De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Situering project Een gezamenlijk initiatief van de reflectiegroepen minderjarigen en ouders Vraag naar een participatieve basishouding Deze reflectiegroepen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Situering project Een gezamenlijk initiatief van de reflectiegroepen minderjarigen en ouders Vraag naar een participatieve basishouding Deze reflectiegroepen."— Transcript van de presentatie:

1 ’t Accent van de cliënt If you are really doing the work, then it gets inside you. (A. Obholzer)

2 Situering project Een gezamenlijk initiatief van de reflectiegroepen minderjarigen en ouders Vraag naar een participatieve basishouding Deze reflectiegroepen werden opgestart in 2005 binnen Integrale Jeugdhulp Oost-Vlaanderen DOEL: Stem van cliënten in de jeugdhulpverlening mee in beeld brengen

3 Vorming ‘t Accent van de cliënt
Een vorming werd ontwikkeld, met als doel: Stem laten horen van diegene die zich aan de andere kant van de hulpverlening bevindt Hulpverleners laten reflecteren/ prikkelen over hun eigen handelen met betrekking tot een participatieve basishouding De visie van een participatieve basishouding wordt geïntegreerd in de praktijk van de hulpverlening Prikkelen Nadenken over eigen part. houding Nadenken over structuur van organisatie Belemmerende factoren? Het doel van de vorming is vooral om deelnemers, die in de dagdagelijkse praktijk van de hulpverlening de participatie van kinderen, jongeren en ouders ten volle kunnen waarmaken, te prikkelen om na te denken over hun begeleidershouding en zo te komen tot een meer participatieve manier van werken. Het unieke aan dit project is dat het containerbegrip participatie door en met jongeren en ouders een invulling krijgt.

4 Participatie als basis
Zowat elke studie naar het perspectief van cliënten op de hulpverlening begint met dezelfde vaststellingen: De houding van de hulpverlener is doorslaggevend in hoe de cliënten de hulp ervaren en heeft meer invloed op het succes van de behandeling dan de richting, methode of technieken die gebruikt worden. Positief resultaat van behandeling wordt bepaald door de WERKRELATIE, waarin de cliënt actief kan deelnemen: BETROKKENHEID Cliënten meten de kwaliteit van de hulp vooral af aan de communicatie en de benadering door de hulpverleners Hiermee stellen we niet dat bepaalde methodes zoals bijvoorbeeld ervaringsleren geen positief effect hebben. Kenmerkend voor ervaringsleren is nu net een participatieve benadering als basishouding. Een positief resultaat wordt vooral bepaald door een goede werkrelatie tussen hulpverlener en cliënt waarin de cliënt actief kan deelnemen.

5 Participatie als basis
Conclusie: Een participatieve basishouding bij de hulpverlener is een onontbeerlijk vertrekpunt. Maar wat is dat eigenlijk een participatieve basishouding? Minderjarigen geven aan dat het moet klikken. Maar wanneer klikt het precies? En hoe komt het dat het met de ene hulpverlener wel klikt en met de andere niet? Filmpje: Een goede begeleider

6 Een goede begeleider Ik ben in mijn huis en het probleem is in mijn huis. Als je buiten mijn huis bent, dan ga je mij niet kunnen helpen. Want je moet in mijn huis zijn, maar met praten gaat het niet. Als je in mijn huis bent dan kan je zien wat het probleem is. Metafoor huis De metafoor van het huis is niet zo toevallig wat ons betreft. Het is de plaats waar je pas binnenkomt als je behoort tot de vrienden, als je een band hebt. Hoe duidelijk kan je een uitnodiging krijgen. Deze jongere zegt immers ook tegelijk dat hij openstaat om de jeugdhulpverlener binnen te laten in zijn huis. Er moeten gewoon een aantal fundamentele condities vervuld zijn om dit toe te laten.

7 Een goede begeleider Voor hen gaat het over: iemand helpen
een goede band opbouwen vertrouwen en steun geven Essentieel is de relatieopbouw en het nabij zijn Inzicht in eigen aandeel/ plaats voor verandering

8 Een goede begeleider Filmpje: Wanneer klikt het?

9 Een goede begeleider Een gelijke relatie als vertrekpunt
Gelijkwaardigheid “Ah manneke, voor wa ist?”… (ervaring jongere vzw Jong) “Het is duidelijk dat je totaal niet op de hoogte bent van de manier van werken…”(telefonisch naar jongere vzw Jong, 2011) Jongeren willen met respect benaderd worden Hulpverleners beschikken als vertegenwoordiger met een maatschappelijke opdracht en als ‘expert’ over macht. Regels en normen worden opgelegd. Wat kan en wat niet kan in een welbepaalde context wordt bepaald door de overheid en professionelen.  Deze ongelijke positie trekt zich soms ook door in de hulpverlening. Niet enkel voor de minderjarige, maar ook voor de ouders. Wat “normaal is” wordt bepaald door hulpverleners die met hun eigen referentiekader gedragingen beoordelen. Je ervan bewust zijn dat er vooronderstellingen zijn bij jongeren en ouders over de macht die je als hulpverlener hebt, is een belangrijke stap om op een gelijkwaardige manier te werken. Voorbeeld: bezoek interimkantoor (under cover als begeleider)

10 Een goede begeleider Je voelt dat aan hé. Als hij begint te luisteren…
Concreet: Maatschappelijk kwetsbare kinderen, jongeren, volwassenen zijn zeer gevoelig voor : Geen respect Vertrouwen schenden Onechtheid Dingen beloven en toch niet doen Niet duidelijk communiceren – zaken achter de rug doen Hen de schuld toewijzen Gevoel van falen geven

11 Een goede begeleider Je moet gewoon je eigen zijn… Concreet:
Het is belangrijk voor een hulpverlener dat hij oprecht is en niet bang is om in relatie tot de cliënt zijn persoonlijkheid te tonen Testje: zijn er cliënten die jouw persoonlijkheid kunnen omschrijven? Een hulpverlener zou zichzelf moeten kunnen zijn tijdens het werken met mensen. Humor, eens iets persoonlijks vertellen,… Leuk in de omgang, niet laten voelen dat hij/zij werkt!

12 Een goede begeleider Je onderschat elkaar. Je hebt een fout beeld en krijgt daardoor een andere wereld. En na een tijdje besef je dat dat niet zo is. Ken mijn leefwereld. Concreet: Hoe goed kennen wij de leefwereld van de jongeren en ouders die wij begeleiden? Wat houdt hun bezig? Wat zijn hun dromen (ongeacht al dan niet realistisch)? Hun wensen? Zoek aanknopingspunten Vb. voetbal/ sport/ mode/ auto’s Je kan heus wat bijleren… Toegankelijk zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders is meer dan een formeel gesprek of een goede dialoog. We bedoelen dat het vooral gaat over het zoeken naar manieren om de ander te horen, gerust te stellen en thuis te laten voelen. Gesproken of geschreven taal is vaak bijkomstig.  Een jongere gaf aan: “ Je moet eerst de zaken kunnen verwerken alvorens er taal aan te kunnen geven.” (volwassene ooit jongere in hulpverlening) Een hulpverlener kan op verschillende manieren communiceren en zo participatie bevorderen. Een binding of een vertrouwen bouw je ook op door vb. rituelen te erkennen en er ook respect voor te hebben. Bepaalde jongerenculturen zijn de jouwe niet, maar dit betekent niet dat het belang ervan voor de jongeren niet bijzonder groot is. We pleiten niet voor een artificieel ‘coole’ houding om jongeren te paaien, wat je doet moet echt zijn. Als hulpverlener kan men zoeken naar alternatieven. Gesproken taal moet niet altijd. Ook een stilte kan voor beide partijen deugd doen. Samen gewone dingen doen kan bijzonder betekenisvol zijn (brood halen in de buurtwinkel, voetballen op het plein, een kamp bouwen in het bos,…). Een pleidooi om ‘het gewone’ op de voorgrond te plaatsen (Ter Horst).

13 Een goede begeleider Nabijheid Nadruk te grote afstand?
Beschikbaar- Bereikbaar - Flexibel In taken In tijd In zijn Nadruk te grote afstand? Doen, doen, doen, … Doelstellingen/ Oplossingen Wiens probleem is het? “Ze laten niet blijken dat het werk is, dat het hen niet aanstaat, ze laten u voelen dat het voor u is en niet voor hen”(jongere) “Een hulpverlener moet niet zijn zoals vrienden, die heeft zijn eigen kijk en die is waardevol, ze moeten er wel in slagen om dicht bij je te staan.” (jongere) AFSTAND: In sociale opleidingen wordt de nadruk vooral gelegd op het gevaar van een te grote nabijheid. Daar tegenover staat dat de nadruk op “een te grote afstand” nauwelijks of nooit gelegd wordt. FLEXIBEL in tijd, taken in “zijn”:Hoe flexibel kan ik mij opstellen als begeleider? Waar liggen hier mijn grenzen? Respect voor eigenheid/ tempo/ gezin/ waarden en normen/ hulpvraag,… Flexibel in inleven – niet veroordelen Blijven kansen geven… DOEN: We leren heel sterk “doen” waarbij we oplossen van een probleem, behandelen, presteren, doelstellingen behalen voorop plaatsen. Nadenken over de betekenis van de hulpverlening en continu oog hebben voor de eigen houding/attitude en effecten, het ontwikkelen van een mens en wereldbeeld is onvoldoende aanwezig in de sector. Deze elementen bepalen het “zijn” van een hulpverlener. En dat “zijn” zal bepalen of de cliënten de hulpverlening als positief ervaren. DOELSTELLINGEN: worden cliënten betrokken bij het formuleren van het probleem? Doelstellingen? Aanpak?  Wiens probleem is het?   

14 Een goede begeleider Nestelen (voorbeeld 365 dagen)
Medisch discour viert hoogtij Hulpverlening staat hierdoor onder druk! Mag niet de overhand halen op de zorgende, warme of betekenisvolle vezels van een organisatie “Als kind herinner ik me kampen met het werk van mijn vader. We gingen mee met het gezin samen met de gasten van de instelling waar mijn vader werkte. Ook met kerstmis gingen we daar en kochten we cadeaus voor elkaar. Er was een papegaai die kon spreken en we speelden ping pong.” (Getuigenis: kind van een hulpverlener, staat nu zelf als stafmedewerker in het werkveld). Een hulpverlener gaf het voorbeeld van een jongere die door omstandigheden niet naar huis kon en bijna 365 dagen in de leefgroep verbleef. Wat met deze jongere? Waar moet en kan deze jongere zich dan wel nestelen? Heeft deze jongere door pech dan niet het recht om zich ergens thuis te voelen voor een bepaalde periode in zijn leven? - Gaat voorbij aan het feit dat kinderen en jongeren in de jeugdhulp heel goed inzien dat hun situatie niet de “normale” situatie is, anderzijds zijn ze er vaak lang genoeg om die “nesteling” te verantwoorden. “Hoe kan je situaties plaatsen, zaken bijleren of open staan voor verandering als je je niet goed voelt, geen geborgenheid kent of niemand kan vertrouwen?” (Jan Naert,2011). - Een warm nest, een goede band veroorzaakt geen trauma, ook al eindigt dit. Kinderen en jongeren hebben er veel meer aan om zich even goed te voelen, een binding te maken, dan zich helemaal niet goed te voelen en geen bindingen aan te gaan met begeleiders/ volwassenen (Robert Accou, 2011). - VEZELS ORGANISATIE: Toch lijkt het ons belangrijk dat we het soms klinisch aanvoelen van sommige huizen, instellingen of voorzieningen in vraag stellen. Zonder afbreuk te doen aan methoden en technieken, mogen die, niet de overhand halen op de zorgende, warme of betekenisvolle vezels van een organisatie. “Het huidige denkbeeld over deskundig en professioneel hulp verlenen uit zich voornamelijk in professioneel jargon, methodeboeken, testing, kwaliteitsprocedures,…Hierbij is de cliënt absoluut geen gelijke meer in een proces dat gezamenlijk op gang komt door het leggen van een band (de essentie van een hulpverleningsproces?), maar een diagnose waarop een middel gevonden moet worden.” (Naert, 2009).

15 Een boodschap naar… Een boodschap naar… Uw hart moet bij deze job liggen “Je hebt jobs die je met hart en ziel moet doen want als je met mensen werkt, en zeker mensen die al problemen hebben gehad, mensen die weinig aanzien krijgen in de maatschappij. Zeker in zo’n job vind ik dat je een beetje met hart en ziel moet werken, dat je een beetje medeleven kunt tonen, dat je ingesteld moet zijn op mensen. En dat is iets wat je te weinig vindt in de hulpverlening…Als zo iemand naar je toekomt, heb je ook al zoiets van: op deze manier hoeft het voor mij niet. Dat is iets wat veel voorkomt vindt ik, dat ze het niet doen met hun hart.”

16 Basishouding is de basis
Hoe? Persoonlijkheid De eigen levensgeschiedenis Gevoeligheden Sterke en zwakke punten Stressreacties Ook de persoonlijkheid, de eigen levensgeschiedenis, gevoeligheden, sterke en zwakke punten, stressreacties van de hulpverlener spelen in elke hulpverleningsrelatie een belangrijke rol.

17 Basishouding is de basis
Sta even stil bij je job en stil jezelf de volgende vragen Wat maakt dat ik deze job doe? Waar ligt mijn hart? Welke beloning zoek ik in mijn werk? Bij mijn cliënten, team, organisatie? Welke honger zie ik en wil ik invullen bij de ander? Hoe zorgt mijn team voor brandstof, zodat ik weer opgeladen wordt? Hoe zorg ik daar zelf voor? Is er een roddelcultuur in mijn organisatie en welk effect heeft dit op mij? Geven we elkaar feedback? Volg ik supervisie? Intervisie? Teambespreking, bijscholing, training, raadpleeg ik vakliteratuur? Volg ik de nieuwe tendensen, beleidskeuzes? Hoe maken we plezier in het team? Staat mijn mond voldoende stil? In welke mate worden hulpverleners voldoende erkend voor de jobs die ze uitoefenen? Ondersteund door collega’s? Directie? Kunnen ze beroep doen op coaching?

18 En de hulpverlener??? Wat roept dit bij jullie op?
Hebben jullie het gevoel dat jullie in de mogelijkheid zijn om deze noden en behoeften van jongeren te kunnen opvangen? MICRO (participatieve basishouding hulpverlener) MESO Welke elementen binnen de eigen organisatie beperken de participatie bij kinderen, jongeren en ouders?

19 Zelf participeren doet participeren
Organisaties kritisch bevragen “Ik zou nooit van mijn leven willen verblijven in de vrouwenopvang. Het is daar een zottenkot. Sommige vrouwen zijn na hun verblijf ontgoocheld. Ze waren op zoeken naar rust, rust die ze hier niet hebben kunnen vinden.” (Hulpverlener CAW vrouwenopvang) “ Als ik hier als jongere zou verblijven, dan zou ik hier ook het kot afbreken of ontsnappingspogingen ondernemen.” (hulpverlener residentiële setting) ORGANISATIES KRITISCH BEVRAGEN: Hulpverleners beseffen te weinig dat ze veranderingsprocessen op gang kunnen brengen binnen hun eigen organisatie. Al te vaak verstoppen ze zich in een hoekje en hebben ze het gevoel dat ze hun kop moeten uitsteken. “Wie wil dat nu doen?” Of ze hebben onvoldoende draagkracht en tijd “om daar ook nog eens mee bezig te zijn” naast de dagelijkse werking. Hulpverleners mogen, moeten zelf, hun eigen werkomgeving kritisch in vraag stellen vanuit het perspectief van kinderen, jongeren en ouders. Dit valt onder deskundig hulpverlenen. Als hulpverlener moet men zich voortdurend afvragen of de structuur en alles wat daar rondhangt bijdraagt tot het basiswerk. Zo niet, dan moet men conclusies trekken en de bestaande structuur in vraag durven stellen. Dit start met bondgenoten zoeken in de directe omgeving. Collega’s die ook dat gevoel hebben. Daarnaast is het ook de verantwoordelijkheid van de organisaties om hulpverleners te triggeren, te motiveren en hun kritisch blik te aanvaarden. Op deze wijze kunnen er bottom up veranderingsprocessen plaats vinden die het basiswerk kunnen versterken.

20 Zelf participeren doet participeren
Participatieve organisatiesfeer creëren Daag je hulpverleners uit! Lerende organisatie Holistische benadering Vertrekken vanuit de ervaring van de basiswerkers Niet Top Down DAAG UIT! door vormingen te volgen, nieuwe kaders aan te reiken, medestanders te zoeken, ervaringen te delen. Niet om de waarheid te vinden, maar om telkens opnieuw mensen te motiveren om te zoeken en niet te verstarren in zijn of haar “job” of maatschappelijke taak als hulpverlener. Daarnaast is het noodzakelijk om een lerende organisatie te zijn die start vanuit een integrale kijk op mensen (holistische benadering). Voorbeelden hiervan zijn LSCI, Circle of courage model, Choice Theory. Een organisatie die vertrekt vanuit de ervaringen van de basiswerkers en niet top down handelt. Hiervoor is de nodige flexibiliteit vereist van stafmedewerkers/ directeur. Heel vaak zorgen procedure(s), regel(s), structuren, beslissingen, gewoontes en gebruiken, visies, cultuur of de geschiedenis van de organisatie ervoor dat participatief werken met kinderen, jongeren en ouders belemmerd worden. Een nieuwe wind in het systeem doet dan wonderen.

21 Zelf participeren doet participeren
De basishouding van de hulpverlener wordt positief beïnvloed als de hulpverlener invloed kan uitoefenen op het beleid binnen de voorziening en bijgevolg kan mee participeren. Krijgen hulpverleners voldoende de ruimte om mee te participeren? Worden ze betrokken bij beslissingen die rechtstreeks gevolg hebben op hun dagelijkse werk? In welke mate hebben directies hier voldoende oog voor?


Download ppt "Situering project Een gezamenlijk initiatief van de reflectiegroepen minderjarigen en ouders Vraag naar een participatieve basishouding Deze reflectiegroepen."

Verwante presentaties


Ads door Google