De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Oefenvragen Handboek en Seinenboek deel 4 Januari 2008.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Oefenvragen Handboek en Seinenboek deel 4 Januari 2008."— Transcript van de presentatie:

1 Oefenvragen Handboek en Seinenboek deel 4 Januari 2008

2 Vraag •Wat betekent dit sein?

3 Antwoord ‘L’ sein •Snelheid zodanig begrenzen dat voor het eerstvolgende sein nr.277 kan worden gestopt. (nr.277 = ‘H’ sein Wit licht) Geldt alleen voor machinisten van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming als zware goederentreinen zijn aangewezen.

4 Vraag •Wat betekent dit sein?

5 Antwoord Weegbrugsein driehoekig •Berijden van de weegbrug toegestaan met de plaatselijke snelheid.

6 Vraag •Wat betekent dit sein?

7 Antwoord ‘H’ sein •Stoppen vóór het sein. Geldt alleen voor machinisten van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming als zware goederentreinen zijn aangewezen.

8 Vraag •Wat betekent dit sein?

9 Weegbrugsein rond •Berijden van de weegbrug toegestaan met de voor die brug geldende snelheid overeenkomstig sein nr.324 (nr.324= snelheidsbord overweg/weegbrug)

10 Vraag •Wat betekent dit sein?

11 Antwoord Witte ‘G’ •Voorbijrijden toegestaan. •Geldt alleen voor machinisten van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

12 Vraag •Kenmerk van een ATB- baanvak storing ?

13 Antwoord •De ATB Cabine seinen niet overeenkomen met de vaste seinen, en deze afwijking maar op een plaats op de baan voorkomt ( Max 1 Bloklengte)

14 Vraag •Hoe handelt u bij een defecte Dodeman?

15 Antwoord •U vervoert de trein met de normale dienstregelingsnelheid. •Er moet een ander personeelslid plaatsnemen dat de trein tot stilstand kan brengen, •Als deze er niet is dan moet u het defect melden aan het LBM met het verzoek om op het eerstvolgende station een tweede personeelslid te stellen.

16 Vraag •Wat doen we bij een gedoofd frontsein?

17 Antwoord •Licht de TRDL in, •Licht het LBM in, •Gaat ROZ (behalve in tunnels) •Geef op overwegen het “Attentiesein” •Rij door tot het station waar herstel of uitwisseling mogelijk is.

18 Vraag •Wat meld u indien mogelijk nog meer naast de standaard melding bij een bijzonder voorval met gevaarlijke stoffen? 5x

19 Antwoord •Het gevaaridentificatienummer ( GEVI), •Het UN nummer •Het wagennummer •Het gevaarsetiket •De plaats van de wagen in de trein.

20 Vraag •Welke Personalia geeft u door bij verhoor door de KLPD na een incident/onregelmatigheid?

21 Antwoord •Naam •Geboortedatum •Functie •Bedrijf •Standplaats

22 Vraag •Wat zijn de verantwoordelijkheden van de Machinist tijdens Piloteren?

23 Antwoord Als machinist bent u verantwoordelijk voor: •Het opvolgen van de opdrachten en aanwijzingen die de pilot u geeft; •De waarneming van seinen en het gevolg geven daaraan,voorzover daarvoor geen bijzondere wegkennis is vereist.

24 Vraag •Welke soorten spreekverbindingen gebruikt u? 3x

25 Antwoord •Portofoon •Telerail / Gsm-r •Telefoon

26 Vraag •Wanneer mag de ATB Buiten Bedrijf worden gesteld?

27 Antwoord •Bij een ATB storing die zo hinderlijk is, dat niet normaal kan worden gereden. •Als er met een werktrein op het werkpunt langdurig zeer langzaam moet worden gereden. Houd de ATB bij een ATB veiligheidsstoring wel zo mogelijk in bedrijf ivm het in te stellen onderzoek.

28 Vraag •Wat staat omschreven over het begrenzen van de snelheid?

29 Antwoord Afhankelijk van de snelheid: •Een snelheidsverlaging moet worden ingezet als het eerste voertuig het sein passeert dat een snelheidsverlaging opdraagt. •Een snelheidsverhoging mag pas worden uitgevoerd als het laatste voertuig het sein dat een snelheidsverhoging toestaat,helemaal is gepasseerd.

30 Vraag •Wat staat er omschreven over de P/G kraan?

31 Antwoord U stelt de P/G kraan bij lok’s altijd in de P stand behalve bij: •Trekkende lok’s bij goederentreinen met een lengte van 700 meter of meer. Excl. vooroplopende lok’s. •Lok’s in opzending, in goederentreinen vervoerd in de stand G

32 Vraag •Wat te doen bij een aanwijzing SB ? (Snelheid begrenzen)

33 Antwoord Aanwijzing SB geeft opdracht het aangegeven traject met de aangegeven snelheid te berijden wegens de toestand van : •Het materieel of •De infrastructuur

34 Vraag •Wat is een vast sein?

35 Antwoord •Een niet verplaatsbaar sein.

36 Vraag •Wat is een onjuiste seinbeeld?

37 Antwoord •Een sein,dat een seinbeeld toont dat niet in het seinenboek voorkomt.

38 Vraag •Wat is een voorsein?

39 Antwoord •Een lichtsein dat vooraf gaat aan een hoofdsein en geen rood licht kan uitstralen.

40 Vraag •Kenmerk van een ATB materieelstoring?

41 Antwoord •De ATB cab signalering komen niet overeen met de vaste seinen, •De afwijking zich blijft herhalen na het passeren van volgende lichtseinen.(meerdere bloklengte)

42 Vraag •Wat zijn de veiligheidsmiddelen,en mag u zonder deze vertrekken?

43 Antwoord •Rode Vlag, •Noodseinlantaarn. Deze moeten aanwezig zijn in de bediende cabine bij vertrek.

44 Vraag •Wanneer neemt men een verkorte remproef? En hoe doet men dit?

45 Antwoord •De controlekaart materieel niet is afgetekend in de kolom 24/48 uur controle achter de huidige dag of voorafgaande dag en, •De kaart niet is afgetekend door de STMT in de kolom verkorte remproef achter de huidige dag of voorafgaande dag. Tijdens de verkorte remproef worden alle veiligheidsremmen beproeft. HD rem bij mat 64 Magneetrem DD – IRM ED rem bij de lok’s 1700 en 1800 Verder is er de controle dat de remmen aanslaan en lossen bij elk draaistel (controle is aan 1 zijde)

46 Vraag •Hoe handelt u bij brand in de trein?

47 Antwoord Melden aan TrDL Overwegen de trein tot stilstand te brengen, u stoppen bij gevaar voor; Personen, Ernstige uitbreiding van de brand of, Ontsporing. MAAR BRENG U TREIN NIET TOT STILSTAND IN TUNNELS EN OP LANGE BRUGGEN.

48 Vraag •Wat zijn veiligheidsstoringen? 4x

49 Antwoord Zijn storingen aan het materieel die de veiligheid in gevaar kunnen brengen van; •Personen of •Omgeving of •Materieel of •Spoorwegveiligheid.

50 Vraag •Hoe moet u een wissel berijden?

51 Antwoord •Nadert u het wissel met een snelheid van Max 10 km/h; •Stopt u als: - het wissel niet in de juiste stand ligt - het wissel uiterlijk beschadigd is. •Berijdt u het wissel met een snelheid van Max 10 km/h

52 Vraag •Wat te doen bij een hotbox melding HEET?

53 Antwoord HEET! •De TrDL geef de melding HEET u STOP direct. •Mcn controleert de opgegeven as en de 2 assen er voor en er na. •Heet zonder verkleuring en beschadiging: u rijdt in overleg met TrDl door naar eerste gelegenheid waar u opzij genomen kunt worden. Snelheid Max 10km/h •Heet met verkleuring en of beschadiging, u rijd niet verder. Bij een onregelmatigheid aan het wiel sluit u van het betrokken voertuig de tripleklep af.

54 Vraag •Hoe moet u sporen oversteken? Wat mag hierbij niet?

55 Antwoord •Maak zo veel mogelijk gebruik van tunnels, bruggen en oversteekpaden. •Zijn deze er niet, dan mag u de sporen oversteken indien u niet; in een wissel oversteek; over buffers en koppelingen klimt; op een spoorstaaf of dwarsligger gaat staan. Op een zodanige afstand (Min 2 meter) van een stilstaand voertuig oversteekt.

56 Vraag •Wat betekent dit sein?

57 Antwoord •Geel 13 (ATB-cabinesein) •Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid.

58 Vraag •Hoe wordt de plaatselijke snelheid aangegeven?

59 Antwoord •Door borden en lichtseinen.

60 Vraag •Waar moet een TSB dag - week aan voldoen om geldig te zijn? 5x

61 Antwoord •Aantal Pagina’s •Plaats/Rayon •Week nr. •TSB Week of Dag •Data Dit alles moet erop staan. En de TSB moet ook leesbaar zijn.

62 Koptekst •Platte tekst


Download ppt "Oefenvragen Handboek en Seinenboek deel 4 Januari 2008."

Verwante presentaties


Ads door Google