De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Milieuwetgeving VLAREM LE PERMIS D'ENVIRONNEMENT CST vergadering 22 oktober 2012.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Milieuwetgeving VLAREM LE PERMIS D'ENVIRONNEMENT CST vergadering 22 oktober 2012."— Transcript van de presentatie:

1 Milieuwetgeving VLAREM LE PERMIS D'ENVIRONNEMENT CST vergadering 22 oktober 2012

2 Vlarem geschiedenis  Dit decreet trad in werking op 1 september 1991 met het eerste uitvoeringsbesluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (afgekort als titel I van het VLAREM). Dit besluit regelt o.a. de verschillende procedures en de bevoegdheidsverdeling daarin. Bijlage I van dit besluit bevat de lijst met inrichtingen en activiteiten die als hinderlijk zijn ingedeeld. Niemand mag een inrichting opgenomen in deze indelingslijst uitbaten zonder over een milieuvergunning of aktename te beschikken.

3 Le permis d’ environnement-classe 2  Entré en vigueur le 1er octobre 2002, le "Permis d’Environnement«  Le permis d’environnement est un document nécessaire pour pouvoir exploiter certaines activités et/ou installations en Région wallonne.  permis d’exploiter, autorisation de déversement des eaux usées, autorisation de prise d’eau souterraine…

4 Klasse indeling  Afhankelijk van de aard en belangrijkheid van de mogelijke milieueffecten van uw activiteiten, kan uw bedrijf in de volgende drie klassen worden ondergebracht:  Klasse 1 (de meest hinderlijke of risicovolle activiteit, hier is een milieuvergunning vereist)  Klasse 2 (minder hinderlijk of risicovol, maar een milieuvergunning is nog steeds vereist)  Klasse 3 (de minst hinderlijke of risicovolle activiteit, hier hebt u enkel een meldingsplicht)

5 Classe de l’établissement  Classe de l’établissement Classe deDélais d’obtention l’établissement 1Entre 160 et 190 jours 2Entre 110 et 140 jours 3 15 jours

6 Stedenbouw & milieuvergunning  de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning zijn wederzijds aan elkaar gekoppeld op grond van artikel 5 van dit decreet en artikel 133/21 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;  Als de stedenbouwkundige vergunning definitief wordt geweigerd, vervalt de milieuvergunning of het recht op exploitatie ten gevolge van de melding voor de meldingsplichtige inrichtingen van rechtswege.  3. Binnen een termijn van [105 dagen] beslist het college van burgemeester en schepenen in eerste aanleg over de vergunningsaanvragen van inrichtingen van de tweede klasse.

7 Belangrijk binnen milieuvergunning  Art. 18. § 1. De vergunning mag op proef worden verleend voor een termijn van ten hoogste twee jaar. Voor het verstrijken van die termijn neemt de bevoegde overheid een definitieve beslissing na advies van de in artikel 12 van dit decreet bedoelde overheidsorganen en zonder bijkomende formaliteiten.  § 2. De vergunning wordt verleend voor een bepaalde duur van ten hoogste twintig jaar de eventuele proeftijd inbegrepen.  § 3. Tussen de achttiende en de twaalfde maand voor het verstrijken van de lopende vergunning moet bij de bevoegde overheid een nieuwe vergunning worden aangevraagd.  Art. 28. § 1. De vergunning vervalt van rechtswege wanneer die niet in gebruik werd genomen binnen de twee jaar.

8 Car- & Truck wash rubrieken Wassen van voertuigen Lozen van afvalwater 12.2 Transformatoren 16.3 Compressoren Opslagen van oxiderende producten Opslagen van ontvlambare vloeistoffen 17.4 Opslagen van producten in jerrycans van 25 l Boren van grondwaterwinningspunten

9 différentes activités  Cabine haute tension :  Installations de chauffage et de refroidissement :  Compresseur :  Captage, traitement et distribution d'eau :  Rejets et traitement des eaux : 90  Liquides inflammables ou combustibles :  Industries diverses mixtes :  Parking (local) :

10 différentes activités  La liste des bureaux d'études agréés pour la réalisation d'Etudes d'Incidence sur l'Environnement est disponible sur (suivre "Permis et prévention"  "Bureaux d'études agréés")

11 15.4…. Wassen voertuigen  Niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5:  1°volledig gelegen in een industriegebiedKlasse 3  2°volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied, waarin:  a)minder dan 10 voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassenKlasse 3  b)10 en meer voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassenKlasse 2

12 3.6.3….. Lozing van afvalwater  Afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie:  3. voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet één of meer van de in bijlage 2C bij titel I van het VLAREM bedoelde gevaarlijke stoffen bevat [in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage van titel II van het Vlarem], met uitzondering van de in rubriek ingedeelde inrichtingen, met een effluent:  1° tot en met 5 m3/h:  a)wanneer het effluentwater geen gevaarlijke stoffen hoger dan voormelde concentraties bevatKlasse 3  b)wanneer het effluentwater één of meer gevaarlijke stoffen hoger dan voormelde concentraties bevatKlasse 2  2°van meer dan 5 m3/h tot en met 50 m3/hKlasse 2

13 12.2… transformatoren   Transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van:  De transformatoren, vallend onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in onderhavige rubriek  1°100 kVA tot en met kVAKlasse 3  2°meer dan kVAKlasse 2

14 16.3…. Compressoren  Inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen (samenpersen – ontspannen):  1.Koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren [,warmtepompen] en airconditioninginstallaties, met een totale geïnstalleerde drijfkracht van:  1° 5 kW tot en met 200 kWKlasse 3

15 17.3.3….. Opslagen van….  Opslagplaatsen voor oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48 met een totaal inhoudsvermogen van:  1°a)200 kg tot en met kg, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebiedKlasse 3  1°b)200 kg tot en met kg, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebiedKlasse 3

16 17.3.6…. Ontvlambare producten  [ Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55°C, maar dat 100°C niet overtreft, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van:  1° a) l tot en met l indien de inrichting behoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruiktKlasse 3  b) 100 l tot en met l voor andere dan sub a) bedoelde inrichtingenKlasse 3

17 53.8…. grondwaterwinning   Boren van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning, andere dan deze bedoeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7, met een opgepompt debiet :  1° van minder dan 500 m3/jaarKlasse 3  2°van 500 m3/jaar tot m3/jaarKlasse 2

18 Vlarem-trein 2011  Artikel 78  Dit artikel voert drie nieuwe artikels , en in hoofdstuk  5.15 in met nieuwe sectorale lozingsvoorwaarden op basis van de aanbevelingen  van de BBT-studie ‘Car- en truckwash’ van 2003 en overleg met de betrokken  partijen (federatie, AMV, VMM, AMI en VITO). Inrichtingen die vergund zijn voor de  inwerkingtreding van dit besluit krijgen een overgangstermijn tot 1 januari 2015 om  aan deze bepalingen te kunnen voldoen.

19 “Art Waterverbruik:  1° voor een automatische bus- of truckwash:  de wasinstallatie is voorzien van een zuiverings- of recyclage unit die toelaat minstens 70% van het totale debiet was- en spoelwater te hergebruiken in de wasinstallatie;  2° voor een automatische wasstraat of carwashinstallatie:  de wasinstallatie is voorzien van een zuiverings- of recyclage unit die toelaat de toevoer van vers water te beperken tot maximaal 80 liter per voertuig dat gewassen wordt.

20 Art Waterverbruik:  Alle automatische car wash installaties d.w.z. ook alle roll-overs moeten voorzien worden van een waterzuiveringsinstallatie, en mogen maximum 80 l. water per wagen verbruiken.  C.S.T. is reeds in bespreking met de Vlaamse overheid om daar alle toestellen uit te houden die minder dan 3,000 m³ op jaarbasis verbruiken.  B.B.T. voorzag uitsluiting voor verbruikers onder de 5,000 m³, nieuwe wetgeving houdt geen rekening meer met een maximum verbruik.  Wordt vervolgt, hopelijk voor ( wetgeving veranderen vraagt 2 jaar tijd

21 Art Afvalwater  Alle verontreinigde afvalwaters worden, voor ze geloosd worden, verzameld en afgevoerd naar een bezink- en koolwaterstofverwijderingsinstallatie. Wanneer wordt geloosd in oppervlaktewater wordt deze bijkomend uitgerust met een coalescentiefilter.  De koolwaterstofafscheiders worden zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De afvalstoffen die daarbij vrijkomen, worden opgehaald door een daartoe erkende overbrenger.  De exploitant inspecteert daarvoor om de drie maanden de afscheider en houdt van die inspecties een logboek bij.

22 Art  Voor inrichtingen die voor 1 januari 2012 vergund zijn, gelden de verplichtingen, vermeld in artikel en , vanaf 1 januari 2015.”. Samengevat: Alle car-washen zullen vanaf 1 januari 2015 voorzien zijn van een waterzuivering.

23 Vlaremtrein 2011  Artikel 209  Dit artikel vervangt de sectorale lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater vervat in bijlage van titel II van het VLAREM.  De bijlage wordt volledig vervangen (zie bijlage 1 van dit besluit): de volgende aanpassingen worden doorheen de volledige bijlage doorgevoerd:  actualisering of invoeren van sectorale lozingsnormen op basis van de BBTstudies ‘Textiel’, ‘Dranken’, ‘Raffinaderijen’, ‘Ziekenhuizen’, ‘Zuivel’, ‘Car- en truckwash’ en ‘Wasserijen’, en overleg met de betrokken partijen (federatie, AMV, VMM, AMI en VITO); een overgangstermijn wordt mee opgenomen waar nodig;

24 sectorale lozingsnormen car-wash Parameter in mg/loppervlakteriool pH-eenheid 6,5- 9,06,0 – 9,5 Temperatuur °C3045 Zwevende stoffen Bezinkbare stoffen0,50 Perchloorethyleenextraheerbere stoffen5,0 Petroleumetherextraheerbare stoffen500,0 Anionische, niet-ionogene & kationische stof3,0 BZV O²/l25 CZV mg O²/l125 Totaal fosfor10 Totaal stikstof15 Koper0,50,5 Lood0,50,5 Zink2,02,0 Chroom0,50,5 Nikkel0,50,5

25 Documents spécifiques à certains dossiers 1. l'avis de l'intercommunale dans le cas d'un rejet d'eaux usées industrielles dans le réseau d'égouttage public 2. une matrice cadastrale dans le cas des établissements de classe 1, des centres d'enfouissement technique et des carrières reprises en classe 2 3. l'étude d'incidence sur l'environnement pour les établissements de classe 1 (systématiquement) et de classe 2 (si imposé par le fonctionnaire technique 4. l'étude de sûreté pour les établissements SEVESO 5. l'étude indicative du sol et du sous ‐ sol pour les stations ‐ services

26 Autres annexes éventuelles 1. si possible, les anciennes autorisations (permis d'exploiter) 2. une présentation de l'entreprise permettant de mieux détailler et décrire les activités du site. 3. des informations relatives à un dispositif de réduction des pollutions. 4. tout autre document, qui selon vous, compléterait de manière opportune les informations relatives à l'environnement au sein de votre société. 5. si vous le souhaitez, vous pouvez illustrer certains équipements ou installations particulières par des photographies.

27 LNE: leefmilieu, natuur & energie van de Vlaamse gemeenschap  

28 LE PERMIS D'ENVIRONNEMENT  ‐ entreprise.be   Les cartes IGN


Download ppt "Milieuwetgeving VLAREM LE PERMIS D'ENVIRONNEMENT CST vergadering 22 oktober 2012."

Verwante presentaties


Ads door Google