De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 IAS 2 – Voorraden SIC 1 – Coherentie van methoden – bepaling van de kostprijs van voorraden.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 IAS 2 – Voorraden SIC 1 – Coherentie van methoden – bepaling van de kostprijs van voorraden."— Transcript van de presentatie:

1 1 IAS 2 – Voorraden SIC 1 – Coherentie van methoden – bepaling van de kostprijs van voorraden

2 2 Agenda  Analyse van IAS 2  Project verbetering van de standaard  Gevalstudies

3 3 Objectief van de standaard  Bepaalt de kost op te nemen in de voorraad  Stelt de verschillende evaluatiemethodes voor  Preciseert waardeverminderingen – realiseerbare waarde  Preciseert de link tussen kosten en opbrengsten  bepaalt welke informatie in bijlage moet geleverd worden

4 4 Toepassingsgebied van IAS 2  Historische kostprijs principe = referentie waarderingsmethode  Speciale gevallen (§39 van IAS 22, Fusies en overnames) Van toepassing op financiële staten opgesteld volgens historisch kostenprinicpe

5 5 Toepassingsgebied van IAS 2 IAS 2 is niet van toepassing op :  Bestellingen in uitvoering als gevolg van constructiecontracten (IAS 11);  Financiële instrumenten (IAS 39);  De voorraad van de producent van levend vee, agrarische en bosbouwproducten, minerale ertsen, en agrarische productie in die mate dat ze gewaardeerd zijn aan de netto realiseerbare waarde in overeenstemming met normen uit gevestigde praktijken in bepaalde industrieën, en  Biologische activa met betrekking tot agrarische activiteiten (IAS 41)

6 6 Voorraden: definitie  Als diensten geleverd worden bevatten de voorraden de kost van de dienst voor dewelke de onderneming nog niet de corresponderende opbrengst geboekt heeft Voorraden worden gedefinieerd als activa a)Aangehouden voor verkoop binnen de gewone bedrijfsuitoefening van het bedrijf; b)In het productieproces t.b.v. dergelijke verkoop of c)In de vorm van materiaal en grondstoffen die verbruikt zullen worden in het productieproces of in het leveren van diensten.

7 7 Operationele cyclus  Een actief moet geklasseerd worden als current als ze deel uitmaakt van de normale operationele cyclus van de onderneming, zelfs wanneer deze langer is dan één jaar.  De operationele cyclus: Periode tussen de verwervingen van de grondstoffen voor de exploitatie en hun realisatie onder de vorm van geldelijke middelen of gelijkaardig

8 8 Waardering van de voorraad  De voorraadkostprijs omvat alle aankoopkosten, productiekosten en andere kosten die bijdragen om de voorraad in haar huidige locatie en staat te brengen  Netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs in de gewone bedrijfsuitoefening min de geschatte afwerkings- en verkoopkosten Voorraden moeten aan het laagste bedrag van de historische kostprijs of de netto realiseerbare waarde gewaardeerd worden

9 9 Voorbeeld - vastgoedontwikkeling  Bevat de verworven goederen en de goederen gehouden voor verkoop, inclusief de terreinen en gebouwen  Bevat de onroerende goederen die een onderneming beslist niet meer te gebruiken op voorwaarde dat men al begonnen is met verbeteringen aan het gebouw en dat men de wil tot vervreemding reeds kenbaar gemaakt heeft.  Een onderneming zal een gebouw, gehouden als vastgoedbelegging (IAS 40), moeten transfereren naar voorraad enkel wanneer het goed in staat van verkoop gesteld is.

10 10 Levering van diensten  De voorraden bevatten de levering van diensten waarvoor de onderneming nog niet de overeenkomstige opbrengsten geboekt heeft (lonen en andere directe en indirecte kosten)  Dekt in het algemeen het volgende: –Audit firma’s –Advocaten kantoren, –Reclame bureau –Consultants,…

11 11 Onderscheid voorraad – vaste activa  IAS 16 preciseert dat het merendeel van wisselstukken en onderhoudsmateriaal gewoonlijk wordt opgenomen in voorraad en pas in resultaat wordt genomen bij hun aanwending (gebruik).  De belangrijkste wisselstukken en de minimum voorraad worden onder materiële vaste activa geklasseerd wanneer de onderneming veronderstelt ze te gebruiken over een periode van meer dan één jaar.

12 12 Aankoopkosten Deze bevatten…  Aankoopprijs  Invoerrechten en andere niet terugvorderbare belastingen  Transport-, behandeling- en andere kosten direct toerekenbaar aan de verwerving van de voorraad min  Handelskortingen, rabatten en dergelijke

13 13 Identificatie van kosten  KMO’s gebruiken slechts zelden full cost als basis.  De ondernemingen gebruiken slechts zelden de full cost methode (voor fiskale redenen)  Daardoor hebben de ondernemingen in vele gevallen nog geen gesofisticeerd systeem om de kostenopvolging (full cost) te doen

14 14 Wisselkoersverschil  Beperkte mogelijkheid om wisselkoersverschil bij te voegen bij de waarde van de voorraad  Deze wisselkoersverschillen zijn beperkt tot deze komende van een sterke devaluatie of depreciatie van het geld en waarvoor geen dekking mogelijk is

15 15 Productiekosten Deze bevatten… :  Directe kosten van directe arbeid en gebruikt materiaal  Een systematische toewijzing van variabele overhead / indirecte productiekosten  Een systematische toewijzing van vaste indirecte productiekosten / overhead gebaseerd op normale productiecapacitiet  Productiekosten van “gezamelijke producten” worden gealloceerd op een rationele en consistente basis

16 16 Voorbeeld van verdeling van de kosten  Twee producten, A en B, komen voort uit hetzelfde productieproces en worden slechts identifieerbaar bij de voltooiing van de productie. De totale productiekosten bedragen De verkoopprijs van A is , van B bedraagt deze  Als het criterium de verkoopprijs is, dan gebeurt de verdeling van de kosten als volgt: –A : = x (60.000/ ) –B : = x (40.000/ )

17 17 Algemene vaste productiekosten  De toewijzing van algemene vaste productiekosten is gebaseerd op de normale capaciteit van de productieinstallaties.  De normale capaciteit is de gemiddelde productie die men verwacht te realiseren bekeken op een aantal boekjaren of seizoenen in normale omstandigheden, en rekening houdend met het verlies aan capaciteit te wijten aan het geplande onderhoud.  Men moet dus het onder-gebruik beschouwen als abnormaal (stakingen, belangrijke dalingen in de bestellingen…)  In periodes van abnormaal hoge productie wordt het bedrag van de algemene vaste kosten toegewezen aan elke productieeenheid, zodanig verminderd dat de voorraden niet boven hun kost gewaardeerd worden.

18 18 Andere kosten  Volgende uitgaven worden algemeen in kosten opgenomen en niet begrepen in de voorraad –Abnormale hoeveelheden afval, arbeid of andere productiekosten –Opslagkosten (behalve wanneer essentieel in het productieproces) –Administratieve overhead –Verkoopkosten en transportkosten Opname in voorraad in de mate dat ze bijdragen om de goederen in hun huidige locatie en toestand te brengen

19 19 Interest kosten  De lening kosten zijn activeerbaar in specifieke gevallen (IAS 23)  Deze voorraden zijn vooral deze die een lange voorbereidingsperiode noodzaken (ex. Immobiliën sector) vooraleer verkocht te worden  Deze kosten kunnen slechts geactiveerd worden wanneer dit gedaan wordt op een coherente en consistente manier op alle betrokken activa van de onderneming (SIC 2)

20 20 Kostprijswaarderingstechnieken  Standaard kostprijssysteem De standaardkosten moeten een normaal gebruiksniveau bevatten van de grondstoffen, levering, arbeid, efficiëntie en capaciteit. Deze worden regelmatig nagekeken.  Kleinhandel (« retail ») methode Wordt gebruikt in de distributie om grote hoeveelheden te waarderen die gelijkaardige marges hebben. De kost van de voorraad is bepaald door de een percentage van de toegekende bruto marge af te trekken van de verkoopwaarde. Verschillende kostprijswaarderingstechnieken mogen gebruikt worden voor praktische reden als deze methoden een resultaat geven dat de kost benadert

21 21 Kostprijswaarderingstechnieken  Specifieke Voorraden: Identificatie van de individuele kost  Niet specifieke voorraden: –Voorkeurmethode •FIFO en •Gewogen gemiddelde –Toegelaten alternatief •LIFO –Volgens SIC 1 is het mogelijk om verschillende methodes toe te passen voor voorraden van verschillende aard of gebruik.

22 22 Methoden  SIC 1 laat toe om verschillende methoden te gebruiken voor voorraden met een verschillende aard of gebruik (vb. onderneming of groep met gediversifieerde activiteiten)  Een geografische spreiding (vb. twee filialen in verschillend land) en een verschil in fiscaliteit of wetgeving zijn geen voldoende redenen om het gebruik van verschillende methoden te verantwoorden.  De groepen moeten dus de verschillende gebruikte methoden door de ondernemingen herzien en harmoniseren in functie van hun aard en hun gebruik

23 23 Effect van het gebruik van de 3 toegestane methodes

24 24 Effect van het gebruik van de 3 toegestane methodes

25 25 Netto realiseerbare waarde  De waardering is gebaseerd op de meest betrouwbare elementen, beschikbaar op het moment waarop het bedrag van de voorraden dat men denkt te realiseren geschat wordt. Zij houden rekening met gebeurtenissen na het einde van het boekjaar in de mate dat dergelijke gebeurtenissen een toestand bevestigen die bestond voor jaareinde.  De berekening van de netto realiseerbare waarde gebeurt meestal per produkt; het is wel mogelijk om onder bepaalde voorwaarden bepaalde produkten te groeperen om de netto realiseerbare waarde van een zekere voorraadcategorie te bepalen (zelfde productlijn, afwerking of vergelijkbare eindbestemming…). De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs tijdens de normale bedrijfsactiviteit, verminderd met de geschatte kosten voor de afwerking en de geschatte kosten gemaakt om de verkoop te realiseren.

26 26 Voorstelling in de resultatenrekening  De financiële staten moeten vermelden: (a)Ofwel de kostprijs van de voorraad die in kosten geboekt werd in de loop van het boekjaar; (b)Ofwel de operationele kosten, met betrekking tot de producten die in kosten geboekt werden in de loop van het boekjaar, volgens hun aard Opbrengsten uit normale activiteiten x Verkoopkosten (x) Bruto marge x Andere bedrijfsopbrengsten x Handelskosten (x) Administratieve kosten (x) Andere bedrijfskosten (x) Bedrijfsresultaat x Opbrengsten uit normale activiteitenx Andere bedrijfsopbrengstenx Voorraadwijziging afgewerkte producten en WIPx Grondstoffen en materialenx Personeelskosten x Afschrijvingenx Andere bedrijfskostenx Totaal bedrijfskosten (x) Bedrijfsresultaat

27 27 Berekening van de waardevermindering  De kostprijs van de voorraad kan niet recupereerbaar zijn als : –deze voorraad beschadigd werd, –deze voorraad geheel of gedeeltelijk verouderd is, –de verkoopprijs gedaald is, –de geschatte afwerkingskosten of verkoopkosten gestegen zijn.

28 28 Berekening van de waardevermindering  De afwaardering van de voorraad tot de netto realiseerbare waarde gebeurt meestal op individuele basis.  In bepaalde gevallen kan het nochtans aangewezen zijn om gelijkaardige elementen of elementen met een bepaald verband te groeperen.  Dit kan het geval zijn voor voorraadelementen uit dezelfde productlijn, met dezelfde afwerking of een gelijkaardige eindbestemming, die in dezelfde geografische zone geproduceerd en verkocht worden en die praktisch niet gewaardeerd kunnen worden los van de andere elementen uit deze productlijn.  Het is niet gepast om een afwaardering te boeken voor een bepaalde categorie voorraad, zoals bijvoorbeeld de afgewerkte producten, of voor de totale voorraad van een bedrijfssector of een geografische sector.

29 29 Berekening van de waardevermindering  De schattingen houden rekening met schommelingen in de prijs of de kosten die direct verband houden met gebeurtenissen na balansdatum in die mate dat deze gebeurtenissen een toestand bevestigen die reeds bestond op balansdatum – zie ook IAS 10  De schattingen van de netto realiseerbare waarde houden eveneens rekening met het doel waarvoor de voorraad werd aangehouden (bijvoorbeeld, de netto realisaeerbare waarde van voorraad die aangehouden wordt om aan bindende dienstverlenings- of verkoopcontracten te kunnen voldoen, is gebaseerd op de contractueel vastgelegde prijs )  Eventuele verliezen op bindende verkoopcontracten die de aangehouden voorraadhoeveelheid overtreffen en eventuele verliezen op bindende aankoopcontracten worden behandeld volgens IAS 37

30 30 Voorbeeld  Bindende verkoop van producten D aan een groot warenhuis, aan een prijs van 10/eenheid, te leveren gedurende de eerste zes maanden van  Op 31/12/01 is de toestand als volgt : –product D : Q: 700; EP : 9; NBW : –Geschatte verkoopkosten : 1.500, zijnde 1,5/eenheid –Kosten voor resterende productie : 9,5/eenheid –Netto realiseerbare waarde per product : 8,5 (10 – 1,5 verkoopkosten) –realiseerbarewaarde van de voorraad : 700 x 8,5 = –Waardevermindering te boeken: 350 = –  Aan te leggen voorziening: 300 x (9,5 – 8,5) = 300

31 31 Waardering van grondstoffen  Grondstoffen en andere materialen die aangehouden worden om gebruikt te worden bij de productie van voorraden worden niet gewaardeerd onder de kostprijs wanneer verwacht wordt dat de producten waarin ze verwerkt zullen worden, verkocht zullen worden tegen kostprijs of duurder.  Nochtans worden grondstoffen teruggebracht tot netto realiseerbare waarde indien een prijsdaling van de grondstoffen aangeeft dat de kostprijs van het afgewerkt product hoger zal zijn dan de netto realiseerbare waarde.  In een dergelijk geval kan de vervangingswaarde voor de grondstoffen de beste beschikbare maatstaf voor de netto realiseerbarewaarde blijken.

32 32 In kosten genomen voorraad  Wanneer de voorraad verkocht wordt, moet de boekwaarde van deze voorraad in kosten genomen worden tijdens het boekjaar gedurende hetwelke de corresponderende opbrengsten geboekt worden.  Het bedrag van elke afwaardering van voorraden om ze terug te brengen tot netto realiseerbare waarde en alle verliezen van voorraad moeten geboekt worden in de kosten van het boekjaar gedurende hetwelke de afwaardering of het verlies zich voordoet.  Het bedrag van elke terugname van afwaardering van de voorraad die voortkomt uit een verhoging van de netto realiseerbare waarde moet geboekt worden als een vermindering van het bedrag van de in kosten geboekte voorraad tijdens het boekjaar gedurende hetwelke de terugname zich voordoet.

33 33 Voorstelling op de balans  De voorraad moet vermeld worden op de balans tegen nettowaarde, met meer of minder details naargelang de activiteit van de onderneming.  De informatie in verband met de boekwaarde van de verschillende voorraadcategorieën alsook de mate van schommeling van deze activa is nuttig voor de gebruikers van de financiële staten.  De gebruikelijke classificaties van de voorraden zijn handelsgoederen, grondstoffen en materialen, werk in uitvoering en afgewerkte producten..  De voorraden van een dienstverlener kunnen gewoon aangeduid worden als werk in uitvoering.

34 34 Voorstelling in de resultatenrekening  Bepaalde ondernemingen gebruiken een verschillend formaat voor de resultatenrekening die leidt tot het voorstellen van andere cijfers dan de kostprijs van de in kosten geboekte voorraad tijdens het boekjaar.  Volgens dit verschillend formaat vermeldt een onderneming het bedrag van de operationele kosten die betrekking hebben op de opbrengsten van het boekjaar, geclasseerd volgens hun aard.  In dit geval vermeldt de onderneming de in kosten geboekte kostprijs voor de grondstoffen en materialen, de directe personeelskosten en de andere bedrijfskosten evenals het bedrag van de netto voorraadwijziging tijdens het boekjaar.

35 35 Voorstelling in de resultatenrekening  Bepaalde elementen van de voorraad kunnen aan andere activa- rekeningen toegewezen worden, bijvoorbeeld voorraden die gebruikt worden als elementen van materiële vaste activa die de onderneming voor eigen gebruik produceert. De voorraden die volgens deze regeling toegewezen worden aan andere activabestanddelen worden in kosten geboekt gedurende de gebruiksduur van dit actief.  De voorraadwijzigingen van afgewerkte producten en werk in uitvoering gedurende het boekjaar vertegenwoordigen een aanpassing van de productiekosten om het feit weer te geven dat de productie het niveau van de voorraad verhoogd heeft of dat de voorraad gedaald is wegens hogere verkopen dan productie. In bepaalde jurisdicties wordt een verhoging van de voorraad afgewerkte producten en werk in uitvoering tijdens het boekjaar onmiddellijk na de opbrengsten uit gewone activiteiten weergegeven zoals in de bovenstaande analyse. Nochtans mag de gekozen voorstelling niet laten denken dat deze bedragen opbrengsten vertegenwoordigen.

36 36 Tussentijdse financiële rapportering - IAS 34  Algemeen principe –Een onderneming moet in zijn tussentijdse financiële staten dezelfde boekhoudkundige methodes toepassen als in de jaarlijkse financiële staten.  Uitzondering op deze algemene regel met betrekking tot voorraden gewaardeerd volgens LIFO (last in – first out) ! –Een vermindering van de hoeveelheid voorraad geboekt volgens LIFO moet niet worden vertaald in de waarde van de voorraad op een tussentijdse datum indien de onderneming denkt dat deze vermindering tegen jaareinde geannuleerd zal worden (vb: normale seizoensgebonden schommelingen).  Afwijkingen in kosten –Indien de onderneming een systeem van standaardkosten hanteert, mogen afwijkingen enkel vastgesteld worden in het tussentijds resultaat indien ze ook erkend worden als resultaat op jaareinde

37 37 Tussentijdse voorraad voorbeeld Beginvoorraad : Netto aankopen : Verkopen : Geschatte brutomarge : 32% Tussentijdse periode : Beginvoorraad : Netto aankopen : Kostprijs van de beschikbare producten: Kostprijs van de verkochte producten: * (1-32%) G eschatte eindvoorraad :

38 38 Informatie te verstrekken in de financiële staten (a)De boekhoudkundige methoden gebruikt om de voorraad te waarderen, met inbegrip van de methode gebruikt om de kostprijs te bepalen ; (b)De totale boekwaarde van de voorraad en de boekwaarde per categorie aangepast aan de onderneming ; (c)De boekwaarde van de voorraad gewaardeerd aan netto realiseerbare waarde ; (d)Het bedrag van elke geboekte terugname van waardevermindering (§31) ; (e)De omstandigheden of gebeurtenissen die geleid hebben tot de terugname van de waardevermindering (§31) ; (f)De boekwaarde van de voorraad die in onderpand gegeven werd voor bepaalde passiva ;

39 39 Informatie te verstrekken in de financiële staten in geval men LIFO gebruikt  Verschil tussen het bedrag aan voorraad op de balans en : –Ofwel het laagste van de kostprijs bepaald volgens FIFO (of gewogen gemiddelde) en de netto realiseerbare waarde –Ofwel het laagste van de actuele kost op afsluitdatum en de netto realiseerbare waarde

40 40 Project verbetering van bestaande normen

41 41 Verbeteringsproject  Afschaffing van de LIFO methode  Geen mogelijkheid meer tot het incorporeren van wisselkoersverschillen die voorkomen uit een sterke waardedaling van een niet-indekbare valuta in de waarde van een actief (IAS 21 § 21)  Vermelding van de tijdens het boekjaar toegepaste waardeverminderingen  Schrapping van het woord “producent” in het toepassingsgebied, om het uit te breiden tot de handelsondernemingen

42 42 Praktijkgevallen : IAS 2 versus IAS 11 1.Een vastgoedvennootschap koopt een terrein met de bedoeling om er een kantoor voor eigen gebruik te bouwen. Kort na het begin van de werken verkoopt ze het onafgewerkte gebouw aan een institutionele belegger voor een vaste prijs van 10 miljoen, voor de helft betaalbaar bij ondertekening en de andere helft bij oplevering.. 2.Een ingenieursbureau heeft zich verbonden tot het bouwen van een brug voor een vaste prijs van 50 miljoen. De bouw zal drie jaar duren.

43 43 Praktisch geval - Agfa Raw materials, supplies and goods purchased for resale are valued at purchase cost. Work in progress and.nished goods are valued at the cost of production. The cost of production comprises the direct cost of materials, direct manufacturing expenses, appropriate allocations of material and manufacturing overheads, and an appropriate share of the depreciation and write-downs of assets used for production. It includes the share of expenses for company pension plans and discretionary employee bene.ts that are attributable to production. Administrative costs are included where they are attributable to production. Inventories are valued using the weighted-average cost method.

44 44 Praktisch geval - Interbrew Inventories are valued at the lower of cost and net realisable value. Cost is determined by the weighted average method. The cost of finished products and work in progress comprises raw materials, other production materials, direct labour, other direct cost and an allocation of fixed and variable overhead based on normal operating capacity. Net realisable value is the estimated selling price in the ordinary course of business, less the estimated costs of completion and selling costs.

45 45 Praktisch geval - Bekaert Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs (aanschaffings-of vervaardigingsprijs) volgens de FIFO- methode (first in, first-out) of tegen netto realiseerbare waarde wanneer deze lager is. De vervaardigingsprijs omvat alle directe en indirecte kosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De netto realiseerbare waarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale omstandigheden, verminderd met de afwerkingskosten en de kosten verbonden aan verkoop.

46 46 Vragen - antwoorden


Download ppt "1 IAS 2 – Voorraden SIC 1 – Coherentie van methoden – bepaling van de kostprijs van voorraden."

Verwante presentaties


Ads door Google