De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Het meten van docentcompetenties Erik Roelofs, Citogroep ROC congres 2003 Informatie:

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Het meten van docentcompetenties Erik Roelofs, Citogroep ROC congres 2003 Informatie:"— Transcript van de presentatie:

1 1 Het meten van docentcompetenties Erik Roelofs, Citogroep ROC congres 2003 Informatie:

2 2 Programma 1.Opening, kennismaken 2.Competentie-analyse 3.Bewijsbronnen, instrumenten en beoordelingen. 4.Demonstratie instrument EduProf Citogroep/ICLON 5.Uitwisseling over kwaliteit instrument

3 3 Docentcompetenties meten: waarom?  Beoordelen: selectie, promotie, functiedifferentiatie  Professionalisering: ondersteuning van leerprocessen docenten  Invoeren onderwijsvernieuwing  Verantwoording afleggen: schooleffectiviteit

4 4 Verzamelen informatie Verander-ingen plannen Uitproberen Waarderen, overdenken Verwerven nieuwe inzichten Perspectief: blijvend leren

5 5  : persoonlijkheidstrekken (warm - koud; autoritair- toegeeflijk)  : effectief gebleken docentgedragingen (“schrijft doelen op bord”, “circuleert door klas”)  : denkprocessen van docenten (hoe rijk is denkproces docent voor-tijdens-na les)  1990 – heden: leerprocessen van leerlingen Meten van docentkwaliteit Integratie

6 6 Competentiegericht vs. Cursorisch leren Zelfstandige constructie van kennis Overname van kennis Complete takenOpgedeelde taken Student centraalProgramma centraal Professionele contextenSchoolse contexten Samenwerkend lerenIndividualistisch leren Ontwikkelend lerenFoutloze beheersing

7 7 Wat is nu een competente docent? In welke rol ziet u de docent? Benoem een aantal competenties

8 8 een specifieke context (school, klas, leerling, omgeving) Taakomgeving: uit te voeren taken in … 2. Beslisproces 3. Werkgedrag 4. Resultaat •leerproces •leeropbrengst • •kennis •vaardigheden •opvattingen •persoonsgebonden eigenschappen 1. Basis Aspecten competent handelen

9 9 Stappen bij instrumentontwikkeling 1.Visie: wat is acceptabel professioneel gedrag en wat niet op verschillende functieniveaus? 2.Ontwerp: bij wie, wanneer, waarom, wat meten? 3.Competenties en beheersingsstandaarden uitwerken 4.Bewijsbronnen en instrumentontwikkeling 5.Afname en dataverzameling 6.Oordeel en feedback aan docent, vervolg POP

10 10 Hoe (specifiek) formuleer je competenties Formulering in meetbare termen: Rol: kandidaat kan in beroepsrol a Taak: taak y of verzameling taken y Situatie: in beroepssituatie z of verzameling situaties z Hulpmiddelen: met hulpmiddelen h Aanpak: zodanig verantwoord volgens basisprincipes p uitvoeren Resultaat: dat resultaat q of verzameling resultaten q wordt bereikt Label competentie: bondige formulering

11 11 Voorbeeld elementen in beeld: een leerkracht

12 12 Analyse voorbeeld CriteriumBeslisbasisHandelen Resultaat bij leerlingen Bevorderen emotioneel welbevinden Lln die zich emotioneel welbevinden kunnen aandacht richten op leren. Als leraar… Opvangen van verstoringen welbevinden (troosten, op gemak stellen) Welbevinde n van lln herstelt; ll heeft ruimte voor nieuwe leeractiviteit en Bevorderen positief pedagogisch klimaat Indicator: bevorderen emotioneel welbevinden

13 13 Bronnen van bewijs Documentatie onderwijsmaterialen Interview/verslag Test Vragenlijst BasisBeslis-/werkgedrag Resultaat BronKAVBe- slis WerkLeer- proces Op- brengst Observatie/video Logboek

14 14 Meetsituaties Reële werksituaties Gesimuleerde werksituaties Gesymboliseerde werksituaties Onmiddellijkheid; Situatiecomplexiteit Volledigheid proces Dekking aantal competenties en situaties Controle op data- verzameling en beoordelingsproces Discussievraag

15 15 Wanneer is een bewijsbron acceptabel? •Zijn de aangetoonde gegevens veroorzaakt door de docent?; vallen die onder zijn/haar verantwoordelijkheid? •Weerspiegelen de gegevens de taak van de docent? •Zijn de gegevens verbonden met gevolgen van het handelen? Leerresultaten? Leerklimaat? Besluitvorming? •Zijn de gegevens van grootst belang m.b.t. kwaliteit docent? •Zijn er betere databronnen beschikbaar over hetzelfde onderwerp? •Bieden gegevens een actueel beeld van de docent? (Peterson, 2000, pg. 93;)

16 16 EduProf: web-based vragenlijsten •Quick scan (k=53) •Standaard scan (k=182) •Situatiegevoelige scan: •competentie 7 •competentie 8 •voorbereiden onderwijs: 5 competenties •uitvoeren onderwijs: 6 competenties •toetsing en evaluatie: 3 competenties •functioneren in de organisatie: 2 competenties •professionalisering: 2 competenties 5 competentiegroepenInstrumenten

17 17 EduProf

18 18 Selectie van competenties

19 19 Enkele vragen

20 20 Terugkoppeling: beheersing

21 21 Terugkoppeling: toelichting

22 22 Toepassen op uzelf Kies (in tweetallen) een domein Vul een zelfbeoordeling in Bereken uw scores, zoek oorzaken van verschillen Bekijk en bespreek de achtergrondteksten en Commentaren Welke toepassingen ziet u?

23 23 Beschrijving lescontext en scenario Videodossiers MBO-docenten Gevolgen - leerling Beslissen Handelen Videobeelden leerkracht Videobeelden leerling Les-documentatie Verantwoording interventies Inhoudsopgave video-episodes

24 24 Gegevensverzameling videodossiers •Video-opnames: begeleidingsepisodes, dubbele camerapositie •Inhoudsaanduiding: uitleg, feedback, groepsinterventies •Documentatie materialen: opdrachten, lesplannen, blokboeken, geschreven commentaar aan leerlingen •Beschrijving taakcontext: lessituatie; curriculaire context; leerlingen; •Verantwoording aanpak •Zelfbeoordeling op beoordelingscriteria. •Persoonlijke gegevens docent

25 25 Discussie/uitwisseling  Wat zou u waar willen inzetten?  Waar liggen uw voorkeuren?

26 26 Toepassing in systeem van beoordeling en professionalisering Quick-zelfscan Sterkte-zwakte analyse Uitgebreide zelfscan collegascan, leerlingscan Aanvullende Methoden (video) Scholing of professionalisering

27 27 Slot Nadere informatie instrumenten:

28 28 3f Meest aan te raden bronnen bij beoordeling (Peterson, 2001) •Systematische observaties •Expert-review van onderwijsmaterialen •Cliëntrapportages: •Leerlingrapportages (vragenlijsten, focus groepen) •Ouderrapporten (idem) •Vorderingen van leerlingen •Tests van kennisbasis •Documentatie van professionele activiteiten •Rapport van direct leidinggevende •Documentatie van uitzonderlijke prestaties

29 29 3g Problematische bewijsbronnen bij beoordeling •Getuigschriften •Lesbezoeken door collega’s •Vragenlijsten onder collega’s •Prescriptieve gedragschecklists •Microteaching •Zelfevaluatie •Inrichting van het klaslokaal } Wél geschikt om reflectie op te roepen

30 30 Wanneer spreken we van een competentie- instrument? •Een duidelijk omschreven meetdoel en doelgroep •Taken gebaseerd op een beschreven domein •Beroepsrelevante situaties •Gebruik van één of meer databronnen •Regels voor afname, resp. dataverzameling •Regels voor scoring •Regels en normen voor (eind)beoordeling •Een beslissing, een consequentie

31 31 3h Competentiematrix (Bewezen geschikt)

32 32 Eisen aan iedere toetstaak/-opgave  Aanwijzingen: wat moet kandidaat doen en aanleveren? Gerichte vragen, instructies, opdrachten  Structuur: helderheid over criteria, contexten, vormbeperkingen  Keuzemogelijkheden: welke eigen uitwerkingen zijn mogelijk?

33 Beoordeling: fouten  Persoonlijke voorkeuren, selectieve waarneming  Zelf geïmporteerde (impliciete) criteria  Inconsistenties met criteria  Niet kunnen onderscheiden criteria  Horn-, Halo-effecten, centrale tendenties  Te mild- te streng

34 Training beoordelaars  Nauwkeurig waarnemen en registreren  Documenteren verzamelde bewijsmaterialen  Nauwkeurig ordenen en interpreteren  Scoren van gegevens uit diverse taaksituaties; samen en alleen (overeenstemming)  Integratie van bewijzen  Rapportage aan leraren: legitimeringsverslag

35 Scoring in benchmarks voorbeeld klassenmanagement Richt zich voornamelijk op ordehandhaving (A) en geeft weinig ruimte voor inbreng van leerlingen (B), waardoor lln voornamelijk taakgericht- volgend deelnemen aan leerproces (C) Basis Maakt afwisselend gebruik van methoden van ordehandhaving (A) en het geven van ruimte (B), waardoor lln naast taakgericht-volgend ook zelfsturend deelnemen aan leerproces (C) Gevorderd Kan vooraf en tijdens les reacties van leerlingen inschatten en op basis daarvan beslissen wanneer A en B worden toegepast waardoor leerlingen per situatie terugvallen op taakgericht-volgend zelfsturend bezig zijn. Excellent

36 Andere scorerubrieken 1: contraproductief 2: gemiste kansen 3: acceptabel 4: goed 5: meesterlijk 6: uitmuntend, wereldklasse 1: beginning 2: developing 3: proficient 4: exemplary

37 Scoring van afzonderlijke gedragingen 1. Leraar geeft opdrachten die leerlingen meestal goed maken 2. Leraar prijst leerlingen bij correct antwoord. 3. Leraar geeft geen negatieve feedback. Helemaal nietZeer vaak

38 Beslissen: combinatie van gegevens •Professionele ontwikkeling: •Profiel bekwaamheden en niveauaanduiding •Waarop bekwaam en minder bekwaam? •Beoordelen: selectie, doorstroom •Eén totaalscore  beslissing: zakken/slagen, bekwaam/niet bekwaam

39 Combinatiemethode •Expert/klinisch: combinatie via interpretatie/integratie van gegevens •Statistisch: combinatie via een statistische bewerking

40 Combinatiemodellen Compenserend: Bij selectie Niet compenserend: Bij certificering, toelating Score cesuur

41 Problemen met combineren •Kan a (goede materiaalvoorbereiding) compenseren voor b (minder sterke uitleg, of voor minder goed gedragsmanagement)? •Welke gewichten toekennen aan verschillende score- onderdelen? •Leidt meer van a altijd tot betere resultaten op b? Effectieve leertijd Kwaliteit klassenmanagement


Download ppt "1 Het meten van docentcompetenties Erik Roelofs, Citogroep ROC congres 2003 Informatie:"

Verwante presentaties


Ads door Google