De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

© l groenewold 2013 Instapmodule Een project van het Groninger Molenhuis Meer Leven In Groninger Molens.

Verwante presentaties


Presentatie over: "© l groenewold 2013 Instapmodule Een project van het Groninger Molenhuis Meer Leven In Groninger Molens."— Transcript van de presentatie:

1 © l groenewold 2013 Instapmodule Een project van het Groninger Molenhuis Meer Leven In Groninger Molens

2 De opleiding voor vrijwillig molenaar Je hebt er voor gekozen om de opleiding voor vrijwillig molenaar te volgen. Van harte welkom ! Van je instructeur heb je vast al vernomen of je aan het begin van de opleiding kan instromen, of dat je tussentijds instroomt. In beide gevallen is het goed om een eerste kennismaking met molens te hebben. Een kennismaking die je kunt bekijken op het moment dat het jou uit komt. Die kennismaking is deze lesmodule. We hebben het de ‘Instapmodule’ genoemd. Je maakt kennis met de molen en krijgt een eenvoudige uitleg bij de belangrijkste –ook wel basis- molentermen en werkzaamheden. Die termen zijn onderstreept. We zien dit als een hulpmiddel om die kennis snel te leren zodat je tijdens de lessen ook snel aansluiting hebt met de theorie en praktijk van, op, en aan de molen. Veel plezier ! De module is in samenwerking gemaakt door Lammert Groenewold (die ook de tekeningen heeft gemaakt), Henk Klöpping en Rolf Glazenburg. © l groenewold 2013

3 Hoe werkt de module: De teksten met de tekeningen verschijnen automatisch. Soms zie je ‘klik’. Klik dan met de linker muistoets om de volgende informatie te starten. Als je vindt dat het je soms te snel gaat: wees gerust. Jij bepaalt wanneer je naar de volgende bladzijde gaat (door weer te klikken (muis-links)) Je kunt de hele bladzijde daarom rustig bekijken. © l groenewold 2013 Vind je deze les leuk? Vraag het Groninger Molenhuis naar de set met overige lesmodules.

4 In de provincie Groningen zijn de meeste molens achtkantig. Dit is zo’n voorbeeld: veldmuur wiekenkruis kap achtkant Krui-inrichting: staart, schoren © l groenewold 2013

5 Het achtkant staat vaak los op de fundering. De veldmuren hebben geen dragende functie. Van buiten gezien……. … en van binnen; de constructie. © l groenewold 2013

6 De kap ziet er dan zo uit: Van buiten gezien……. … en van binnen; de constructie. © l groenewold 2013

7 Bovenwiel (schematisch) vangblokken Bovenas (schematisch) Een 3D uitwerking van de kap. De kap ligt trouwens los op het achtkant.

8 We zetten de kap even op het achtkant: © l groenewold 2013

9 Een molen zonder wiekenkruis is ook niks. Deze molen is met 4 halve voorgelegd: De molenaar spreekt trouwens niet van een wiek maar van een end: Een molen heeft daarom 4 enden ! © l groenewold 2013 Draait een molen 60 enden, komt elke seconde een wiek voorbij.

10 Je ziet ook dit type molen veel in onze omgeving: Je snapt natuurlijk dat deze delen (achtkant en kap) gewoon op een hoge bovenbouw zijn geplaatst. Heb je –ook al ben je nog geen molenaar- een idee waarom dat gebeurt ? © l groenewold 2013 Het balkon om deze molen heet een stelling. Vandaar ook de naam: stellingmolen. stelling:

11 In het noorden van Nederland, vooral in Groningen, zie je ook veel molens met kleppen in plaats van zeilen. We noemen dit systeem: zelfzwichting. Meer over dit systeem (een zogenaamde wiekverbetering) volgt later in de opleiding. © l groenewold 2013 Met dit systeem kan tijdens het draaien de windvang geregeld worden. Dat doet de wind zelf … Erg handig!

12 Molens dragen soms boodschappen uit. We herkennen een paar belangrijke wiekstanden. De korte rust. (of werkstand, of roede voor de borst). De lange rust. (of overhek). Molen in de vreugd. Het end rechtsboven bereikt bijna zijn top. Molen in de rouw. Het end linksboven is de top gepasseerd. © l groenewold 2013

13 Hier een doorsnede van een poldermolen. Rechtsonder zie je de vijzel waar het polderwater mee omhoog wordt gevoerd. In Groningen noemen we de vijzel een schroef. Vijzel of schroef. © l groenewold 2013 Koningspil. De hoofdspil in de molen.

14 Het enige doel van de vijzel is om water op te kunnen voeren uit de polder en het te storten in de boezem (afvoerkanaal). Op deze manier wordt het waterpeil in de polder beheerd. Hieronder een eenvoudige animatie van dat proces: Je ziet dat het water door eigen kracht en stroomsnelheid de wachtdeur open duwt. © l groenewold 2013 Die wachtdeur zit er met opzet. Het verhindert het terugstromen van het water in de polder.

15 Dit is een schematisch binnenwerk van een korenmolen, ook wel gaande werk genoemd, omdat dit de draaiende onderdelen omvat. Hier geen schroef maar 1 of 2 koppels maalstenen. In de opleiding gaan we op deze beide molentypen uitgebreid in. Zojuist zag je een doorsnede van een poldermolen met schroef: © l groenewold 2013 Bovenwiel. Wiekenkruis of: gevlucht. Bovenas. Bovenbonkelaar. Koningspil.

16 Oh ja: die maalstenen zitten vaak zo in de molen geplaatst: © l groenewold 2013 maalstenen

17 Om een molen te kunnen laten draaien moet hij eerst goed op de wind staan. Dat noemen we: kruien. Daarna moet de rem los, zodat de wieken kunnen gaan draaien. Een rem heet in molentaal de vang. Eerst wat uitleg over het kruien, daarna iets over de vang. Je kunt de molen kruien met de lier, waar de kruikabel mee kan worden ‘ingehaald’. Je ankerpunt is een kruipaal. Door het kruien trek je eigenlijk de staart van de molen naar de kruipaal toe. Daardoor schuift de kap met wieken rond over het achtkant. Net zo lang tot je goed ‘in de wind’ staat. bezetketting kruikabel kruipaal lier © l groenewold 2013 Voor je begint wel eerst de bezetketting los maken natuurlijk. De functie van de bezetketting is heel belangrijk. In de cursus meer !

18 Even een globaal overzicht welke onderdelen met het kruien te maken hebben: Op deze doorsnede van een achtkante molen is op drie plaatsen aangegeven welke onderdelen aan de orde komen. 1. kruisysteem 2. staart met schoren 3. bediening © l groenewold 2013

19 Eerder werd verteld: de kap ligt los op het achtkant. De kap kan zowel links- als rechtsom worden gekruid. Molens met een kap worden bovenkruiers genoemd. Zoals hier: Linksom, tegen de zon in, heet krimpen Rechtsom, met de zon mee, heet ruimen draait vast © l groenewold 2013

20 Bij de staart van een bovenkruier kom je tegen: het kruihaspel, het kruirad of de kruilier. Een standerdmolen heeft een windkoppel. (zie tekeningen op de volgende bladzijden) Aan deze vier bedieningen zit een zogenaamde kruikabel, -ketting of -touw. Die leggen we om de kruipaal; een vast ankerpunt in de grond. Zo’n paal is erg lang om stevigheid te krijgen. Anders trek je hem er zo uit… © l groenewold 2013

21 De standerdmolen van Bourtange. Onder aan de staart zit een windkoppel waarmee de hele kast kan worden gekruid. Een standermolen is daarom geen bovenkruier maar een zetelkruier. In de lessen meer daarover. © l groenewold 2013

22 windkoppel kruihaspel kruiradkruilier 4 spaken spaken> 8 spaken tandwiel De meest voorkomende bedieningsvormen voor het kruien van een molen.

23 Je kunt op een paar manieren vaststellen of de molen goed op de wind staat. Als er wolken zijn gebruik je die als oriëntatie. Of kijk in de omgeving naar vlaggen, rook, bomen of rimpeling op het water. Je kunt ook ‘passen vanaf de staart’. Dat gaat ongeveer zo: Tel het aantal passen links en rechts vanaf de staart tot je de wind voelt. Het molenaartje hierboven wordt door de wind omver geblazen bij 5 passen. De molen staat dus goed. Eh: dit is een grapje hoor. Als je ècht omver wordt geblazen is de wind te sterk om met de molen te draaien !! klik © l groenewold 2013

24 De vang is geen onderdeel van het bovenwiel maar bevindt zich er omheen. Een logische plek: het bovenwiel zit op de bovenas die rechtstreeks door de wieken wordt aangedreven. De kracht is daar dus ook het grootst en moet daar worden afgeremd. Remmen op een ander molenwiel en op een andere plaats zou alleen maar forse schade opleveren. Het bovenwiel is een sterk gebouwd wiel, dat goed in staat is om zonder schade de remkracht op te vangen. Dit wiel wordt daarom ook wel vangwiel genoemd. We nemen een kijkje naar de vang vanaf deze positie; stel je daar bij voor dat we op de penbalk zitten. © l groenewold 2013 Bovenwiel (schematisch) vangblokken penbalk

25 De vang is de geel gekleurde ring van blokken. Ze hebben een verschillende naam, die je tijdens de opleiding leert. © l groenewold 2013 Door de vang is te lichten ontstaat er ruimte tussen de vang en het bovenwiel en kan de molen draaien. Door de vang op te leggen (vangen) grijpt de vang het bovenwiel vast. De molen stopt.

26 Dit is een eenvoudig geanimeerd voorbeeld van de bediening van de vang. Let op de grote hefboomwerking van de vangstok en de geringe uitslag van de vang. Klik met je muis om de presentatie te vervolgen Draaipunt vangbalk in de ezel Bevestiging van het sabelijzer. Als de vangbalk omhoog wordt getrokken gaat het sabelijzer mee omhoog. © l groenewold 2013

27 Naast kennis van de molen krijg je ook kennis van het weer. Dat kan ook niet anders: je kunt een molen alleen maar veilig bedienen wanneer je ook weet wanneer het veilig werken is. Dat bepaalt in eerste instantie het weer. Verder moet de molen (en jijzelf) natuurlijk in goede conditie zijn. Nu eerst een korte introductie over het weer. Daarna laten we een paar veiligheidsmaatregelen zien. Waarschijnlijk weet je al meer van het weer dan je denkt. Gebruik dat eerst. Deze weersomstandigheden herken je vast en zeker. Let er vanaf nu extra op en ga na wat er in de loop van de dag gebeurt. Zo leer je het snelst de weereigenschappen kennen. Voor je naar de molen gaat zoek je het weerbericht op. Tegenwoordig vind je dat in verschillende media. Veel plezier met je eigen waarnemingen. Hoe? Kijk elke dag naar het weer en let hierop. 1. ‘s Morgens is het weer stabiel en mooi, of juist onstabiel met veel bewolking en het is winderig. 2. De thermometer geeft 22 0 of De barometer staat op 1040 (bestendig) of 980 (storm). 4. Het is buiten droog, of juist nat. Of wellicht vriest het. 5. De bomen en struiken ruisen zacht, of de takken bewegen heftig in de wind. 6. Het is drukkend warm maar de lucht is niet zwoel, of er hangt een donkere zweem in de lucht en in de verte rommelt het. © l groenewold 2013

28 Molenaars krijgen wel eens een zgn. weermeter: Er zijn meer variaties op dit thema, maar allen geven goed aan dat je ook ontspannen naar het weer kan kijken. En dat is wat we in de opleiding doen. We gaan er natuurlijk wel wat dieper op in. Maar houden vast aan enkele hoofdlijnen, zodat de structuur je helpt bij het leren. Een molen komt tot leven door het weer maar slijt ook onder weersinvloeden. We vangen daarom niet alleen de wind; we houden als gevolg daarvan ook de effecten en de weersontwikkeling goed in de gaten! De praktijk ontwikkel je in eerste instantie gedurende de lessen. Daarna blijf je als molenaar veel met het weer bezig. Gewoon omdat het heel interessant is. Of juist oppervlakkig: “Mooi weertje vandaag!” klik Weer-meter voor de molenaar dan regent het. dan is er vorst. dan is er geen wind. dan is er veel wind. dan schijnt de zon. dan is er mist. dan is het tijd voor onderhoud. dan pas is het muldersweer. is het touwtje nat is het touwtje koud en stijf hangt het touwtje slap zweeft het touwtje horizontaal geeft het touwtje schaduw is het touwtje niet goed te zien is het touwtje weg gaat het touwtje heen en weer Slochter Molenstichting © l groenewold 2013

29 L H Je leert het lezen en begrijpen van de weerkaart: © l groenewold 2013

30 Je leert de acht hoofdwindrichtingen en hun kenmerken … N NO O ZO Z ZW W NW … en enkele basispunten over de wind. Bijvoorbeeld: Wind ontstaat doordat lucht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied stroomt. Hoe een hogedrukgebied ontstaat hebben we in het eerste hoofdstuk behandeld. Een windstoot is wind met veel snelheid…dat wist je. Maar het wordt veroorzaakt: a)door uit een grote wolk vallende luchtmassa. Vlak bij het aardoppervlak zoekt dat een uitweg alle kanten op en veroorzaakt windstoten, en/of: b ) door lucht die al dicht naar de kern van een depressie stroomt dat kort en hevig kan toenemen in vlagen. © l groenewold 2013

31 Wat zit los: Veiligheid …. begint met besef ! Ja, deze grote delen zitten echt los in of op de molen. Bij harde wind ging èn gaat het wel eens mis ! Wat te doen ? © l groenewold 2013

32 Want in zo’n molen draait er ook nog van alles: © l groenewold 2013 Assen, spillen, wielen, maalstenen: Open gaten in zolders, vijzels:

33 Denk om goed en veilig gastheerschap. Wanneer er bezoek is neem je vooraf veiligheidsmaatregelen en wijs je bezoekers (en zéker kinderen) er op, dat je overal met je vingers in of tussen kan komen. Of dat lange haren of losse sjaals een risico vormen. En dit geldt niet in de laatste plaats voor je zelf ! © l groenewold 2013 Bedenk: zo ziet een motor (in een auto) er tegenwoordig uit, maar bij een molen loop je eigenlijk IN een motor …!!!! klik

34 Daarom geven we het publiek ook aanwijzingen: U bevindt zich HIER: © l groenewold 2013 Naam : Telefoonnummer

35 Allereerst is het regel dat na het stoppen met draaien de molen op 1 van de westelijke windrichtingen wordt gezet. Bij hevige stormverwachting (meestal najaar en voorjaar) zorgen we er voor dat de wieken in dat geval nooit de wind van achteren krijgt ! Dat betekent soms een extra rit naar de molen. WIND © l groenewold 2013

36 Rechts een oplossing met een lekenketting die achter aan de vangstok en aan een oogbout in het voeghout wordt vastgezet. voeghout vangstok lekenketting binnen- vangketting In de kap is achter aan de vangstok een lekenketting of –touw vastgemaakt. Die voorkomt dat bij een verlaten molen de vang kan worden gelicht. Een paar voorbeelden van veiligheid. Voor jezelf, het publiek en de molen… Naast de vang hebben molens een pal die verhindert dat bij wind, komend van achter het wiekenkruis, de molen verkeerd om gaat draaien. © l groenewold 2013

37 Om te voorkomen dat de molen bij zware storm door de vang loopt, worden extra veiligheidsmaatregelen ingebouwd. In het bovenwiel worden stutten geplaatst. De stutten zitten aan een scharnier; soms zijn er inkepingen waarin ze geplaatst worden. Op deze manier: klik © l groenewold 2013

38 Naast de stutten in het bovenwiel bevestigt de molenaar een roedeketting om het onderste end. Daarbij hoeft de ketting niet geweldig strak te staan. Het end mag enigszins bewegen door de wind. Teveel ruimte is fout: het wiekenkruis mag geen beweging maken waardoor de ketting met een schok het wiekenkruis zou keren. klik goed fout onderste end onderste heklat voorzoom kruipaal © l groenewold 2013

39 Naast de roedeketting wordt onder aan de roede (het end: weet je nog?) een bliksemafleider aangesloten. De klem (een klein bankschroefje) zit op een koperen brug die aan het end vast zit. Een zelfde klem komt op de koperen ringleiding rond de molen. Die leiding is vaak op 3 of 4 plekken geaard met een aardpen. Die kan soms wel 12 meter diep geslagen zijn! © l groenewold 2013 brug Naar ringleiding klem met kabel klik

40 Dat was het voor nu. Veel succes met je opleiding ! © l groenewold 2013


Download ppt "© l groenewold 2013 Instapmodule Een project van het Groninger Molenhuis Meer Leven In Groninger Molens."

Verwante presentaties


Ads door Google