De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 kastelen in de middeleeuwen 500-1500. 2 De eerste kastelen De eerste kastelen zijn voor het eerst gebouwd in de elfde eeuw (1000-1100) Ze werden vooral.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 kastelen in de middeleeuwen 500-1500. 2 De eerste kastelen De eerste kastelen zijn voor het eerst gebouwd in de elfde eeuw (1000-1100) Ze werden vooral."— Transcript van de presentatie:

1 1 kastelen in de middeleeuwen

2 2 De eerste kastelen De eerste kastelen zijn voor het eerst gebouwd in de elfde eeuw ( ) Ze werden vooral gebouwd als bescherming. Het was een onrustige en gevaarlijke tijd. Er waren veel kleine oorlogen. De eerste kastelen waren meer een soort versterkte woningen. Dit soort ‘kastelen’ noem je motte-burchten. Een ‘motte’ is zo’n heuvel, die is gemaakt van de aarde van de gegraven gracht eromheen. De motte-burcht op het plaatje heeft ook nog een versterkte voorburcht. Als je de voorburcht in wilde, moest je over een ophaalbrug. Na de voorburcht was er nog een ophaalbrug. Op de volgende bladzijde zie je nog zo’n burcht. Die ziet er iets anders uit.

3 3

4 4 Verschillende motte-burchten De kleine plaatjes rechts laten de verschillen zien tussen de motte-burchten. Eerst had je alleen een motte-burcht. Daarna kreeg je ook versterkte voorburchten erbij. Later ging men ook stenen muren maken. De stenen woontoren was klein genoeg om op de aarden heuvel te kunnen blijven staan.

5 5 De stenen kastelen De houten muren en woontoren van de motte-burcht konden natuurlijk makkelijk in brand vliegen. Daarom ging men al snel stenen kastelen maken. Die werden echter snel zo zwaar, dat ze niet meer op een aarden heuvel konden staan. Ze stonden op de vlakke grond of op een bestaande heuvel. In het midden van het kasteel, binnen de muren, stond een grote woontoren, die de donjon wordt genoemd. Daarin werd gewoon door de kasteelheer en zijn familie. In de andere gebouwen woonden bedienden en handwerklieden. Op de volgende pagina zie je een donjon van buiten, maar ook een doorsnede.

6 6

7 7 De donjon van binnen Dit is een voorbeeld van een donjon. Dit is het belangrijkste deel van het kasteel. De zaal met de houten vloer is de ridderzaal. Daarboven zijn de kamers van de kasteelheer en zijn familie. Onder heb je de kwartieren voor het garnizoen (verblijfplaats van soldaten). Zie je ook de kapel? En beneden in de kelder werden de voorraden opgeslagen. Binnen hadden ze zelfs een waterput. Zie je ‘m? Er was zelfs een klein ophaalbruggetje bij de poortdeur. Zelfs als het hele kasteel veroverd was, kon men het in de donjon nog wel even uitzingen. Maar dan moest er natuurlijk wel snel hulp komen.

8 8 Binnenhof en buitenhof Op het kasteel op dia 6 had je maar één binnenplaats en daar stond de donjon. Bij latere kastelen had je binnen de muren een buitenhof, dan weer muren en dan het binnen- hof met de donjon. Op het buitenhof zijn de stallen, de verblijven voor de bediendes, de moestuin en een oefenterrein voor de soldaten. Bij de regeringsgebouwen van de Tweede Kamer heb je ook een binnenhof en een buitenhof. Het binnenhof zie je op dia 23.

9 9 Binnen de muren Rond bouwde men kastelen zonder donjon. Er waren allemaal losse gebouwen, zoals: 1. opslagplaats 2. keuken 3. brouwerij 4. ridderzaal 5. stallen Waterputten hebben altijd ‘n afdak, omdat vijanden soms dode dieren over de muren slingerden in de hoop het drinkwater van het kasteel te vergiftigen.

10 10 Binnen de muren 2 Hier gaat het kasteel verder. Op de binnenplaats, achter het houten hek, zie je de duiventil. Met duiven ver- stuurden ze soms nieuws. Verder zie je: 6. varkensstallen 7. de slotkapel 8. de smidse Je ziet dat de grote ronde torens allemaal als kleine donjon kunnen dienen. Ronde torens zijn ook steviger dan vierkante.

11 11 Gebouwd om te verdedigen Kastelen werden gebouwd voor de veiligheid. Als er een vijandelijk leger voor de poorten lag, moesten de mensen in het kasteel veilig zijn en aanvallen kunnen weerstaan. Manieren die je bij elk kasteel wel terugziet, zijn de slotgracht, de ophaalbrug, de poort en het valhek. Sommige kastelen hadden meer van elk, zodat het extra lastig was om binnen te komen.

12 12 Schietgaten De verdedigers van het kasteel moesten makkelijk op de vijand kunnen schieten, maar zelf veilig blijven. Op de kasteelmuren had je kantelen (zie volgende bladzijde), waar de soldaten zich achter konden verschuilen. In de muren had je vele schietgaten. Die gaten waren vanaf de buitenkant heel erg smal, bijna spleten. Dan kon de vijand je moeilijk raken. De soldaten in het kasteel moesten wel goed kunnen richten, daarom waren ze aan de binnenkant heel wijd. Zo had je een veel groter bereik. Je had verschillende soorten schietgaten: rechte, kruisvormige (zodat je beter in de breedte kon zien) en gaten met een gat onderin. Die kwamen pas later, toen er musketten – een soort geweren – waren uitgevonden.

13 13 Kantelen en mezekooien Boven op de muren zaten de kantelen. Daarachter verscholen zich de soldaten. In tijden van oorlog maakten ze houten stellages die over de kantelen hingen. Dit waren hordijzen. In zo’n hordijs zaten ook gaten waar- door ze stenen, hete olie of pek konden gooien op de aanvallers die zich onder aan de muur bevonden. Die ‘werpgaten’ (zie onderste plaatje) worden ook mezekooien of mezekouwen genoemd. Een andere naam is pekneus. Ha, ha, snap je ‘m? Bij sommige kastelen werden de houten hordijzen vervangen door een stenen versie. Op het eerste plaatje zie je zo’n stenen hordijs.

14 14 Spiltrappen Heel slim bedacht waren de trappen. Hele normale trappen, zou je zo zeggen. Maar er zitten vele voordelen aan zo’n trap, mocht het er van komen dat de vijand binnendringt. De trap slingert zo omhoog, dat verdedigers (rode soldaat) met hun zwaard makkelijker naar beneden konden slaan. Aanvallers konden niet makkelijk zwaardvechten; de spil van de trap zat in de weg. Dan moet je natuurlijk wel begrijpen dat bijna alle soldaten rechtshandig waren.

15 15 Tijdens de aanval Hier zie je een kasteel tijdens een aanval. Zie je de hordijs met de mezekooi over de kantelen hangen? Je kan ook zien dat er tussen de kantelen houten luiken werden gehangen als extra bescherming. Zo’n groot kasteel kon moeilijk met geweld worden veroverd. Vaak won de vijand door verraad (iemand werd omgekocht en zette ‘s nachts de poort open) of door een belegering. Tijdens een belegering sloot de vijand het kasteel helemaal in, zodat er niemand meer bij kon. Als je maar lang genoeg wachtte, had men geen eten meer en moest men zich wel overgeven.

16 16 De bouw Hier zie je de bouw van een toren. Kijk eens hoe slim zo’n spiltrap in elkaar zit! Aan de bouw van een groot kasteel deden tussen de 800 en 1500 man mee. Toen hadden ze niet veel technische hulpmiddelen. Ze werkten met katrollen en takels. In de grote ronde takel boven de grote binnenruimte zit een man. Zie je ‘m? De muren werden van binnen gevuld met puin en kiezels, vermengd met metselkalk en gewapend met grote zware kettingen. Dit werd op den duur zo hard als graniet. De bouw van een groot kasteel, met muren, torens en een donjon duurde gemiddeld zo’n vijf jaar.

17 17 Waar werden de kastelen gebouwd? Kastelen werden gebouwd op plekken die goed verdedigd moesten worden, zoals de grenzen van het land, belangrijke rivieren of drukke handelsroutes. Het kasteel werd vaak gebouwd op een plek die van zichzelf al makkelijk te verdedigen was. Bij een brede rivier hoefde men de rivierkant minder goed te verdedigen. Bij een rotsachtige heuvel liep één kant misschien heel steil naar beneden toe. De kans dat daar werd aangevallen, was veel kleiner. Soms ontstond bij een kasteel een dorpje. Soms werd er ook pas een kasteel gebouwd als het dorpje groter of belangrijker werd. Hier zie je een kasteel bij Montfort. Op de volgende pagina zie je de burcht Hoch Osterwitz in Oostenrijk. Het ligt boven op een steile berg. Dus makkelijk te verdedigen. De weg slingert zich omhoog en om de honderd meter is een poort die verdedigd wordt. Lastig te veroveren, maar ook voor vrienden is het een lange klim naar het kasteel op de top van de berg.

18 18

19 19 Binnen in een kasteel In het kasteel had je verschillende ruimtes. Kamers voor de kasteelheer en zijn familie, kamers voor de bediendes, de keuken, etc. In tijden van oorlog was er nog een belangrijke kamer: de wapenkamer. Daar werden alle wapens, harnassen, schilden, etc. bewaard. En je kent natuurlijk wel het woord venster- bank. Dat is zo’n lat onder het raam waar je planten en leuke dingen opzet. Maar waarom heet het dan een vensterbank? Dat komt omdat het in de tijd van de kastelen ook echt een bank was. Hiernaast zie je zo’n vensterbank, waar de kasteelvrouwe vroeger misschien wel zat te handwerken of zat te kletsen met haar dochters.

20 20 De ridderzaal De belangrijkste zaal van het kasteel was de ridderzaal. Dat was vaak de grootste ruimte in het kasteel. In het begin waren die nog maar tochtig en donker. Daarom hingen er vaak van die grote geborduurde kleden tegen de muur. Dan had je meteen iets moois om tegen aan te kijken. Op de volgende dia zie je zo’n grote ridderzaal. De bekendste ridderzaal van Nederland is de ridder- zaal in Den Haag, waar Koningin Beatrix altijd de troonrede voorleest op prinsjesdag. (zie dia 23)

21 21

22 22 De Ridderzaal in Den Haag Het plein heet het binnenhof. Het gebouw met de torens is de ridderzaal

23 23 De boeren bij het kasteel De boeren bewerkten het land met een eg en zaaiden nieuwe gewassen. Zie je de boogschutter? De boeren oogsten de gewassen. Hier zijn ze druiven aan het plukken. Je ziet ze in de twee tonnen achter de wagen.

24 24 De boeren bij het kasteel In de winter, als de schapen op stal waren, ging ‘t werk door. Er moest hout gehakt worden. Je ziet ook bijenkorven. De zwijnenherder zorgde voor de wilde zwijnen. Ze aten eikels. Menig zwijn eindigde op het bord van de kasteelheren.

25 25 De boeren bij het kasteel Het leven als boer was hard en zwaar. En het grootste deel van de oogst ging naar de edelen in het kasteel. Hier zie je twee boeren met hun zeisen het graan oogsten. Voor zie je twee herders die op hun schapen passen.

26 26 De edelen van het kasteel De kasteelheer en zijn familie hadden een luxer leven. Ze waren rijk gekleed met schitterende stoffen uit verre landen. Met feestelijke gebeurtenissen dosten ze zich extra mooi op. Ze konden tenslotte niet onderdoen voor elkaar.

27 27 De edelen van het kasteel Als belangrijke gasten langskwamen werd er een groot banket gehouden, waarbij heerlijk en veel werd gegeten. De edelen gingen vaak op valkenjacht. Ze hadden getrainde valken die joegen op vogels en ander klein wild.

28 28 Het einde van kastelen Aan het einde van de 15 e eeuw kwamen er steeds minder kastelen. Dat heeft twee belangrijke oorzaken. Ten eerste vond men het buskruit en dus ook kanonnen uit. Daardoor werd de manier van verdedigen en oorlog voeren anders. Ten tweede werd het wat rustiger in Europa. Er ontstonden echte landen met vaste grenzen. Er heerste vrede en rust. De mensen wilden niet meer in die grote, kille, groffe kastelen wonen. Ze wilden meer comfort. In kastelen die na deze tijd gebouwd worden, wordt er niet zo veel nadruk gelegd op de verdediging van een kasteel.

29 29 De nieuwe ‘kastelen’ In de nieuwere kastelen was meer comfort. De kastelen werden niet meer gebouwd als verdedigingswerk, maar als woonhuis. De muren werden minder dik. Er waren geen kantelen en dergelijke meer. Er kwamen meer ramen, zodat het lichter zou worden binnen. Soms hebben die grote huizen nog wel een gracht eromheen, maar meer omdat ze het gewoon mooi vonden. Het worden eigenlijk meer woonhuizen dan echte kastelen. Het bovenste plaatje is van huize De Haere, aan de IJssel richting Olst. Sommige oude kastelen werden nog wel gebruikt als kazerne voor soldaten. Vele andere oude kastelen werden afgebroken en de stenen werden gebruikt voor andere gebouwen. De ruïnes bleven over.

30 30 Nog meer nieuwe ‘kastelen’

31 31 Sprookjeskastelen Zelfs na 1800, toen de Middeleeuwen al lang waren afgelopen, bouwde men nog wel kastelen. Men had toen een heel romantisch beeld van de Middeleeuwen. De kastelen zagen er ook meer uit als sprookjeskastelen. Je zou er assepoester of doornroosje kunnen tegenkomen. Hier zie je twee keer kasteel Neuschwanstein in Duitsland.

32 32 Kastelen worden paleizen De kastelen op de vorige dia’s waren wel van rijkere families, maar als het om een echte koning gaat, worden het meer paleizen dan kastelen. Hier zie je het paleis van Lodewijk de Veertiende in Versailles, vlak bij Parijs. Het is gebouwd rond Het was allemaal pracht en praal. Rechtsonder zie je de spiegelzaal, een soort balzaal waar feesten werden gegeven.

33 33 De voorstelling is afgelopen Hopelijk vond je het een leuke en interessante voorstelling en heb je er veel van geleerd. Als er nog iemand komt kijken naar deze voorstelling, mag je straks nog één keer klikken en dan de volgende gaan halen. Als er geen nieuwe kinderen meer komen, druk dan op de ESC-knop linksboven op je toetsenbord. Sluit dan het programma door rechtsboven op het kruisje te klikken.


Download ppt "1 kastelen in de middeleeuwen 500-1500. 2 De eerste kastelen De eerste kastelen zijn voor het eerst gebouwd in de elfde eeuw (1000-1100) Ze werden vooral."

Verwante presentaties


Ads door Google