De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Oorlogsdreiging in het Noorden De Noordse Oorlog 1655-1660 en de rol van de Republiek door L. de Jonge.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Oorlogsdreiging in het Noorden De Noordse Oorlog 1655-1660 en de rol van de Republiek door L. de Jonge."— Transcript van de presentatie:

1 Oorlogsdreiging in het Noorden De Noordse Oorlog en de rol van de Republiek door L. de Jonge

2 Inhoud presentatie: 1.Oostzeehandel 2.Situatie Oostzee in de 17 e eeuw 3.Noordse Oorlog 1655 – Beleid Republiek 5.Nabeschouwing

3 Oostzeehandel (1) Oostzeehandel is de moedernegotie (Johan de Witt) “ dat de zelve genoechsaem de siele van de gehele negotie waaraen alle andere commercien ende traffiquen dependeren” (1648) Oudste handelscontacten van de Republiek, gekenmerkt door de handel in bulk producten : • Graan • Hout • Erts • Gezouten vis

4 Oostzeehandel (2) Verschillende goederenstromen 1. Eigen binnenlandse consumptie: graan // vis 2.Binnenlandse productie: Scheepsbouw, metaalbewerking, bierbrouwen 3.Doorvoer naar andere landen: graan naar Zuid-Europa 4.Vervoer van goederen terug: Wijn, textiel, zout

5 Oostzeehandel (3) Belangrijk: 1.Bron van rijkdom : Handelaren en producenten 2.Bron van werkgelegenheid : scheepswerven, scheepsbemanning, bierproductie. 3.Verschaffing van goedkope primaire levensbehoeften 4.Inkomsten voor de overheid en admiraliteiten

6 Oostzeehandel (4) Transport naar de Oostzee: Fluitschepen Kenmerken: • Geringe diepgang • Sneller en stabieler : minder bemanning nodig • Meer laadvermogen • Peervorming : lagere Sonttol Fluitschepen : concurrentie voordeel 1661 – 1664 : 60% van de schepen door Sont uit de Republiek

7 Oostzeehandel (5)

8 Oostzeehandel (6)

9 Oostzeehandel (7) Concentratie Oostzeehandel in Noord-Hollandse steden : Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen Scheepsproductie : Zaanse streek Zuid-Hollandse steden : Rotterdam, Dordrecht, Delft niet tot nauwelijks betrokken bij de Oostzeehandel

10 Oostzeehandel (8) Belang voor Amsterdam : In 1636 was de helft van de geïmporteerde goederen (o.b.v. waarde) afkomstig uit de Oostzee. Waarde van Oostzeehandel was veel groter dan die van de VOC. Grachtengrondel gefinancierd met de winsten vanuit de Oostzeehandel

11 Situatie in de Oostzee 17 e eeuw De grootmachten: 1.Zweden 2.Denemarken 3.Polen-Litouwen

12 Zweden in de 17 e eeuw (1) Zweden is dominante macht in het Oostzee gebied: 1.Bevat het huidige Zweden, Finland, Estland, Letland, Bremen en Meckelenburg 2.Bezit het modernste leger van Europa 3.Rijk aan grondstoffen met name erts en hout

13 Zweden in de 17e eeuw (2)

14 Zweden in de 17 e eeuw (3) Belangrijkste politiek – militaire ontwikkelingen: Expansieve buitenlandse politiek o.l.v. Gustaaf II Internationale doorbraak: 1630 interventie in de Dertig Jarige oorlog: • Zweden bewijst haar militaire macht • Alliantie met Frankrijk • Verkrijgt gebieden in Noord-Duitsland

15 Zweden in de 17e eeuw (4) Gustaaf Adolf II Christiana

16 Zweden in de 17e eeuw (5) 1654 : troonsafstand van Christina Opgevolgd door Karel X “De Alexander van het Noorden”

17 Denemarken in de 17e eeuw (1) Denemarken is een grootmachten op zijn retour. 1.Bevat Denemarken, Noorwegen, Ijsland en delen van Zweden. 2.Controleert volledig de Sont toegang. 3.Belangrijkste inkomsten zijn de Sont tollen 4.Militair zwak : mislukte interventie in Dertig jarige oorlog (1624) en verloren oorlog tegen Zweden-Nederland ( ).

18 Denemarken in de 17 e eeuw (2)

19 Denemarken in de 17 e eeuw (3) Belangrijkste politiek – militaire ontwikkelingen: Actieve buitenlandse politiek o.l.v. Christiaan IV Centraal motief : indamming van de Zweedse expansie. • Interventie in de Dertig Jarige oorlog mislukt, leidt tot Verdrag van Lübeck (1629) • Oorlog met Zweden en de Republiek (Torstenson – oorlog) leidt een grote nederlaag met gebiedsverlies aan Zweden en verlichting van de Sonttollen. • Overeenkomst over toltarieven leidt tot bondgenootschap met de Republiek (1645 : traktaat van Christianopel).

20 Denemarken in de 17 e eeuw Christian IV Frederik III

21 Polen – Litouwen in de 17e eeuw (1) Polen – Litouwen: Eenheid sinds de Unie van Lublin (1569) Bloeiperiode : eerste helft 17e eeuw met name vanwege de neutraliteit tijdens de Dertigjarige oorlog. Sterke invloed van de adel (Sjem) op het bestuur: Adelsrepubliek.

22 Polen – Litouwen in de 17 e eeuw (2)

23 Polen – Litouwen in de 17 e eeuw (3) Kenmerken : • Zwak centraal bestuur (Poolse landdag) • Groot gebied // graanschuur van Europa • Belangrijke handelssteden (o.a. Danzig) liggen in dit koninkrijk. Deze bezitten vergaande autonomie. • Zwakke militaire macht : sterke bedreiging van buiten af.

24 Polen – Litouwen in de 17 e eeuw (4) Jan II Casimir

25 Noordse Oorlog Noordse oorlog : diverse conflicten in het Oostzeegebied tussen 1655 – Drie fases: 1.Zweden versus Polen 1655 – Denemarken versus Zweden Zweden versus Denemarken

26 Eerste fase : Zweden versus Polen (1) Aanleiding : Officieel : Poolse claim op de Zweedse troon Inofficieel : Zweedse expansie in de Oostzee Zomer 1655 : Zweedse aanval op Polen en met steun van Rusland (Moskou) wordt bijna geheel Polen veroverd.

27 Zweedse bezetting Polen 1655/56

28 Eerste fase : Zweden versus Polen (2) 1656 : kentering in de oorlog Vrees van andere mogendheden voor dominantie van Zweden in het Oostzee gebied. Vrede tussen Rusland en Polen Oostenrijk steunt Polen tegen Zweden.

29 Eerste fase : Zweden versus Polen (3) Zweedse blokkade van Danzig leidt tot een militaire reactie van de Republiek Interventie van de Republiek bestaat uit het sturen van een oorlogsvloot van 42 schepen o.l.v. Jacob van Wassenaer Obdam. Gevolg opheffing van de blokkade van Danzig in 1657: Verdrag Elbing

30 Tweede fase : Denemarken versus Zweden (1) September 1657 : Deense oorlogsverklaring aan Zweden Motieven: • Zweden aan de verliezende hand • Doorbreken van de dominantie van Zweden • Herovering verloren gebieden • Ruggendekking door alliantie met de Republiek (misrekening)

31 Tweede fase : Denemarken versus Zweden (2) Verloop oorlog : Aanvankelijk kleine Deense successen. Zweden verplaatst haar militaire kracht van Polen naar Denemarken: Eind 1657 : volledige bezetting van het Deense vasteland (Jutland). 1657/58 : dichtvriezen van de Kleine en Grote Belt Zweedse troepen steken over naar Funen en Seeland

32 Tweede fase : Denemarken versus Zweden (3)

33 Tweede fase : Denemarken versus Zweden (4) 26 Februari 1658 : Vrede van Roskilde Denemarken verliest controle over de Sont Zweden directe toegang tot West-Europa

34 Derde fase : Zweden versus Denemarken (1) 16 augustus 1658 : Zweden verklaart de oorlog aan Denemarken Motieven: Officieel : niet nakomen van Deense verplichtingen Inofficieel : veroveren van het verzwakte Denemarken.

35 Derde fase : Zweden versus Denemarken (2) Verloop: 1658 Zweedse invasie van Seeland : Verovering van de vesting Kronborg en begin van de belegering van Kopenhagen Verschijnen van Engelse oorlogsschepen in de Sont Reactie van de Republiek : Militair ingrijpen ten gunste van Denemarken door het sturen van een vloot. Begin actieve militaire betrokkenheid Republiek bij de oorlog.

36 Derde fase : Zweden versus Denemarken (3) 8 November 1658 : Slag in de Sont

37 Derde fase : Zweden versus Denemarken (4) Republiek Opperbevel: Jacob van Wassenaer Obdam Schepen : 41 Kanonnen : 1413 Manschappen : 6000 Zweden Opperbevel: Wrangel Schepen : 45 Kanonnen : 1838 Manschappen : 6478

38 Derde fase : Zweden versus Denemarken (5) Slag in de Sont : Gewonnen door de Staatse vloot. Gevolg: Opheffing blokkade Kopenhagen Bevoorrading Kopenhagen Engelse reactie : stuur aanvullende schepen ter ondersteuning van Zweden

39 Derde fase : Zweden versus Denemarken (6) Eerste helft 1659 : Impasse • Zweden blijft militair sterk in de rest van Denemarken • Staatse vloot blijft passief uit angst voor een conflict met Engeland. Obdam klaagt over onduidelijke instructies vanuit de Republiek (de Witt)

40 Derde fase : Zweden versus Denemarken (7) Twee sporen beleid van de Witt: • Een tweede eskader (40 schepen) o.l.v. de Ruyter wordt als extra drukmiddel gestuurd. • De Witt zoekt een diplomatieke oplossing voor het conflict i.o.m. Engeland en Frankrijk : Het Haagse Concert.

41 Derde fase : Zweden versus Denemarken (8) Tweede helft 1659 : kentering • September : Engelse vloot wordt teruggetrokken vanwege binnenlandse ontwikkelingen. • November : amfibische aanval o.l.v. de Ruyter en herovering van het eiland Funen.

42 Derde fase : Zweden versus Denemarken (9) Februari : Dood van Karel X van Zweden  ruimte voor Vredesonderhandelingen. Vrede van Oliwa tussen Zweden en Polen Vrede van Kopenhagen tussen Zweden en Denemarken Vrede van Kärde tussen Zweden en Rusland

43 Beleid van de Republiek (1) Zachte lijn (duiven) Johan de Witt Harde lijn (haviken) Coenraad van Beuningen

44 Beleid van de Republiek (2) Twee richtingen binnen de Staten van Holland Zachte lijn : Zoeken naar een diplomatieke oplossing Beperking van militaire inzetting Oog voor internationale consequenties Harde lijn : Direct militair ingrijpen Veiligstellen van handelsbelangen Houding van een militaire grootmacht

45 Beleid van de Republiek (3) Verdeeldheid binnen de Staten van Holland Steden in Zuid-Holland (Leiden, Delft, Rotterdam, Dordrecht): • Geen directe handelsbelangen t.a.v. Oostzee gebied • Bang voor de consequenties t.a.v. de handel met Frankrijk. • Financiële consequenties van de interventie Voorstanders van een zachte koers.

46 Beleid van de Republiek (4) Steden in Noord-Holland (Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen): • Grote handelsbelangen t.a.v. Oostzee gebied • De gemoderniseerde vloot is niet voor niets. • Sterke wantrouwen t.o.v. de Zweedse handelsambities (van Beuningen) Voorstanders van de harde koers.

47 Beleid van de Republiek (5) Strategie van De Witt: 1.Balanceren tussen beide lijnen. 2.Voorkeur voor de zachte diplomatieke lijn 3.Interventie als laatste middel : 1656 (Danzig), 1658 (Kopenhagen), 1659 (De Ruyter) en onder druk van Amsterdam 4.Voorkomen van een conflict met Engeland en Frankrijk (Zweedse bondgenoten)

48 Beleid van de Republiek (6) De Witt schrijft: “Deze staat belegt haar zaken nu al enige tijd zonder enige vaste vriendschap of vertrouwde alliantie met een sterke macht en ik ben van gevoelen dat het niet van gevaar is ontbloot wanneer we op deze voet doorgaan” Hij vreest een geïsoleerde positie voor de Republiek t.g.v. het conflict.

49 Beleid van de Republiek (7) Beleid van de Witt leidt tot een conflict met van Beuningen en andere Amsterdamse regenten. Amsterdam : koers die hoort bij een grootmacht. Amsterdam is zeer ontevreden over de uiteindelijke Vrede.

50 Nabeschouwing (1) Noordse oorlog : • Complex van conflicten in het Oostzee gebied • Zweedse streven naar Hegemonie in het Oostzee gebied. Consequenties voor de Republiek: • Daling van de inkomsten uit deze handel • Verslechtering van de toekomstige handelspositie t.g.v. de Zweedse dominantie

51 Nabeschouwing (2) Beleid Republiek is gericht op handhaven van de vrijheid van de Oostzee handel en dus voorkomen van een Zweedse controle en mogelijke overname. Militaire interventie wordt slechts als uiterste middel ingezet: 1656 Danzig  vrijheid van de graanhandel 1658 Kopenhagen  verhinderen Zweedse controle van de Sont

52 Nabeschouwing (3) Binnen de Staten van Holland was wel consensus over het doel maar niet over de manier en kosten van realisatie. Noordse Oorlog bevestigt het particularisme binnen de Republiek waarmee de Witt rekening moest houden. Koers van de Witt leidde uiteindelijk tot het gewenste resultaat zonder dat het conflict zich uitbreidde.

53 Nabeschouwing (4) De Witt’s succes werd echter mede bepaald door gunstige externe factoren : • Dood van Karel X in 1660 • Engeland en Frankrijk hadden geen belang bij een conflict. Tijd heeft in het voordeel van de Witt gewerkt en hem uiteindelijk gelijk gegeven.

54 Bedankt voor uw aandacht. Vragen ?


Download ppt "Oorlogsdreiging in het Noorden De Noordse Oorlog 1655-1660 en de rol van de Republiek door L. de Jonge."

Verwante presentaties


Ads door Google