De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Zaalhockeyregels PROGRAMMA I) Verschil tussen veld- en zaalhockey II) Omgaan met… III) Vragenronde.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Zaalhockeyregels PROGRAMMA I) Verschil tussen veld- en zaalhockey II) Omgaan met… III) Vragenronde."— Transcript van de presentatie:

1 Zaalhockeyregels PROGRAMMA I) Verschil tussen veld- en zaalhockey II) Omgaan met… III) Vragenronde

2 Spel Verschillen I) Tijd: 20 minuten vs. 35 minuten II) Aantal spelers: 11 spelers vs. 6 spelers III) Maximaal aantal spelers: 16 spelers vs. 12 spelers IV) Bank wissel in de rust V) Wedstrijdtafel

3 Speelveld VERSCHILLEN I) Balken II) 23-meter gebieden vs. Half veld III) Over de achterlijn IV) Cirkel V) Aangeven strafcorner VI) Afstand (5 meter / 3 meter)

4 Spelen SPELEN VAN DE BAL I) Slaan vs. pushen II) Liggend spelen III) In het blok spelen IV) Hoog spelen V) Keepen – Vliegende keep VI) Spelhervattingen

5 Spelen SLAAN VS. PUSHEN SLAAN VS. PUSHEN • inzet stickbeweging op meer dan 50 cm van de bal • inzet stickbeweging raakt eerst of uitsluitend de bal (en niet, of pas daarna de grond)

6 Spelen WAT IS LIGGEND SPELEN? • echt liggen • drie steunpunten (arm, hand, knie) aan de grond terwijl je de bal beroert • wat wel mag: (A) stick horizontaal op de grond leggen met beide handen (B) in je val een bal spelen, waarna je komt te liggen (C) liggend spelende keeper wanneer hijzelf én de bal geheel in de cirkel zijn

7 Spelen WAT IS IN EEN BLOK SPELEN? WAT IS IN EEN BLOK SPELEN? •Harde pass van dichtbij (minder dan 3 meter) die bewust door een tegenstander heen wordt gespeeld die zijn stick al op de grond heeft is verboden •Het criterium ‘van dichtbij’ wijzigt niet, maar de uitleg ‘minder dan 3 meter’ dient ruimer te worden opgevat. Indien een bal gevaarlijk is omdat deze hard richting een laag zittende tegenstander wordt gespeeld moet deze ook worden afgefloten wanneer de tegenstander vanwege de geringe afstand (tot maximaal 6 meter) geen reactietijd heeft. •Het criterium ‘stick al aan de grond’ geldt voor een speler die al laag zit en zijn stick al laag heeft. Ook al is er een paar centimeter ruimte tussen de hand en de vloer. gele kaart: zeer korte afstand, spijkerhard ingepasst, blessure bij ontvanger groene kaart: bij hh (zonder gevolgen), pass niet hard genoeg voor geel, afstand net te groot voor geel

8 Spelen HOOG SPEL: WANNEER FLUITEN? * fluiten: • gestopte bal met een stijging van > 30 cm • gepasste bal met een stijging van > 10 cm • tegenstander ondervindt hinder van rijzende pass of of stop • geen voordeel: tegenstander kan niet doorspelen * niet fluiten: • pass zonder hinder blijft onder de 10 cm • stop zonder hinder blijft onder de 30 cm • stop in cirkel zonder hinder gaat hoog over doel of achterlijn (aanvallend én verdedigend raken) • voordeel: tegenstander kan doorspelen • bal over de zijbalk zonder overtreding: inpush

9 Spelen HOOG TERUG V/D KEEPER Wat mag wel – wat mag niet? bal mag alle kanten op bal moet daarbij uitstuiten, dus: meenemen in de lucht mag niet, maar: onmiddellijke controle naar de grond is ok * bij gevaar: strafcorner * bij slaan: strafbal NB. een hoge push op doel mag altijd met een (vrijwel) stille stick gestopt of afgekaatst worden. Ook boven de schouder; een taxatiefout van een verdediger (bal zat boven het doelvlak) leidt tot een sc.

10 Spelen DE KEEPER: VLIEGEND EN AAN DE GROND * Standaardkeeper: afwijkend shirt mag liggend spelen wanneer hij en bal geheel in cirkel moet altijd een helm op hebben mag niet verder dan middenlijn (behalve om strafbal te nemen) * Vliegende keep: afwijkend shirt mag liggend spelen wanneer hij en bal geheel in cirkel moet een helm op bij strafcorner en strafbal mag ZONDER HELM over het hele veld heeft de rechten van een standaardkeeper bij het stoppen van de bal

11 Spelen SPELHERVATTINGEN SPELHERVATTINGEN Tegenstanders altijd op 3 meter. Medespelers idem bij nemen op helft tegenstander. Op helft tegenstander: bal op min. 3m van de cirkel nemen. Cirkelpenetratie van de bal mag bij een selfpass na 3m ‘loopverplaatsing’ en in een vervolgactie na het spelen tegen een balk, en direct na ‘balbehandeling’ van een 2e speler.

12 Spelen KAARTEN Tijdelijke verwijdering speler: 2 min. (5 min. bij fors fysieke acties tegen het lichaam); overtreder meldt zich bij tijdopnemer en neemt plaats op strafbank. Tijdelijke verwijdering coach: 5 min. op de tribune. 2x groen = geel 2x geel = rood Aanvoerderskaarten apart

13 Omgaan met… OMGAAN MET ONBEKENDE COLLEGA • afspraken maken: veldverdeling, ondersteuning, etc. •chauvinistisch fluiten tegengaan: hoe? OMGAAN MET BANKEN • spreek begeleidingsteams aan op hun gedrag • ga geen discussies aan tijdens de wedstrijd OMGAAN MET RUMOER UIT HET PUBLIEK • negeer wanklanken uit het publiek zo lang mogelijk • grijp in wanneer het echt grof of onophoudelijk wordt • staken is eigenlijk nooit een optie

14 Belangrijke punten • Nieuwe regels m.b.t. te vroeg in- en uitlopen bij strafcorners • Spelhervattingen: self-pass; balcontrole en plek • Zorg dat spelers afstand houden

15 Zaalhockeyscheids HVAbcoude Vragen?


Download ppt "Zaalhockeyregels PROGRAMMA I) Verschil tussen veld- en zaalhockey II) Omgaan met… III) Vragenronde."

Verwante presentaties


Ads door Google