De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Het is warm in Spanje. De zon schijnt fel en de Pieten zijn uitgelaten. Tijdens de zomer hebben alle Pieten de stoomboot van Sinterklaas opgeknapt en.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Het is warm in Spanje. De zon schijnt fel en de Pieten zijn uitgelaten. Tijdens de zomer hebben alle Pieten de stoomboot van Sinterklaas opgeknapt en."— Transcript van de presentatie:

1

2 Het is warm in Spanje. De zon schijnt fel en de Pieten zijn uitgelaten. Tijdens de zomer hebben alle Pieten de stoomboot van Sinterklaas opgeknapt en geschilderd. Nu is eindelijk het grote moment aangebroken! Iedereen helpt duwen en de boot glijdt langzaam het water in. ‘Hoera,’ roepen de Pieten en ook Sinterklaas is in zijn nopjes!

3 Sint zegt: ‘Morgen beginnen we aan de grote oversteek. Zijn alle pepernoten ingepakt?’ De pepernoten- Piet knikt. ‘Staat mijn trouwe paard klaar?’ De paarden-Piet schudt van ja en het paard van Sinterklaas hinnikt opgewonden. ‘De zak met cadeautjes niet vergeten?’ ‘Rustig maar,’ lachen de Pieten, ‘we vergeten nooit iets. Uw pak is gestreken en onze petten en pakken zijn gewassen en gevouwen.’ ‘En mijn staf?’ ‘Glimt als een kerstbal!’

4 Sinterklaas zucht opgelucht: ‘Geweldig! Wat was ik zonder jullie? Kom, dan gaan we nu eten en drinken in de Spaanse zon, want morgen gaan we naar Nederland. En daar is het, zeker weten, koud en kil.’ Het wordt een groot feest. Iedereen danst en verheugt zich op het avontuur. De zon is allang achter de horizon verdwenen als ook de laatste Piet zijn plekje gevonden heeft en in een diepe slaap valt.

5 Kleine Piet gaapt en wrijft in zijn ogen. Hoelang heeft hij geslapen? En wat is het stil… ‘Hallo, waar is iedereen?’ Geen antwoord! waar zijn de Pieten? En Sinterklaas? En waar is de boot? Maar hoe kleine Piet ook heen en weer rent en zoekt… Sinterklaas en de andere Pieten zijn vertrokken. Zonder hem. Ze zijn hem gewoon vergeten…

6 In de verte ziet hij een boot. Uit de schoorsteen komen rookpluimen. Piet klimt snel in een boom. Hij zwaait en roept, maar de boot wordt kleiner en kleiner. Het wordt een stipje en dan is er niets meer te zien. Alleen nog de kalme zee en de blauwe lucht. Verdrietig gaat kleine Piet op een rots zitten. ‘Ik had me zo op de reis verheugd! Nu springen de anderen vast al van de hoogste mast het water in. En Sinterklaas staat aan het roer. Of ze spelen piraatje, terwijl Sinterklaas een dutje doet op het zonnedek. En ik kan juist als de beste in het kraaiennest klimmen en touwen zwaaien.’

7 Kleine Piet begint te snikken. ‘Nou, dan kunnen ze ook niet van mij leren hoe je op de golven kunt surfen. Of hoe je een driedubbele – wat zeg ik? – een zevendubbele koprol kunt maken van de springplank. Ik hoop dat het een heel saaie overtocht wordt.’ Boos draait kleine Piet zich om en loopt naar huis. Hij kijkt in alle kasten en bakt een heerlijke taart. Helemaal voor hem alleen. Hij springt over stoelen en banken, verkleedt zich, trekt gekke gezichten voor de spiegel, neemt een warm schuimbad en slaapt in het grote bed van Sinterklaas. ‘Ik doe lekker wat ik zelf wil! Ziet toch niemand,’ roept hij.

8 En dat doet kleine Piet precies zeven dagen lang. Totdat hij er helemaal niks meer aan vindt. Dan spoelt er een fles aan op het strand. Er zit een brief in. Nieuwsgierig pakt Piet de fles uit het zand en peutert de brief tevoorschijn:

9 Geschrokken krabt kleine Piet zich achter zijn linkeroor. ‘Hoe moet het nou met alle kinderen als Sinterklaas niet kan komen? Hij en de andere Pieten zitten ergens vast op een eiland, zonder boot… Ik moet hen redden!’ Zonder te aarzelen pakt kleine Piet een hamer, zaag en spijkers en begint een stevig vlot te bouwen. ‘Hier passen we allemaal op,’ mompelt hij. Hij duwt het vlot het water in en hijst de zeilen. De wind staat goed en nadat kleine Piet een dag en een nacht gezeild heeft, komt hij een groep dolfijnen tegen.

10 Luid kwekkend komen ze naast het vlot zwemmen. ‘Waar wil je naartoe?’ vragen de dolfijnen. ‘Naar Sinterklaas en de Pieten. Hun boot is gezonken. Ze zitten vast op een eiland.’ ‘Wij kennen álle eilanden,’ tetteren de dolfijnen. ‘Misschien kunnen we je helpen.’ Piet haalt de flessenpost uit zijn broekzak en laat de brief zien. ‘O!’ roepen de dolfijnen opgewonden. ‘Sinterklaas is op het paaseiland gestrand. Dat is ver hier vandaan. Zonder ons ben je nog weken onderweg. Of je moet in een storm belanden die je toevallig de goede kant op blaast!’ ‘Liever niet,’ fluistert kleine Piet angstig.

11 De dolfijnen denken even na ‘Zullen we je trekken?’ Dat wil Piet wel. Hij pakt een touw en maakt het vast aan de dolfijnen. Ze zwemmen zo snel over de golven dat kleine Piet zich stevig moet vasthouden aan de mast, anders zou hij van het vlot kieperen. Onderweg minderen ze af en toe vaart, zodat kleine Piet spullen uit het water kan vissen. Hij vindt een roer, twee koffers, een staf en twee zakken. Eén zak zit vol met pepernoten. Piet proeft voorzichtig. ‘Beetje zout, beetje nat. Maar nog steeds erg lekker.’ Hij hangt de pepernotenzak hoog in de wind.

12 Eindelijk doemt in de verte een eiland op. Het ziet er vreemd uit en kleine Piet weet niet wat hij ziet. ‘Het paaseiland,’ lachen de dolfijnen. ‘En kijk eens wie er op het strand staan!’ Sinterklaas, alle Pieten en het trouwe paard springen enthousiast op en neer. Kleine Piet zet meteen voet aan wal en roept; ‘Ik kom jullie redden!’ Iedereen is dolblij. Ze knuffelen en omhelzen kleine Piet en gooien hem drie keer hoog in de lucht. ‘Hoera voor ons vergeten Pietje! Goed dat het zo gegaan is. Anders waren wij misschien nooit meer teruggevonden!’

13 Sinterklaas geeft hem een stevige schouderklop: ‘Ze hebben gelijk, jongen. Je bent een échte held! Was je erg eenzaam zonder ons?’ ‘Gaat wel,’ antwoordt kleine Piet. ‘Ik heb wel veel gesnoept.’ ‘Eén keertje is niet zo erg.’ ‘En in uw bed geslapen!’ ‘Zo, zo, is dat niet een beetje te groot voor je?’ ‘Ik had al m’n knuffels meegenomen.’ ‘Dan is het goed.’ Kleine Piet trekt Sinterklaas zachtjes aan zijn baard. ‘We moeten opschieten. Het is de hoogste tijd. De kinderen wachten op ons.’ ‘Ach,’ zucht Sinterklaas, ‘dit jaar moeten we maar overslaan. Zo kan ik toch niet in Nederland aankomen? Niemand herkent me. En heb je de Pieten gezien? We zien er gewoon heel raar uit. Zo kan het echt niet!’

14 Kleine Piet haalt de twee koffers tevoorschijn. ‘Wat zal hier inzitten?’ vraagt hij geheimzinnig. Nieuwsgierig maken de andere Pieten de koffers open. ‘Onze kleren! En ze zijn niet eens vies!’ Maar Sinterklaas schudt zijn hoofd: ‘We hebben ook helemaal niks om uit te delen. Alle pepernoten zijn weg. En de zak met de cadeautjes is ook overboord geslagen.’ ‘Kom op, Sinterklaas,’ besluiten de Pieten, ‘we gaan aan de slag. We knappen het vlot op en versieren het.’ ‘Dat lukt ons nooit! zegt Sinterklaas verdrietig. Plotseling is er rumoer! Geschrokken kijken de Pieten en Sinterkaas op. Van alle kanten komen er dieren aan. Ze slepen boomstammen, takken en bladeren. ‘Wij komen jullie helpen!’ krijst de papegaai.

15 Samen met de dieren beginnen de Pieten te bouwen En nog vóór de dag begint, staat er een nieuwe boot. Zo mooi, dat Sinterklaas zijn ogen nauwelijks kan geloven. Kleine Piet geeft hem zijn staf die blinkt als nooit tevoren. ‘Dat komt vast door het zoute water,’ weet Sinterklaas. Dan laat Piet de zak met pepernoten zien. ‘Hoe kom je dáár nou weer aan?’ vragen de Pieten. ‘Tja,’ grinnikt kleine Piet, ‘proeven jullie maar. Ze zijn dit jaar misschien iets zouter dan anders, maar nog steeds lekker knapperig. En kijk, Sinterklaas, voor u heb ik de zak met de cadeautjes uit het water gevist!’ ‘Je mag een wens doen,’ lacht Sinterklaas tevreden. ‘Wat wil je? Piraatje spelen met de papegaai? Van de giraf het water inspringen? De hele reis aan het roer?’ Maar kleine Piet wil iets héél anders…

16


Download ppt "Het is warm in Spanje. De zon schijnt fel en de Pieten zijn uitgelaten. Tijdens de zomer hebben alle Pieten de stoomboot van Sinterklaas opgeknapt en."

Verwante presentaties


Ads door Google