De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Stand van zaken maart 2014 Alex van Bolderen LAD, 27 maart 2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Stand van zaken maart 2014 Alex van Bolderen LAD, 27 maart 2014."— Transcript van de presentatie:

1 1 Stand van zaken maart 2014 Alex van Bolderen LAD, 27 maart 2014

2 Stand van zaken per maart 2014 Ik wil vandaag graag 5 thema’s kort bespreken. 1Het reëele contract dat PFZW nog steeds nastreeft 2Het Nieuwe FTK (Financieel ToetsingsKader) 3Het zogeheten Witteveenkader 4De Governance van PFZW 5De toekomst van ons pensioenstelsel 2

3 Het bestuur koos voor het reële contract…… • Past het beste bij ambitie, ‘wat we hebben’ en “wat wensen deelnemers” • Het beleid blijven we richten op een indexeringsambitie • Daarvoor blijven we beleggingsrisico nemen maar niet meer dan nu !!! • Het geeft een stabielere sturing en daarmee stabieler pensioenresultaat • Het geeft een betere bescherming voor pensioengerechtigden • Door uitsmeren schokken door AFS • We kunnen beter delen tussen generaties (voor behoud solidariteit) • Door direct ingrijpen • We doen het vanuit een gedeeld vertrekpunt tussen werkgevers en werknemers • De kwaliteit van de arbeidsvoorwaarde pensioen is en blijft van cruciaal belang voor de sector zorg en welzijn. De werknemers in de sector verdienen een goed pensioen en de arbeidsmarktsituatie vraagt ook hierom. 3

4 …de volgende uitgangspunten blijven daarbij gelden… • Vigerende ambitie handhaven voor zover wettelijke er ruimte is • Opbouw, franchise, pensioensoorten • Indexeringsambitie • Bestaande overgangsrechten • Bestaande flexibiliteit • Premiestuur blijft • Grondslagen anders zoals de levensverwachting: in premie mits haalbaar • Herstelopslag van 2%-punt blijft voor herstel en bufferopbouw • Eventuele premievrijval blijft in fonds • In het bijzonder • Leidraad blijft maar wordt vertaald naar nieuwe contract • Ook keerzijde: bij ‘echt’ overschot premievermindering 4

5 PFZW verbond aan de invoering van dit reële contract een aantal voorwaarden: 1 De huidige pensioenrechten moeten verantwoord kunnen worden ingebracht in het nieuwe contract (het zogeheten invaren) 2Een stabiele rente (UFR discussie en marktrente) 4.2% en nu 3.9% volgens een adviescommissie. Er moet met een marktrente worden gerekend t.b.v. een kostendekkende premie en voor de verplichtingen in de toekomst, met een tienjaarsgemiddelde 3Het nieuwe Financieel Toetsingskader FTK door staatssecretaris Klijnsma nader uitgewerkt tot een wetsvoorstel en de keuze voor een nieuwe pensioenregeling. Zij koos in het wetvoorstel voor twee modaliteiten in het toetsingskader één t.b.v. een nominaal contract en één voor het reële contract. 5

6 Één FTK is onmogelijk Bijna iedereen is er nu van overtuigd één FTK met een nominaal en een reëel contract niet mogelijk is. De kern zit hem in de beleggingsspagaat. DNB gedrag bij een zekerheidsmaat 97.5% is dat zij pensioenfondsen zullen dwingen de beleggingsrisico’s terug te nemen. Gevolg minder rendement. PFZW/ABP en pensioenfederatie is nog verdeeld.. Inmiddels volgen meer partijen PFZW lijn. Ministerie werkt nu aan vier modellen, waarbij het meest vergaande model het dichtst tegen het reële contract aan ligt, en het dichtst bij, het nominale contract 6

7 Het Witteveenkader Het Witteveenkader geeft regels omtrent, samengevat de fiscale regels en in het bijzonder de omkeerregel. Dat houdt in dat de pensioenpremie die wordt betaald niet fiscaal belast is bij de afdracht nu en je bij de uitkering inkomsten-/loonbelasting betaalt. Deze discussie is inmiddels afgerond. In de toekomst nog maar 1.875% opbouw per jaar i.p.v. nu 1.95% bij PFZW. Daarnaast wordt er afgetopt of te wel boven de € ,-- is er geen fiscale faciliteit meer en geldt de omkeerregel dus niet meer. PFZW onderzoekt hoe toch boven de € ,-- pensioen kan worden opgebouwd. 7

8 De Governance van PFZW In 2013 is de Wet versterking Pensioenfondsbestuur aangenomen. Gevolg pensioenfondsbesturen moeten opnieuw worden ingericht volgen in de wet vastgelegde modellen. PFZW heeft gekozen voor het handhaven van het paritaire model. Sociale partners vormen dan het bestuur van het fonds. Wel moet volgens de wet er dan (boven het bestuur) een Raad van Toezicht komen. Op dit moment bij PFZW een commissie intern toezicht. Deze commissie komt te vervallen. Vervolgens moet er per 1 juli 2014 er tenminste één zetel beschikbaar moet komen voor een vertegenwoordiger van de pensioengerechtigden. 8

9 Toekomstige samenstelling Bestuur PZFW In de toekomst 12 bestuursleden + een onafhankelijk voorzitter Aan werknemerszijde: 2 zetels voor de Abva/Kabo FNV (levert 1 zetel in t.b.v. de gepensioneerden) 1 zetel voor de CVN 1 zetel voor NU’91 (wordt per 1 januari 2015 ingevuld door een deskundige) 1 zetel voor de FBZ (wordt per 1 janauri 2017 ingevuld door een deskundige) 1 zetel namens de gepensioneerden Aan werkgeverszijde: 1 zetel NVZ, 2 zetels ACTIZ, 1 zetel MO groep, 1 zetel VGN (wordt ingevuld door een deskundige),1 zetel GGZ (ingevuld door een deskundige) Versterking representativitiet door uitbreiding pensioencommissie + 9

10 De toekomst van ons pensioen: waar gaat onze reis naar toe?

11 Hoofdlijnennota: een keuze tussen zekerheid of indexeren De werking van het nominale en het reële contract 11 Nominaal contract Zekerheidsmaat: 97,5% Beperking beleggingsrisico Indexeren «» verlagen Hersteltermijnen: 3, 15 jaar Kruiend ijs = schoksgewijs Niet invaren (tenzij) Reëel contract Ambitie ipv zekerheidsmaat Geen beperking beleggingsrisico (maar ook geen toename) Indexeren ~ verlagen Uitsmeerperiode: 10 jaar Dakpan = geleidelijk Invaren Anders dan huidig!

12 12 Meer redenen om risico terug te nemen in het nominale contract: • Bestaan van een “zekerder” nominaal contract naast een reëel contract • Eisen toezichthouder • Europese eisen dekkingsgra tijd minder beleggingsrisico minder snel (gedeeltelijk) indexeren

13 ……en natuurlijk de sluimerende generatiediscussie… “We komen er de laatste jaren achter dat we de laatste decennia op te grote voet hebben geleefd”

14 Op reis naar een pensioen dat beter aansluit op de toenemende individualisering..? WI

15 Onze wereld verandert… NIEUW FTK BREDE HERORIËNTATIE economie demografie arbeidsmarkt maatschappij

16 16 WO leeft 6 à 7 jaar langer dan BO. Zijn pensioen is daardoor ongeveer 30% duurder. Prijs voor jong is drie maal lager dan prijs voor oud Levensverwachtingsherverdeling Leeftijdsherverdeling (= omslag) CPB: “TE RECHTVAARDIGEN” CPB: “ZEER KWETSBAAR”

17 De pijlers van ons stelsel staan onder druk door ontwikkelingen in maatschappij en arbeidsmarkt… • Van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij • Van vaste naar flexibele arbeidskrachten “vast wordt minder vast, flexibel wordt minder flexibel” • Van weinig mobiliteit, kleine contracten, specialistisch en laagopgeleid naar goedgeschoold breed inzetbaar personeel • Van collectieve gedetailleerde CAO’s vanuit sociale partners naar nieuwe collectieven met meer eigen verantwoordelijkheid • Van ”trust me” naar “show me” naar “prove me”

18 Waar gaat onze reis naar toe? individueler degressieve opbouw synthese DB-DC 10-punten plan homogener “APF” “Pf ZZP” minder verdere versobering verdere aftopping huidig

19 Van Defined Benefit via Collective Defined Contribution naar Defined Benefit…….? Defined Benefit, uitkeringsovereenkomst. Je weet welke uitkering je krijgt. • Defined Contribution, premieovereenkomst. Je weet wat je betaald. • Collective Defined Contribution. Je weet wat je betaald maar daarna een uitkeringsovereenkomst. • Collective Defined Contribution is wettelijk (nog) niet mogelijk.

20 Belangrijkste discussiepunten voor de komende tijd…….de solidariteitsvraag!!! • Doorsneepremie. Iedereen betaalt dezelfde premie. • Doorsneeopbouw. Iedereen heeft dezelfde opbouw per jaar. In de toekomst 1.875%. • Degressieve opbouw. Naarmate je ouder wordt lagere opbouw. • Progressieve premie. Naarmate je ouder wordt een hogere premie.


Download ppt "1 Stand van zaken maart 2014 Alex van Bolderen LAD, 27 maart 2014."

Verwante presentaties


Ads door Google