor de menigte, want zij houden allen Johannes voor een profeet. 27 En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met wat voor bevoegdheid Ik dit doe. Hier zien wij duidelijk dat de Here Jezus de Farizeeën vraagt om zelf een antwoord te geven waarbij zij ook inzien (omdat zij weten wat er als, voorbeeld, in Jesaja staat) dat elk antwoord hen in de problemen brengt ten opzichte van datgene wat zij eigenlijk willen.

9 Mattheüs 21: 23-27 {De vraag naar Jezus’ bevoegdheid }
En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe, terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden: Met welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan zijn wij bevreesd voor de menigte, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met wat voor bevoegdheid Ik dit doe. {De vraag naar Jezus’ bevoegdheid } En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe, terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden: Met welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven? 24 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. 25 De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? 26 Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan zijn wij bevreesd voor de menigte, want zij houden allen Johannes voor een profeet. 27 En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met wat voor bevoegdheid Ik dit doe.

10 Vragen en antwoorden De Here Jezus stelde heel vaak als reactie een retorische wedervraag die het antwoord al in zich heeft voor diegene die de vraag stelt. (Mattheüs 11:1-6; Markus 12:18-34). Matt. 11:1-6 En het gebeurde, toen Jezus geëindigd had Zijn twaalf discipelen opdrachten te geven, dat Hij vandaar vertrok om onderwijs te geven en te prediken in hun steden. 2 Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen, 3 en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander? 4 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: 5 blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; 6 en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.

11 Markus 12:18-34 Er kwamen ook Sadduceeën naar Hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is, en zij vroegen Hem: 19 Meester, Mozes heeft ons voor geschreven: Als iemands broer sterft en een vrouw achterlaat en geen kinderen nalaat, dat dan zijn broer diens vrouw tot vrouw moet nemen en voor zijn broer nageslacht verwekken. 20 Nu waren er zeven broers; en de eerste nam een vrouw en liet bij zijn sterven geen nageslacht na. 21 Ook de tweede nam haar en stierf, en ook deze liet geen nageslacht na; en de derde evenzo. 22 En alle zeven namen haar tot vrouw en lieten geen nageslacht na; als laatste van allen stierf ook de vrouw. 23 In de opstanding, wanneer zij opgestaan zullen zijn, van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn? Want alle zeven hebben haar als vrouw gehad. 24 En Jezus antwoordde hun: Dwaalt u niet daardoor, dat u de Schriften niet kent en ook niet de kracht van God? 25 Want wanneer ze uit de doden opgestaan zullen zijn, trouwen ze niet en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar zijn ze als engelen in de hemelen. 26 En wat betreft de doden, dat zij opgewekt zullen worden: hebt u niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in de doornstruik tot hem sprak: Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? 27 Hij is niet een God van doden, maar een God van levenden. U dwaalt dus erg. Markus 12:18-27 Er kwamen ook Sadduceeën naar Hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is, en zij vroegen Hem: 19 Meester, Mozes heeft ons voor geschreven: Als iemands broer sterft en een vrouw achterlaat en geen kinderen nalaat, dat dan zijn broer diens vrouw tot vrouw moet nemen en voor zijn broer nageslacht verwekken. 20 Nu waren er zeven broers; en de eerste nam een vrouw en liet bij zijn sterven geen nageslacht na. 21 Ook de tweede nam haar en stierf, en ook deze liet geen nageslacht na; en de derde evenzo. 22 En alle zeven namen haar tot vrouw en lieten geen nageslacht na; als laatste van allen stierf ook de vrouw. 23 In de opstanding, wanneer zij opgestaan zullen zijn, van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn? Want alle zeven hebben haar als vrouw gehad. 24 En Jezus antwoordde hun: Dwaalt u niet daardoor, dat u de Schriften niet kent en ook niet de kracht van God? 25 Want wanneer ze uit de doden opgestaan zullen zijn, trouwen ze niet en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar zijn ze als engelen in de hemelen. 26 En wat betreft de doden, dat zij opgewekt zullen worden: hebt u niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in de doornstruik tot hem sprak: Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? 27 Hij is niet een God van doden, maar een God van levenden. U dwaalt dus erg. Matt. 11:1-6 En het gebeurde, toen Jezus geëindigd had Zijn twaalf discipelen opdrachten te geven, dat Hij vandaar vertrok om onderwijs te geven en te prediken in hun steden. 2 Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen, 3 en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander? 4 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: 5 blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; 6 en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. Matth 19:3-10 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan [niet] om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 10 Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. 11 Maar Hij zei tegen hen: Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is.

12 Vervolg Markus 12:18-34 En een van de schriftgeleerden, die hen hoorde redetwisten en wist dat Hij hun goed geantwoord had, kwam naar Hem toe en vroeg Hem: Wat is het eerste van alle geboden? 29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël! De Here, onze God, de Here is één. 30 En u zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31 En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze. 32 En de schriftgeleerde zei tegen Hem: Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is, en er is geen ander dan Hij. 33 En Hem lief te hebben met heel het hart en met heel het verstand en met heel de ziel en met heel de kracht, en de naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers. 34 En toen Jezus zag dat hij verstandig geantwoord had, zei Hij tegen hem: U bent niet ver van het Koninkrijk van God. En niemand durfde Hem meer iets te vragen.

13 STUDIE METHODEN De subjectieve methode (tekst ---leer)
De deductieve methode (leer --- tekst) De inductieve methode (tekst --- waarheid) In deze studie wordt gebruik gemaakt van de inductieve methode 1. De subjectieve methode (tekst ---leer) (preek of één richting) a. Velen gebruiken deze benadering bij hun dagelijks Bijbel lezen of prediking. b. Bij deze benadering voel je dat God door Zijn Geest spreekt door een vers of gedeelte te benadrukken. c. Er word geen rekening gehouden met het verband waarin het vers staat. d. Een risico is dat wanneer dit de enige manier van Bijbelstudie is, men zich open kan stellenvoor verkeerde of zelfs valse leringen. e. Alles wat geleerd wordt door deze benadering moet getoetst worden door de inductieve benadering. 2. De deductieve methode (leer ---> tekst) a. Bij de deductieve benadering kom je tot de bijbel met een stelling of leer, en probeert deze te bewijzen door er de juiste Bijbelverzen bij te zoeken. b. Je hebt al een conclusie bereikt voordat de bijbel in verband bestudeerd is. c. Deze benadering geeft alleen goede resultaten als de stelling waar je van uitging correct is. d. Deze benadering kan alleen met vrucht gebruikt worden als je reeds een gedegen inductieve kennis van de bijbel hebt. 3. De inductieve methode (tekst ---> waarheid) a. Deze benadering laat de Bijbel voor zichzelf spreken. b. De primaire vraag is wat de schrijver (geïnspireerd door de Heilige Geest) te zeggen heeft. c. Conclusies zijn het resultaat van nauwkeurige observatie zonder vooringenomen standpunten. d. Het onderwerp wordt in verband bestudeerd. Conclusies De inductieve benadering verdient de voorkeur en door deze benadering kan een hecht fundament gelegd worden voor latere deductieve studies.

14 De inductieve methode Bij de inductieve leermethode komt men tot een algemene regel op grond van een aantal specifieke waarnemingen. De 'inductieve methode' is bedoeld om de persoon die een specifiek onderwerp of gedeelte bestudeert, te helpen om te ontdekken wat de Bijbel hierover zegt. Dit gebeurt door vragen te gebruiken die de persoon zelf dient te beantwoorden. 1. De subjectieve (preek of één richting) methode a. Velen gebruiken deze benadering bij hun dagelijks Bijbel lezen of prediking. b. Bij deze benadering voel je dat God door Zijn Geest spreekt door een vers of gedeelte te benadrukken. c. Er word geen rekening gehouden met het verband waarin het vers staat. d. Als dit de enige manier van Bijbelstudie is, stelt men zich open voor verkeerde of zelfs valse leringen. e. Alles wat geleerd wordt door deze benadering moet getoetst worden door de inductieve benadering. 2. De deductieve methode (leer ---> Tekst) a. Bij de deductieve benadering kom je tot de bijbel met een stelling of leer, en probeert deze te bewijzen door er de juiste Bijbellezen bij te zoeken. b. Je hebt al een conclusie bereikt voordat de bijbel in verband bestudeerd is. c. Deze benadering geeft alleen goede resultaten als de stelling waar je van uitging correct is. d. Deze benadering kan alleen met vrucht gebruikt worden als je reeds een gedegen inductieve kennis van de bijbel hebt. 3. De inductieve methode (Tekst ---> waarheid) a. Deze benadering laat de Bijbel voor zichzelf spreken. b. De primaire vraag is wat de schrijver (geïnspireerd door de Heilige Geest) te zeggen heeft. c. Conclusies zijn het resultaat van nauwkeurige observatie zonder vooringenomen standpunten. d. Het onderwerp wordt in verband bestudeerd. Conclusies De inductieve benadering verdient de voorkeur en door deze benadering kan een hecht fundament gelegd worden voor latere deductieve studies. Bij de inductieve benadering wordt ieder Bijbelvers, wat met het onderwerp te maken heeft, in verband bestudeerd. Door de Heilige Geest gaan wij de menselijke schrijver begrijpen die als auteur door dezelfde Geest geïnspireerd is. De inductieve manier van deze studie maakt het mogelijk om: - zelf een volwassen christen te worden (2 Tim. 3:16,17) - anderen te onderwijzen (Heb. 5:12) - ontvangen onderwijs te toetsen (Han. 17:11). Uitleg op basis van BENADERINGEN VAN INDUCTIEVE BIJBELSTUDIE.DOC Bij de inductieve leermethode komt men tot een algemene regel op grond van een aantal specifieke waarnemingen. 2. De 'inductieve methode' is bedoeld om de persoon die een specifiek onderwerp of gedeelte bestudeerd of uitlegt, te helpen om te ontdekken wat de Bijbel zegt. 3. Dit gebeurt door vragen te gebruiken die de persoon zelf dient te beantwoorden.

15 De vragen zijn onder te verdelen in:
1. Gebed. gebed om Gods wijsheid en inzicht is onontbeerlijk. 2. Observatie. Observatie is nauwkeurige waarneming van wat de Bijbeltekst eigenlijk zegt. 3. Interpretatie Wat was de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver? of: Hoe begrepen de eerste lezers deze tekst? 4. Toepassing Wat betekent de tekst vandaag de dag voor ons? Wat heeft God ons persoonlijk te zeggen? 1. Observatievragen. Deze vragen zijn erop gericht om de inhoud van een Bijbelgedeelte te begrijpen. 2. Interpretatievragen. Deze vragen zijn bedoeld om de betekenis van een gedeelte uit te diepen. 3. Toepassingsvragen. Deze helpen te ontdekken wat het gedeelte in ons leven betekent of kan betekenen.

16 GEBED David bad om hulp om de schoonheid van Gods wet te mogen zien. (Psalm 119:18). Zonder de hulp van Christus kunnen wij niets doen, ook geen Bijbelstudie (Joh. 15:5; Joh.15:26; Joh.16:13). De Heilige Geest heeft de bijbelschrijvers geïnspireerd en wil ook ons volledig inzicht geven in Gods Woord (1 Joh.2:20;1 Joh.2:27). Psalm 119:18 Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet. Voor ons geldt dat als inzichten in Zijn Waarheid te mogen ontvangen, Gods wet staat in ons hart geschreven. Johannes 15:5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Johannes 15:26 Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. 1 Johannes 2:20 U bent heel anders, want de Heilige Geest is in u komen wonen en daardoor kent u de waarheid.(Boek) 1 Johannes 2:27 Maar u hebt de Heilige Geest ontvangen en Hij woont in u. Daarom hoeft niemand anders u te leren wat God wil, want Hij Zelf is uw Leraar. Wat Hij zegt, is de waarheid en geen leugen. Doe daarom wat de Heilige Geest u geleerd heeft en blijf één [in] met Christus.(Boek) in Hem volgens de SV en HSV 1 Johannes 4:6 Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling. Johannes 14:17 namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Johannes 15:26 ¶ Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen. Johannes 14:26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. 1 Corinthiërs 2:10 Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. 1 Corinthiërs 2:11 Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God.

17 OBSERVATIE Observatie is; een nauwkeurige waarneming van wat de bijbeltekst eigenlijk zegt Wat staat er eigenlijk in de tekst? Het is noodzakelijk om afstand nemen van; boeken, vooroordelen en kerkelijke leer (de zgn. tunnel- of kokervisie). De tekst lezen alsof die nog nooit eerder gelezen is. Om goed te observeren zullen wij de tekst verscheidene malen door moeten lezen. OBSERVATIE Observatie is nauwkeurige waarneming van wat de bijbeltekst eigenlijk zegt. Wat staat er eigenlijk in de tekst? Om open te kunnen staan voor nieuwe inzichten, zal het vaak noodzakelijk zijn afstand te nemen van vooroordelen en kerktradities (het zgn. kokervisie). Het is het beste om de tekst te lezen alsof die nog nooit eerder gelezen is. Om goed te observeren zullen wij de tekst verscheidene malen door moeten lezen.

18 INTERPRETATIE Wat was de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver?
Wat betekende de tekst toen het voor het eerst geschreven werd? Hoe begrepen de eerste lezers deze tekst? Erachter komen wat Gods woord betekende voor de eerste toehoorders of lezers. INTERPRETATIE (exegese) Voordat we kunnen weten wat Gods Woord nu van ons vraagt, moeten we erachter komen wat Gods woord betekende voor de eerste toehoorders of lezers. De menselijke auteur en de oorspronkelijke lezers leefden duizenden jaren geleden in andere landen en onder andere omstandigheden dan wij. De fundamentele vraag bij het doen van interpretatie is dan ook: Wat betekende de tekst toen het voor het eerst geschreven werd? We zouden ook kunnen vragen: Wat was de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver? of: Hoe begrepen de eerste lezers deze tekst? Bijvoorbeeld: wie waren de toehoorders in de in de Bergrede, Mattheüs 5,6 en 7. Nog een voorbeeld als herkenningspunt: Farizeeën komt 31 keer voor in Mattheüs, 11 keer in Markus, 22 keer in Lucas en 2o keer in Johannes. Wat kan dat betekenen? Juiste interpretatie is alleen mogelijk na nauwkeurige observatie. Goede observatie leidt tot een beter begrip van de Bijbel en het onderwerp wat wij onderzoeken. Er zijn drie gevaren bij interpretatie: Mis-interpretatie: Het toeschrijven van een foutieve betekenis aan een bijbeltekst. Over-interpretatie: Het toeschrijven van bepaalde betekenissen aan een bijbeltekst, die er eigenlijk niet zijn. Onder-interpretatie: Het toeschrijven van te weinig betekenis aan een bijbeltekst, terwijl er meer uitleg mogelijk is. Iedere bijbeltekst heeft slechts één juiste interpretatie. Het is niet altijd mogelijk die juiste interpretatie te achterhalen. Eén tekst kan wel meerdere toepassingen hebben. Wat is de betekenis van bepaalde woorden? Woorden hebben slechts betekenis in zinnen en zinnen krijgen hun volle betekenis in paragrafen. Een woord moet dan ook altijd in verband bestudeerd worden, samen met de voorafgaande en volgende zinnen. Wat is de geschiedkundige achtergrond van het boek of gedeelte? Met de geschiedkundige achtergrond bedoelen we de omstandigheden waaronder het boek geschreven werd en de omstandigheden die te maken hebben met de inhoud van het boek. Wie schreef Wat aan Wie, Wanneer, Waar, Waarom, Hoe en Waartoe? In het beantwoorden van deze verschillende interpretatievragen, is het goed de volgende algemene richtlijnen voor interpretatie aan te houden: Gezond verstand verklaart het overgrote deel van de bijbel (natuurlijke zin). Een vers kan niet nu betekenen wat het nooit in de tijd van de bijbel betekent heeft (geschiedkundige zin). Eén bepaald vers moet zo verklaard worden dat het de rest van de Bijbelse openbaring niet tegenspreekt. Indirecte conclusies moeten nooit expliciet onderwijs tegenspreken. Moeilijke verzen moeten verklaard worden in het licht van duidelijke passages en niet andersom (harmonische zin). De oudtestamentische geschiedenis, poëzie en profetie moeten verklaard worden in het licht van de oudtestamentische wet. De nieuwtestamentische evangeliën, Handelingen en Openbaring in het licht van de brieven. Het Oude Testament moet verklaard worden in het licht van het Nieuwe Testament. De symbolen en typebeelden van het Oude Testament worden vaak uitgelegd in het Nieuwe (bijv. Markus 7:18,19; Hebreeën). De bijbel is waar in alles wat zij bevestigt. Er staan ook leugens in de bijbel, maar deze werden gesproken door bijv. Jobs vrienden of satan. Er staan ook een aantal slechte voorbeelden in de bijbel, die wij beslist niet moeten volgen (bijv. Jefta's eed in Richteren 11, Davids overspel met Bathseba in 2 Samuel 11).

19 APPLICATIE. Applicatie of toepassing is het doel en de kroon van alle Bijbelstudie. Wat betekent de tekst heden voor ons? Wat heeft God te zeggen aan of over; ons persoonlijk, alle mensen als individuen, onze familie, alle families, onze kerk, alle kerken, onze samenleving, de wereld? Deze vragen kunnen slechts beantwoord worden na zorgvuldige interpretatie. APPLICATIE. Applicatie of toepassing is het doel en de kroon van alle Bijbelstudie. Wat betekent de tekst heden voor ons? Wat heeft God te zeggen over jou persoonlijk, alle mensen als individuen, je familie, alle families, je kerk, alle kerken, je samenleving, de wereld? Deze vragen kunnen slechts beantwoord worden na zorgvuldige interpretatie. We zullen altijd de verleiding moeten weerstaan om direct van observatie naar applicatie te gaan. Bij het toepassen van Gods woord moeten wij onderscheid maken tussen absolute en relatieve waarden. Absolute waarden zijn algemene, onveranderlijke, universele principes, terwijl relatieve waarden aan plaatsen, culturen en geschiedenis gebonden zijn. De absolute waarden van het Nieuwe Testament zijn direct toepasbaar op onze tijd, doordat wij onder het Nieuwe Verbond leven. De absolute waarden van het Oude Testament kunnen alleen toegepast worden in het licht van de genade die Christus gebracht heeft. De hele bijbel is geïnspireerd en is Gods Woord voor ons, maar niet ieder gebod is een opdracht aan ons. Wanneer relatieve waarden verabsoluteerd worden, leidt dit tot wetticisme; wanneer absolute waarden gerelativeerd worden leidt dit tot liberalisme. De volgende vragen kunnen ons helpen om absolute waarden in het Woord te ontdekken en deze toe te passen op ons leven. Is er sprake van: een zonde om op te geven? een gebod om op te volgen? een voorbeeld om na te volgen? een nieuwe waarheid om te begrijpen? een fout om te voorkomen? een belofte om in te nemen? Welke veranderingen moet ik in mijn leven maken in het licht van deze waarheden? Wees specifiek en maak er een lijstje van. Hoe kan ik deze veranderingen in mijn leven bewerkstelligen? Wat is mijn gebed aangaande deze waarheden en voorgenomen veranderingen? Overzicht Methode Het snel doorlezen van een Bijbelgedeelte of Bijbelgedeeltes om een eerste indruk en overzicht te verkrijgen. Welke woorden, ideeën, personen en gebeurtenissen komen herhaaldelijk voor? Wat zijn de stijl en atmosfeer van het gedeelte of de gedeeltes? Kritische Bijbelstudie Methode Wie heeft het gedeelte of boek geschreven? Wie waren de ontvangers? Van waar werd het boek geschreven en waar waren de ontvangers? Wanneer werd het geschreven? Vergelijkende Methode De Bijbel interpreteert zichzelf; daarom is het belangrijk verschillende schriftgedeeltes naast elkaar te leggen en met elkaar te vergelijken. Synthetische Methode Na alle details bekeken te hebben, is het goed opnieuw het grote geheel te bestuderen en te zien hoe de verschillende themaonderdelen van het onderwerp in elkaar passen.

20 advies Deze studie bestaat uit 40 vragen met soms een aantal subvragen. De studie is onderverdeeld in 7 delen. Het advies is om niet meer dan 1 deel per studieavond, dag of week door te nemen. Ga pas verder met een volgende vraag nadat u voor uzelf een acceptabel antwoord of uitleg gevonden hebt en maak notities.

21 Gods woord geeft leven Watchman Nee
“ Wij mensen moeten niet proberen ‘volmaakte’ boeken te schrijven en volmaakt onderwijs te geven. Het gevaar van zulke volmaaktheid is dat iemand het kan begrijpen zonder de hulp van de Heilige Geest. Als God ons, buiten Zijn Woord, informatie geeft, zal dat altijd uit gebroken fragmenten bestaan, niet altijd duidelijk of logisch, zonder conclusies en toch kunnen ze ons leven geven. Wij kunnen geen goddelijke feiten analyseren en systematiseren. Alleen de vleselijke christen wil altijd intellectueel bevredigende conclusies hebben. Het Woord van God zelf heeft het fundamentele karakter dat het altijd en wezenlijk door de Heilige Geest tot onze geest en tot ons leven spreekt.” Watchman Nee Watchman Nee heeft eens gezegd: “Wij mensen moeten niet proberen ‘volmaakte’ boeken te maken. Het gevaar van zulke volmaaktheid is dat iemand het kan begrijpen zonder de hulp van de Heilige Geest. Maar als God ons boeken geeft, zullen dat altijd gebroken fragmenten zijn, niet altijd duidelijk of logisch, zonder conclusies en toch kunnen ze ons leven geven. We kunnen geen goddelijke feiten analyseren en systematiseren. Alleen de onvolwassen christen wil altijd intellectueel bevredigende conclusies hebben. Het Woord van God zelf heeft dit fundamentele karakter dat het altijd en wezenlijk tot onze geest en tot ons leven spreekt.” Watchman Nee heeft bij mijn weten nooit tekst uit een boek aangehaald behalve uit HET BOEK 1 Cor 2:2: 3 En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. 4 En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, 5 opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God. 6 En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden.

22 dus: Stel wij geloven in de Here Jezus.
Stel wij willen geloven wat er in Gods Woord staat! Geloven wij dat de woorden die Jezus gesproken heeft waar zijn? Hoe gaan wij dan om met de vele algemene aanwijzingen die de Bijbel geeft? Hoe gaan wij dan om met de aanwijzingen en voorschriften die in de Bijbel staan over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen? Zijn wij bereid om deze voorschriften en aanwijzingen te onderzoeken? Zo ja, laten wij dan samen op zoektocht gaan om Zijn Waarheid te vinden! Stel wij geloven in de Here Jezus. Stel wij willen geloven wat er in Gods Woord staat! Geloven wij dat de woorden die Jezus gesproken heeft waar zijn? Hoe gaan wij dan om met de vele algemene aanwijzingen die de Bijbel geeft? Hoe gaan wij dan om met de voorschriften die in de Bijbel staan over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen? Zijn wij bereid om deze voorschriften en aanwijzingen te onderzoeken? Zo ja, laten wij dan samen op zoektocht gaan om Zijn Waarheid te vinden!

23 Geest van de waarheid Johannes 1:17 “Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.” Johannes 16:13 “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. 2 Tim. 2: 15 Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt. 2 Tim. 3: Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.

24 VRAAG 1 Bent u bereidt om Gods woord over dit onderwerp te benaderen met zachtmoedigheid en nederigheid, in de wetenschap dat God degene is die in Christus Jezus Zijn waarheid aan ons wil openbaren. Zo niet, waarom dan niet? Zo niet, waarom dan niet?

25 SAMENVATTEN:   Lees in de komende tijd, biddend, ter voorbereiding, de Bijbelgedeeltes op de volgende dia en vat voor uzelf elk van de passages, in uw eigen woorden, kort samen door uzelf de volgende vragen te stellen: “Wat staat er?” “Wat betekent het?” “Wat betekent dit in mijn leven?” begin daarna pas aan deel 2 Vat elk van de passages in uw eigen woorden kort samen door jezelf de vragen te stellen: “Wat staat er?” “Wat betekent het?” “Wat betekent dit mijn leven?”

26 Bijbel passages Genesis 2:23; 6:1-2 Exodus 20:14; 5:18
Deuteronomium 22:13-30; 24:1-4 Hosea 1:2-2:23 Maleachi 2:14-16 Mattheüs 1:18-20; 5:17; 5:27-28; 19:1-12 Markus 10:1-12 Lukas 1:26-38; 2:1-7; 16:18 Johannes 4:1-29 Romeinen 7:1-3 1 Korintiërs 7:10-16; 13:1-13 Efeziërs 5:22-33 I. Lees zorgvuldig de volgende passages van de Schrift: Genesis 2:23, 23 Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen. Exodus 20:14 Gij zult niet echtbreken.( ףאנ na’aph,= overspel plegen) 6: 1-2 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. Deuteronomium 5:18 En u zult geen overspel plegen. 15 dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort. 14 en als hij haar dan allerlei dingen ten laste legt, haar een slechte naam bezorgt, en zegt: Deze vrouw heb ik tot vrouw genomen, maar toen ik tot haar naderde, ontdekte ik dat ze geen maagd meer was, Deuteronomium 22:13-30; 13 Wanneer een man een vrouw neemt, bij haar komt, en vervolgens een afkeer van haar krijgt, 16 De vader van het meisje moet dan tegen de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 19 Ze moeten hem een boete van honderd zilverstukken opleggen en die aan de vader van het meisje geven, omdat hij een maagd uit Israël een slechte naam heeft bezorgd. Verder zal zij hem tot vrouw blijven; hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 18 Dan moeten de oudsten van die stad die man meenemen en hem straffen. 17 En zie, hij heeft haar allerlei dingen ten laste gelegd door te zeggen: Ik heb ontdekt dat uw dochter geen maagd meer was. Maar dit is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter. Vervolgens moeten zij het kleed voor de oudsten van de stad uitspreiden. 21 dan moeten zij het meisje naar buiten brengen, naar de deur van het huis van haar vader, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen stenigen totdat zij sterft, want zij heeft een schandelijke daad in Israël begaan door hoererij te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen. 22 Wanneer ergens een man aangetroffen wordt terwijl hij met een vrouw slaapt die met een andere man getrouwd is, dan moeten zij beiden sterven, de man die met de vrouw geslapen heeft, en de vrouw. Zo moet u het kwaad uit Israël wegdoen. 20 Maar als dit woord waar is, als ontdekt wordt dat het meisje geen maagd meer was, 24 dan moet u hen beiden naar buiten brengen, naar de poort van die stad, en moet u hen met stenen stenigen totdat zij sterven; het meisje vanwege het feit dat zij binnen de stad niet om hulp geroepen heeft, en de man vanwege het feit dat hij de vrouw van zijn naaste vernederd heeft. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen. 23 Wanneer een meisje nog maagd is, maar wel in ondertrouw met een man, en een andere man treft haar binnen de stad aan en slaapt met haar, 25 Maar als de man het ondertrouwde meisje in het open veld aantreft, en de man haar vastgrijpt en met haar slaapt, dan moet alleen de man die met haar geslapen heeft, sterven. 26 Het meisje mag u niets doen, want het meisje heeft geen zonde begaan die de dood verdient. Deze zaak komt immers overeen met het geval dat een man zijn naaste aanvalt en deze om het leven brengt. 29 dan moet de man die met haar geslapen heeft, aan de vader van het meisje vijftig zilverstukken geven, en zij zal hem tot vrouw zijn, omdat hij haar vernederd heeft. Hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 28 Wanneer een man een meisje aantreft, een maagd die niet in ondertrouw is, en hij grijpt haar en slaapt met haar, en zij worden ontdekt, 27 Hij trof haar namelijk aan in het open veld, en het ondertrouwde meisje riep, maar er was niemand die haar verloste. 30 Een man mag de vrouw van zijn vader niet tot vrouw nemen, en hij mag het kleed van zijn vader niet openslaan. 2 en als zij dan uit zijn huis vertrekt, weggaat en de vrouw van een andere man wordt, 24:1-4 1 Wanneer een man een vrouw genomen heeft en met haar getrouwd is, en het gebeurt dat zij geen genade meer vindt in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, en hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, 3 en die laatste man ook een afkeer van haar krijgt, haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, of als die laatste man, die haar voor zichzelf tot vrouw genomen heeft, sterft, 4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de Here een gruwel. U mag geen zonde brengen over het land dat de Here, uw God, u als erfelijk bezit geeft. 2 Het begin van het spreken van de Here door Hosea.De Here zei tegen Hosea: Ga! Neem voor u een vrouw van de hoererijen en kinderen van de hoererijen, want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de Here af. 3 Hij ging en nam Gomer, een dochter van Diblaïm; zij werd zwanger en baarde hem een zoon. 4 Toen zei de Here tegen hem: Geef hem de naam Jizreël, want nog even en Ik zal de bloedschulden van Jizreël vergelden aan het huis van Jehu, en Ik zal het koningschap van het huis van Israël wegdoen. 5 Op die dag zal het gebeuren dat Ik de boog van Israël zal breken in het dal van Jizreël. 6 Zij werd opnieuw zwanger, en zij baarde een dochter. Daarop zei Hij tegen hem: Geef haar de naam Lo-Ruchama, want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis van Israël, want Ik zal hen zeker wegvoeren. 7 Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en Ik zal hen verlossen door de Here, hun God. Ik zal hen echter niet verlossen door boog, door zwaard, door strijd, door paarden of door ruiters. Hosea 1:2-2:23 8 Toen zij Lo-Ruchama niet meer de borst gaf, werd zij weer zwanger, en zij baarde een zoon. 9 En Hij zei: Geef hem de naam Lo-Ammi, want u bent niet Mijn volk en Ík zal er voor u niet zijn. 10 Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: kinderen van de levende God. 11 Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. Zij zullen voor zich één Hoofd aanstellen en uit het land oprukken; want groot zal de dag van Jizreël zijn. 2 (1:12) Zeg tegen uw broeders: Ammi, en tegen uw zusters: Ruchama. 2 (2:1) Klaag uw moeder aan, klaag haar aan, want zij is Mijn vrouw niet en Ik ben haar Man niet. Laat zij haar hoererij van haar gezicht wegdoen, en haar overspel van tussen haar borsten. 3 (2:2) Anders zal Ik haar naakt uitkleden, haar neerzetten als op haar geboortedag, haar maken als de woestijn, haar doen worden als een dor land en haar doen sterven van de dorst. 4 (2:3) Ook over haar kinderen zal Ik Mij niet ontfermen, omdat zij kinderen van de hoererijen zijn. 5 (2:4) Want hun moeder heeft hoererij bedreven; zij die van hen zwanger is geweest, heeft zich schandelijk gedragen. Zij zegt immers: Ik ga achter mijn minnaars aan; die geven mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank. 6 (2:5) Daarom, zie, Ik ga uw weg met dorens omheinen, Ik zal haar met een muur omgeven, zodat zij haar paden niet zal kunnen vinden. 7 (2:6) Zij zal haar minnaars najagen, maar hen niet inhalen; hen zoeken, maar hen niet vinden. Dan zal zij zeggen: Ik ga, ik keer terug naar mijn vorige Man, want toen had ik het beter dan nu. 8 (2:7) Zíj erkent echter niet dat Ik het ben Die haar het koren, de nieuwe wijn en de olie gegeven heb, dat Ik het zilver en het goud voor haar vermeerderd heb, dat zij voor de Baäl gebruikt hebben. 9 (2:8) Daarom keer Ik terug en neem Ik Mijn koren weg op zijn tijd, en Mijn nieuwe wijn op de daarvoor vastgestelde tijd. Ik ruk Mijn wol en Mijn vlas weg, waarmee zij haar naaktheid moet bedekken. 10 (2:9) Nu dan, Ik zal haar schaamte ontbloten voor de ogen van haar minnaars, en niemand zal haar uit Mijn hand redden. 11 (2:10) Ik zal al haar vreugde doen ophouden, haar feesten, haar nieuwemaansdagen en haar sabbatten, ja, al haar feestdagen. 12 (2:11) Ik zal haar wijnstok en haar vijgenboom verwoesten, waarvan zij zegt: Die vormen voor mij het hoerenloon dat mijn minnaars mij gegeven hebben. Maar Ik zal er een woud van maken en de dieren van het veld zullen ervan vreten. 13 (2:12) Ik zal haar de dagen van de Baäls vergelden, waarop zij reukoffers aan hen bracht. Zij tooide zich met haar ring en haar halssieraad en ging achter haar minnaars aan, maar Mij vergeet zij, spreekt de Here. 14 (2:13) Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, haar de woestijn in leiden, en naar haar hart spreken. 15 (2:14) Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven, en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte. 16 (2:15) Op die dag zal het gebeuren, spreekt de Here, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl! 17 (2:16) Dan zal Ik de namen van de Baäls uit haar mond wegdoen en aan hun namen zal niet meer gedacht worden. 18 (2:17) Ik zal voor hen een verbond sluiten op die dag met de dieren van het veld, met de vogels in de lucht en de kruipende dieren op de aarde. En boog, zwaard en strijd zal Ik van de aarde doen verdwijnen, en Ik zal hen onbezorgd doen neerliggen. 19 (2:18) Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. 20 (2:19) In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de Here kennen. 21 (2:20) Op die dag zal het geschieden, spreekt de Here, dat Ik zal verhoren. Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren. 22 (2:21) Dan zal de aarde het koren, de nieuwe wijn en de olie verhoren, en die zullen Jizreël verhoren. 23 (2:22) En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien en Mij ontfermen over Lo-Ruchama. Ik zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God! 8 min 14 Dan zegt u: Waarom? Omdat de Here Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. 15 Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. 16 Want de Here, de God van Israël, zegt dat Hij het wegsturen van de eigen vrouw haat, hoewel men het geweld bedekt met zijn gewaad, zegt de Here van de legermachten. Wees dus op uw hoede met uw geest en handel niet trouweloos. Maleachi 2:14-16 Mattheüs 1:18-20; De geboorte van Jezus Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. 19 Jozef, haar man, wilde haar onopgemerkt verlaten, omdat hij rechtvaardig was en haar niet in het openbaar te schande wilde maken. 20 Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Here verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest; 5:17; 17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 5: U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. 28 Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft. 19:1-12 3 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 10 Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. 11 Maar Hij zei tegen hen: Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is. 12 Want er zijn ontmanden die uit de moederschoot zo geboren zijn; en er zijn ontmanden die door de mensen ontmand zijn; en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit vatten kan, laat die het vatten. 1 En het gebeurde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij uit Galilea vertrok en over de Jordaan naar het gebied van Judea ging. 2 En een grote menigte volgde Hem, en Hij genas hen daar. 1 En toen Hij opgestaan was, ging Hij vandaar naar het gebied van Judea, door het Overjordaanse; en de menigten kwamen opnieuw bij Hem samen, en zoals Hij gewoon was, onderwees Hij hen opnieuw. 2 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen Hem, om Hem te verzoeken, of het een man geoorloofd is zijn vrouw te verstoten. 3 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Wat heeft Mozes u geboden? 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. 5 En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven. 6 Maar vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. 7 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; 8 en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. 9 Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 10 En thuis stelden Zijn discipelen Hem hierover opnieuw vragen. 11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Markus 10:1-12 26 In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, 27 naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. 28 En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Here is met u. U bent gezegend onder de vrouwen. 29 Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn. 30 En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. 32 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Here, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, 33 en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen. 34 Maria zei tegen de engel: Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man? 35 En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. 36 En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd. 37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. 38 Maria zei: Zie, de dienares van de Here, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord. En de engel ging van haar weg. Lukas 1:26-38; 1 En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden. 2 Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was. 3 En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad. 4 Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, 5 om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was. 6 En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, 7 en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. 2:1-7; 18 Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel. 16:18 1 Toen nu de Here merkte dat de Farizeeën gehoord hadden dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes 2 -hoewel Jezus Zelf niet doopte, maar Zijn discipelen- 3 verliet Hij Judea en vertrok Hij weer naar Galilea. Johannes 4:1-29 4 En Hij moest door Samaria gaan. 5 Hij kwam dan bij een stad in Samaria, Sichar genoemd, dicht bij het stuk grond dat Jakob zijn zoon Jozef gegeven had. 6 En daar was de bron van Jakob. Jezus nu ging, vermoeid van de reis, bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. 7 Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij te drinken. 8 Want Zijn discipelen waren weggegaan naar de stad om voedsel te kopen. 9 De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem: Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? (Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen.) 10 Jezus antwoordde en zei tegen haar: Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben. 11 De vrouw zei tegen Hem: Mijnheer, U hebt geen emmer en de put is diep; waar hebt U dan het levende water vandaan? 12 Bent U soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven heeft en zelf daaruit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden? 13 Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, 14 maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. 15 De vrouw zei tegen Hem: Mijnheer, geef mij dat water, opdat ik geen dorst meer zal hebben en niet hier hoef te komen om te putten. 16 Jezus zei tegen haar: Ga heen, roep uw man en kom hier. 17 De vrouw antwoordde en zei tegen Hem: Ik heb geen man. Jezus zei tegen haar: U hebt terecht gezegd: Ik heb geen man, 18 want vijf mannen hebt u gehad en die u nu hebt, is uw man niet; dat hebt u naar waarheid gezegd. 19 De vrouw zei tegen Hem: Mijnheer, ik zie dat U een profeet bent. 20 Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. 21 Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. 22 U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. 23 Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. 24 God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. 25 De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die Christus genoemd wordt); wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alles verkondigen. 26 Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreek. 27 En op dat moment kwamen Zijn discipelen en zij verwonderden zich dat Hij met een vrouw sprak. Toch zei niemand: Wat zoekt U? of: Wat spreekt U met haar? 28 De vrouw nu liet haar waterkruik staan en ging weg naar de stad en zei tegen de mensen: 29 Kom, zie Iemand Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb; zou Híj niet de Christus zijn? 1 Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet kennen-dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. Romeinen 7:1-3 10 Maar de gehuwden beveel ik-niet ik, maar de Here-dat een vrouw niet zal scheiden van haar man, 11 -en als zij toch gaat scheiden, moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen-en dat een man zijn vrouw niet zal verlaten. 12 Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Here: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. 13 En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt ermee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten. 14 Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. 15 Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen. 16 Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden? 1 Korintiërs 7:10-16; 1 Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden. 2 En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets. 3 En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets. 13:1-13 4 De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig, 5 zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad, 6 zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich over de waarheid, 7 zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. 8 De liefde vergaat nooit. Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden. 9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, 10 maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, zal wat ten dele is, tenietgedaan worden. 11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan. 12 Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde. 22 Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Here, 23 want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. 24 Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn. 25 Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, 26 opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, 27 opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn. 28 Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Here de gemeente. 30 Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. 31 Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32 Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente. 33 Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. Efeziërs 5:22-33

27 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 2 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

28 VRAAG 2 a Genesis 2:24 geeft Gods woorden weer over de goddelijke instelling van het huwelijk. Hij verbindt twee samen in het huwelijk! Genesis 2:24 geeft Gods woorden weer over de goddelijke instelling van het huwelijk. Hij verbind twee samen in het huwelijk! Wat zijn de stappen die nodig zijn bij de vaststelling van een huwelijk? Geven deze vereisten aan wat normatief is?

29 Genesis 2:24 “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.” “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.”

30 VRAAG 2 b Wat zijn de stappen die nodig zijn bij de vaststelling van een huwelijk? vader en moeder verlaten hechten of aanhangen één vlees zijn. Wat zijn de stappen die nodig zijn bij de vaststelling van een huwelijk? Men kan stellen dat in de Bijbel niets staat over de burgerlijk wettelijke voorschriften maar wij hebben ons aan deze wetten te houden mits zij niet in strijd zijn met Gods regelgeving. Wat betekent eigenlijk 'verlaten en hechten, aankleven of aanhangen'? Het antwoord daarop is dat een man openlijk zijn vaders huis (autoriteit verlaat) en zichzelf aan zijn vrouw verbind en zij samen een nieuwe huishouding/gezin beginnen. Het is geen heimelijk gebeuren, maar iets wat gedaan wordt voor mensen en voor God. Ze leven openlijk als man en vrouw, op basis waarvan God hen één verklaart. Het is niet wat zij zeggen wat hen één maakt in Gods ogen, maar wat ze doen.

31 Het huwelijk vroeger huwelijkssluiting rond 1640
Definitie: Het huwelijk is in de westerse beschavingskring en een groot deel van de niet-westerse beschavingen een wettelijk geregelde, formele samenlevingsvorm voor het leven die de fundering vormt van de meeste gezinnen en die meer in het algemeen van belang is als legaal en sociaal geaccepteerd fundament onder seksuele relaties en familieverbanden. De precieze definitie van het huwelijk is afhankelijk van de historische en culturele context . huwelijkssluiting rond 1640 huwelijkssluiting rond 1770

32 Joods huwelijk Bij de ceremonie staan bruid en bruidegom samen onder een aan vier palen bevestigd baldakijn dat in de sjoel (synagoge) of buiten wordt opgesteld. Behalve onder de huwelijksbaldakijn trouwt men ook wel onder een talliet. Beide symboliseren het huis dat het stel samen zal gaan bewonen. De Sjeva Berachot (Hebreeuws: שבע ברכות, Nederlands-Asjkenazisch:Sjeva Brooches) betekent letterlijk zeven zegeningen en refereert aan De Zeven Zegenspreuken die aan het einde van de choepa (huwelijksceremonie) worden uitgesproken of gezongen voor het drinken van de tweede beker wijn. Ook aan het einde van het feestmaal volgend op de huwelijksceremonie reciteert men bovenbedoelde zegeningen bij het bensjen (dankzegging na de maaltijd) alsmede zeven dagen volgend op het huwelijk waarbij het bruidspaar elke avond bij vrienden en familie voor een feestelijk maal wordt uitgenodigd. Een andere benaming voor de Sjeva Berachot is Birkot Ni'soe'ien (Hebreeuws: ברכות נישואים), hetgeen huwelijkszegeningen betekent. geschilderd in 1903 door Jozef Israëls

33 Joods huwelijks overeenkomst

34 Het huwelijk nu Hedendaags huwelijk
Wat valt ons op wanneer wij alle beelden goed bestuderen? Overal zijn ouders / getuigen aanwezig en is er een bepaalde vorm van een ceremonie. Zelf bij Izak en Rebekka was er een ceremonie die aan het één zijn vooraf ging. Genesis 24:50-58 Laban en Bethuel antwoordden: Dit komt bij de Here vandaan. Wij kunnen tegen u niets meer ten kwade of ten goede zeggen. 51 Zie, Rebekka staat voor u. Neem haar mee en ga heen: laat zij de vrouw van de zoon van uw heer worden, zoals de Here gesproken heeft. 52 En het gebeurde, toen de dienaar van Abraham hun woorden hoorde, dat hij zich ter aarde neerboog voor de Here. 53 Daarna haalde de dienaar zilveren en gouden sieraden tevoorschijn en kledingstukken, en gaf die aan Rebekka. Ook haar broer en haar moeder gaf hij kostbaarheden. 54 Toen aten en dronken zij, hij en de mannen die bij hem waren, en overnachtten daar. Zij stonden ‘s morgens op en hij zei: Laat mij gaan, terug naar mijn heer. 55 Haar broer en haar moeder zeiden daarop: Laat het meisje nog een dag of tien bij ons blijven, daarna kunt u gaan. 56 Maar hij zei tegen hen: Houd mij niet op; de Here heeft immers mijn weg voorspoedig gemaakt. Laat mij gaan, dan ga ik terug naar mijn heer. 57 Toen zeiden zij: Laten we het meisje roepen en haar mening vragen. 58 Zij riepen Rebekka en vroegen haar: Wil je met deze man meegaan? Zij antwoordde: Ik zal meegaan. Hedendaags huwelijk

35 VRAAG 2 c vader en moeder verlaten hechten of aanhangen
één vlees zijn. Geven de vereisten; verlaten, hechten en één vlees zijn, aan wat normatief is? Men kan stellen dat in de Bijbel niets staat over de burgerlijk wettelijke voorschriften maar wij hebben ons aan deze wetten te houden mits zij niet in strijd zijn met Gods regelgeving. Wat betekent eigenlijk 'verlaten en hechten, aankleven of aanhangen'? Het antwoord daarop is dat een man openlijk zijn vaders huis (autoriteit verlaat) en zichzelf aan zijn vrouw verbind en zij samen een nieuwe huishouding/gezin beginnen. Het is geen heimelijk gebeuren, maar iets wat gedaan wordt voor mensen en voor God. Ze leven openlijk als man en vrouw, op basis waarvan God hen één verklaart. Het is niet wat zij zeggen wat hen één maakt in Gods ogen, maar wat ze doen.

36 VRAAG 3 a Valt samenwonen, in welke vorm dan ook, onder de stappen tot de vaststelling van het huwelijk zoals in de vorige vraag? (Romeinen 13:1-7 en Korintiërs 7:1-2) Valt samenwonen, in welke vorm dan ook, onder de stappen tot deze vaststelling van het huwelijk als in de vorige vraag? (Romeinen 13:1-7) Verklaar uw standpunt.

37 Romeinen 13:1-7 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, 2 zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. 3 Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. 4 Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. 5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten. 6 Om die reden immers betaalt u ook belastingen. Het zijn namelijk dienaars van God, die juist daarmee voortdurend bezig zijn. 7 Geef dus aan allen wat u verschuldigd bent: belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt. Rom. 13:1-5 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, 2 zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. 3 Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. 4 Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. 5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten.

38 1 Korintiërs 7:1-2 1 Wat nu de dingen betreft waarover u mij geschreven hebt: het is goed voor een mens om geen vrouw aan te raken. 2 Maar laat vanwege allerlei vormen van hoererij iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man. 3 Laat de man aan zijn vrouw de verschuldigde bereidwilligheid betonen en evenzo ook de vrouw aan haar man. Wat staat er in de grondtekst voor “aan te raken”? geen <3361> vrouw <1135> aan te raken <680> (5733). 680 απτομαι ‘haptomai, ww o.a. letterlijke vertaling: geslachtsgemeenschap met vrouwen, samenwoning; of de engelse vertaling voor het woord haptomai; carnal intercourse with a women or cohabitation.

39 VRAAG 3 b Verklaar uw standpunt.
Wanneer wij eerst uitgaan van omstandigheden waarbij de partners niet gelovig zijn maar wel de Bijbelse achtergrond erkennen dat God het huwelijk heeft ingesteld voor ieder mens, dan moeten wij onze eerst richten op Gods omschrijving van het huwelijk en daarna het burgerlijk huwelijk plaatsen in dit raamwerk. Gods regelgeving geldt, voor de Christen, daarbij als raamwerk voor de regels van het burgerlijk wetboek en niet omgekeerd. Bij de burgerlijke huwelijkssluiting verklaard men; “elkander aannemen tot echtgenoten en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden”. Dit alles op grond van het Burgerlijk wetboek artikelen 81-92 Zo zijn echtgenoten elkaar trouw, bijstand en hulp verschuldigd, net als zij jegens elkaar verplicht zijn om de kinderen op te voeden en die kosten te dragen. In hoeverre wijken deze regels af van de door God ingestelde regels? Wat zijn deze regels zoals God het huwelijksverbond bedoelt: Eén man en één vrouw hebben de intentie om samen, tot de dood hen scheid, een paar te vormen. (mannelijk en vrouwelijk) Er is een wederzijdse overeenstemming met ouderlijke instemming (vaderen moeder verlaten) (enkele uitzondering daarlaten bijv. bij overleden zijn van één of beide ouders). Aan elkaar verbinden door beloften, ceremonies (hoe gering ook) enz. (hechten) Fysieke samenvoeging tot één vlees. (tot één vlees zijn) Samen de kinderen opvoeden tot volgelingen van de Here Jezus. Maleachi 2:15 “ U werd met uw vrouw verbonden door God. Volgens zijn wijze bedoeling werd u door het huwelijk één in Zijn ogen. En wat wil Hij van u? Gelovige kinderen uit uw verbintenis.” (Het Boek) Samenwonen en geregistreerd partnerschap verschillen van het huwelijk doordat ze via een administratieve procedure beëindigd kunnen worden zonder tussenkomst van de rechter. Bij een huwelijkse echtscheiding moet er altijd sprake echter zijn van een rechtelijke uitspraak (echtscheidingsbrief) Kinderen die uit samenwoon en geregistreerde partnerschap relaties geboren worden, zijn niet automatisch kinderen van beide partners maar van de vrouw. Het geregistreerd partnerschap schept als zodanig geen afstammingsrelatie oftewel "familierechtelijke betrekking". Bij dergelijke relaties ontbreekt over het algemeen de intentie van het levenslange aangegaan en alomvattende karakter van een huwelijksverbond.

40 VRAAG 4 Wat zijn de bedoelingen van het huwelijk volgens:
Genesis 2:18 en 24; Genesis : Maleachi 2:15a; Efeziërs 5:31-33; Hebreeën 13:4a Openbaring 19:7-9; Openbaring 21:9 Zie voor de Bijbelteksten de volgende dia’s Wat zijn de bedoelingen van het huwelijk volgens: Genesis 2:18 en 24; Genesis : Maleachi 2:15a; Efeziërs 5:31-33; Hebreeën 13:4a Openbaring 19:7-9; Openbaring 21:9 Niet alleen zijn Gods beeltenis vertegenwoordigen Geen hoererij Niet om van te scheiden Niet om overspel te plegen Niet om hoererij te plegen Wel een afspiegeling van Christus en de gemeente een afspiegeling van de Grote bruiloft Afspiegeling van de bruid en het Lam

41 bedoelingen 1 Genesis 2:18, 18 Ook zei de Here God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem. 24; Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn. Genesis ; 27 En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! Maleachi 2:15a ; Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, Genesis 2:18, 18 Ook zei de Here God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem. 24; Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn. Genesis ; 27 En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! Maleachi 2:15a ; Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest,

42 bedoelingen vervolg Hebreeën 13:4a; Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijks bed onbevlekt, Openbaring 19:7-9; Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. 21:9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. Efeziërs 5:31-32a; Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; Hebreeën 13:4a; Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijks bed onbevlekt, Efeziërs 5:31-32a; Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; Openbaring 19:7-9; Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. 21:9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. Niet alleen zijn Een eenheid vormen Geen hoererij Niet om van te scheiden Niet om overspel te plegen Niet om hoererij te plegen Wel een afspiegeling van Christus en de gemeente een afspiegeling van de Grote bruiloft Afspeigeling van de bruid en he Lam

43 geheimenis Efeziërs 5:31-32a: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot;……” Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en is in het Latijns het woord: “sacramentum”. Efeziërs 5:31-32a: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot;……” Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en in het Latijnse het woord “sacramentum”. Mus’terion of sacramentum komen wij later op terug

44 VRAAG 5 a Waarom verbiedt de Mozaïsche wet specifiek overspel (Exodus 19:5-6; 20:14) ? Waarom verbiedt de Mozaïsche wet specifiek overspel (Exodus 19:5-6; 20:14) ?

45 Ex. 19:5-6 en 20:14 5-6 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken. 14 U zult niet echtbreken. - echtbreken - in de grondtekst “overspel plegen” (zie ook Deut. 5:18 “En u zult geen overspel plegen.”) Het volk is getrouwd met de Here God Ex 19:5-6Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Exodus 20:14 Gij zult niet echtbreken.( ףאנ na’aph,= overspel plegen) deut 5:18

46 VRAAG 5 b Waarom werd de doodstraf toegepast op degenen die overspel hadden gepleegd (Leviticus 20:10 en 22-26) ? Waarom werd de doodstraf toegepast op degenen die overspel hadden gepleegd (Leviticus 20:10 en 22-26) ? Het volk is getrouwd met de Here God Ex 19:5-6Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Exodus 20:14 Gij zult niet echtbreken.( ףאנ na’aph,= overspel plegen) deut 5:18

47 Leviticus 20:10 en 22-26 Leviticus 20:10; Een man die met de vrouw van iemand anders overspel pleegt, die met de vrouw van zijn naaste overspel pleegt, moet zeker gedood worden, de overspeler en de overspeelster. 22 U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden, zodat het land, waar Ik u heen breng om er te wonen, u niet zal uitspuwen. 23 U mag niet wandelen overeenkomstig de verordeningen van het volk dat Ik vóór u uit ga verdrijven. Omdat zij al die dingen hebben gedaan, heb Ik een afkeer van hen. 24 Tegen u heb Ik gezegd: Ú zult hun land in bezit nemen en Ík zal het u geven om het in bezit te nemen, een land dat overvloeit van melk en honing. Ik ben de Here, uw God, Die u vanuit de volken afgezonderd heeft. 25 U moet daarom onderscheid maken tussen de reine en de onreine dieren, en tussen de onreine en de reine vogels, opdat u zich niet tot een afschuw maakt met de dieren en met de vogels en met alles wat op de aardbodem kruipt, alles wat Ik voor u heb afgezonderd door het onrein te verklaren. 26 U moet heilig voor Mij zijn, want Ik, de Here, ben heilig. Ik heb u van de volken afgezonderd om van Mij te zijn. Leviticus 20:10; Een man die met de vrouw van iemand anders overspel pleegt, die met de vrouw van zijn naaste overspel pleegt, moet zeker gedood worden, de overspeler en de overspeelster. 22-26 U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden, zodat het land, waar Ik u heen breng om er te wonen, u niet zal uitspuwen. 23 U mag niet wandelen overeenkomstig de verordeningen van het volk dat Ik vóór u uit ga verdrijven. Omdat zij al die dingen hebben gedaan, heb Ik een afkeer van hen. 24 Tegen u heb Ik gezegd: Ú zult hun land in bezit nemen en Ík zal het u geven om het in bezit te nemen, een land dat overvloeit van melk en honing. Ik ben de Here, uw God, Die u vanuit de volken afgezonderd heeft. 25 U moet daarom onderscheid maken tussen de reine en de onreine dieren, en tussen de onreine en de reine vogels, opdat u zich niet tot een afschuw maakt met de dieren en met de vogels en met alles wat op de aardbodem kruipt, alles wat Ik voor u heb afgezonderd door het onrein te verklaren. 26 U moet heilig voor Mij zijn, want Ik, de Here, ben heilig. Ik heb u van de volken afgezonderd om van Mij te zijn.

48 VRAAG 6 Hoe werd de overspelige vrouw in het Nieuwe Testament door de Here Jezus behandeld (Johannes 8:1-11)? Hoe werd de overspelige vrouw in het nieuwe Testament door de Here Jezus behandeld (Johannes 8:1-11)? Waarom?

49 De overspelige vrouw  1 Jezus echter ging naar de Olijfberg. 2 En ‘s morgens vroeg kwam Hij opnieuw in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe; en Hij ging zitten en onderwees hen. 3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel betrapt was. 4 En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel. 5 In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U? 6 En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte en schreef met de vinger in de aarde. 7 En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen. 8 En opnieuw bukte Hij en schreef in de aarde. 9 Maar toen zij dit hoorden en in hun geweten overtuigd waren, gingen zij weg, de één na de ander, te beginnen bij de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen achtergelaten, en de vrouw die in het midden stond. 10 Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld? 11 En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer. 1 {De overspelige vrouw } Jezus echter ging naar de Olijfberg. 2 En ‘s morgens vroeg kwam Hij opnieuw in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe; en Hij ging zitten en onderwees hen. 3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel betrapt was. 4 En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel. 5 In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U? 6 En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte en schreef met de vinger in de aarde. 7 En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen. 8 En opnieuw bukte Hij en schreef in de aarde. 9 Maar toen zij dit hoorden en in hun geweten overtuigd waren, gingen zij weg, de één na de ander, te beginnen bij de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen achtergelaten, en de vrouw die in het midden stond. 10 Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld? 11 En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer.

50 VRAAG 7 a Als in het Oude Testament dood de straf was voor overspel, beëindigt overspel dan automatisch ook een huwelijk in het Nieuwe Testament? (Romeinen 7:1-3) Als in het Oude Testament dood de straf was voor overspel, beëindigd overspel dan automatisch ook een huwelijk in het nieuwe Testament (Romeinen 7:1-3)? Leg uit.

51 Romeinen 7:1-3 1 Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet kennen-dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. Rom. 7:1-3 {Vrij van de wet } Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet kennen-dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt.

52 VRAAG 7 b Leg uit waarom wel of niet.
Men zegt; de “onschuldige” mag scheiden bij overspel, mishandeling, verlating. De grondlegger van de zogenaamde “uitzonderingsclausule”, is Erasmus, “Het was het resultaat van de grote afkeer en verzet tegen elke roomse leer van Erasmus en Luther en later Calvijn die ook het huwelijk als verbond ontkenden en er een “contract” van gemaakt hebben. Erasmus kon zich vanuit zijn positie t.o.v. de Roomse doctrine niet verenigen met hun [Bijbelse] leer dat een huwelijk permanent was tot de dood van één der partners het huwelijk in Gods ogen ontbindt. Het huwelijk werd hierbij niet meer een door God ingestelde scheppingsorde, die niet door de mens gemaakt en gebroken kan worden, maar slechts een contract met ontbindende factoren waarbij de wil van de mens bepalend is. Dit is in de enige kerkelijke leerstelling die verwerkt is, namelijk in de “Westminster Confession of Faith”. Er is verder geen enkele officiële kerkelijke leerregel in Nederland te vinden waar deze verklaring staat maar is voor velen de rechtvaardiging geworden voor de “onschuldige om te echtscheiding en hertrouwen: Citaat: “De Nederlandse versie van: De Westminster Geloofsbelijdenis Hoofdstuk XXIV. Over het Huwelijk en de Echtscheiding. V. Overspel of hoererij, welke geschied is na een contract gesloten is voor het huwelijk, geeft recht aan de onschuldige partij om het contract te ontbinden.484 In het geval van overspel na de huwelijkssluiting, geeft het de onschuldige partij het recht om te scheiden:485 en, om na de echtscheiding, te hertrouwen met een ander, alsof de schuldige partij dood is.486 De Westminster Confession leert niet dat de huwelijksband alleen door de dood verbroken kan worden. Het staat, in ieder geval aan de onschuldige partij, hertrouwen toe na een echtscheiding in de visie van “als voor de schuldige zijnde dood” ….“en, om na de echtscheiding,te hertrouwen met een ander, alsof de schuldige partij dood is. (vet door auteur in de confessie weergave) Dit terwijl de Bijbel duidelijk weergeeft dat alleen wanneer de partner werkelijk dood is hij of zij vrij is om te trouwen met wie hij of zij wil, tenzij in de Heer (1Cor. 7:39), geeft de WC hierin toestemming op basis van een hypothetische dood. Als extra onderbouwing op het twijfelachtige van de verklaring hiervoor is de overspelig vrouw uit Johannes 8:4-5; “En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel. In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U?” Vers 10-11: “Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld? En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer.” Hier staat voor overspel hetzelfde Griekse woord, moi’cheuo, als in al de teksten die genoemd worden m.b.t. overspel als gevolg van hertrouwen. Verklaarde de Here Jezus de vrouw, nadat zij betrapt was op overspel, “DOOD”? Nee dat deed Hij niet, Hij verleende haar genade en sprak “Ga heen en zondig niet meer” ! Wie zijn wij om iemand “DOOD” te mogen verklaren waar de Here Jezus genade en herstel geeft!

53 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 3 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

54 VRAAG 8 Wat is door de Here Jezus de definitie van overspel (Mattheüs 5:17-20; 27-28; 31-32)? Wat is door Christus de definitie van overspel (Mattheüs 5:27-32)? Matth 5:17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.

55 Mattheüs 5:17/27/31 17-22 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. 28 Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een echtscheidingsbrief geven. 32 Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 17-22 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. 27-28 U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. 28 Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft. Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een echtscheidingsbrief geven. 32 Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan [niet om] hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel.

56 VRAAG 9a Wat waren de, door God, voorspelde gevolgen van huwelijksbanden tussen de Israëlieten met andere volken in Deuteronomium 7:1-4. Wat waren de, door God, voorspelde gevolgen van huwelijksbanden tussen de Israëlieten met andere volken in Deuteronomium 7:1-4. Hoe kwamen deze voorspellingen uit in Israëls geschiedenis (Richteren. 3:5-6; Koningen 11:1-8; Ezra 9:1-2)?

57 Deuteronomium 7:1-4 Wanneer de Here, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volken van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u, 2 en wanneer de Here, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan; u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn. 3 U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. 4 Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de Here tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt. Deut. 7:1-4. Wanneer de Here, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volken van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u, 2 en wanneer de Here, uw God, hen aan u {aan u-Letterlijk: voor uw aangezicht; zie ook vers 23. } overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan; u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn. 3 U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. 4 Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de Here tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt.

58 VRAAG 9b Hoe kwamen deze voorspellingen uit in Israëls geschiedenis (Richteren. 3:5-6; Koningen 11:1-8; Ezra 9:1-2)? Hoe kwamen deze voorspellingen uit in Israëls geschiedenis (Richteren. 3:5-6; 1 Koningen 11:1-8; Ezra 9:1-2)?

59 Richt.3 / 1 Kon 11 / ezra 9 Richteren. 3:5-6; Toen nu de Israëlieten te midden van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten woonden, namen zij hun dochters voor zich tot vrouwen en gaven zij hun eigen dochters aan hun zonen. En zij dienden hun goden.  1 Koningen 11:1-8; Koning Salomo had veel uitheemse vrouwen lief,… Ezra 9:1-2; Toen deze dingen voltooid waren, traden de vorsten op mij toe en zeiden: Het volk van Israël, de priesters en de Levieten hebben zich niet afgezonderd van de volken van de landen rondom wat hun gruwelen betreft, namelijk van de Kanaänieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en de Amorieten. Zij hebben immers uit hun dochters voor zichzelf en voor hun zonen vrouwen genomen en hebben het heilige zaad vermengd met de volken van de landen rondom,  en de vorsten en de machthebbers hebben als eersten de hand gehad in deze trouwbreuk.  Vermenging wat God uitdrukkelijk verboden had. Richteren. 3:5-6; Toen nu de Israëlieten te midden van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten woonden, namen zij hun dochters voor zich tot vrouwen en gaven zij hun eigen dochters aan hun zonen. En zij dienden hun goden.    1 Koningen 11:1-8; 1 {Vrouwen en afgoderij van Salomo } Koning Salomo had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de farao: Moabitische, Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, 2 uit de volken waarvan de Here tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen. Zij zouden ongetwijfeld uw hart doen afwijken, achter hun goden aan. Aan hen hechtte Salomo zich in liefde. 3 Hij had zevenhonderd vrouwen-vorstinnen-en driehonderd bijvrouwen. Zijn vrouwen deden zijn hart afwijken. 4 Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn hart deden afwijken, achter andere goden aan, zodat zijn hart niet volkomen was met de Here, zijn God, zoals het hart van zijn vader David, 5 want Salomo ging achter Astoreth aan, de god van de Sidoniërs, en achter Milkom, de afschuwelijke afgod van de Ammonieten. 6 Zo deed Salomo wat slecht was in de ogen van de Here: hij volhardde er niet in de Here na te volgen, zoals zijn vader David. 7 Toen bouwde Salomo een offer hoogte voor Kamos, de afschuwelijke afgod van de Moabieten, op de berg die voor Jeruzalem ligt, en voor Molech, de afschuwelijke afgod van de Ammonieten. 8 Zo deed hij voor al zijn uitheemse vrouwen, die hun afgoden reukoffers en slachtoffers brachten. Ezra 9:1-2; Toen deze dingen voltooid waren, traden de vorsten op mij toe en zeiden: Het volk van Israël, de priesters en de Levieten hebben zich niet afgezonderd van de volken van de landen rondom wat hun gruwelen betreft, namelijk van de Kanaänieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en de Amorieten. Zij hebben immers uit hun dochters voor zichzelf en voor hun zonen vrouwen genomen en hebben het heilige zaad vermengd met de volken van de landen rondom,  en de vorsten en de machthebbers hebben als eersten de hand gehad in deze trouwbreuk.  Vermenging wat God uitdrukkelijk verboden had.

60 VRAAG 10a Met name na de Babylonische ballingschap, in de tijd van Ezra en Nehemia, bezweek het verbondsvolk, Israël, voor de verleiding van huwelijken met de omliggende heidense volkeren. Welke zwaar wegende acties ondernam Ezra tegen de daders (Ezra 10:1-3)? Met name na de Babylonische ballingschap, in de tijd van Ezra en Nehemia, bezweek het verbondsvolk, Israël, voor de verleiding van huwelijken met de omliggende heidense volkeren. Welke zwaar wegende acties ondernam Ezra tegen de daders (Ezra 10:1-3)? Hoe reageerde Ezra (Ezra 10:16-17)

61 Ezra 10:1-3 Ezra 10:1-3; {De vreemde vrouwen weggezonden } Terwijl Ezra zo bad en deze belijdenis deed en zich huilend voor het huis van God liet neervallen, voegde een zeer grote gemeente van mannen, vrouwen en kinderen uit Israël zich bij hem; want ook het volk huilde luid. 2 Toen nam Sechanja, de zoon van Jehiël, van de nakomelingen van Elam, het woord en zei tegen Ezra: Wij zijn onze God ontrouw geweest, en wij hebben uitheemse vrouwen uit de volken van het land bij ons doen wonen. Evenwel, er is wat dit betreft hoop voor Israël. 3 Welnu, laten wij een verbond sluiten met onze God om alle vrouwen en het uit hen geborene weg te sturen, volgens de raad van de Here en van hen die beven voor het gebod van onze God, en er zal overeenkomstig de wet gehandeld worden. Ezra 10:1-3; {De vreemde vrouwen weggezonden } Terwijl Ezra zo bad en deze belijdenis deed en zich huilend voor het huis van God liet neervallen, voegde een zeer grote gemeente van mannen, vrouwen en kinderen uit Israël zich bij hem; want ook het volk huilde luid. {luid- Letterlijk: met groot gehuil. } 2 Toen nam Sechanja, de zoon van Jehiël, van de nakomelingen van Elam, het woord en zei tegen Ezra: Wij zijn onze God ontrouw geweest, en wij hebben uitheemse vrouwen uit de volken van het land bij ons doen wonen. Evenwel, er is wat dit betreft hoop voor Israël. 3 Welnu, laten wij een verbond sluiten met onze God om alle vrouwen en het uit hen geborene weg te sturen, volgens de raad van de Here en van hen die beven voor het gebod van onze God, en er zal overeenkomstig de wet gehandeld worden.

62 VRAAG 10b Hoe reageerde Ezra (Ezra 10:16-17)
Welke zwaar wegende acties ondernam Ezra tegen de daders (Ezra 10:1-3)? Hoe reageerde Ezra (Ezra 10:16-17)

63 Ezra 10:16-17 Ezra 10:16-17; De ballingen deden zo. Ezra, de priester, en de mannen, te weten de familiehoofden, zonderden zich van hen af, naar hun familie, allen bij name genoemd. Zij hielden zitting op de eerste dag van de tiende maand om de zaak te onderzoeken. En op de eerste dag van de eerste maand hadden zij de zaak voor alle mannen die uitheemse vrouwen bij zich hadden doen wonen, afgehandeld. Ezra 10:16-17; De ballingen deden zo. Ezra, de priester, en de mannen, te weten de familiehoofden, zonderden zich van hen af, naar hun familie, allen bij name genoemd. Zij hielden zitting op de eerste dag van de tiende maand om de zaak te onderzoeken. En op de eerste dag van de eerste maand hadden zij de zaak voor alle mannen die uitheemse vrouwen bij zich hadden doen wonen, afgehandeld.

64 VRAAG 11a Is het correct om de opdracht van Ezra 10:3 toe te passen bij moderne huwelijken, suggererende dat iemand die christen wordt, van een ongelovige echtgenoot (-genote) moet scheiden. (1 Korintiërs 7:12-13)? Is het correct om het mandaat van Ezra 9-10 toe te passen bij moderne huwelijken, suggererende dat een Christen van een ongelovige echtgenoot moet scheiden (1 Korintiërs 7:12-13)?

65 1 Kor. 7:12-13 Ezra 10:3 Welnu, laten wij een verbond sluiten met onze God om alle vrouwen en het uit hen geborene weg te sturen, volgens de raad van de Here en van hen die beven voor het gebod van onze God, en er zal overeenkomstig de wet gehandeld worden. 1 Kor. 7:12-13; Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Here: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt ermee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten. Ezra 10:3 Welnu, laten wij een verbond sluiten met onze God om alle vrouwen en het uit hen geborene weg te sturen, volgens de raad van de Here en van hen die beven voor het gebod van onze God, en er zal overeenkomstig de wet gehandeld worden. 1 Kor. 7:12-13; Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Here: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt ermee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten.

66 VRAAG 11b Wat zijn uw overwegingen hierbij? Wat zijn uw redeneringen?

67 VRAAG 12a Van welke zonden beticht de profeet Maleachi het volk in Maleachi 2:10-16? Van welke zonden beticht de profeet Maleachi het volk in Maleachi 2:10-16?

68 Maleachi 2:10-16 U bent zelf van Gods weg afgeweken en uw zogenaamde ‘onderricht in de wet’ heeft velen laten struikelen. Mijn verbond met Levi is door u misvormd en tot een bespotting gemaakt," zegt de HERE van de hemelse legers. 9 "Daarom maak Ik u verachtelijk in de ogen van heel dit volk. Want u hebt Mij niet gehoorzaamd en liet sommige mensen de wet breken zonder hen te berispen.“ 10 Wij zijn kinderen van dezelfde vader en zijn geschapen door dezelfde God. Waarom zijn wij elkaar dan ontrouw en schenden wij het verbond van onze voorouders? 11 In Juda, Israël en Jeruzalem heerst gebrek aan trouw, want de mannen van Juda hebben de heilige en geliefde tempel van de HERE ontheiligd door te trouwen met heidense vrouwen, die afgoden aanbidden. 12 Laat de HERE iedere man (of het nu een priester of een leek is) die dit heeft gedaan, uitroeien uit Zijn volk! 13 En dan is er nog iets: Het altaar van de HERE wordt overstelpt met tranen, omdat Hij niet langer aandacht schenkt aan uw offers en u geen zegen van Hem meer ontvangt. 14 "Waarom?" vraagt men zich af. "Waarom heeft God ons verlaten?" Omdat de HERE er getuige van is geweest hoe u de vrouw met wie u als jongeman trouwde, ontrouw bent geworden. Zij was toch uw levensgezel en de vrouw voor wie u beloofde trouw te zorgen! 15 U werd met uw vrouw verbonden door God. Volgens zijn wijze bedoeling werd u door het huwelijk één in Zijn ogen. En wat wil Hij van u? Gelovige kinderen uit uw verbintenis. Pas daarom op voor hartstocht! Blijf trouw aan uw eigen vrouw. 16 "Want Ik haat de echtscheiding," zegt de HERE, de God van Israël. "En Ik haat mensen, die geweld plegen." Wees daarom op uw hoede voor hartstocht en word uw vrouw niet ontrouw. Mal. 2:10-16U bent zelf van Gods weg afgeweken en uw zogenaamde ‘onderricht in de wet’ (letterlijk onderwijs) heeft velen laten struikelen. Mijn verbond met Levi is door u misvormd en tot een bespotting gemaakt," zegt de HERE van de hemelse legers. 9 "Daarom maak Ik u verachtelijk in de ogen van heel dit volk. Want u hebt Mij niet gehoorzaamd en liet sommige mensen de wet breken zonder hen te berispen." 10 ¶ Wij zijn kinderen van dezelfde vader en zijn geschapen door dezelfde God. Waarom zijn wij elkaar dan ontrouw en schenden wij het verbond van onze voorouders? 11 In Juda, Israël en Jeruzalem heerst gebrek aan trouw, want de mannen van Juda hebben de heilige en geliefde tempel van de HERE ontheiligd door te trouwen met heidense vrouwen, die afgoden aanbidden. 12 Laat de HERE iedere man (of het nu een priester of een leek is) die dit heeft gedaan, uitroeien uit Zijn volk! 13 En dan is er nog iets: Het altaar van de HERE wordt overstelpt met tranen, omdat Hij niet langer aandacht schenkt aan uw offers en u geen zegen van Hem meer ontvangt. 14 "Waarom?" vraagt men zich af. "Waarom heeft God ons verlaten?" Omdat de HERE er getuige van is geweest hoe u de vrouw met wie u als jongeman trouwde, ontrouw bent geworden. Zij was toch uw levensgezel en de vrouw voor wie u beloofde trouw te zorgen! 15 U werd met uw vrouw verbonden door God. Volgens zijn wijze bedoeling werd u door het huwelijk één in Zijn ogen. En wat wil Hij van u? Gelovige kinderen uit uw verbintenis. Pas daarom op voor hartstocht! Blijf trouw aan uw eigen vrouw. 16 "Want Ik haat de echtscheiding," zegt de HERE, de God van Israël. "En Ik haat mensen, die geweld plegen." Wees daarom op uw hoede voor hartstocht en word uw vrouw niet ontrouw.

69 VRAAG 12b Wat is de aanleiding of reden? Wat betekent dit voor ons?
Vers 7-8: 7 Voorzeker, de lippen van een priester moeten kennis bewaren, uit zijn mond moet men onderwijs in de wet zoeken, want hij is een gezant van de Here van de legermachten. 8 U echter, u bent afgeweken van de weg: velen hebt u door uw onderwijs in de wet doen struikelen. U hebt het verbond met Levi tenietgedaan, zegt de Here van de legermachten. (onderwijs in de wet = letterlijk onderwijzing van Gods hand) Het Boek zegt het zo; 7 De mond van de priester hoort over te vloeien van kennis van God, zodat de mensen leren leven volgens Gods wetten (letterlijk: onderwijzing) . Priesters zijn boodschappers van de HERE van de hemelse legers en de mensen horen hen om onderricht te vragen. 8 Maar zo bent u niet! U bent zelf van Gods weg afgeweken en uw zogenaamde ‘onderricht in de wet’ (letterlijk onderwijzing ) heeft velen laten struikelen. Mijn verbond met Levi is door u misvormd en tot een bespotting gemaakt," zegt de HERE van de hemelse legers. Ontrouw aan God “U bent zelf van Gods weg afgeweken” 10 Ontrouw aan elkaar (broeders en zusters) “Waarom zijn wij elkaar dan ontrouw en schenden wij het verbond van onze voorouders?” 14 Ontrouw in de huwelijksrelatie: “de vrouw met wie u als jongeman trouwde, ontrouw bent geworden.”

70 VRAAG 13 Geef tenminste twee mogelijke interpretaties van Maleachi 2:15. Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. Aan welke weergave geeft u de voorkeur en waarom? Geef tenminste twee mogelijke interpretaties van Maleachi 2:15. Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. Het Boek 15 “U werd met uw vrouw verbonden door God. Volgens zijn wijze bedoeling werd u door het huwelijk één in Zijn ogen. En wat wil Hij van u? Gelovige kinderen uit uw verbintenis. Pas daarom op voor hartstocht! Blijf trouw aan uw eigen vrouw.” 16 "Want Ik haat de echtscheiding," zegt de HERE, de God van Israël. "En Ik haat mensen, die geweld plegen." Wees daarom op uw hoede voor hartstocht en word uw vrouw niet ontrouw. Aan welke weergave geeft u de voorkeur en waarom?

71 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 4 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

72 VRAAG 14a Welke reden wordt door Maleachi gegeven voor Gods haat tegen echtscheiding (Mal. 2:14-16)? Welke reden wordt door Maleachi gegeven voor Gods haat tegen echtscheiding (Mal. 2:14-16)? Is de vraag over het doen van geloften, in Prediker 5:1-7, veroordelend of berustend, een belofte van zegen of een ernstige waarschuwing ? (Zie voor de context; Deuteronomium 23:21-23 en Mattheüs 5:32-37 Extra: 1 Thess. 4:2-5; “2 Want u weet welke bevelen wij u gegeven hebben op gezag van de Here Jezus. Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam {zijn lichaam-Letterlijk: zijn voorwerp. } weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen. Uitleg “lichaam” #1Th 4:3 meent men doorgaans, dat onder de benaming το εαυτου σκευος oneig. van iemands eigen vrouw gesproken wordt (vergelijk op κταομαι 2932), ofschoon anderen haar verstaan van iemands eigen lichaam, of zelfs meer bepaaldelijk aan het membrum pudendum (mannelijk geslachtsorgaan) gedacht willen hebben,

73 Maleachi 2:14-16 Dan zegt u: Waarom? Omdat de Here Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. 15 Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. 16 Want de Here, de God van Israël, zegt dat Hij het wegsturen van de eigen vrouw haat, hoewel men het geweld bedekt met zijn gewaad, zegt de Here van de legermachten. Wees dus op uw hoede met uw geest en handel niet trouweloos.? Mal. 2:14-16 Dan zegt u: Waarom? Omdat de Here Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. 15 Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. 16 Want de Here, de God van Israël, zegt dat Hij het wegsturen van de eigen vrouw haat, hoewel men het geweld bedekt met zijn gewaad, zegt de Here van de legermachten. Wees dus op uw hoede met uw geest en handel niet trouweloos.?

74 VRAAG 14b Is de vraag over het doen van geloften, in Prediker 5:1-7, veroordelend of berustend, een belofte van zegen of een ernstige waarschuwing ? (Zie voor de context; Deuteronomium 23:21-23 en Mattheüs 5:32-37) Is de vraag over het doen van geloften, in Prediker 5:1-7, veroordelend of berustend, een belofte van zegen of een ernstige waarschuwing ? (Zie voor de context; Deuteronomium 23:21-23 en Mattheüs 5:32-37)

75 Prediker 5:1-7 Let op uw voeten als u naar het huis van God gaat. Het is beter dat men naderbij komt om te luisteren dan om als dwazen een offer te geven, want die weten niet dat zij kwaad doen. 2 (5:1) Wees niet te snel met uw mond, en laat uw hart zich niet haasten een woord te uiten voor het aangezicht van God. Want God is in de hemel en u bent op de aarde. Laat daarom uw woorden weinig in aantal zijn. 3 (5:2) Want zoals de droom komt door veel bezigheid, zo ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden. 4 (5:3) Wanneer u aan God een gelofte doet, stel dan niet uit die na te komen, want Hij heeft geen welgevallen aan dwazen. Kom na wat u belooft. 5 (5:4) Het is beter dat u niet belooft, dan dat u belooft maar niet nakomt. 6 (5:5) Sta uw mond niet toe, uw vlees te doen zondigen. Zeg ook niet in de tegenwoordigheid van de engel: dat was een vergissing. Waarom zou God zeer toornig worden om wat u zegt, en het werk van uw handen te gronde richten? 7 (5:6) Want zoals er in een veelheid aan dromen veel vluchtigs is, zo is het ook met de veelheid van woorden. Daarom: vrees God! (Zie voor de context; Deut. 23:21-23 en Matth. 5:32-37) Dit hele gedeelte gaat over het niet nadenken voordat wij een belofte doen. Dit komt later in de studie noch terug bij hertrouwen. als dwazen een offer te geven 3 ) Want zoals de droom komt door veel bezigheid, zo ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden.

76 Deut. 23:21-23 en Matth.5:32-37 Deuteronomium 23:21-23 Wanneer u de Here, uw God, een gelofte gedaan hebt, mag u niet aarzelen die na te komen, want de Here, uw God, zal dat zeker van u eisen, en dan zou er zonde in u zijn. 22 Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u. 23 Wat er over uw lippen komt, moet u houden en doen, net als wanneer u de Here, uw God, een vrijwillige gave beloofd hebt, iets wat u met uw eigen mond gesproken hebt. Mattheüs 5:32-37 Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 33 Verder hebt u gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult de eed niet breken, maar u zult voor de Here uw eden houden. 34 Maar Ik zeg u: Zweer in het geheel niet, niet bij de hemel, want dat is de troon van God; 35 niet bij de aarde, want dat is de voetbank van Zijn voeten; en ook niet bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. 36 Ook bij uw hoofd mag u niet zweren, want u kunt niet één haar wit of zwart maken; 37 laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee, nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze. Het gaat hier met name om het doen van geloften. De vraag is of bij hertrouwen de huwelijks geloften die men aflegt, de eerste (verbondsbelofte) Overruled m.a.w. ontbindt God ons van de eerste gedane beloften (tot de dood) bij het doen van de 2e .

77 VRAAG 15a Hoe moet, in het leven van christenen, Gods houding ten opzichte van echtscheiding en gescheiden mensen worden weergegeven. (Johannes 8:11; Johannes 5:14;) Hoe moet, in het leven van christenen, Gods houding ten opzichte van echtscheiding en gescheiden mensen worden weergegeven (Johannes 5:14; Johannes 8:11) Geef enkele specifieke suggesties hoe christenen Gods houding van liefde en compassie (mededogen) kunnen een weerspiegeling, evenals de waarheid en rechtvaardigheid in de omgang met degenen die gescheiden zijn.

78 Johannes 8:10-11 en 5:14 Johannes 8:10-11 Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld? En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer. Johannes 5:14 Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: Zie, u bent gezond geworden, zondig niet meer opdat u niet iets ergers overkomt. Johannes 5:14 Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: Zie, u bent gezond geworden, zondig niet meer opdat u niet iets ergers overkomt. Johannes 8:10-11 Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld? En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer. EXTRA: Vierde brief: aan Thyatira, Openbaring 2:18-23 En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper:Ik ken uw werken, de liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste. Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij (met ongehuwden) zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te bed met hen die overspel met haar plegen (die al met God gehuwd waren), in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.

79 VRAAG 15b Geef enkele specifieke suggesties hoe christenen de houding van liefde en compassie (mededogen) van de Here Jezus kunnen weerspiegelen, evenals de waarheid en rechtvaardigheid in de omgang met degenen die gescheiden zijn. Hoe moet, in het leven van christenen, Gods houding ten opzichte van echtscheiding en gescheiden mensen worden weergegeven? Geef enkele specifieke suggesties hoe christenen Gods houding van liefde en compassie (mededogen) kunnen weerspiegelen, evenals de waarheid en rechtvaardigheid in de omgang met degenen die gescheiden zijn. Wanneer wij m.b.t. dit onderwerp naar Bijbelse maatstaven minder strikt zijn dan wat God hierover zegt dan is onze leer en onderwijs vaak een weg naar destructie. Wanneer wij overmatig strikt in dit onderwerp zijn, dan veroorzaakt dit dat mensen zondigen en daardoor serieuze geestelijke problemen krijgen. In de eerste plaats mag onze houding niet gebaseerd zijn op de inzichten en conclusies van mensen. Wanneer men begint met eigen ervaringen of de ervaringen van anderen zullen wij zeker op een dwaalspoor terecht komen. De reden dat dit onderwerp zo gecompliceerd is, is niet omdat Gods Woord hierin onduidelijk is maar omdat de kerk is afgedwaald van Gods Woord en gigantische verwarring heeft veroorzaakt over dit onderwerp. Wij moeten ons bewust worden van het feit dat; “de wijsheid van mensen, dwaasheid is in Gods ogen”. Dus moeten wij beginnen in de Bijbel waar Gods wijsheid gevonden kan worden en die voor ons beschikbaar is. Niet om onze eigen meningen te presenteren over wat mensen moeten gaan doen, maar Gods mening naar voren brengen , ook na echtscheiding. Wanneer wij dat doen dan moeten wij het verband begrijpen tussen medelijden/compassie en waarheid. Wanneer wij waarheid propaganderen zonder medelijden en compassie, leidt dat tot veroordeling en een harde houding. Wanneer wij medelijden en compassie hebben, zonder de waarheid leidt dat tot vrijblijvendheid. Wanneer wij echter de waarheid met medelijden en compassie onderwijzen leidt dat tot rechtvaardigheid. Accepteren, bemoedigen en richten op herstel.

80 VRAAG 16a Verklaar de metafoor dat God een “scheidbrief” geeft aan Israël. (Hosea 1:2; Jesaja 50:1; Jeremia 3:8; en Hosea 2:2-23 ).

81 Hosea 1:2 ea Hosea 1:2; Het begin van het spreken van de Here door Hosea. De Here zei tegen Hosea: Ga! Neem voor u een vrouw van de hoererijen en kinderen van de hoererijen, want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de Here af Jesaja 50:1; Zo zegt de Here: Waar is de echtscheidingsbrief van uw moeder waarmee Ik haar weggezonden heb? Of wie van Mijn schuldeisers is het aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht, om uw overtredingen is uw moeder weggezonden. Jeremia 3:8; Maar Ik zag, toen Ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd, haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda, haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven. en tot slot: Hosea 2:2-23 . Hosea 1:2; Het begin van het spreken van de Here door Hosea. De Here zei tegen Hosea: Ga! Neem voor u een vrouw van de hoererijen en kinderen van de hoererijen, want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de Here af Jesaja 50:1; Zo zegt de Here: Waar is de echtscheidingsbrief van uw moeder waarmee Ik haar weggezonden heb? Of wie van Mijn schuldeisers is het aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht, om uw overtredingen is uw moeder weggezonden. Jeremia 3:8; Maar Ik zag, toen Ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd, haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda, haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven. en tot slot: Hosea 2:2-23 .

82 Hosea 2:2-23 Klaag uw moeder aan, klaag haar aan, want zij is Mijn vrouw niet en Ik ben haar Man niet. Laat zij haar hoererij van haar gezicht wegdoen, en haar overspel van tussen haar borsten. 3 Anders zal Ik haar naakt uitkleden, haar neerzetten als op haar geboortedag, haar maken als de woestijn, haar doen worden als een dor land en haar doen sterven van de dorst. 4 Ook over haar kinderen zal Ik Mij niet ontfermen, omdat zij kinderen van de hoererijen zijn. 5 Want hun moeder heeft hoererij bedreven; zij die van hen zwanger is geweest, heeft zich schandelijk gedragen. Zij zegt immers: Ik ga achter mijn minnaars aan; die geven mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank. 6 Daarom, zie, Ik ga uw weg met dorens omheinen, Ik zal haar met een muur omgeven, zodat zij haar paden niet zal kunnen vinden. 7 Zij zal haar minnaars najagen, maar hen niet inhalen; hen zoeken, maar hen niet vinden. Dan zal zij zeggen: Ik ga, ik keer terug naar mijn vorige Man, want toen had ik het beter dan nu. 8 Zíj erkent echter niet dat Ik het ben Die haar het koren, de nieuwe wijn en de olie gegeven heb, dat Ik het zilver en het goud voor haar vermeerderd heb, dat zij voor de Baäl gebruikt hebben.

83 9 Daarom keer Ik terug en neem Ik Mijn koren weg op zijn tijd, en Mijn nieuwe wijn op de daarvoor vastgestelde tijd. Ik ruk Mijn wol en Mijn vlas weg, waarmee zij haar naaktheid moet bedekken Nu dan, Ik zal haar schaamte ontbloten voor de ogen van haar minnaars, en niemand zal haar uit Mijn hand redden. 11 Ik zal al haar vreugde doen ophouden, haar feesten, haar nieuwemaansdagen en haar sabbatten, ja, al haar feestdagen. 12 Ik zal haar wijnstok en haar vijgenboom verwoesten, waarvan zij zegt: Die vormen voor mij het hoerenloon dat mijn minnaars mij gegeven hebben. Maar Ik zal er een woud van maken en de dieren van het veld zullen ervan vreten. 13 Ik zal haar de dagen van de Baäls vergelden, waarop zij reukoffers aan hen bracht. Zij tooide zich met haar ring en haar halssieraad en ging achter haar minnaars aan, maar Mij vergeet zij, spreekt de Here. 14 Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, haar de woestijn in leiden, en naar haar hart spreken. 15 Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven, en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte. 16 Op die dag zal het gebeuren, spreekt de Here, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl! 17 aan zal Ik de namen van de Baäls uit haar mond wegdoen en aan hun namen zal niet meer gedacht worden.

84 18 Ik zal voor hen een verbond sluiten op die dag met de dieren van het veld, met de vogels in de lucht en de kruipende dieren op de aarde. En boog, zwaard en strijd zal Ik van de aarde doen verdwijnen, en Ik zal hen onbezorgd doen neerliggen. 19 Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. 20 In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de Here kennen. 21 Op die dag zal het geschieden, spreekt de Here, dat Ik zal verhoren. Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren. 22 Dan zal de aarde het koren, de nieuwe wijn en de olie verhoren, en die zullen Jizreël verhoren. 23 En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien en Mij ontfermen over Lo-Ruchama. Ik zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God!

85 VRAAG 16b Komt uw uitleg overeen met eerdere studies en conclusies?

86 VRAAG 17a Onder welke omstandigheden heeft Mozes echtscheiding aan Israël "toegestaan“? (Deuteronomium 24:1-4)

87 De scheidbrief Wanneer een man een vrouw genomen heeft en met haar getrouwd is, en het gebeurt dat zij geen genade meer vindt in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, en hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, 2 en als zij dan uit zijn huis vertrekt, weggaat en de vrouw van een andere man wordt, 3 en die laatste man ook een afkeer van haar krijgt, haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, of als die laatste man, die haar voor zichzelf tot vrouw genomen heeft, sterft, 4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de Here een gruwel. Matth. 19:8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. (Deut. 24:1-4) Wanneer een man een vrouw genomen heeft en met haar getrouwd is, en het gebeurt dat zij geen genade meer vindt in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, en hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, 2 en als zij dan uit zijn huis vertrekt, weggaat en de vrouw van een andere man wordt, 3 en die laatste man ook een afkeer van haar krijgt, haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, of als die laatste man, die haar voor zichzelf tot vrouw genomen heeft, sterft, 4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de Here een gruwel.

88 VRAAG 17b Wat waren de voorwaarden voor een scheidbrief?
Vers 4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de Here een gruwel.

89 VRAAG 18a Rekening houdend met de verschillende omstandigheden en de gevolgen aangehaald in Deuteronomium 24:1; “omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft”. Wat denkt u dat de uitdrukking "iets schandelijks" niet betekent? Smakeloos eten, aangebrand eten, slecht huishouding, onverzorgd zijn, enz. Heeft u een idee wat het wel kan betekenen? 1 כי־יקח אישׁ אשׁה ובעלה והיה אמ־לא תמצא־חן בעיניו כי־מצא בה עֶרְוַ֣ת דבר וכתב לה ספר כריתת ונתן בידה ושׁלחה מביתו Schandelijks = ‘er·waṯ = naaktheid als in Gen 9:22 En Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het aan zijn beide broers buiten.

90 VRAAG 18b Rekening houdend met de verschillende omstandigheden en de gevolgen aangehaald in Deuteronomium 24:1, wat is volgens u wel de reden dat mannen een scheidbrief aan hun vrouwen moesten geven? Laten wij om te beginnen in gedachten eens teruggaan naar de tijd van het OT. Mannen hielden er door, zoals de Here het zei, “hardheid van de harten”, erg vrije ideeën op na wat betreft het zoeken van seksueel vertier (hoererij) bij andere vrouwen, mits deze niet gehuwd waren want dan werd het overspel en konden beiden gedood worden. Leviticus 20:10, “Een man die met de vrouw van iemand anders overspel pleegt, die met de vrouw van zijn naaste overspel pleegt, moet zeker gedood worden, de overspeler en de overspeelster”. Hier wordt dus duidelijk over overspel gesproken en niet over hoererij of ontucht. In die tijd, en nu vaak nog binnen de orthodox joodse traditie, bepaalden de mannen wanneer zij genoeg hadden van hun vrouw(en) en konden zij hun vrouwen wegsturen om “welke reden dan ook”. Een scheidbrief meegeven was echter wel een wettelijk voorschrift, om de vrouw een kans te geven om te mogen en te kunnen hertrouwen. Hierbij was er bij en na hertrouwen geen sprake van overspel. Hierbij speelt de straf op overspel een grote rol: Het is dus een gegeven dat de vrouwen hierin niets te zeggen hadden, dus verbaasd het niet dat de Here Jezus zich in Mattheüs 5:32 en 19:9 alleen richt tot de mannen, met als doel de vrouwen te beschermen, wanneer Hij zegt: “Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.”. Zelfs de discipelen zien de ernst van dit gebod in en zeggen vertwijfeld tegen de Here Jezus in vers 10: “Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen.”

91 VRAAG 19 Hoe verklaart de Here Jezus de Mozaïsch scheidingsconcessie in Deuteronomium 24:1 (zie ook: Mattheüs 19:7-9; Markus 10:4-6)

92 Scheidingsconcessie? Deuteronomium 24:1; hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, Mattheüs 19:8; Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. Markus 10:4-5; 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven. Deuteronomium 24:1; hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, Mattheüs 19:8; Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. Markus 10:4-5; 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven.

93 VRAAG 20 A Geeft de Here Jezus toestemming of uitsluiting tot echtscheiding voor slechts één aanleiding namelijk; "hoererij” ? (Matth. 5:32; Matth.19:9; Markus 10:10-11; Lukas 16:18) Deuteronomium 22:13 wat was de reden voor de uitzondering in Matth. 19:9 en 5:32 Wanneer een man een vrouw neemt, bij haar komt, en vervolgens een afkeer van haar krijgt, 14 en als hij haar dan allerlei dingen ten laste legt, haar een slechte naam bezorgt, en zegt: Deze vrouw heb ik tot vrouw genomen, maar toen ik tot haar naderde, ontdekte ik dat ze geen maagd meer was, 15 dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort. 16 De vader van het meisje moet dan tegen de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 17 En zie, hij heeft haar allerlei dingen ten laste gelegd door te zeggen: Ik heb ontdekt dat uw dochter geen maagd meer was. Maar dit is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter. Vervolgens moeten zij het kleed voor de oudsten van de stad uitspreiden. 18 Dan moeten de oudsten van die stad die man meenemen en hem straffen. 19 Ze moeten hem een boete van honderd zilverstukken opleggen en die aan de vader van het meisje geven, omdat hij een maagd uit Israël een slechte naam heeft bezorgd. Verder zal zij hem tot vrouw blijven; hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 20 Maar als dit woord waar is, als ontdekt wordt dat het meisje geen maagd meer was, 21 dan moeten zij het meisje naar buiten brengen, naar de deur van het huis van haar vader, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen stenigen totdat zij sterft, want zij heeft een schandelijke daad in Israël begaan door hoererij te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen. Vanuit het OT en de woorden door Jezus in Matth. 5:32 en 19:9 = Fornication = por’neia = hoererij = gemeenschap voor het huwelijk, dus geen maagd meer. Vanuit het Grieks (tijd van Paulus) gold zelfs dat een getrouwe vrouw die prostitutie (betaalde sex) bedreef (overspel) dit als hoererij werd omschreven vandaar dat vele woordenboeken onder hoererij ook overspel hebben staan.

94 hoererij Matth. 5:32; Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel. (STV) Matth.19:9; Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel. (STV) Markus 10:10-11; En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Lukas 16:18; Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel. Matth. 5:32; Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot [niet] om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Matth.19:9; Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan [niet] om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Markus 10:10-11; En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Lukas 16:18; Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel.

95 VRAAG 20 B Is het waarschijnlijk dat dit woord naar overspel verwijst, zowel het kader van Mattheüs 19:9 en wat u reeds bestudeerd hebt (zoals: Deut. 22:13-21; 24:1-4)? Deuteronomium 22:13 wat was de reden voor de uitzondering in Matth. 19:9 en 5:32 Wanneer een man een vrouw neemt, bij haar komt, en vervolgens een afkeer van haar krijgt, 14 en als hij haar dan allerlei dingen ten laste legt, haar een slechte naam bezorgt, en zegt: Deze vrouw heb ik tot vrouw genomen, maar toen ik tot haar naderde, ontdekte ik dat ze geen maagd meer was, 15 dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort. 16 De vader van het meisje moet dan tegen de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 17 En zie, hij heeft haar allerlei dingen ten laste gelegd door te zeggen: Ik heb ontdekt dat uw dochter geen maagd meer was. Maar dit is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter. Vervolgens moeten zij het kleed voor de oudsten van de stad uitspreiden. 18 Dan moeten de oudsten van die stad die man meenemen en hem straffen. 19 Ze moeten hem een boete van honderd zilverstukken opleggen en die aan de vader van het meisje geven, omdat hij een maagd uit Israël een slechte naam heeft bezorgd. Verder zal zij hem tot vrouw blijven; hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 20 Maar als dit woord waar is, als ontdekt wordt dat het meisje geen maagd meer was, 21 dan moeten zij het meisje naar buiten brengen, naar de deur van het huis van haar vader, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen stenigen totdat zij sterft, want zij heeft een schandelijke daad in Israël begaan door hoererij te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen. Vanuit het OT en de woorden door Jezus in Matth. 5:32 en 19:9 = Fornication = por’neia = hoererij = gemeenschap voor het huwelijk, dus geen maagd meer. Vanuit het Grieks (tijd van Paulus) gold zelfs dat een getrouwde vrouw die prostitutie (betaalde sex) bedreef (overspel) dat als hoererij werd omschreven vandaar dat veel Bijbelse woordenboeken onder hoererij ook overspel hebben staan.

96 Deuteronomium 22 13 Wanneer een man een vrouw neemt, bij haar komt, en vervolgens een afkeer van haar krijgt, 14 en als hij haar dan allerlei dingen ten laste legt, haar een slechte naam bezorgt, en zegt: Deze vrouw heb ik tot vrouw genomen, maar toen ik tot haar naderde, ontdekte ik dat ze geen maagd meer was, 15 dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort. 16 De vader van het meisje moet dan tegen de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 17 En zie, hij heeft haar allerlei dingen ten laste gelegd door te zeggen: Ik heb ontdekt dat uw dochter geen maagd meer was. Maar dit is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter. Vervolgens moeten zij het kleed voor de oudsten van de stad uitspreiden. 18 Dan moeten de oudsten van die stad die man meenemen en hem straffen. 19 Ze moeten hem een boete van honderd zilverstukken opleggen en die aan de vader van het meisje geven, omdat hij een maagd uit Israël een slechte naam heeft bezorgd. Verder zal zij hem tot vrouw blijven; hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 20 Maar als dit woord waar is, als ontdekt wordt dat het meisje geen maagd meer was, 21 dan moeten zij het meisje naar buiten brengen, naar de deur van het huis van haar vader, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen stenigen totdat zij sterft, want zij heeft een schandelijke daad in Israël begaan door hoererij te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.

97 Deuteronomium 24:1-4 1 Wanneer een man een vrouw genomen heeft en met haar getrouwd is, en het gebeurt dat zij geen genade meer vindt in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, en hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, 2 en als zij dan uit zijn huis vertrekt, weggaat en de vrouw van een andere man wordt, 3 en die laatste man ook een afkeer van haar krijgt, haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, of als die laatste man, die haar voor zichzelf tot vrouw genomen heeft, sterft, 4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de Here een gruwel. U mag geen zonde brengen over het land dat de Here, uw God, u als erfelijk bezit geeft.

98 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 5 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

99 VRAAG 21a Wanneer er sprake is van hoererij en niet van overspel, wat is in Mattheüs 19:9 dan waarschijnlijker, een toestemming of uitsluiting?

100 Hoererij/overspel Matth. 5:32; Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Matth.19:9; Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Markus 10:10-11; En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Lukas 16:18; Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel. Iemand die overspel gepleegd heeft kan geen overspel plegen wanneer deze met de man of vrouw met een ander trouwt.

101 VRAAG 21b Wat is uw uitleg! Wat is de grondtekst van Mattheüs 5:32 STV? Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die anders dan = (Strong 3924) παρεκτος parek’tos, = behalve, met uitzondering van, behalve, bovendien.

102 verschillen Mattheüs 19:9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. (HSV) Mattheüs 19:9 Doch Ik zeg u: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk. { } { } { } { } { } (NBG51) (tussen {} is weggelaten) Mattheüs 19:9 Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’ {-(19:9) verbintenis Andere handschriften lezen: ‘verbintenis. En wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel’. } (NBV) Mattheüs 19:9 Luister goed, Ik zeg u: Iemand die zijn vrouw verlaat en daarna opnieuw trouwt, pleegt overspel. Tenzij zijn eerste vrouw gemeenschap met een andere man heeft gehad.“ (HET BOEK) Deze andere weergave in de NBG deed mij starten met het uitzoeken van ‘HOE ZIT HET NU” Een aantal jaar geleden begon ik bij mijzelf, in het bijzonder door pogingen om anderen pastoraal ter zijde te staan met hun problemen en zorgen, te ontdekken dat er bij mij dingen “niet goed zaten.” Ik kon eerst de vinger niet op de zere plek leggen en heb de Here God heel vaak gebeden om mij zijn Waarheid te laten zien waarom er zo veel tegenstand was tegen bijna alles wat ik ondernam. Alles waar ik mij mee bezig hield kwam gewoon niet van de grond. Deze zoektocht werd snel omgedraaid in een ontdekkingstocht door het geven van een Bijbelstudie in een pastoraal begeleidingscentrum over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen. Hierdoor werd ik zelf, zeven jaar na het begin van de nieuwe relatie, voor het eerst geconfronteerd met de Bijbelteksten, die spreken over de betekenis van het huwelijk en over wat Gods Woord zegt over echtscheiding en hertrouwen. Het onderwijs van de Here Jezus over echtscheiding en hertrouwen was voor mij een heftige ontdekking en was eerst moeilijk te accepteren. Maandenlang heb ik meningen van diverse leraren bestudeerd, maar dit gaf bij mij in veel gevallen alleen maar tegenstrijdige verklaringen, verwarring, grote onrust en geen echte Bijbelse oplossingen. Alleen de teksten in de Bijbel die spreken over het thema gaven mij rust en vrede, ondanks de keiharde realiteit. Ik had God toch gevraagd om mij Zijn Waarheid te laten zien, waardoor ik uiteindelijk niets anders kon dan alleen datgene wat Gods Woord zegt over echtscheiding en hertrouwen te accepteren als Dé Waarheid.

103 Anders dan of niet om Wat is de grondtekst van Mattheüs 5:32 STV? Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel. anders dan = (Strong 3924) παρεκτος parek’tos, = behalve, met uitzondering van, behalve, bovendien. In de Byzantijnse grondtekst staat er in Matth. 19:9 (Strong 3361) μη me, partikel = niet, niet dan? In de SV en HSV staat er (Strong1508) ει μη, ei me, = indien niet, behalve, tenzij. Wat is de grondtekst van Mattheüs 5:32 STV? Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die anders dan = (Strong 3924) παρεκτος parek’tos, = behalve, met uitzondering van, behalve, bovendien. In de Byzantijnse grondtekst staat er in Matth. 19:9 (Strong nr. 3361) μη me, partikel = niet, niet dan? In de SV en HSV staat er (Strong1508 van en 3361 ει μη ei me, = indien niet, behalve, tenzij. Dit is niet in overeenstemming met de grondtekst, waarom niet? KJV 1631 32 But I say unto you, That whosoever shall put away his wife, saving for the cause of fornication, causeth her to commit adultery: and whosoever shall marry her that is divorced committeth adultery. Wycliffe Bible ong.1350 5:32 But I say to you, that every man that leaveth his wife [that every man that shall leave his wife], except (for) [the] cause of fornication, maketh her to do lechery, and he that weddeth the forsaken wife, doeth adultery. πορνεια, ας, η, van het volgende woord, de hoererij, de ontucht, a. in eigenlijk betekenis, α. in het alg. #Mt 15:19 1Co 6:13,18 2Co 12:21 Ga 5:19 Eph 5:3 Col 3:5 1Th 4:3; β. bijz. = μοιχεια, overspel, echtbreuk, #Mt 5:32 19:9 Joh 8:41, waar εκ πορνειας ου γεγεννημεθα zoveel is als: wij zijn geen bastaarden; πορνεια wordt van een bloedschendige betrekking gebruikt #1Co 5:1; hiertoe behoren ook plaatsen als #Ac 15:20,29 21:25, indien daar ten minste, zoals velen menen, sprake is van huwelijken in door de wet verboden graden; b. fig., naar Hebr. spraakgebr., van de afgoderij (waarschijnl. om de ontucht, die daarmee gepaard placht te gaan), #Re 2:21 9:21, .{ vergelijk #Nu 25:1,2 }

104 Anders dan of niet om (Textus Receptus) van Erasmus e.v. Matthew 19:9 λεγω <3004> (5719) {V-PAI-1S } δε <1161> {CONJ } υμιν <4771> {P-2DP } οτι <3754> {CONJ } ος <3739> {R-NSM } αν <302> {PRT } απολυση <630> (5661) {V-AAS-3S } την <3588> {T-ASF } γυναικα <1135> {N-ASF } αυτου <846> {P-GSM } ει <1487> als {COND } μη <3361> niet {PRT-N } επι <1909> {PREP } πορνεια <4202> hoererij {N-DSF } και <2532> {CONJ } γαμηση <1060> (5661) {V-AAS-3S } αλλην <243> {A-ASF } μοιχαται overspel <3429> (5736) {V-PNI-3S } και <2532> {CONJ } ο <3588> {T-NSM } απολελυμενην <630> (5772) {V-RPP-ASF } γαμησας < 1060> (5660) {V-AAP-NSM } μοιχαται <3429>overspel (5736) {V-PNI-3S } (Byzantijnse grondtekst) van voor Erasmus. Matthew 19:9 λεγω <3004> (5719) {V-PAI-1S } δε <1161> {CONJ } υμιν <5213> {P-2DP } οτι <3754> {CONJ } ος <3739> {R-NSM } αν <302> {PRT } απολυση <630> (5661) {V-AAS-3S } την <3588> {T-ASF } γυναικα <1135> {N-ASF } αυτου <846> {P-GSM } μη <3361> niet {PRT-N } επι <1909> {PREP } πορνεια <4202> hoererij {N-DSF } και <2532> {CONJ } γαμηση <1060> (5661) {V-AAS-3S } αλλην <243> {A-ASF } μοιχαται <3429> overspel (5736) {V-PNI-3S } και <2532> {CONJ } ο <3588> {T-NSM } απολελυμενην <630> (5772) {V-RPP-ASF } γαμησας <1060> (5660) {V-AAP-NSM } μοιχαται <3429> overspel (5736) {V-PNI-3S } Wat is de grondtekst van Mattheüs 5:32 STV? Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die anders dan = (Strong 3924) παρεκτος parek’tos, = behalve, met uitzondering van, behalve, bovendien. In de Byzantijnse grondtekst staat er in Matth. 19:9 (Strong nr. 3361) μη me, partikel = niet, niet dan? In de SV en HSV staat er (Strong1508 van en 3361 ει μη ei me, = indien niet, behalve, tenzij. Dit is niet in overeenstemming met de grondtekst, waarom niet? KJV 1631 32 But I say unto you, That whosoever shall put away his wife, saving for the cause of fornication, causeth her to commit adultery: and whosoever shall marry her that is divorced committeth adultery. Wycliffe Bible ong.1350 5:32 But I say to you, that every man that leaveth his wife [that every man that shall leave his wife], except (for) [the] cause of fornication, maketh her to do lechery, and he that weddeth the forsaken wife, doeth adultery. πορνεια, ας, η, van het volgende woord, de hoererij, de ontucht, a. in eigenlijk betekenis, α. in het alg. #Mt 15:19 1Co 6:13,18 2Co 12:21 Ga 5:19 Eph 5:3 Col 3:5 1Th 4:3; β. bijz. = μοιχεια, overspel, echtbreuk, #Mt 5:32 19:9 Joh 8:41, waar εκ πορνειας ου γεγεννημεθα zoveel is als: wij zijn geen bastaarden; πορνεια wordt van een bloedschendige betrekking gebruikt #1Co 5:1; hiertoe behoren ook plaatsen als #Ac 15:20,29 21:25, indien daar ten minste, zoals velen menen, sprake is van huwelijken in door de wet verboden graden; b. fig., naar Hebr. spraakgebr., van de afgoderij (waarschijnl. om de ontucht, die daarmee gepaard placht te gaan), #Re 2:21 9:21, .{ vergelijk #Nu 25:1,2 }

105 VRAAG 22a Wat is de context van Mattheüs 19:1-12?
lezen MP3 en uit Bijbel 1 {De heiligheid van het huwelijk } 1 En het gebeurde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij uit Galilea vertrok en over de Jordaan naar het gebied van Judea ging. 2 En een grote menigte volgde Hem, en Hij genas hen daar. 3 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 10 Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. 11 Maar Hij zei tegen hen: Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is. 12 Want er zijn ontmanden die uit de moederschoot zo geboren zijn; en er zijn ontmanden die door de mensen ontmand zijn; en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit vatten kan, laat die het vatten.

106 Mattheüs 19:1-12 1 En het gebeurde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij uit Galilea vertrok en over de Jordaan naar het gebied van Judea ging. 2 En een grote menigte volgde Hem, en Hij genas hen daar. 3 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 10 Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. 11 Maar Hij zei tegen hen: Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is. 12 Want er zijn ontmanden die uit de moederschoot zo geboren zijn; en er zijn ontmanden die door de mensen ontmand zijn; en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit vatten kan, laat die het vatten.

107 VRAAG 22b Hoe reageerden de discipelen op de onderwijzing van de Heer Jezus over echtscheiding? Waarom? Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. Hoererij was een mannelijk volksgebruik in de OT tijd, Jezus sluit hier zelfs de reden van hoerij 9van de vrouw) uit om nog te kunnen scheiden.

108 VRAAG 23a In Mattheüs 19:3-9 en Markus 10:2-12 wordt van een zelfde ontmoeting melding gemaakt tussen de Here Jezus en de Farizeeën, over het onderwerp van echtscheiding. Wat is uw conclusie? Deuteronomium 22:13 wat was de reden voor de uitzondering in Matth. 19:9 en 5:32 Vanuit het OT en de woorden door Jezus in Matth. 5:32 en 19:9 = Fornication = por’neia = hoererij = gemeenschap voor het huwelijk, dus geen maagd meer. Vanuit het Grieks (tijd van Paulus) gold zelfs dat een getrouwe vrouw die prostitutie (betaalde sex) bedreef (overspel) dit als hoererij werd omschreven vandaar dat vele woordenboeken onder hoererij ook overspel hebben staan.

109 Mattheüs 19:3-9 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. 3 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Markus 10:

110 Markus 10:2-12 2 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen Hem, om Hem te verzoeken, of het een man geoorloofd is zijn vrouw te verstoten. 3 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Wat heeft Mozes u geboden? 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. 5 En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven. 6 Maar vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. 7 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; 8 en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. 9 Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 10 En thuis stelden Zijn discipelen Hem hierover opnieuw vragen. 11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. En de Farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen Hem, om Hem te verzoeken, of het een man geoorloofd is zijn vrouw te verstoten. 3 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Wat heeft Mozes u geboden? 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. 5 En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven. 6 Maar vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. 7 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; 8 en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. 9 Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 10 En thuis stelden Zijn discipelen Hem hierover opnieuw vragen. 11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel.

111 VRAAG 23b Welke onderbouwing kunt u geven ter ondersteuning van uw conclusie? Wat is de betekenis hiervan? Matth. 19:9 ; 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Markus 10:11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel.]

112 VRAAG 24a Is een huwelijk een contract of een verbond?
(Genesis 2:24; Maleachi 2:14; Mattheüs 19:6b Johannes 17:20-21; Efeziërs 5:32 Het huwelijk; een contract of een verbond Huwelijkspartners zijn nog steeds één vlees, ook wanneer zij niet seksueel verbonden zijn. Het houdt, volgens Efeziërs 5:32, een dusdanige verbinding tussen de twee personen in dat het een “groot geheimenis of mysterie 2” is. God doet een wonder gebeuren. Bij het eerste huwelijk tussen Adam en Eva deed God een wonder gebeuren door ze letterlijk één vlees te doen zijn door een stuk van Adam te gebruiken om Eva te creëren. God verbindt ook vandaag de dag nog steeds man en vrouw op miraculeuze wijze samen tot één. De man voegt zich zelf niet samen in een huwelijk, Jezus zegt; “Wat God samengevoegd heeft”. Het is een daad die God doet en alleen God kan dit ongedaan maken. De betekenis van dit woord zijn o.a. een verborgen of geheime zaak, niet duidelijk voor het verstand” van God: de geheime beslissingen die God genomen heeft om te handelen met de rechtvaardigen, die verborgen zijn voor de goddelozen en onrechtvaardigen, maar duidelijk voor de vromen” Dit zegt duidelijk iets over het verbondskarakter van het huwelijk. Dit is een grote tegenstelling tot 1 Cor. 6:16 waar de man zichzelf samenvoegt met een hoer en één lichaam (Grieks Soma = lichaam van een mens of dier) met haar wordt; “Of weet u niet dat wie zich met een hoer verenigt, één lichaam met haar is?” In Genesis zien wij dat het één vlees worden niet een onderdeel van een proces is maar “verlaten en hechten” is iets wat actief gedaan word. Het één vlees worden is echter iets wat God doet bij hen die in het huwelijk treden door “te verlaten en aanhangen of hechten”. Er is hier een parallel met Gen 2:7 waar staat: “ toen vormde de Here God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Dit is iets wat God deed net als in Gen. 2:24 “en zij zullen tot één vlees zijn.” Er is dus een fascinerende nieuwe verbinding ontstaan. Daar waar ervoor geen band was heeft God iets nieuws doen ontstaan. Dit verbond gaat zelfs uit boven de band tussen ouders en kind. Een voorbeeld van deze eenheid vinden wij in het boek Job. 2:6 “En de Here zei tegen de satan: Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven.” Alles was Job al ontnomen, inclusief zijn kinderen, maar over zijn vrouw wordt niet gesproken, zij was namelijk een deel van Job en aan Jobs leven mocht satan niet komen. 2 Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en in het Latijnse het woord “sacramentum”.

113 Contract of verbond Genesis 2:24b; …, en zij zullen tot één vlees zijn. Maleachi 2:14; ..,terwijl zij toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. Mattheüs 19:6b; Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. Genesis 2:24b; …, en zij zullen tot één vlees zijn. Maleachi 2:14; ..,terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. Mattheüs 19:6b; Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.

114 VRAAG 24b Omschrijf uw mening. Hoe belangrijk is dit ?
Het huwelijk; een contract of een verbond Huwelijkspartners zijn nog steeds één vlees, ook wanneer zij niet seksueel verbonden zijn. Het houdt, volgens Efeziërs 5:32, een dusdanige verbinding tussen de twee personen in dat het een “groot geheimenis of mysterie 2” is. God doet een wonder gebeuren. Bij het eerste huwelijk tussen Adam en Eva deed God een wonder gebeuren door ze letterlijk één vlees te doen zijn door een stuk van Adam te gebruiken om Eva te creëren. God verbindt ook vandaag de dag nog steeds man en vrouw op miraculeuze wijze samen tot één. De man voegt zich zelf niet samen in een huwelijk, Jezus zegt; “Wat God samengevoegd heeft”. Het is een daad die God doet en alleen God kan dit ongedaan maken. De betekenis van dit woord zijn o.a. een verborgen of geheime zaak, niet duidelijk voor het verstand” van God: de geheime beslissingen die God genomen heeft om te handelen met de rechtvaardigen, die verborgen zijn voor de goddelozen en onrechtvaardigen, maar duidelijk voor de vromen” Dit zegt duidelijk iets over het verbondskarakter van het huwelijk. Dit is een grote tegenstelling tot 1 Cor. 6:16 waar de man zichzelf samenvoegt met een hoer en één lichaam (Grieks Soma = lichaam van een mens of dier) met haar wordt; “Of weet u niet dat wie zich met een hoer verenigt, één lichaam met haar is?” In Genesis zien wij dat het één vlees worden niet een onderdeel van een proces is maar “verlaten en hechten” is iets wat actief gedaan word. Het één vlees worden is echter iets wat God doet bij hen die in het huwelijk treden door “te verlaten en aanhangen of hechten”. Er is hier een parallel met Gen 2:7 waar staat: “ toen vormde de Here God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Dit is iets wat God deed net als in Gen. 2:24 “en zij zullen tot één vlees zijn.” Er is dus een fascinerende nieuwe verbinding ontstaan. Daar waar ervoor geen band was heeft God iets nieuws doen ontstaan. Dit verbond gaat zelfs uit boven de band tussen ouders en kind. Een voorbeeld van deze eenheid vinden wij in het boek Job. 2:6 “En de Here zei tegen de satan: Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven.” Alles was Job al ontnomen, inclusief zijn kinderen, maar over zijn vrouw wordt niet gesproken, zij was namelijk een deel van Job en aan Jobs leven mocht satan niet komen. In Maleachi 2 vers 14 lezen wij: “Omdat de Here Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is.” Het woord verbond is in het Hebreeuws “beriyth”en heeft de betekenis van “snijden” “vaneen snijden” “splitsen” in zich. Wij zien dit o.a. als uitvoering van het verbond dat God sluit met Abraham in Genesis 15 vers 10. Maar bovenal in de bezegeling van het nieuwe verbond in Mattheüs 26: 27 Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. In alle gevallen waar God een verbond aangaat is er spreke van; scheiden, verbinden en het vloeien van bloed. Wie zien deze verbondstekenen van het huwelijk ook terug in Genesis 2:24 en Mattheüs 19:5; “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, Wat zegt dit nu van het tussen man en vrouw. Dit wordt bezegeld door de eerste gemeenschap die zij hebben waarbij bij de vrouw (onder normale omstandigheden) een klein beetje bloed vloeit. Hieruit kunnen wij opmaken hoe groot de waarde is die de Here God echt aan het bewaren van de reinheid (maagdelijkheid) van de vrouw, en man in de NT tijd. 2 Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en in het Latijnse het woord “sacramentum”.

115 verbond Genesis 15:10 Hij haalde al deze dieren voor Hem, deelde ze doormidden en legde de stukken tegenover elkaar; de vogels deelde hij echter niet. 18 Op die dag sloot de Here een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat: In Mal. 2 vers 14 lezen wij: “Omdat de Here Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zij toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is.” Matth. 26: 27 Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Efeziërs 5:31-32; Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32 Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente. Het woord verbond komt 312 maal voor in de Bijbel (HSV) 01285 תירב zn i.d. betekenis van "snijden" zoals van TWOT-282a 1) verbond, overeenkomst, verbintenis, afspraak 1a) tussen mensen 1a1) verbond, verdrag, verbintenis, bond (tussen mensen) 1a2) constitutie, verordening (van monarch tot onderdanen) 1a3) overeenkomst, afspraak (van man tot man) 1a4) verbond (van vriendschap) 1a5) band (van huwelijk) 1b) tussen God en mens 1b1) verbintenis (van vriendschap) 1b2) verbond (goddelijke verordening met tekenen of afspraken) 2) (uitdrukkingen) 2a) verbond aangaan 2b) verbond nakomen 2c) verbondsschending Genesis 17:10 Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden. Jeremia 31:33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de Here: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 34:18 Ik zal de mannen die Mijn verbond hebben overtreden, die de woorden van het verbond dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, niet gestand hebben gedaan, maken als het kalf dat zij in tweeën hebben gesneden en tussen de stukken waarvan zij zijn doorgegaan, 19 namelijk de vorsten van Juda, de vorsten van Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de hele bevolking van het land, die allen tussen de stukken van het kalf zijn doorgegaan. Galaten 3:15 Broeders, ik spreek op menselijke wijze: Zelfs een verbond van mensen dat rechtsgeldig is geworden, stelt niemand terzijde of voegt daar iets aan toe. Galaten 3:16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus. Galaten 3:17 Dit nu zeg ik: Het verbond, dat eertijds door God rechtsgeldig was gemaakt met het oog op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderddertig jaar gekomen is, niet krachteloos gemaakt om de belofte teniet te doen.

116 VRAAG 25 Ligt het standpunt van Johannes de Doper op echtscheiding en hertrouwen toe. Wat is er gebeurd met hem omdat hij over dit standpunt onderwees? (Lukas 3:19-20; Mattheüs 14:1-12; Markus 6:14) Matth. 14:3-4 Herodes had Johannes immers gevangengenomen, hem geboeid en in de gevangenis gezet, vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, 4 want Johannes had tegen hem gezegd: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.

117 Mattheüs 14:1-12 In die tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht over Jezus, 2 en hij zei tegen zijn knechten: Dat is Johannes de Doper; hij is opgewekt uit de doden, en daarom zijn die krachten werkzaam in hem. 3 Herodes had Johannes immers gevangengenomen, hem geboeid en in de gevangenis gezet, vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, 4 want Johannes had tegen hem gezegd: Het is u niet geoorloofd haar te hebben. 5 En hij wilde hem doden, maar hij was bevreesd voor de menigte, omdat zij hem voor een profeet hielden. 6 Maar toen de verjaardag van Herodes gevierd werd, danste de dochter van Herodias in hun midden, en zij behaagde Herodes. 7 Daarom beloofde hij haar met een eed dat hij haar zou geven wat zij ook maar vragen zou. 8 En daartoe opgestookt door haar moeder, zei ze: Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper. 9 En de koning werd bedroefd, maar omwille van de eden en om hen die met hem aanlagen, gaf hij bevel dat het haar gegeven zou worden; 10 en hij stuurde iemand en liet Johannes in de gevangenis onthoofden. 11 En zijn hoofd werd op een schotel gebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het bij haar moeder. 12 En zijn discipelen kwamen, namen het lichaam weg en begroeven het; zij gingen heen en berichtten het Jezus. Markus 6:14-17{De dood van Johannes de Doper } En koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was bekend geworden) en zei: Johannes die doopte, is uit de doden opgewekt en daarom zijn die krachten werkzaam in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elia; en weer anderen zeiden: Hij is een profeet, of Hij is als een van de profeten. Maar toen Herodes het hoorde, zei hij: Dit is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt. En Hij gebood hun en zei: Kijk uit, pas op voor het zuurdeeg van de Farizeeën en voor het zuurdeeg van Herodes. Lukas 3:29-30 19 Maar toen Herodes, de viervorst, door hem terechtgewezen werd omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, en om alle slechte dingen die Herodes deed, 20 heeft hij ook dit nog bij dat alles gevoegd dat hij Johannes in de gevangenis opsloot.

118 VRAAG 26 Er werden twee, goed gedefinieerde leerstellingen aangehouden door de Farizeeën in het begin van de N.T. tijd: de School van Hillel leert dat een man zijn vrouw “ voor elke oorzaak' kon wegzenden en de School van Shammai die leert dat een man zijn vrouw alleen kon wegzenden "voor overspel.“ Overstijgt het onderwijs van de Here Jezus " de “gerechtigheid” van de schriftgeleerden en Farizeeën“ of juist niet? (Mattheüs 5:17-20 en 27)? Tegenwoordig soms ook nog aangehouden worden

119 gerechtigheid Matt 5:17-20 {Jezus en de Wet } Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. 27 U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. 28 Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft. Gerechtigheid= 1343 δικαιοσυνη dikaio’sune, zn vr 1) in brede zin: toestand van iemand zoals hij hoort te zijn, rechtvaardigheid, de toestand die voor God aanvaardbaar is 1a) de leer betreffende de wijze waarop iemand een toestand kan bereiken die door God goedgekeurd wordt 1b) rechtschapenheid, deugd, reinheid van leven, juistheid van denken, gevoelen en doen 2) in beperkte zin, rechtvaardigheid of de deugd die ieder het zijne geeft

120 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 6 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

121 VRAAG 27A Onderzoek en verklaar de verlovingsgewoonte in Bijbelse tijden (Mattheüs 1:18-25).

122 Joodse verloving Matt 1:18-25 De geboorte van Jezus Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. 19 Jozef, haar man, wilde haar onopgemerkt verlaten, omdat hij rechtvaardig was en haar niet in het openbaar te schande wilde maken. 20 Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Here verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen {letterlijk: verwekt. } is, is uit de Heilige Geest; 21 en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. 22 Dit alles is geschied opdat vervuld werd wat door de Here gesproken is door de profeet, toen hij zei: 23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons. 24 Toen Jozef uit de slaap ontwaakt was, deed hij zoals de engel van de Here hem bevolen had, en hij nam zijn vrouw bij zich; 25 en hij had geen gemeenschap met haar totdat zij haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en hij gaf Hem de naam Jezus. De geboorte van Jezus Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. 19 Jozef, haar man, wilde haar onopgemerkt verlaten, omdat hij rechtvaardig was en haar niet in het openbaar te schande wilde maken. 20 Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Here verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen {letterlijk: verwekt. } is, is uit de Heilige Geest; 21 en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. 22 Dit alles is geschied opdat vervuld werd wat door de Here gesproken is door de profeet, toen hij zei: 23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons. 24 Toen Jozef uit de slaap ontwaakt was, deed hij zoals de engel van de Here hem bevolen had, en hij nam zijn vrouw bij zich; 25 en hij had geen gemeenschap met haar totdat zij haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en hij gaf Hem de naam Jezus.

123 VRAAG 27b Kan “hoererij” eventueel verwijzen naar ontrouw tijdens de joodse periode van verloving? Wat spreekt hier voor en wat tegen? Hosea 2:19-20 “En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den Here kennen”. In de Joodse cultuur was een verloving, zoals in Lukas 1:27 staat “ondertrouwd”, bindend en de bruid werd aangeduid als de vrouw van haar man, zelfs voordat het huwelijk werd geconsumeerd door middel van lichamelijke eenwording. Eén is gebaseerd op Mattheüs 5:32 en Mattheüs 19:9 waar Jezus zegt "anders dan om hoererij”. Deze Bijbelteksten worden vaak gebruikt om een echtscheiding en vaak hertrouwen, door de “onschuldige partij”, te rechtvaardigen wanneer één van de partners ontrouw is geweest. Er zijn echter veel aanwijzingen dat de teksten in Mattheüs 5:32 en Mattheüs 19:9 een verwijzing zijn naar de gebruiken binnen en vooraf gaand aan het Joodse huwelijk omdat zowel Markus 10:10, Lukas 16:18, niet spreken over een uitzondering. Bijbel onderzoekers vertellen ons dat het evangelie volgens Mattheüs voor de Joden werd geschreven en binnen de Joodse gewoonten en gebruiken waarbij de bruid en bruidegom werden beschouwd als man en vrouw vanaf het begin van de periode van verloving/ondertrouw. De ondertrouw periode was al bindend, zij waren al één, maar er was een jaar van voorbereiding voordat het huwelijk werd geconsumeerd en de twee samen kwamen om als “één” te leven. Als ontrouw (seksuele immoraliteit) werd ontdekt op het moment van de eenwording, na de verloving / ondertrouw, dan was de man vrij om te scheiden van zijn vrouw (verloofde) zonder verdere gevolgen. Een voorbeeld hiervan in de Bijbel vinden wij bij Josef en Maria (zie Mattheüs 1: 18-25). De verloving- of ondertrouwperiode was een tijd van voorbereiding, en op de afgesproken tijd kwam de bruidegom en nam zijn "vrouw" naar het huis dat hij had voorbereid. Vergelijk dit eens is met onze relatie met Christus. Dit is een tijd van voorbereiding voor ons huwelijk met Christus. Om deze voorbereiding uit te werken, heeft God ons, door de inwoning van de Heilige Geest, de 'garantie' gegeven dat Hij serieus is over deze belofte en naar de bruiloft toe wil werken. Als dit waar is, wat is onze relatie op dit moment dan met Jezus? In vergelijking met de praktijk van de joodse ondertrouw zijn wij de verloofde van Christus. “Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen.' (2 Korintiërs 11: 2).

124 VRAAG 27C Kan “hoererij”, waar de Here Jezus naar verwijst, eventueel verwijzen naar incest of huwelijken binnen de zogenaamde “consanguiniteit” of bloedverwantschap, als omschreven in Leviticus 18? Hosea 2:19-20 “En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den Here kennen”. In de Joodse cultuur was een verloving, zoals in Lukas 1:27 staat “ondertrouwd”, bindend en de bruid werd aangeduid als de vrouw van haar man, zelfs voordat het huwelijk werd geconsumeerd door middel van lichamelijke eenwording. Eén is gebaseerd op Mattheüs 5:32 en Mattheüs 19:9 waar Jezus zegt "anders dan om hoererij”. Deze Bijbelteksten worden vaak gebruikt om een echtscheiding en vaak hertrouwen, door de “onschuldige partij”, te rechtvaardigen wanneer één van de partners ontrouw is geweest. Er zijn echter veel aanwijzingen dat de teksten in Mattheüs 5:32 en Mattheüs 19:9 een verwijzing zijn naar de gebruiken binnen en vooraf gaand aan het Joodse huwelijk omdat zowel Markus 10:10, Lukas 16:18, niet spreken over een uitzondering. Bijbel onderzoekers vertellen ons dat het evangelie volgens Mattheüs voor de Joden werd geschreven en binnen de Joodse gewoonten en gebruiken waarbij de bruid en bruidegom werden beschouwd als man en vrouw vanaf het begin van de periode van verloving/ondertrouw. De ondertrouw periode was al bindend, zij waren al één, maar er was een jaar van voorbereiding voordat het huwelijk werd geconsumeerd en de twee samen kwamen om als “één” te leven. Als ontrouw (seksuele immoraliteit) werd ontdekt op het moment van de eenwording, na de verloving / ondertrouw, dan was de man vrij om te scheiden van zijn vrouw (verloofde) zonder verdere gevolgen. Een voorbeeld hiervan in de Bijbel vinden wij bij Josef en Maria (zie Mattheüs 1: 18-25). De verloving- of ondertrouwperiode was een tijd van voorbereiding, en op de afgesproken tijd kwam de bruidegom en nam zijn "vrouw" naar het huis dat hij had voorbereid. Vergelijk dit eens is met onze relatie met Christus. Dit is een tijd van voorbereiding voor ons huwelijk met Christus. Om deze voorbereiding uit te werken, heeft God ons, door de inwoning van de Heilige Geest, de 'garantie' gegeven dat Hij serieus is over deze belofte en naar de bruiloft toe wil werken. Als dit waar is, wat is onze relatie op dit moment dan met Jezus? In vergelijking met de praktijk van de joodse ondertrouw zijn wij de verloofde van Christus. “Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen.' (2 Korintiërs 11: 2).

125 Leviticus 18:6-20 6 Niemand mag tot welke bloedverwant van zijn eigen familie dan ook naderen om de schaamdelen te ontbloten. Ik ben de HEERE. 7 U mag de schaamte van uw vader, namelijk de schaamdelen van uw moeder, niet ontbloten. Zij is uw moeder, u mag haar schaamdelen niet ontbloten. 8 U mag de schaamdelen van de vrouw van uw vader niet ontbloten. Het is de schaamte van uw vader. 9 De schaamdelen van uw zuster, de dochter van uw vader of de dochter van uw moeder, of ze nu in dit gezin of daarbuiten geboren is, hun schaamdelen mag u niet ontbloten. 10 De schaamdelen van de dochter van uw zoon of van de dochter van uw dochter, hun schaamdelen mag u niet ontbloten, want zij zijn uw schaamte. 11 De schaamdelen van de dochter van de vrouw van uw vader, die bij uw vader geboren is-zij is uw zuster-haar schaamdelen mag u niet ontbloten. 12 U mag de schaamdelen van de zuster van uw vader niet ontbloten. Zij is een bloedverwante van uw vader. 13 U mag de schaamdelen van de zuster van uw moeder niet ontbloten, want zij is een bloedverwante van uw moeder. 14 U mag de schaamte van de broer van uw vader niet ontbloten. U mag niet tot zijn vrouw naderen, zij is uw tante. 15 U mag de schaamdelen van uw schoondochter niet ontbloten. Zij is de vrouw van uw zoon, u mag haar schaamdelen niet ontbloten. 16 U mag de schaamdelen van de vrouw van uw broer niet ontbloten. Het is de schaamte van uw broer. 17 U mag de schaamdelen van een vrouw én die van haar dochter niet ontbloten. U mag niet de dochter van haar zoon en ook niet de dochter van haar dochter tot vrouw nemen om haar schaamdelen te ontbloten. Zij zijn bloedverwanten, het is schandelijk gedrag. 18 Verder mag u niet naast uw eigen vrouw haar zuster tot vrouw nemen. U zou haar krenken door haar schaamte te ontbloten terwijl zij nog in leven is. 19 U mag niet naderen tot een vrouw die vanwege haar afzondering onrein is, om haar schaamdelen te ontbloten. 20 U mag niet met de vrouw van uw naaste de geslachtsdaad verrichten om gemeenschap met haar te hebben. Dan verontreinigt u zich met haar.

126 VRAAG 27D Wat spreekt hier voor en wat tegen?

127 VRAAG 28a Welke primaire voorstelling geeft Paulus weer in Romeinen 7:1-6?

128 Vrij van de wet Rom. 7:1-6 Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet kennen-dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. 4 Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God. 5 Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood. 6 Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter. Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet kennen-dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. 4 Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God. 5 Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood. 6 Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.

129 VRAAG 28b Hoe is dit in het onderwerp binnen het huwelijk een passende metafoor?

130 VRAAG 29 Welk licht werpt Paulus zijn illustratie op het huwelijksverbond als beschreven in Romeinen 7:2-3 en 1 Korintiërs 7:39 om dit verbond te beëindiging?

131 Romeinen 7:2-3 en 1 Korintiërs 7:39
Romeinen 7:2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. 1 Korintiërs 7:39 Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Here. Romeinen 7:2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. 1 Korintiërs 7:39 Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Here.

132 VRAAG 30 Welk advies geeft Paulus aan gelovigen die gehuwd zijn met gelovigen in 1 Korintiërs 7:10? “Maar de gehuwden beveel ik -niet ik, maar de Here- dat een vrouw niet zal scheiden van haar man”

133 VRAAG 31a Welk advies geeft Paulus aan gelovigen die gehuwd zijn met ongelovigen in 1 Korintiërs 7:12-13? 14 Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.

134 1 Korintiërs 7:12-13 12 “Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Here: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. 13 En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt ermee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten.”

135 VRAAG 31b Waarom geeft Paulus dit advies?
14 Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.

136 VRAAG 32a Wat advies geeft Paulus in het geval dat een echtscheiding zich heeft voorgedaan? (1 Korintiërs 7:15-16)

137 1 Korintiërs 7:15-16 “Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen. 16 Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?” God heeft ons echter tot vrede geroepen. 16 Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?” De weg tot herstel open houden en …… volgende dia

138 VRAAG 32b Is de richtlijn van de apostel in tegenspraak met wat hij elders gezegd heeft (Romeinen 7:2) of wat onze Heer bevestigd (Markus 10:9-12)?

139 Rom 7:2 en markus 10:9-12 Rom. 7:2 Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. Markus 10: 9 Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 10 En thuis stelden Zijn discipelen Hem hierover opnieuw vragen. 11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Hier staat in geen enkel geval “Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel “ , behalve wanneer diegene die de scheiding heeft doorgezet geen christen is.

140 VRAAG 33 Geef de drie redenen die Paulus weergeeft in
1 Korintiërs 7:14-16 voor het behoud van het huwelijksverbond met een ongelovige partner. Man / vrouw geheiligd <37> αγιαζω hagi’azo; ww; (28); van <40> αγιος (heilig); LXX: In de LXX de betekenis van reinigen 1) heiligen 2) erkennen, eerbiedwaardig of heilig zijn 3) apart zetten van profane dingen en toewijden aan God 2a) dingen aan God wijden 2b) mensen aan God wijden 4) reinigen 3a) uitwendig schoonmaken 3b) door verzoening reinigen: vrij van de zondeschuld 3c) inwendig reinigen door de vernieuwing van de ziel Kinderen heilig. <40> αγιος hagios; bn; (233); van αγος (iets ontzagwekkends); LXX: griekse vertaling van <06918> שׁודק; Lit: ook gebruikt als titel voor goden; 1) iets zeer heiligs, een heilige Aanv: vgl <53> αγνος (rein) en <2282> θαλπω (warm); Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?”

141 1 Korintiërs 7:14-16 14 Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. 15 Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen. 16 Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden? Man / vrouw geheiligd <37> αγιαζω hagi’azo; ww; (28); van <40> αγιος (heilig); LXX: In de LXX de betekenis van reinigen 1) heiligen 2) erkennen, eerbiedwaardig of heilig zijn 3) apart zetten van profane dingen en toewijden aan God 2a) dingen aan God wijden 2b) mensen aan God wijden 4) reinigen 3a) uitwendig schoonmaken 3b) door verzoening reinigen: vrij van de zondeschuld 3c) inwendig reinigen door de vernieuwing van de ziel Kinderen heilig. <40> αγιος hagios; bn; (233); van αγος (iets ontzagwekkends); LXX: griekse vertaling van <06918> שׁודק; Lit: ook gebruikt als titel voor goden; 1) iets zeer heiligs, een heilige Aanv: vgl <53> αγνος (rein) en <2282> θαλπω (warm); Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?”

142 VRAAG 34 Leert 1 Korintiërs 7:15 ons dat echtscheiding en hertrouwen na scheiding, in het geval van verlating, is toegestaan? 15 “Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen.” Kunt u uitleggen wat Paulus hiermee bedoeld? STV: Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen. 1402 δουλοω dou’lo-oo, ww van 1401 1) slaaf maken van, tot lijfeigene maken 2) metaf. zich geheel wijden aan iemands behoeften en dienst, zich een slaaf van hem maken 1401 δουλος ‘doulos, zn m van 1210 1) een slaaf, lijfeigene 1a) een slaaf 1b) metaf., iemand die zich aan de wil van een ander overgeeft, hen van wie de dienst door Christus gebruikt wordt om Zijn zaak onder de mensen uit te breiden en voortgang te doen vinden 1c) toegewijd aan een ander met veronachtzaming van eigen belangen 2) een dienaar, een bediende Tot vrede geroepen: 1515 ειρηνη ei’rene, zn f waarschijnlijk van een primair werkwoord eiro (verbinden) 1) een toestand van nationale rust 1a) vrijheid van de verwoesting van een oorlog 2) vrede tussen individuen, d.w.z. harmonie, eendracht 3) veiligheid, zekerheid, voorspoed (omdat vrede en harmonie de dingen veilig en welvarend maken) 4) van de vrede van de Messias 4a) de weg die tot vrede leidt (of de vrede bewaart) 5) van het geloof, de toestand van rust in een ziel, verzekerd door het behoud in Christus, en dus zonder vrees voor God en tevreden met zijn aardse lot, van hoedanige aard dat ook is 6) de gezegende staat van vrome en oprechte mensen na de dood

143 VRAAG 35A Hoe past 1 Korintiërs 7:27-28 in de context van 1 Korintiërs 7:10-16

144 1 Korintiërs 7: / 10-16 27 Bent u aan een vrouw verbonden, zoek geen losmaking. Bent u vrij van een vrouw, zoek dan geen vrouw. 28 Maar ook als u trouwt, zondigt u niet. Ook als een meisje dat nog maagd is, trouwt, zondigt zij niet. 7:10-16 Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Here, dat de vrouw van den man niet scheide. 11 En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate. 12 Maar den anderen zeg ik, niet de Here: Indien enig broeder een ongelovige vrouw heeft, en dezelve tevreden is bij hem te wonen, dat hij ze niet verlate; 13 En een vrouw, die een ongelovigen man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate. 14 Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. 15 Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen. 16 Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?

145 VRAAG 35B Geeft Paulus in vers 28 aan dat sommige personen na een echtscheiding in feite zonder zonde kunnen hertrouwen? 27 Bent u aan een vrouw verbonden, zoek geen losmaking. Bent u vrij van een vrouw, zoek dan geen vrouw. 28 Maar ook als u trouwt, zondigt u niet. Ook als een meisje dat nog maagd is, trouwt, zondigt zij niet. Waarom wel of waarom niet? Maar ook als u trouwt, zondigt u niet. Ook als een meisje dat nog maagd is, trouwt, zondigt zij niet. Antwoord: 10 Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Here, dat de vrouw van den man niet scheide. 11 En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate. Tevens Matth. 5:32 / enz.

146 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN
deel 7 HUWELIJK ECHTSCHEIDING HERTROUWEN

147 VRAAG 36a Neemt bekering en wedergeboorte de gevolgen van echtscheiding, begaan voordat men tot bekering kwam, weg. (2 Kor. 5:17; Efeziërs 4:22-24)? Het leven door de Geest } Romeinen 8:1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Romeinen 8:9 Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans {wanneer althans-Of: omdat. } de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. 1 Corinthiërs 1:30 Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, Ezechiël 36:26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Romeinen 6:6 Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Efeziërs 4: namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

148 2 Kor. 5:17; Efeziërs 4:20-24 2 Korintiërs 5:17; Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 4:20-24; Maar u hebt Christus zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is, namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

149 VRAAG 36b Waarom wel of waarom niet?
Geldt deze zelfde logica voor de gevolgen van andere zonden? Het leven door de Geest } Romeinen 8:1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Romeinen 8:9 Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans {wanneer althans-Of: omdat. } de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. 1 Corinthiërs 1:30 Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, Ezechiël 36:26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Romeinen 6:6 Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Efeziërs 4: namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

150 VRAAG 37a In welke toestand leven diegene die na een echtscheiding hertrouwen? (Mattheüs 5:32; Mattheüs 19:9; Markus 10:11-12; Lukas 16:18; Romeinen 7:3)?

151 Hertrouwen? Mattheüs 5:32; Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Mattheüs 19:9; Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Markus 10:11-12; En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Lukas 16:18; Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel. Romeinen 7:3; Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt.

152 VRAAG 37 Kunt u uw gedachte hierover uitleggen.
Zo wie <1437> zijn <846> vrouw <1135> verlaat <630> (5661), en <2532> een andere <243> trouwt <1060> (5661), die doet overspel <3429> (5736) tegen <1909> haar <846>. 12 En <2532> indien <1437> een vrouw <1135> haar <846> man <435> zal verlaten <630> (5661), en <2532> met een anderen <243> trouwen <1060> (5686), die doet overspel <3429> (5736). die doet overspel <3429> 3429 μοιχαω moi’chao, ww van 3432 1) onwettige gemeenschap hebben met de vrouw van een ander, overspel plegen met (5736) Tijd - Tegenwoordige Zie De onvoltooid tegenwoordige tijd geeft aan dat de toestand of de handeling in het heden geplaatst is. In het algemeen komt het Grieks hierin overeen met het Nederlands. Vorm - Medium of Lijdende Deponens Zie 5790 De medium of lijdende deponens vormen worden in bijna alle gevallen vertaald met de bedrijvende vorm. Wijs - Aantonende Zie De aantonende wijs wordt gebruikt om een feitelijk gebeuren weer te geven. Als de handeling werkelijk plaatsvindt, plaats heeft gevonden of plaats zal vinden, wordt de aantonende wijs gebruikt.

153 overspel Markus 10:10-11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. (STV) met een anderen trouwen die doet overspel die doet overspel <3429> μοιχαω moi’chao, ww = gemeenschap hebben met de vrouw [man] van een ander; overspel plegen met… Tijd - Tegenwoordige ; Zie De onvoltooid tegenwoordige tijd geeft aan dat de toestand of de handeling in het heden geplaatst is. In het algemeen komt het Grieks hierin overeen met het Nederlands. Vorm - Medium of Lijdende Deponens Zie 5790 De medium of lijdende deponens vormen worden in bijna alle gevallen vertaald met de bedrijvende vorm. Wijs - Aantonende Zie De aantonende wijs wordt gebruikt om een feitelijk gebeuren weer te geven. Als de handeling werkelijk plaatsvindt, plaats heeft gevonden of plaats zal vinden, wordt de aantonende wijs gebruikt. Markus 10:10-11 En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. 12 En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. Romeinen 7:3 3 Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Zo wie <1437> zijn <846> vrouw <1135> verlaat <630> (5661), en <2532> een andere <243> trouwt <1060> (5661), die doet overspel <3429> (5736) tegen <1909> haar <846>. 12 En <2532> indien <1437> een vrouw <1135> haar <846> man <435> zal verlaten <630> (5661), en <2532> met een anderen <243> trouwen <1060> (5686), die doet overspel <3429> (5736). die doet overspel <3429> 3429 μοιχαω moi’chao, ww van 3432 1) onwettige gemeenschap hebben met de vrouw van een ander, overspel plegen met (5736) Tijd - Tegenwoordige Zie De onvoltooid tegenwoordige tijd geeft aan dat de toestand of de handeling in het heden geplaatst is. In het algemeen komt het Grieks hierin overeen met het Nederlands. Vorm - Medium of Lijdende Deponens Zie 5790 De medium of lijdende deponens vormen worden in bijna alle gevallen vertaald met de bedrijvende vorm. Wijs - Aantonende Zie De aantonende wijs wordt gebruikt om een feitelijk gebeuren weer te geven. Als de handeling werkelijk plaatsvindt, plaats heeft gevonden of plaats zal vinden, wordt de aantonende wijs gebruikt.

154 Vraag 38a Wat zegt Gods woord over Zijn liefde en genade en hoe kunnen wij dit toepassen bij echtscheiding en hertrouwen. (2 Korintiërs 5:17; Efeziërs 1:7; Efeziërs 2:8-9; Johannes 1:17; Galaten 1:6-7) 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

155 2 Korintiërs 5:17 e.a. 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

156 Vraag 38B Wat betekent Gods genade voor u?
genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; genade (χαρις = charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

157 Genade en waarheid Genade: 5485 χαρις ‘charis, zn, vr. betekend o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden. 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

158 Vraag 38c Johannes 1: 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Wat betekent WAARHEID voor u? 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

159 Genade en waarheid Waarheid: 225 αληθεια a’letheia; zn. vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen 2 Korintiërs 5:17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. Efeziërs 1:7-8 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,… Efeziërs 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Galaten 1:6-7 {Geen ander Evangelie } Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 2 Timotheüs 1:9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, … Johannes 8:31-32 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Johannes 16:13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Genade, wat is dat eigenlijk? Antwoord: Wij moeten genade niet verwarren met barmhartigheid: ελεος ‘eleos: van ελεφος; Wat o.a. betekent; Medelijden: vriendelijkheid of goedheid jegens de ongelukkige en bedroefde, met een verlangen hem te helpen Van God jegens de mensen: in Zijn algemene voorzienigheid; de barmhartigheid en goedertierenheid van God doordat Hij de mensen in Christus het behoud verschaft en aanbiedt De barmhartigheid van Christus, waarmee Hij, bij Zijn terugkeer ten oordeel, de ware gelovigen met eeuwig leven zal zegenen Het woord genade (charis) komt 126 keer (STV) voor in het NT. Joh 1: 15 Johannes getuigt van Hem, en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik. 16 En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. 17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Onder de wet zijn houdt in dat wij uit onszelf proberen om een beter (naar Gods wil of Jezus voorbeeld, zie de Bergrede) mens te zijn. De mens zegt dan ik ben menselijk dus zondig ik. Iemand die leeft uit de Waarheid en genade kan de zonde overwinnen door de genade. Dat is: 17 Want <3754> de wet <3551> is door <1223> Mozes <3475> gegeven <1325> (5681), de genade <5485> en <2532> de waarheid <225> is door <1223> Jezus <2424> Christus <5547> geworden <1096> (5633) Alhoewel het nergens voorkomt en zo vertaald of toegepast word heeft het voor velen alleen de betekenis van “onverdiende gunst”, maar het Griekse woord voor genade “charis” staat “ volgens Strong voor : 5485 χαρις ‘charis, zn vr beteknd o.a. van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden <1656> ελεος (erbarmen) <1653> ελεεω (medelijden hebben) - uitgedrukt in daden <3628> οικτιρμος (medelijden) - de uiterlijke manifestatie van medelijden <4698> σπλαγχνον (hart vol medelijden) - passieve vorm van gevoel van medelijden <4184> πολυσπλαγχνος (vol medelijden) - sterkere vorm van gevoel van medeleven; waarheid <225> αληθεια a’letheia; zn vr; o.a. de waarheid als onderwezen in het christelijk geloof betreffende God en de uitvoering van Zijn voornemen in Christus, en betreffende de plichten van de mens, in tegenstelling tot de bijgelovigheden van de heidenen en de uitvindingen van de Joden, en de vervalste opvattingen en voorschriften van valse leraars, zelfs onder de christenen Genade is als eerste wat wij nodig hebben tot de vergeving van onze zonden, hier begint het mee. Hierna volgt een proces waarbij wij constant verslagen worden door onze zondige natuur die wij geërfd hebben van Adam. Het antwoord hierop is ook genade, iets wat hiervoor niet beschikbaar was in het oude testament. Romeinen 6:14 spreekt hier over: Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade. Hebr. 10:28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wanneer wij beseffen dat in Gods Woord nergens staat dat genade onverdiende gunst is, maar dat genade omschreven wordt als: “Van het genadig welgevallen waardoor God, door het uitoefenen van Zijn heilige invloed op de zielen, hen tot Christus wendt, behoudt, versterkt en hen in geloof, kennis en liefde doet groeien en hen prikkelt tot het uitoefenen van christelijke deugden”, dan zien wij wat er in Johannes 1:17 bedoeld wordt, namelijk niet meer de wet als middel van buitenaf maar genade als middel van Christus in ons en leven naar Zijn voorbeeld en verkondiging (Waarheid). Gal. 1:6-7 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Hebreeën 12:28 “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.”

160 VRAAG 39a Is er een overeenkomst in een huwelijk tussen man en vrouw en de Here Jezus en de gemeente (Efeziërs 5:31-32) ?

161 Christus en de gemeente
31 Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32 Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.

162 geheimenis Efeziërs 5:31-32a: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot;……” Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en is in het Latijns het woord: “sacramentum”. Efeziërs 5:31-32a: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot;……” Het woord mysterie dat in Efeziërs 5:32 gebruikt wordt komt van het Griekse woord: μυστηριον = mus’terion, en in het Latijnse het woord “sacramentum”. Mus’terion of sacramentum komen wij later op terug

163 VRAAG 39B Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is dit van groot belang?
33 Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. 29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Here de gemeente. 28 Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 25 Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.

164 De man en christus 33 Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. 29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Here de gemeente. 28 Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 25 Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn. Dit geeft een extra dimensie aan het verbondskarakter van God met de mens in het huwelijk. Efeziërs 5 van 33 terug lezen

165 VRAAG 40a Kan echtscheiding en/of echtscheiding en hertrouwen vergeven worden (Leviticus 20:10; Korintiërs 6:10; Hebreeën 13:4; Jakobus 4:4 )?

166 Vergeving? Leviticus 20:10 Een man die met de vrouw van iemand anders overspel pleegt, die met de vrouw van zijn naaste overspel pleegt, moet zeker gedood worden, de overspeler en de overspeelster. 1 Korintiërs 6:10 Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven. Hebreeën 13:4 Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijks bed onbevlekt, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen. Jakobus 4:4 Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.

167 VRAAG 40b Wat is de voorwaarde om vergeving te ontvangen (1 Johannes 1:8-10; Spreuken 28:13)?

168 De zonde belijden 1 Johannes 1:8-10; Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. 9 Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. 10 Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons. Spreuken 28:13; Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen.

169 DE WAARHEID? Wanneer u deze vragen serieus bestudeerd, zorgvuldig en biddend Bijbels beantwoord hebt; Wanneer u gewetensvol en zonder voorwaarden vooraf, God hebt gevraagd en toegestaan om te spreken door middel van Zijn Woord; Wanneer u hebt geprobeerd uw interpretatie van de teksten in de Bijbel zodanig te harmoniseren dat er geen afwijking is in de teksten onderling en dat u tot de overtuiging bent gekomen dat uw conclusie op basis van Gods Woord geen, emotionele, sociale of maatschappelijk geaccepteerde conclusie, maar een door Gods Geest geïnspireerde, persoonlijke overtuiging is, dan; Looft de Here voor Zijn genade tot wijsheid en inzichten in Zijn Waarheid. Aanleiding deze studie Mijn naam is Frits Mulder, ik ben 64 jaar en woon in Hoogeveen. Ik ben opgevoed in een protestants christelijke omgeving, maar heb ook na mijn kerkelijk huwelijk met een katholieke vrouw mij eigenlijk nooit echt met het geloof bezig gehouden. Al de jaren werken uit eigen kracht en een ik-gerichte instelling waren uiteindelijk de aanleiding dat ik, na meer dan een kwart eeuw huwelijk, mijn gezin meer dan een decennia geleden in de steek heb gelaten en ben ik officieel voor de wet gescheiden. Een Bijbelse reden voor de echtscheiding was er niet en in die tijd heb ik daar ook helemaal niet over nagedacht. Ongeveer een half jaar na de echtscheiding leerde ik de Here Jezus kennen en in dezelfde periode, via internet, een christenvrouw met wie ik een relatie kreeg. Voor iedereen om mij heen was het een wonder dat ik “bekeerd” was en ook nog een christelijke partner had gevonden. Dat kon toch niet anders dan door God gegeven en gezegend zijn? Ik ging uiteraard naar de gemeente en door adviezen van mensen in de gemeenten die ik destijds bezocht, en omdat ik verder niet onderzocht wat Gods Woord zegt over echtscheiding en hertrouwen, was ik vanaf mijn bekering, bijna 9 jaar lang, in de veronderstelling dat ik “een nieuwe schepping ben, het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen.” Uiteraard had ik aan God vergeving gevraagd voor mijn echtscheiding. Niet meer achteromkijkend, en mij bewust of onbewust ook niet afvragend hoe God over echtscheiding en hertrouwen denkt, laat staan dat ik mij al die tijd afgevraagd heb in wat voor een dramatische situatie ik alles achter had gelaten, ging ik dit “nieuwe leven in.” Zelfs na jaren, ook bij de (kerkelijke) huwelijksvoorbereiding met mijn tweede partner, is dit hele aspect nooit aan de orde geweest en ging ik er ook vanuit dat dit allemaal goed en volgens Gods plan was. Ik ben dan ook in dat jaar ge(her)trouwd in een kerk, zonder dat iemand ook maar één op- of aanmerking had gemaakt. Een aantal jaar geleden begon ik bij mijzelf, in het bijzonder door pogingen om anderen pastoraal ter zijde te staan met hun problemen en zorgen, te ontdekken dat er bij mij dingen “niet goed zaten.” Ik kon eerst de vinger niet op de zere plek leggen en heb de Here God heel vaak gebeden om mij zijn Waarheid te laten zien waarom er zo veel tegenstand was tegen bijna alles wat ik ondernam. Alles waar ik mij mee bezig hield kwam gewoon niet van de grond. Deze zoektocht werd snel omgedraaid in een ontdekkingstocht door het geven van een Bijbelstudie in een pastoraal begeleidingscentrum over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen. Hierdoor werd ik zelf, zeven jaar na het begin van de nieuwe relatie, voor het eerst geconfronteerd met de Bijbelteksten, die spreken over de betekenis van het huwelijk en over wat Gods Woord zegt over echtscheiding en hertrouwen. Het onderwijs van de Here Jezus over echtscheiding en hertrouwen was voor mij een heftige ontdekking en was eerst moeilijk te accepteren. Maandenlang heb ik meningen van diverse leraren bestudeerd, maar dit gaf bij mij in veel gevallen alleen maar tegenstrijdige verklaringen, verwarring, grote onrust en geen echte Bijbelse oplossingen. Alleen de teksten in de Bijbel die spreken over het thema gaven mij rust en vrede, ondanks de keiharde realiteit. Ik had God toch gevraagd om mij Zijn Waarheid te laten zien, waardoor ik uiteindelijk niets anders kon dan alleen datgene wat Gods Woord zegt over echtscheiding en hertrouwen te accepteren als Dé Waarheid. Ik wist vanaf dat moment dat God mijn vorige huwelijk nooit ontbonden heeft. Ik heb destijds in de kerk de belofte gedaan “tot de dood ons scheidt”, maar heb mij nooit de ernst van deze belofte gerealiseerd. Ik zag in dat ik destijds een (eerste) huwelijksverbond ben aangegaan in Gods aanwezigheid en met God als Getuige door het afleggen van een gelofte waardoor twee mensen “één vlees” geworden zijn, maar ik had de ware betekenis hiervan nooit ingezien. Na al deze lessen van de Here Jezus kwam ik tot de ontdekking dat mijn scheiding van mijn eerste vrouw on-Bijbels en het hertrouwen onrechtmatig was. Ik kon niet anders dan gehoor geven aan Gods Woord en Zijn stem en de overspelige relatie beëindigen, wat inmiddels ook is gebeurd. Ik weet dat deze zonden mij door het offer van Christus zijn vergeven en ik gereinigd ben, maar ik ben mij daarbij diep, pijnlijk en erg verdrietig bewust wat voor een verwarring, boosheid, ongeloof en emotioneel schade dit aangebracht en aangericht heeft. De verkondiging van de Bijbelse waarheid over echtscheiding en hertrouwen is tegenwoordig erg ver te zoeken. Daardoor zijn er velen die, net als ik al die jaren, in onwetendheid een weg gaan.

170 VRAGEN? over: HUWELIJK, ECHTSCHEIDING en HERTROUWEN
Veel vragen worden beantwoord in het boek: “niet meer twee, maar één vlees” klik hier voor info. Het boek kan ook besteld worden via uw boekhandel. ISBN: U kunt ook bellen naar ondergetekende: Frits Mulder


Download ppt "Een Bijbelstudie om Gods Waarheid te leren kennen over:"