De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Deltalinqs Energy Forum Visie & Speerpunten 2011 – 2014 november 2010.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Deltalinqs Energy Forum Visie & Speerpunten 2011 – 2014 november 2010."— Transcript van de presentatie:

1 Deltalinqs Energy Forum Visie & Speerpunten 2011 – 2014 november 2010

2 Deltalinqs Energy Forum DEF visie & speerpunten: 2011 – 2014 Aan de slag voor een duurzame economische ontwikkeling van het Rotterdamse haven- en industriële complex Deltalinqs Energy Forum is een kennisnetwerk voor het bedrijfsleven, vooral binnen de Mainport Rotterdam. De aandacht is specifiek gericht op het economisch perspectief van: • energie- & productefficiency, • duurzame energie & grondstoffen • CO 2 -afvang, -transport-, - hergebruik & -opslag.

3 Inhoud 1 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Inhoud Rotterdam Climate Initiative: belangrijke gezamenlijke uitdagingblz. 2 Focus: gebiedsgerichte aanpak en ketenbenaderingblz. 3 Kansen voor het Rotterdamse haven- en industriële complexblz. 4 Economisch perspectief: Rotterdam Energy Portblz. 5 Resultaten: Letters of Coöperationblz. 6 Deltalinqs Energy Forum anno 2010 en verderblz. 7 Drie pijlers Deltalinqs Energy Forumblz. 8 Meesturen in business platforms en task forceblz. 9 Communicatie & Lobbyblz. 10 Financiering algemeenblz. 11 & 12 Financiering: speerpunten binnen pijler 1blz. 13 Financiering: speerpunten binnen pijler 2blz. 14 Financiering: speerpunten binnen pijler 3blz. 15 Energie- & productefficiencyblz Duurzame energie & grondstoffenblz CO 2 – afvang, -transport, -hergebruik, & –opslagblz

4 3 DEF visie op beleid 2011 – 2014 De praktijk heeft uitgewezen dat samenwerken binnen Deltalinqs bijdraagt aan het realiseren van bedrijfsdoelen. Het kennisnetwerk Deltalinqs Energy Forum richt zich daarbij op het initiëren van activiteiten die bijdragen aan de Rotterdamse duurzaamheidsdoelstellingen. Rotterdam maakt werk van een duurzame toekomst. Het betreft een gezamenlijke inspanning van overheid, bedrijfsleven en wetenschap om drempels te slechten en kansrijke routes te ontwikkelen voor een samenleving. Detalinqs is een van de vier partners in het Rotterdam Climate Initiative (RCI), samen met de gemeente Rotterdam, DCMR en het Havenbedrijf. Die samenwerking onderstreept de noodzaak van een duurzame economische groei in de regio. De ambitie: realisatie van 50% CO 2 reductie ten opzichte van 1990, te bereiken in Door de jaren heen investeren bedrijven in de Rotterdamse regio in energie-efficiënte bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn het recente WKK-project Pergen (CO2-reductie 400 kton) en eerdere projecten zoals Eurogen en Rijnmond Energie. In de nabije toekomst zien we voorbeelden als de koelwaterverbinding tussen de Gate terminal en de nieuwe E.ON centrale op de Maasvlakte, of de bouw van de waterstoffabriek van Air Products op de site van Exxon Mobil. Deze projecten verbeteren de energie-efficiëntie en dragen bij aan de reductie van CO2 in de regio (reductie 200 kton). Bedrijven blijven permanent gericht op het verbeteren van hun productieprocessen. Kostenefficiëntie, innovatie en het inspelen op wet- en regelgeving bieden het kader voor hun investeringsbeslissingen. 2 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Rotterdam Climate Initiative: belangrijke gezamenlijke uitdaging

5 Op nationaal niveau zijn afspraken gemaakt tussen overheid en industrie om tot een verdere energie- efficiency te komen (VNO/NCW convenant). De specifieke omstandigheden in Rotterdam bieden de bedrijven verschillende opties om invulling te geven aan die afspraken. Maatregelen binnen het eigen bedrijf, maar ook kansen voor initiatieven waarvan meerdere bedrijven profiteren. Deltalinqs vervult als partner van het RCI een initiërende rol bij deze gezamenlijke inspanningen van bedrijven in het haven- en industriële complex. Om deze inspanningen binnen Deltalinqs vorm en inhoud te geven is het kennisnetwerk Deltalinqs Energy Forum (DEF) opgezet. Het activiteitenprogramma van DEF is een verdere verdieping van het Deltalinqs beleidsplan 2010 – Het wordt ter instemming aan de task force DEF uit het bedrijfsleven voorgelegd. Een duurzame toekomst die de positie van de bedrijven versterkt, is het uitgangspunt. Bedrijven die deelnemen aan DEF profiteren van kennisoverdracht, versterking van ketens en de vorming van consortia. De bedrijven blijven individueel verantwoordelijk voor de keuzes die zij maken. De activiteiten van DEF leiden tot inzicht in de haalbaarheid van duurzame projecten en geven ook richting aan een sterke (politieke) lobbyagenda. Investeringen in het Rotterdamse haven- en industriële complex kunnen ook buiten de regio leiden tot emissiereducties. Zo draagt efficiënte productie van elektriciteit of duurzame brandstoffen in Rotterdam bij aan vermindering van emissies in een groot deel van Europa. 3 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Focus: gebiedsgerichte aanpak en ketenbenadering Met een gebiedsgerichte aanpak verkent Deltalinqs de haalbaarheid van duurzaamheidsprojecten waar door samenwerking van bedrijven de resultaten groter kunnen zijn dan per individueel bedrijf.

6 Het Rotterdamse haven- en industriële complex biedt unieke mogelijkheden voor nieuwe impulsen die de positie van het bedrijfsleven juist in deze regio versterken. Kansen die bedrijven individueel of in samenwerkingsverbanden kunnen verzilveren. Ook al wordt dat vaak geconstateerd, het blijkt toch niet zo eenvoudig om die vooruitgang daadwerkelijk te realiseren. We hebben te maken met technologische en logistieke uitdagingen, die in voorrang niet zonder meer wedijveren met de economische realiteit dat alles op alles gezet moet worden om concurrerend te blijven. Samenwerken vergt organisatorisch vermogen en vasthoudendheid. Bij herhaling analyseren welke omstandigheden kansrijk zijn en welke timing daarbij past. Is zoeken naar kansen voor nieuwe investeringen een brug te ver, of juist de moeite waard? Steeds meer bedrijven zien kansen om de noodzaak voor optimale efficiency te combineren met de maatschappelijke vraag naar duurzaam geproduceerde producten en dienstverlening. Een unieke economische transitie begint zich af te tekenen. Daarin leiderschap tonen vereist ruimte voor mensen, middelen en voor R&D. Ruimte om de clustervoordelen in de Mainport Rotterdam verder te ontwikkelen en te benutten. Een aandachtspunt zal daarbij zijn de complexiteit van de wet- en regelgeving te verminderen om de beschikbare ruimte in het havengebied meer effectief te kunnen gebruiken. In de visie van Deltalinqs biedt de grote concentratie van logistieke en industriële activiteiten in het Rotterdamse havengebied unieke kansen om landelijke en lokale ambities met elkaar te verbinden tot een eenduidige pragmatische aanpak. Specifiek beleid voor Rotterdam versterkt deze kansen. Kansen voor het Rotterdamse haven- en industriële complex Deltalinqs is als partner van het Rotterdam Climate Initiative dé intermediair die bij bedrijven draagvlak en actieve betrokkenheid creëert om bij te dragen aan de realisatie voor de duurzaamheids- ambities van Rotterdam. De International Advisory Board voor Rotterdam constateerde begin 2007, dat duurzame economische groei in de regio alleen mogelijk is met een drastische vermindering van emissies die van invloed zijn op luchtkwaliteit en klimaat. De bedrijvigheid in het havengebied genereert een aandeel van 85% in de totale CO 2 -uitstoot in Rotterdam en is dus van enorme betekenis voor de realisatie van de Rotterdamse ambitie. Het is een grote uitdaging om deze ambitie te realiseren in combinatie met het versterken van de internationale concurrentiepositie van het Rotterdamse bedrijfsleven. Dit houdt in dat er ook op concernniveau van de bedrijven draagvlak moet zijn voor een koploperspositie in duurzame productie en logistiek. 4 DEF visie op beleid 2011 – 2014

7 17,4% 5 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Bestuurders en bedrijfsleven staan voor de uitdaging de concurrentiepositie van Rotterdam ook in de toekomst te waarborgen. Deze taakstelling moeten we zien te combineren met het maatschappelijk gegeven, ook op korte termijn, tot aanzienlijke CO2- reducties te komen. Op Europees niveau zijn immers forse inspanningen afgesproken. Energiebeleid vervult hierin een vitale rol, zeker voor haven en industrie. De beschikbaarheid van energie en de prijs die daarvoor betaald moet worden, draagt bij aan de internationale concurrentiepositie. Niet alleen van individuele bedrijven, maar ook van Nederland. Met duurzaamheidsbeleid kunnen we daar regionaal en nationaal verstandig op inspelen. We bevinden ons thans in een transitieperiode. Dit betekent naast ruimte voor innovatie en vernieuwing ook inzet voor ambitieuze “end of pipe”-concepten in bestaande productieomgevingen. Vernieuwing vergt immers tijd, zeker in een reeds sterk geïndustrialiseerde omgeving. Bovendien vereisen schaalgrootte en de ruimtelijke setting in Rijnmond extra aandacht voor betrouwbare oplossingen bij duurzame energieopwekking en productieprocessen. Rotterdam wil in dit proces van energietransitie een vooraanstaande plaats innemen. Door de gunstige ligging en de huidige projecten voor afvang, opslag en logistiek van CO2, is er een kritische massa aan het ontstaan waardoor Rotterdam kan uitgroeien tot de CO 2 -hub van Europa. De leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie zijn kritische voorwaarden voor de positie van Nederland en Rotterdam in het bijzonder. Economisch perspectief: Rotterdam Energy Port Onder de naam Rotterdam Energy Port wil de haven zich herkenbaar in de markt positioneren. Met name door vestigingsfactoren te bieden die de transitie naar toepassingen van schoon fossiel, biomassa, duurzame mobiliteit en innovatieve procestechnologische ontwikkelingen bevorderen.

8 “Rotterdam heeft het organiserend vermogen om op een slimme manier leiderschap te tonen. Laten we de mogelijkheden die ons unieke netwerk daartoe biedt op een inspirerende wijze benutten.” Wim van Sluis, voorzitter Deltalinqs De ambitie voor versterking van hun positie door meer efficiency delen bedrijven met elkaar. Het kennisnetwerk dat Deltalinqs Energy Forum sinds 2007 biedt, ondersteunt bedrijven daarin. In de afgelopen drie jaar zijn zo nieuwe initiatieven met economisch perspectief ontstaan. Een groeiend aantal medewerkers van bedrijven neemt deel aan hoogwaardige informatie-uitwisseling via de workshops en tal van energiescans op locaties. De bedrijven zelf investeerden fors in de onderzoeksprojecten met geld en inzet van medewerkers. Er is meer inzicht en begrip ontstaan voor de omstandigheden waarin de bedrijven hun doelstellingen moeten realiseren. Het politiek bestuur houdt terdege rekening met de visie van Deltalinqs. Zowel in politiek Den Haag als op Europees niveau staat het RCI voor een merk dat ertoe doet. Deltalinqs heeft als partner in het Rotterdam Climate Initiative sinds 2007 commitment en co- financiering voor diverse onderzoeken en projecten kunnen genereren. Een groeiend aantal bedrijven toont aan actief en betrokken te willen zijn bij de gezamenlijke initiatieven en projecten in de regio. Daarvoor zijn diverse Letters of Coöperation getekend. •De vorming van het consortium met business cases en subsidietrajecten voor CCS. •De subsidie voor het onderzoeksproject van E.ON en Electrabel voor afvang en transport van CO 2. •De ontwikkeling van de liquid logistics en de CO 2 -hub. •LOC’s voor scans op isolatie: good housekeeping, warmtewisselaars, koelsystemen en procesintensificatie. •LOC’s voor Loop Control Optimization. •LOC’s voor demoprojecten zoals de energiezuinige scheidingstechnologie pervaporatie. •De projecten voor warmte-integratie en het gezamenlijk stoomnetwerk. •Samenwerking met de overheid, w.o. Agentschap.nl. Ook leiden de inspanningen van Deltalinqs Energy Forum tot inzicht in de kansen voor biofuels en biogrondstoffen voor de chemie in de komende jaren. Resultaten: Letters of Coöperation “Beter één handtekening op papier, dan tien toezeggingen in de lucht.” Voorbeelden 6 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Met de LOC-aanpak wordt door middel van Letters of Coöperation (LOC) van de betrokken bedrijven commitment gevraagd voor de uitwerking van een initiatief, project of business case. Na identificatie van een project wordt door de bedrijven en DEF een LOC opgesteld. In deze LOC wordt een definitie van het project gegeven en worden gezamenlijk de beoogde doelstellingen geformuleerd. In de LOC worden ook de uitvoering van het project en de taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen vastgelegd. De ondertekening van de LOC door het management van de bedrijven en de betrokken partners van het Rotterdam Climate Initiatief geeft het betreffende initiatief/project de juiste status en stimuleert alle partners om er een succes van te maken.

9 Deltalinqs Energy Forum blijft de intermediair voor de deelnemende bedrijven en houdt de rol van initiator, aanjager, stimulator en coördinator van projecten en initiatieven. Deltalinqs Energy Forum blijft zich inzetten voor versnelling van activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van het gewenste ondernemersklimaat. Een divers en groeiend aantal bedrijven raakt betrokken bij het kennisnetwerk van Deltalinqs. De inzet richt zich op verdere betrokkenheid vanuit haven en industrie, ook vanuit de logistieke sectoren. De bedrijven houden hun individuele verantwoordelijkheden en maken hun eigen afweging om tot afspraken te komen. De bedrijven onderkennen het belang om door bundeling van krachten een beter resultaat na te streven. DEF rangschikt de activiteiten onder drie pijlers: 1. Energie- en productefficiency. 2. Duurzame energie en grondstoffen. 3. CO2-afvang, -transport, -hergebruik en -opslag. In het werkplan voor elke pijler wordt ook duurzame logistiek gericht betrokken. Het werkplan helpt de bedrijven om, gebruikmakend van de unieke mogelijkheden van het Rotterdamse haven en industriële complex, invulling te geven aan hun nationale afspraken. De werkwijze van Deltalinqs Energy Forum leidt tot een effectieve manier van agendasetting en prioriteitstelling. Op basis daarvan kan ook de politiek-georiënteerde lobby gestalte krijgen. De kansen voor economische groei blijven het uitgangspunt. Dit tegen de achtergrond van het gegeven dat maatregelen noodzakelijk zijn om proactief handelen te realiseren. 7 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Deltalinqs Energy Forum anno 2010 en verder De figuur illustreert de effecten van CO2-reducerende maatregelen op het mondiale klimaat. Het maakt het belang van de drie pijlers van het DEF-programma direct duidelijk. De getoonde illustratie betreft mondiaal energieverbruik. Voor Noordwest Europa zullen CCS, biobrandstof en duurzame energie een veel groter aandeel innemen.

10 CCS RotterdamCCS Business Platform PIJLER 1 Energy- & Product-efficiency Deltalinqs Energy Forum CCS Rotterdam •De overheid vraagt de bedrijven om in hun energie-efficiencyprogramma’s ook nadrukkelijk naar verbeteringen in de keten te kijken. Ketenefficiency was voor Deltalinqs al langer een aandachtspunt en blijft ook de komende jaren nadrukkelijk in het vizier voor onderzoeken en projecten. •Ondersteuning van innovaties voor toenemende energie- en product- efficiency krijgt volop aandacht. •De inzet van Deltalinqs richt zich op ondersteuning van het realiseren van jaarlijks 2% energie efficiency voor de planperiode tot 2014, in lijn met de landelijke afspraken. In de aanpak van DEF speelt de gebiedsgerichte aanpak een belangrijke rol. •Het programma van pijler 2 is gericht op het vergroten van het aandeel duurzame energie en grondstoffen. Het is in lijn met de landelijke en Europese doelstellingen om in 2020 het aandeel % te laten zijn. •Veel aandacht gaat uit naar innovatie op het gebied van groene chemie en groene brandstoffen. •Binnen de programma’s van het Havenbedrijf en het RCI rond biomassa, richt Deltalinqs Energy Forum zich op het ontwikkelen van ketens tussen bestaande en nieuwe bedrijven in productie, omzetting, opslag en transport van groene grondstoffen. •Deltalinqs is binnen het Rotterdam Climate Initiative verantwoordelijk voor het CCS Business Platform. •Dit platform bestaat uit circa 35 bedrijven die betrokken zijn bij de uitvoering en realisatie van verschillende CCS-projecten in de Rotterdamse regio en daarbuiten. •De Rotterdamse regio is bij uitstek geschikt voor de realisatie van projecten op het gebied van afvang, transport,opslag of hergebruik van CO 2. Duurzame Energie en Grondstoffen PIJLER 2 Duurzame Energie & Grondstoffen PIJLER 3 CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik & -opslag 10 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Target 2015 Reductie CO 2 : ton Target 2015 Reductie CO 2 : ton Target 2015 Reductie CO 2 : ton “……………………………………………. ………………………………………………...” (Theo Olijve, LyondellBasell) 8 DEF visie op beleid 2011 – 2014

11 Deelname van bedrijven aan de business platforms van Deltalinqs Energy Forum biedt door een bundeling van praktijk en wetenschap de mogelijkheid sneller nieuwe business cases te ontwikkelen. Bovendien betekent participatie de kans om actief bij te dragen aan overheidsbeleid en doelstellingen met een realistisch perspectief voor het bedrijfsleven Het bestuur Deltalinqs zal deze inzet van het bedrijfsleven actief uitdragen. Het programma van Deltalinqs Energy Forum komt tot stand in overleg met de Task force. Het plan wordt vervolgens vastgesteld door het bestuur van Deltalinqs en ter instemming aan de leden voorgelegd. Task force Deltalinqs Energy Forum Uit diverse sectoren van de leden van Deltalinqs hebben directieleden hun medewerking aan de task force voor Deltalinqs Energy Forum toegezegd: • Jaap Hoogcarspel, Air Liquide Utility • Peter Ripson, Linde Gas Utility • Jeroen de Haas/ Rens Knegt Eneco Holding Utility Provider • Schenker, Logistics • Boudewijn Siemons/ Ernest Groensmit, Vopak Oil Tank Storage • Ruud Bos, Electrabel Energy industries • Theo Olijve, LyondellBasell Chemical industries • Hans van Kerkhof, APM Container handling • Remko van der Meijden, Akzo Chemical industries • Ard-Jan Kooren, Kotug Port services: • Hans van Scherpenzeel, Shell Refineries • Bas Hennissen, Port of Rotterdam. Meesturen in business platforms en task force Schaken op het bord van de Mainport Rotterdam Deltalinqs leden Deltalinqs bestuur Daarnaast weet Deltalinqs Energy Forum voor de participanten aanvullende geldstromen te genereren. Ook niet te onderschatten is de lobby-agenda richting Den Haag en Brussel voor subsidiëring van onderzoekstrajecten. Daarvoor vormen zich speciale consortia. Een grondslag voor overheidssubsidie uit Nederland of Europa is dat meer bedrijven toegang krijgen tot de ontwikkelde kennis. Hiervoor zijn de business platforms binnen Deltalinqs Energy Forum goed toegerust. 9 DEF visie op beleid 2011 – 2014

12 Communicatie is een onmisbaar instrument om zowel bij de leden van Deltalinqs als bij overheid, kennisinstellingen en private partijen betrokkenheid bij Deltalinqs Energy Forum en daaruit voortvloeiende duurzame ontwikkelingen tot stand te brengen. In het kader van de participatie in het Rotterdam Climate Initiative, de nationale CO 2 - reductiedoelstellingen en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is het ook van belang om de resultaten te laten zien van de inspanningen die bedrijven individueel en/of in samenwerking met het Deltalinqs Energy Forum netwerk realiseren. De gebiedsgerichte aanpak en ketenvorming met de Rotterdamse haven en industrie bieden extra mogelijkheden voor kosteneffectieve investeringen in duurzame productie- en logistieke activiteiten. Deltalinqs Energy Forum ontwikkelt programma’s waarin mogelijkheden voor techniek, organisatie en financiering van trajecten voor samenkomen. Voor ondersteuning daarvan start Deltalinqs een actief lobbyprogramma richting de Rijksoverheid, de EU/EIB, ECF en Wereldbank. De activiteiten van Deltalinqs Energy Forum worden gecommuniceerd via nieuwsbrieven, persberichten, presentaties en website. 10 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Communicatie & Lobby “Wie zijn gedachten niet in de verte stuurt, zal zorgen vinden in zijn nabijheid” (Confucius) “Het nieuwe blauw wordt groen” (Hans van Kerkhof, APM Terminals )

13 Deltalinqs Energy Forum wordt gefinancierd met bijdragen van de deelnemende bedrijven. De bijdragen bestaan uit een combinatie van: • tijd • beschikbaarheid van mensen • financiële ondersteuning Het budget voor de uitvoering van het werkplan in 2011 wordt geraamd op € 3,7 mln. In dit werkplan wordt deze inspanning nader onderbouwd. Reeds € 2,355 mln. Is toegezegd en wordt gefinancierd vanuit bijdragen door betrokken derde partijen (zie schema). Circa € ,= wordt in 2011door derden gegenereerd, gekoppeld aan betreffende initiatieven/projecten. 11 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Bijdragen 2011 in euro’s: DEF leden € GCCSI € extra Bedrijven CCS € ECF € Totaal bijdragen derden € Financiering Duurzaamheid is méér dan het ontwrichte huwelijk repareren tussen mens en natuur Financiering DEF programma 2011 Om de voorgenomen activiteiten mogelijk te maken, wordt in het kader van het Rotterdam Climate Initiative een bijdrage gevraagd van de gemeente Rotterdam van € ,= algemeen Pijler 1 Pijler 2 Pijler 3 € ,= € ,= € ,= € ,= De activiteiten lopen uiteen van lobby, communicatie enerzijds tot en met het initiëren en begeleiden van projecten anderzijds. Tijd en kosten van de werkzaamheden zijn tevens sterk afhankelijk van aard en commitment voor de activiteiten. Om de continuïteit van de planperiode van vier jaar te kunnen borgen, richt Deltalinqs zich op een programma dat een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rotterdam Climate Initiative rechtvaardigt van € ,=. Deltalinqs vraagt voor deze planperiode een principeakkoord en jaarlijks een definitief akkoord voor het vastgestelde werkplan van het betreffende jaar.

14 12 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Financiering algemeen De partners binnen het Rotterdam Climate Initiative hebben belang bij continuïteit van het genereren van initiatieven en projecten die bijdragen aan de Rotterdamse ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Deltalinqs wil continuïteit bieden aan de initiatieven die de partners in het Rotterdam Climate Initiative met elkaar afspreken. Dit betekent dat de werkzaamheden van het Deltalinqs Energy Forum baat hebben bij een basisfinanciering. Deze zorgt ervoor dat activiteiten op de rails kunnen komen en stelt partijen in staat projectmatige financiering te realiseren. Voor de planperiode 2011 – 2014 gaat Deltalinqs uit van een budget Algemeen van € ,= Dit budget is als volgt opgesteld: • management DEF algemeen € ,= financieel € ,= • secretariële ondersteuning DEF € ,= • communicatie DEF € ,= • kantoorkosten € ,= _______________ totaal € ,= Jaarlijks zal dit budget worden vastgesteld op basis van de ontwikkelingen van Deltalinqs Energy Forum Eénderde bijdrage Deltalinqs (€ ,=) Eénderde bijdrage RCI (€ ,=) Eénderde bijdrage Projecten (€ ,=) Verdeelsleutel budget algemeen

15 Financiering: Speerpunten pijler 1 Energie- & product efficiency Binnen pijler 1 worden initiatieven en/of projecten ondersteund die gericht zijn op het verbeteren van de energie- en product efficiency in Rijnmond. Het gaat daarbij zowel om kansen binnen een individueel bedrijf als om kansen gericht op projecten waar diverse bedrijven bij betrokken zijn. De insteek van Deltalinqs is dat naast de bijdrage vanuit het RCI in ieder geval op gelijk niveau wordt bijdragen vanuit derden. 1. Co-siting en ketenvorming Het programma CoSiR geeft invulling aan drie opties voor co-siting. Uitgangspunt is ketenvorming en ketenversterking in de regio. Goede ketens kunnen nieuwe bedrijvigheid aantrekken, innovatie bevorderen en het huidig economisch potentieel versterken. Voor de direct betrokkenen moet het effect van co-siting drieledig zijn: efficiëntere productie, optimale kostenbesparing en meer concurrentiekracht. RCI-bijdrageDerden - LOC warmte:€ ,=€ ,= - LOC koude:€ ,=€ ,= - LOC wkk:€ ,= € ,= 2. Workshops Workshop zijn gericht op kennisoverdracht om energie- en product efficiency binnen bedrijven te verbeteren. Dit betreft een divers aantal onderwerpen. De inzet is erop gericht dat bedrijven daar follow up aan geven middels scans en onderzoeken om de kansen en mogelijkheden voor hun specifieke situatie te kunnen beoordelen en toepasbaar te maken. RCI-bijdrageDerden - 10 workshops€ ,= - Scans & onderzoek€ ,= 3. Symposium Met de organisatie van een symposium worden actuele inzichten in economische en duurzame kansen voor de Rotterdamse haven en industrie belicht. Er is een directe link met het vestigingsklimaat. Ook de resultaten van de workshops, scans en LOC’s komen aan de orde. RCI-bijdrageDerden Symposium€ ,=€ ,= 4. Plant One In 2010 is de milieuvergunning gerealiseerd. Nu kan daadkrachtig gewerkt worden aan de realisatie van op hoogwaardige kennis gebaseerde procesinnovaties. Voor 2011 worden drie nieuwe partijen voorzien die gebruik gaan maken van de voorzieningen. In het voortraject m.b.t. de vestiging is ondersteuning noodzakelijk, bijvoorbeeld t.a.v. onderzoek naar veiligheid e.d. RCI-bijdrageDerden Drie projecten € ,=€ ,= Pijler 1 RCI-bijdrage: € ,= Derden:€ ,= 13 DEF visie op beleid 2011 – 2014

16 14 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Financiering: Speerpunten pijler 2 Duurzame energie & grondstoffen Binnen pijler 2 richt het programma zich op het vergroten van het aandeel duurzame energie en grondstoffen. Het is in lijn met de landelijke en Europese doelstellingen om in 2020 het aandeel 14-20% te laten zijn. Veel aandacht gaat uit naar innovatie op het gebied van groene chemie en groene brandstoffen. Ook al is dat wellicht nog op kleine schaal, het is noodzakelijk nu al actief te zijn met verkenning van verantwoorde toepassingen van biomassa. Zo ontstaat een beeld van de opties die tot kansrijke proposities kunnen leiden. Afstemming met het Havenbedrijf Rotterdam voorkomt doublures in de benadering van bedrijven. De focus van Deltalinqs ligt op verkenning van het draagvlak en het genereren van initiatieven. 1. Duurzame mobiliteit. Schone brandstoffen leveren een belangrijke bijdrage aan realisatie van de doelstellingen voor luchtkwaliteit in de Mainport Rotterdam. Deltalinqs Energy Forum richt zich op het realiseren van afspraken met het bedrijfsleven in drie sectoren. - LOC Binnenvaart - LOC Wegtransport - LOC Terminal Operators RCI-bijdrageDerden € ,=€ ,= 2. Groene chemie. Analyses zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van business cases met groene grondstoffen voor de chemie. Samen met de bedrijven en onderzoeksinstellingen onderzoekt DEF een aantal perspectiefrijke ketens. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in een gezamenlijk programma met de stuurgroep Bioport van het Havenbedrijf. RCI-bijdrageDerden € ,=€ ,= 3. Wind- en zonenergie. Voor de ontwikkeling van zon- en windenergie op bedrijfsterreinen vervolgt DEF in 2011 de haalbaarheidsonderzoeken. Bedrijven financieren zelf ook een deel van het onderzoek en stellen de nodige inzet van medewerkers beschikbaar. RCI-bijdrageDerden€ ,= Pijler 2. RCI-bijdrage: € ,= Derden:€ ,=

17 Financiering: Speerpunten pijler 3 CCS Binnen pijler 3 ligt voor 2011 de belangrijke opgave om voor CCS een stevig draagvlak te realiseren. Deltalinqs Energy Forum werkt aan de noodzakelijke basis om via een demonstratiefase tot een reële businesscase te komen. De investeringen in CCS zijn dan ook fors, ook vanuit derden. DCMR en het Havenbedrijf zijn actief betrokken bij CCS ontwikkelingen. Dit vereist de nodige coördinatie om doublures in activiteiten te voorkomen. In de rolverdeling richt Deltalinqs zich op de projecten van de bedrijven. 1. Independant Storage Assessment Onder regie van Deltalinqs voert TNO een ‘detailed storage assessment’ uit naar de vier meest waarschijnlijke opslaglocaties voor CO2 in de Noordzee. Dit assessment is een belangrijke stap in de ontwikkeling van een CO2-hub en de keuze voor de technisch en economisch meest haalbare opslagoptie voor Rotterdam. De gegevens worden ook gebruikt door de emitters voor hun subsidieaanvraag in het kader van de NER 300. RCI bijdrage Derden € ,= € ,= 2. Ontwikkeling opslagstrategie voor de Rotterdamse CO2-hub Na de demonstratiefase komen grote volumes CO2 beschikbaar. Samen met de olie- en gasbedrijven op de Noordzee, EBN, de Rijksoverheid en de emitters wordt een aantal grote reservoirs onderzocht op geschiktheid voor de opslag van grote hoeveelheden CO2. RCI bijdrage Derden € ,= € ,= 3. Ontwikkeling CO 2 -hub: Liquid Logistics business case VOPAK, Anthony Veder, Gasunie, Air Liquide en GDF Suez werken aan de ontwikkeling van een CO2-hub en de uitwerking van een business case voor een Liquid Logistics Business Case. RCI bijdrage Derden € ,= € ,= 4. Begeleiding NER-aanvragen In 2011 dienen circa twee partijen uit het Rotterdamse haven- en industriële complex een NER-aanvraag in bij de EU. Eind 2011 besluit de EU welke projecten subsidie krijgen toegekend. Deltalinqs Energy Forum begeleidt de bedrijven intensief met hun aanvraag,vanuit de intentie zoveel mogelijk gelden te genereren voor realisatie van de Rotterdamse business case voor CCS. RCI bijdrageDerden € ,=€ ,= 5. CCS Business Platform Rotterdam / Lobby Met de bijeenkomsten van het CCS Business Platform en in workshops werken we aan hoogwaardige kennisuitwisseling en realisatie van de totale CCS-keten. Voor versterking van het draagvlak bij overheden wordt gewerkt aan een lobbytraject richting EU en Rijk. Samen met het Rijk en Noord-Nederland ontwikkelen we een nationale opslagstrategie voor de toekomst van CCS. RCI bijdrageDerden € ,=€ ,= Pijler 3. RCI-bijdrage: € ,= Derden:€ ,= 15 DEF visie op beleid 2011 – 2014

18 “ Als investeerders zien dat het plan ook op grotere schaal werkt, zijn ze sneller bereid in te stappen” (Karin Husmann, directeur Plant One). De overheid vraagt de bedrijven om in hun energie-efficiencyprogramma’s ook nadrukkelijk naar verbeteringen in de keten te kijken. Ketenefficiency was voor Deltalinqs al langer een aandachtspunt en blijft ook de komende jaren nadrukkelijk in het vizier voor onderzoeken en projecten. Met de oprichting van Plant One zijn de nodige demonstratiefaciliteiten gecreëerd. De inzet van Deltalinqs richt zich op ondersteuning van het realiseren van jaarlijks 2% energie efficiency voor de planperiode tot 2014, in lijn met de landelijke afspraken. In de aanpak van DEF speelt de gebiedsgerichte aanpak een belangrijke rol. Plant One is de Rotterdamse faciliteit voor het testen en demonstreren van duurzame innovaties in procestechnologie. Procesverbeteringen die op laboratoriumschaal veelbelovend zijn, kunnen hier op productie- schaal worden getest en verder ontwikkeld voor industriële toepassing. Daarmee vult Plant One het gat tussen laboratorium en full scale productie-‘plant’: de eerste stap na het lab. Alle testen kunnen worden uitgevoerd onder de ‘overkoepelende’ vergunning van Plant One. Deze aanpak verlaagt voor bedrijven het risico van grootschalige investeringen in productie- ‘plants’. De faciliteiten maken het mogelijk om de marktgeschiktheid van veelbelovende innovaties te testen en te demonstreren, waarmee Plant One de time-to-market aanzienlijk verkort. Het kapitaalintensieve karakter van proces- innovatie maakt dat tal van veelbelovende innovatieconcepten voortijdig sneuvelen. Er is slechts budget voor de meest veelbelovende. De schaal en kostenstructuur van Plant One maken het mogelijk om diverse concepten te testen en door te ontwikkelen. 16 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 1: Energie- & productefficiency Ondersteuning van innovaties voor hogere energie- en productefficiency staan voor Deltalinqs hoog op de agenda.

19 •Hoogwaardige informatie-uitwisseling over ontwikkelingen voor energie- en productefficiency, •Workshops: kennisoverdracht voor diverse niveaus binnen de organisatie. •Congressen/managementbijeenkomsten: op strategisch bedrijfsniveau. •De inzet van E-teams met externe materiaal- en procesdeskundigen, waaraan we een pool van interne deskundigen uit de bedrijven toevoegen. •LOC’s voor scans/analyses: inzet E-team van energiespecialisten voor ondersteuning kennisoverdracht met zelf te genereren praktijkvoorbeelden, te delen met alle betrokkenen. •LOC’s voor onderzoeksprojecten: inzet E-team voor participatie in gerichte activiteiten voor efficiëntere processen met realistische business cases. •LOC’s gericht op de ontwikkeling van duurzame mobiliteit in de haven en op terminals. •Stimulering van initiatieven door onderzoek naar synergie tussen meerdere bedrijven. •Stimulering van initiatieven door onderzoek naar synergie van productefficiency met meerdere duurzaamheidpijlers, zoals met toepassing van biomassa voor groene grondstoffen, restwarmte voor CO2-afvang of gebruik van CO2 als grondstof. •Ondersteuning in ontwikkeling van business cases. •Ontwikkeling van demoprojecten, waar mogelijk via Plant One. •in 2009 en in 2010 zijn 10 LOC’s voor scans en onderzoeksprojecten gerealiseerd. In de daaropvolgende periode tot 2014 willen we het aantal LOC’s uitbreiden tot 20. In interactie van bedrijfsleven, overheid, wetenschap en aanbieders van technologie biedt Deltalinqs Energy Forum een uitgebreid programma. De hands-on informatie biedt bedrijven de gelegenheid om nieuwe inzichten snel in praktijk te brengen. De positieve reacties bevestigen dat. 17 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 1: Energie- & productefficiency. Wat biedt Deltalinqs? Voor de komende planperiode is onder regie van de task force DEF een werkplan ontwikkeld met de volgende onderdelen: 1. Co-siting Rijnmond (CoSiR) De Task Force DEF heeft co-siting als speerpunt benoemd. Ook RCI en Rotterdam zien vanuit dit thema interessante kansen voor duurzame ontwikkelingen. Hiervoor zal een doelgericht programma worden opgezet onder de naam: “Co-siting Rijnmond” (CoSiR).

20 Voor de direct betrokkenen moet het effect van co-siting drieledig zijn: efficiëntere productie, optimale kostenbesparing en meer concurrentiekracht. CoSiR Dit nieuwe DEF-programma geeft ruime invulling aan de opties voor co-siting. Uitgangspunt is ketenvorming en ketenversterking in de regio Rijnmond. Goede ketens kunnen nieuwe bedrijvigheid aantrekken, innovatie bevorderen en het huidig economisch potentieel versterken. Voorbeelden van ketens zijn: utility sharing, energieproductie (WKC), restwarmte en warmtenetwerken, productkoppeling, logistieke verbetering en gebruik van beschikbare (milieu) ruimte. CoSiR kan daarmee bijdragen aan een transitie naar een efficiënter haven- en industrieel complex. CoSiR is niet alleen een technische exercitie maar voor de totstandkoming moeten ook organisatorische oplossingen worden gevonden. Bepaalde infrastructurele investeringen (zoals verbindende leidingsystemen tussen sites) vragen om een andere financiering en risicobenadering dan core business investeringen op de plants. CoSir is van regionaal belang. Daarbij zijn sterke partners nodig. Daarom wordt samenwerking gezocht met de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf, de provincie, de DCMR, universiteiten en onderzoeksinstellingen. De brede uitstraling die het programma zo krijgt, zal de implementatie ervan bespoedigen. 18 DEF visie op beleid 2011 – 2014 De toegevoegde waarde van een programma als CoSiR ligt vooral aan de voorkant: initiëren, faciliteren, doelmatigheid door evaluatie van ervaring en het delen ervan. Met LOC’s zal voor het programma CoSiR, commitment van de betrokken industrieën en overige stakeholders worden gegarandeerd. Deltalinqs Energy Forum voorziet dat er 12 LOC’s in de planperiode zullen worden afgesloten. Pijler 1: Energie- & productefficiency. Wat biedt Deltalinqs? Voorbeeld CoSiR: Stoompijp “ CO 2 afvangen en opslaan levert een significante bijdrage in de strijd om klimaatverstoring te beperken” (Boudewijn Siemons, Ernest Groensmit, Vopak Oil Rotterdam). Een voorbeeld wat met co-siting kan worden bereikt is het project Stoompijp. In de Botlek hebben het consortium Havenbedrijf Rotterdam, Visser & Smit Hanab en Stedin het initiatief genomen om een stoomleidingnetwerk te ontwikkelen. De eerste fase van het netwerk, Stoompijp Botlek - West bestaat uit het verbinden van bedrijven zoals AVR, Cabot en DSM met een stoomleiding en een retourcondensaatleiding. Het marktmodel voor het stoomleiding-netwerk dat gebruikt wordt is een kopie van het marktmodel dat gebruikt wordt in de elektriciteit- en gasmarkt.

21 19 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 1: Energie- en productefficiency. Wat biedt Deltalinqs? Indien Botlek-West wordt gerealiseerd, kan dit netwerk doorgroeien in het gehele Botlekgebied en levert dit ca 300 tot 400 kton/jaar CO 2 reductie op (afhankelijk van aantal aangesloten bedrijven). Bij vergelijking van de realisatie van dit stoomleidingnetwerk met andere milieubesparingsmaatregelen blijkt dat dit project in een korte tijd kan worden gerealiseerd en dat in het geval van subsidie op de aanleg de investeringssubsidie per ton gereduceerde CO 2 vele malen lager is dan bij andere CO 2 reductieprojecten. De Stoompijp is een goed voorbeeld wat met co-siting kan worden bereikt: door samenwerking behalen bedrijven een substantiële CO 2 reductie in relatief korte tijd met financieel economische voordelen voor alle betrokken partijen. Hierin is een scheiding gemaakt tussen de handel in en het transport van de commodity. De afnemer betaalt een transport- en een commoditytarief. Een voorbeeld. Voor fase 1 is er één afnemer (DSM) en er zijn twee leveranciers (AVR en Cabot) van stoom. In fase 2 wordt het leidingnetwerk doorgetrok-ken naar Botlek-Zuid en kunnen andere bedrijven worden aangesloten (Akzo e.a.). Voor de eerste fase van de Stoompijp (Botlek-West) is de investering bepaald op totaal € 28 mln. Het betreft hier de investeringen voor het leidingnet, maar ook de investeringen op de terreinen van de bedrijven die aansluiten op de Stoompijp. Met deze investeringsomvang heeft het project een onrendabele top. Deze wordt ondermeer veroorzaakt door het feit dat bij aanvang wordt geïnvesteerd in een strategische vooraanleg (vergroten van de pijpdiameter) van de stoomleiding met als doel dat het netwerk klaar is om in de toekomst grotere volumes te kunnen transporteren. Bij groei van het te transporteren volume dan wel uitbreiding van het aantal klanten, zal de integrale business case verbeteren. Voor de onrendabele top onderzoekt Deltalinqs Energy Forum de subsidiemogelijkheden.

22 Kansen voor Co-Siting 20 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Co-Siting: CO 2 reductie WKK: CO 2 reductie Windmolen: CO 2 reductie Zonenergie: CO 2 reductie 20 DEF visie op beleid 2011 – 2014 “CO 2 : Wij doen er iets mee” (Peter Ripson, Linde Gas Benelux)

23 2. Technologische verbeteringen en innovaties. In dit programmaonderdeel wordt aandacht gegeven aan een aantal technologische procesverbeteringen en innovatieve technieken. De aandacht zal zich richten op de veelgebruikte unit operations en proces- equipment van de plants waarmee door toepassing van nieuwe technologieën en inzichten, aanzienlijke verbeteringen in efficiency en energieverbruik zijn te behalen. Hiernaast zijn voorbeelden gegeven van onderwerpen waarop het programma zich zal richten. •Scheidingstechnologie waaronder destillatie (bestaand), membaan (opkomend, sterk in ontwikkeling), gravitatie (bestaand: bezinken, floteren, centrifuge etc.), kristallisatie (ontwikkeling), zeven (bestaand) etc. Destillatie is hierin veruit de meest toegepaste technologie. Het is tevens de grootste verbruiker van energie: ca 40% in de procesindustrie, zijnde 180 PJ/j voor heel Nederland, dus ca. 90 PJ/j voor Rijnmond. Conventionele destillatie heeft een erg lage energie-efficiency (< 10%). Een belangrijk doel voor DEF is de ondersteuning van de verbetering van destillatie (van bestaande installaties, belangrijk voor deze industrie) of het aandragen van recent ontwikkelde opties, zoals specifieke toepassing van membraantechnologie. Een verbetering van enkele procenten op jaarbasis, dus in de orde van grootte van 2 – 3 PJ/j, is dan een realistisch doel. •Warmtewisselaars: luchtkoelers, doorstroom koelers, (open) koeltorens: Staan veelvuldig in alle bedrijfsprocessen. Bedoeld voor opwarmen en/of afkoelen van reactiemiddelen koelen afgassen en reststromen etc. Op zich niet direct een gebruiker van primaire energie. Pijler 1: Energie- & productefficiency. Wat biedt Deltalinqs? Echter, door goed gebruik (warmte-integratie) en goed onderhoud kan in de totale warmtehuishouding van een fabriek nog steeds winst worden geboekt. Een onderwerp dat veel belangstelling heeft bij de gebruikers, zo blijkt uit de DEF-workshops. •Fornuizen,incinerators, drogers: fornuizen dienen voor het opwarmen van processtromen. Ze vormen samen met stoomopwekking een directe bron voor CO 2 - emissie. Daarnaast gaat bij veel fornuizen warmte nog ongebruikt via de schoorsteen verloren. Incinerators (en daarbij ook flares) dienen voor verbranding van proces- en/of reststromen. Als zekerheid wordt ook steunbrandstof toegevoerd (temperatuureis). Verbeteren leidt hier tot brandstof besparen. Drogers worden in Rijnmond voor zover bekend relatief weinig toegepast. Er is tot nu toe nog geen bijzondere aandacht aan gegeven. Inventarisatie bij de bedrijven moet uitwijzen in hoeverre deze apparaten worden toegepast en of hier bijvoorbeeld meer restwarmte voor kan worden ingezet. 21 DEF visie op beleid 2011 – 2014

24 •Utilitysystemen: opwekken stoom, water- en elektriciteitsystemen, perslucht. Dit zijn voor alle bedrijven noodzakelijke activiteiten. Stoom opwekken vraagt aardgas of een andere energiedrager. In alle gevallen geldt dat met deze processen relatief veel energie is gemoeid. Opwekking en gebruik zijn zo verweven met de bedrijfsvoering dat mogelijk te weinig aandacht voor verbeteropties bestaat. Blijvende aandacht, ook voor vernieuwing, is daarom noodzakelijk. •Isolatie: isolatie leidingwerk, isolatie opslagtanks, isolatie apparaten en appendages. Isolatie dient om verlies van warmte of koude te voorkomen. Bij leidingwerk is een 80 – 90% efficiency bereikbaar, bij appendages ca 80%. Praktijkscans laten zien dat met een goede isolatie van vooral appendages nog veel te winnen valt. Dit vertaalt zich direct naar vermeden gebruik energiedragers en dus naar reductie van CO 2. •Koudetechniek: compressiekoelers, chillers, adiabatische systemen. Systemen ingezet waar onafhankelijk van omgevingstemperatuur diepere koeling nodig is. Van enkele graden boven nul (chillers) tot ver daaronder. Koude (opwekken) vereist relatief veel energie. Koude is dan ook waardevol. Een deel van de winst is hier vooral te vinden in efficiënter gebruik van bestaande installaties. Pijler 1: Energie- en productefficiency. Wat biedt Deltalinqs? 3. Good Housekeeping Dit onderwerp is een verzamelnaam voor alles wat dagelijks in de fabriek gebeurt. De VNCI heeft eens aangegeven dat met extra aandacht voor good housekeeping al 2% besparing valt te behalen. Een steeds terugkerend onderwerp in het DEF- workshop programma tot nu toe, van verlichting tot water, perslucht, stoom en condensaat tot procescontrole. Daarbij beogen we aan het E-team met externe materiaal- en procesdeskundigen een pool van interne deskundigen uit de bedrijven toe te voegen. 4. Procesbesturing Procesbesturing heeft alles te maken met de samenwerking tussen sturende software, de meetinstrumenten in de fabriek en de mens: de operator. Feit is dat in fabrieken van de jaren ‘70 inmiddels al veel is aangepast. Maar niet altijd is duidelijk in hoeverre de sturing optimaal meeloopt. Dit thema staat met de huidige LOC’s voor onderzoeksprojecten al op het programma en bouwen we verder uit. Scans die op het onderwerp procesbesturing zijn uitgevoerd, wijzen uit dat met enkele aanpassingen de processen beter beheersbaar worden voor optimale proces- en productkwaliteit en dus voor energie- en grondstofgebruik. 22 DEF visie op beleid 2011 – 2014 “Rotterdam the place to be for CO 2 business” (Hans van Scherpenzeel, Shell)

25 In het werkplan voor energie- en productefficiency zijn de belangrijkste activiteiten in productiebedrijven genoemd, met een kwalitatieve indicatie voor mogelijke winst in efficiency en energiegebruik. Uit de evaluatie van de afgelopen vier jaar blijkt dat door de activiteiten van DEF in workshops en onderzoeken door specialisten van het E-team zeer gericht rendabele mogelijkheden voor energie- en productefficiency aan bedrijven kunnen worden overgedragen. Bedrijven zonder eigen R&D afdeling maar ook grote bedrijven met wereldwijde onderzoeksfaciliteiten hebben adviezen en inzichten kunnen meenemen in nieuwe investeringsbeslissingen. Voor de komende planperiode voorzien wij dat door voortzetting van deze aanpak met LOC’s, workshops en onderzoeken een voortgaande reductie van energie- en grondstoffenverbruik en CO2 kan worden bereikt. Met de bovengenoemde DEF-activiteiten van pijler 1 zal een aanzienlijke energiebesparing in de industriële regio behaald kunnen worden. Voor Co-siting is al aangegeven dat er voor de periode tot 2025 een besparingspotentieel is van 2 Mton. Voor de overige onderdelen van pijler 1geven ramingen over de periode tot 2025 een besparing van 500 miljoen m3 aardgas, wat overeenkomt met een reductie van 1 Mton CO 2 -uitstoot. In totaal zullen activiteiten zoals beschreven in pijler 1 in 2025 een besparing van 3 Mton in 2025 realiseren. Voor de planperiode wordt voor pijler 1 in een reductie van 0,9 Mton voorzien. 23 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 1: Energie- & productefficiency. Conclusie

26 “Duurzame energieopwekking zal één van de belangrijkste groeimotoren voor de Rotterdamse haven worden” Bas Hennissen, Havenbedrijf Rotterdam Het programma van pijler 2 is gericht op het vergroten van het aandeel duurzame energie en grondstoffen. Het is in lijn met de landelijke en Europese doelstellingen om in 2020 het aandeel % te laten zijn. De afspraken over wind- en zonenergie zullen de komende periode tot resultaten gaan leiden. Veel aandacht gaat uit naar innovatie op het gebied van groene chemie en groene brandstoffen. Landelijk is daar in diverse sectoren al veel gaande. De import en overslag van biomassa groeit sterk in Rotterdam. Dit vormt een goede basis voor nieuwe economische en duurzame ontwikkelingen in de regio. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte zijn stevige commitments aangegaan voor duurzaam transport. Deltalinqs Energy Forum ontwikkelt activiteiten om aan deze afspraken verder inhoud te geven. Het onderwerp Duurzame Mobiliteit in de Haven gaat dan ook deel uitmaken van deze tweede DEF-pijler. Binnen de programma’s van het Havenbedrijf en het RCI rond biomassa, richt Deltalinqs Energy Forum zich op het ontwikkelen van ketens tussen bestaande en nieuwe bedrijven in productie, omzetting, opslag en transport van groene grondstoffen. 24 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? regio en het aangeven, faciliteren en stimuleren van innovatie op dit gebied is bij uitstek een rol die partijen gezamenlijk kunnen oppakken. •Die samenwerking beperkt zich niet tot de bedrijven, maar strekt zich uit tot universiteiten, onderzoeksinstituten en andere betrokkenen. Hoe werken we naar 20% in 2020? •Rotterdam is al sterk gericht op import en alle daarbij behorende logistiek voor biomassa. Hoewel nog voornamelijk gericht op toepassing als brandstof, kan deze bestaande activiteit een sterke basis zijn voor synergie naar andere toepassingen. •Samenwerking en ketenvorming tussen bestaande en nieuw aan te trekken industrie en bedrijven in de •Diverse bedrijven werken zelf al aan onderwerpen als bio-raffinage. Vanuit Deltalinqs Energy Forum willen wij actief met meerdere partijen naar sterke ketens toewerken. •Branches die in de regio niet of weinig vertegenwoordigd zijn, zoals Papier en Food, maar die al wel diverse stappen in deze materie hebben gezet, hebben belangstelling voor participatie in deze processen naar ketenvorming. •Ook onderzoekt DEF samen met de aangesloten bedrijven hoe bestaande ontwikkelingen voor toepassing van biomassa kansrijker te maken zijn. •Stimulering van initiatieven door onderzoek naar synergie van productefficiency met meerdere duurzaamheidspijlers is ook een van de aandachtsgebieden. Zoals in toepassing van reststromen biomassa voor groene grondstoffen, restwarmte voor CO2-afvang of CO2 als grondstof.

27 Met de ervaring van Deltalinqs Energy Forum in verkenning van technologische en procesmatige innovaties komt nu ook de ontwikkeling van ketens voor groene grond- en brandstoffen in het vizier. 25 DEF visie op beleid 2011 – 2014 •In DEF-verband verder ontwikkelen van duurzame mobiliteit in de logistieke keten. •Organisatie van een programma dat gericht is op ketenvorming voor groene chemie. Doel is juist die unieke combinaties van productie en toepassing van groene grondstoffen te signaleren die betrokkenen als kansrijk zien en ondersteuning vanuit de business krijgen.. •Kennisoverdracht van technieken en business modellen in DEF-workshopbijeenkomsten. •Stimulering van initiatieven voor toepassing van windenergie, zonenergie en duurzame verlichting op bedrijfsterreinen door uitvoering van scans op bedrijfsterreinen. •Ondersteuning van ontwikkeling business cases. •Ontwikkeling van demoprojecten, waar mogelijk via Plant One. •Zo snel mogelijk komen tot normering en certificering van biomassa (NTA8080). •Ondersteuning van maatschappelijk draagvlak voor verantwoorde toepassing van biomassa. Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? Voor de komende planperiode is een werkplan ontwikkeld met de volgende onderdelen: • Groene grondstoffen, • Zonenergie op bedrijfsdaken en loodsen, • Windenergie op bedrijfsterreinen, • Waterstof & duurzaamheid. • Duurzame mobiliteit in de haven.

28 De productie van bio-etheen en ethyleen als grondstoffen voor tal van processen is een grote kanshebber. Door ketenvorming komen ook diverse andere opties in beeld. 1. Groene grondstoffen Organisaties als het Platform Groene Grondstoffen en de VNCI (Regiegroep Chemie) hebben al tal van grondstoffen geïdentificeerd die, nu nog veelal afkomstig uit aardolie, straks “groen” kunnen worden geproduceerd. Die kansen beslaan alle branches, inclusief bijv. Papier en Food. Samen met die organisaties en andere deskundigen zullen wij enkele routes voor toepassing in de regio Rotterdam selecteren en ontwikkelen tot sterke, kansrijke ketens. Dat biedt kansen voor de bestaande industrie maar ook voor nieuwe economische activiteiten. Bedrijven die hun kansen in de keten onderkennen, kunnen zich in de haven te vestigen. Voor Rotterdam liggen die kansen bijvoorbeeld in de samenwerking met bedrijfstakken die momenteel in de regio nog niet vertegenwoordigd zijn. De realisatie van sterke ketens met groene grondstoffen hangt voor een belangrijk deel af van de beschikbaarheid van betrouwbare technologie en gecertificeerde grondstoffen. Ruim voldoende kwaliteit en productievolume zijn basisvereisten, evenals garanties van de exploitant. Alleen wanneer de bedrijfszekerheid geborgd is, kan een transitie naar groene grondstoffen daadwerkelijk plaatsvinden. Ontwikkeling en demonstratie van de juiste technieken zal nieuwe toepassingen versnellen. Hierin kunnen demonstratiefaciliteiten als Be-Basic in Delft en Plant One in de Botlek een sterk stimulerende rol hebben. Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? Binnen Rotterdam zijn zowel het Havenbedrijf als Deltalinqs nauw betrokken bij nieuwe kansen voor het bedrijfsleven. Het Havenbedrijf richt zich vooral op realisatie van logistiek en infrastructuur die leidt tot goede business cases voor biobrandstoffen. Deltalinqs richt zich meer op de exploratie van nieuwe toepassingen, vooral voor biogrondstoffen. Voor een optimale benutting van de know-how en inzet zal het Innovatieplatform BioPort Rotterdam worden opgericht en voor de eerste ontwikkelfase worden toegevoegd aan Deltalinqs Energy Forum. In dit forum zullen business cases voor nieuwe bio- projecten worden ontwikkeld. Zodra business cases rijp zijn voor verdere ontwikkeling, wordt de aansturing overgedragen aan de beoogde bedrijven en het Havenbedrijf. In het DEF-werkprogramma van pijler 2 zullen tussen 2011 en 2014 drie tot vijf business cases voor nieuwe bio-projecten worden ontwikkeld. Op korte termijn zien we de volgende opties als kansrijk voor Rotterdam: • Biokerosine, • Bio-etheen, • Reststromen voedingsmiddelenindustrie, • Aniline, succinaat en tweede generatie melkzuurproces. 26 DEF visie op beleid 2011 – 2014

29 Verkoopdirecteuren met interesse voor ‘green premiums’ zullen meer willen weten over het economisch potentieel. Hetzelfde geldt voor de eindgebruikers die naar groene grondstoffen vragen. Daarnaast zijn certificerende partijen nodig. Deltalinqs Energy Forum kan deze ontwikkeling versnellen door de juiste partijen bijeen te brengen en struikelblokken weg te doen nemen. Bio-etheen Op dit moment is de prijs nog niet concurrerend, maar dat kan snel veranderen. Het Havenbedrijf Rotterdam maakt deel uit van een werkgroep die onderzoekt of ook ethyleen via bestaande regelingen voor belastingvrije import ingevoerd kan worden. De toepassing van bio-etheen biedt kansen die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. De technologie is beschikbaar, maar er is nog veel geld nodig voor testen in laboratoria. Wat geregeld moet worden zijn resources (belastingmaatregelen en investeerders) en partijen die de ontbrekende schakels invullen. Biokerosine Onderzoek naar de productie van biokerosine ligt al op het terrein van het Havenbedrijf, dat zich speciaal bezighoudt met de levering van grondstoffen en productie van biobrandstoffen. De leveringszekerheid en maatschappelijke acceptatie van biogrondstoffen vraagt de nodige aandacht. 27 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? De technologie voor verwerking van reststromen tot groene grondstoffen is toe aan de demofase DEF kan samen met onder meer WUR een business case uitwerken, uitgaande van bestaande reststromen in de regio. Dit kan leiden tot een nieuwe tak van industrie in Rijnmond, die niet alleen nieuwe producten oplevert, maar ook de kringloop sluit van een in hoog tempo schaars wordende grondstof als fosfaat. Aniline, succinaat en tweede generatie melkzuurproces Voor bedrijfsspecifieke processen en grondstoffen zijn er ook kansrijke innovatieve opties voor de langere termijn (7 tot 10) jaar. Deltalinqs heeft al eerder onderzoek gedaan naar mogelijke matches van benodigde grondstoffen en bestaande (rest)stromen. De inzet van Deltalinqs Energy Forum kan zijn om dergelijke toepassingsmatrices in gezamenlijke bijeenkomsten met betrokken bedrijven uit te werken tot realistische business cases. Reststromen voedingsmiddelenindustrie Rotterdam beschikt over enorme hoeveelheden reststoffen uit de voedingsmiddelenindustrie, zoals sojaschroot, raapzaadschroot en tarwegries. Die vinden nu vooral hun weg naar de diervoeder- bereiding. Met de juiste behandeling (bioraffinage) kunnen deze reststromen vooral grondstoffen met een hoge toegevoegde waarde opleveren, zowel in economie als duurzaamheid. Het vrijkomen van zuivere eiwitten is hier een voorbeeld van.

30 2. Zonenergie op bedrijfsdaken en loodsen Het onderzoek dat Havenbedrijf en Deltalinqs eind 2009 met Eneco uitvoerden, leverde op dat bedrijven in een gezamenlijk project m 2 dakruimte voor zonnepanelen beschikbaar stellen. De bundeling van krachten maakt hun positie binnen de SDE-regeling sterker en toont aan wat economisch haalbaar is. 3. Windenergie op bedrijfsterreinen In 2009 is een convenant gesloten tussen de provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf voor verdubbeling van de windenergie naar 350 MW in Deltalinqs spant zich in voor een onderzoek naar de haalbaarheid van windenergie op bedrijfsterreinen. De provincie subsidieert tien scans op bedrijfsterreinen. Naast de economische haalbaarheid (lange terugverdientijd van jaar) speelt ook het lange en complexe vergunningtraject een vertragende rol. Deltalinqs spant zich in voor een onderzoek naar de haalbaarheid van windenergie op bedrijfsterreinen. In dit verband is reeds in 2010 een workshop georganiseerd om deze scans in uitvoering te krijgen. Gezien de wens om windenergie als duurzame bron te koppelen aan andere productieprocessen, zal Deltalinqs Energy Forum er ook in lobbytrajecten alles aan doen de hindernissen weg te nemen. Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? 4. Waterstof & verduurzaming Wat zijn de economische kansen voor waterstof in Rotterdam, voor logistiek, scheepvaart en industriële processen? En wat zijn de mogelijkheden voor duurzame productie en toepassing van waterstof? Op dit onderzoeksterrein komen de aandachtspunten van pijler 1, 2 en 3 samen. De combinatie van processen zoals warmte-integratie, reforming en CCS biedt nieuwe mogelijkheden. Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager en heeft de potentie zich te ontwikkelen als duurzame brandstof, als deze uit biomassa, zonenergie of windenergie wordt geproduceerd. Het transitieplatform Nieuw Gas heeft Rotterdam aangewezen als hét gebied voor de demonstratie van waterstoftoepassingen in Nederland. Er is flinke productiecapaciteit en er is al een omvangrijk distributienet met uitbreidingsmogelijkheden. Toepassingen zijn in de directe omgeving mogelijk en de benodigde kennis op het gebied van veilig omgaan met waterstof is in hoge mate aanwezig. In samenwerking met de Nederlandse Waterstofvereniging (NWV) vindt eind 2010 in Rotterdam een groot congres over dit onderwerp plaats. “…………………………………. ………………………………………...” (Hans van Scherpenzeel, Shell) 28 DEF visie op beleid 2011 – 2014 “Kotug neemt “aanstoot aan uitstoot” en schakelde daarom met haar sleepboten als eerste over op zwavelvrije gasolie (EN590) en won de Nationale Binnenvaartbrandstof competitie.” Ard Jan Kooren, Kotug International

31 5. Duurzame mobiliteit in de haven In de ambitie van RCI voor de mobiliteitstransitie, speelt duurzame mobiliteit in de haven ook een rol. Voor de ontwikkeling van Maasvlakte II zijn afspraken gemaakt over de duurzaamheid van het transport. M.b.t. tot bestaande terminals zal worden gekeken naar de mogelijkheden om het intern transport duurzamer te maken. Dit kan door de toepassing van duurzame brandstoffen en aandrijvingen. Het huidige terminal equipment (trucks, tractors, straddle carriers etc.) is voornamelijk voorzien van dieselmotoren voor de aandrijving en levert in het huidige gebruik een bijdrage aan de CO 2 -emissie. Door het gebruik van biobrandstoffen of de ontwikkeling van emissiearme aandrijfconcepten kan hierin een verbetering worden doorgevoerd. Door middel van LOC’s met bedrijven zullen onderzoeksprojecten worden opgestart, gericht op emissie- arme aandrijvingen (elektrisch, hybride, toepassing van LNG gasmotoren) van terminalvoertuigen. Ook voor de binnenvaart in de Rotterdamse haven zijn er mogelijkheden om met schone, stille en emissiearme aandrijvingen te varen. Pijler 2: Duurzame energie & grondstoffen. Wat biedt Deltalinqs? Enkele bedrijven hebben het voortouw al genomen en zijn verplichtingen aangegaan om schepen uit te rusten met LNG aangedreven gasmotoren. Met de komst van de Gate Terminal ligt het gebruik van LNG als brandstof voor de hand. Via LOC’s zullen met leden van Deltalinqs de mogelijkheden van verdere introductie van LNG als scheepsvoorstuwingsbrandstof in de haven worden onderzocht. Er zijn bedrijven die in 2011 de eerste LNG-aangedreven binnenvaartschepen willen introduceren. 29 DEF visie op beleid 2011 – 2014

32 Deltalinqs is binnen het Rotterdam Climate Initiative verantwoordelijk voor het CCS Business Platform Rotterdam. Dit platform bestaat uit circa 35 bedrijven die betrokken zijn bij de uitvoering en realisatie van verschillende CCS-projecten in de Rotterdamse regio en daarbuiten. Rotterdam is bij uitstek geschikt voor hergebruik en opslag van CO2. Er is al jarenlange ervaring met levering van CO2 als ‘groei’gas aan de nabijgelegen tuinbouwgebieden. Onderzoeksinstellingen ontwikkelen nieuwe toepassingen voor CO2, zoals in bouwmaterialen. Nieuwe energie-intensieve industrieën zoals de kolencentrale op de Maasvlakte worden voorzien van end-of-pipe-technologie voor afvang van stoffen als CO2. Gezien de concentratie van industrie in Rotterdam kan afgevangen CO2 kosteneffectief worden getransporteerd naar een CO2-hub, voor opslag in gas- of olievelden voor de kust. Daarvoor is met het CCS Business Platform Rotterdam een bijzonder adequaat en flexibel logistiek netwerk ontwikkeld, met transport per pijplijn en per schip. De Rotterdamse regio is bij uitstek geschikt voor de realisatie van projecten op het gebied van afvang, transport,opslag of hergebruik van CO 2. Op die manier wordt een CO 2 hub gecreëerd. •Bevordering van informatie en kennisoverdracht over CCS tussen Rijksoverheid, RCI, EU, EIB, en het bedrijfsleven. •Het identificeren, faciliteren en ondersteunen van business opportunities die vanuit het CCS Business Platform ontstaan. •Organisatie van jaarlijks vijf bijeenkomsten CCS Business Platform Rotterdam. •Uitbreiding LOC-aanpak ter ondersteuning van Rotterdamse business cases. •Voorbereiden en begeleiden van bedrijven bij de deelname aan Nationale en Europese CCS (subsidie)programma’s. •Organiseren opslagstrategie. • Lobby voor financiële steun van CCS- projecten. •Ontwikkeling liquid logistics, EOR en Rotterdam CO 2 hub. •Realisatie demopojecten voor 5 Mton CO 2 - afvang. •Realisatie van een CO 2 -netwerk in de Rotterdamse haven. •De opschaling van demonstratieprojecten. •Stimuleren van de toepassings- en hergebruikmogelijkheden van CO DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, & –opslag. Wat biedt Deltalinqs?

33 Voor de komende periode zijn de genoemde activiteiten uitgewerkt in werkplannen. In onderstaand overzicht staat een samenvatting, inclusief doelstellingen. 1.Informatie en kennisoverdracht CCS Business Platform Namens DEF informeert het CCS Business Platform Rotterdam de bedrijven over de ontwikkeling van CCS-demonstratieprojecten in Europa, de voortgang van de CCS-lobby, de besluitvorming in Brussel en bij de Rijksoverheid omtrent CCS. Ook de Nationale CCS Taskforce, de Rijksoverheid (projectorganisatie CCS EZ) en het EU-ZEP platform maken deel uit van het CCS Platform. Het CCS platform komt circa vijf keer per jaar bijeen. Jaarlijks worden circa drie workshops georganiseerd en naast acht nieuwsbrieven worden de leden van het platform ook op ad hoc basis geïnformeerd over relevante actualiteiten. Vanaf 2011 wordt aan de leden van het CCS platform een financiële bijdrage gevraagd voor de activiteiten van Deltalinqs Energy Forum en het CCS Business Platform. Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, & –opslag. Wat biedt Deltalinqs? DEF neemt het initiatief om de LOC-aanpak uit te breiden met als doel het commitment van de bedrijven te versterken voor de realisatie van een geïntegreerd CO 2 -netwerk in de Rotterdamse haven. 2. Versterken commitment bedrijven en uitbreiden LOC-aanpak In 2009 zijn LOC’s afgesloten met de negen belangrijkste emitters uit de Rotterdamse regio. Deze LOC’s hebben geleid tot zeven gevalideerde businesscases voor CO2 afvangprojecten en één grootschalig CCS- demonstratieproject. In 2010 zijn drie LOC’s afgesloten met combinaties van bedrijven die een oplossing kunnen bieden voor het transport en de opslag van CO 2. Ook wordt de LOC aanpak uitgebreid naar bedrijven in andere regio’s in Nederland. Voorwaarde voor deelname is dat deze regio’s en/of bedrijven kunnen aantakken of bijdragen aan de ontwikkeling van de CO 2 - infrastructuur voor Rotterdamse CCS- projecten en de versterking van Rotterdam als CO 2 -hub. Het aantal in de planperiode additioneel af te sluiten LOC’s met partijen uit de CCS-keten bedraagt minmaal zes. De LOC’s richten zich niet meer op individuele partijen maar op de hele CCS-keten. Hannah Anthonysz fotografie 31 DEF visie op beleid 2011 – 2014

34 3. Voorbereiden en begeleiden bedrijven bij de deelname aan Nationale en Europese (subsidie)programma’s ten aanzien van CCS EON/GDF Suez ontvangt een bijdrage van 330 miljoen uit de European Economic Recovery Package (EERP) en uit de middelen van de Rijksoverheid voor de realisatie van een post – combustion demonstratieproject van 250 MW in In navolging van de EERP stelt de EU nog eens 300 miljoen emissierechten beschikbaar om acht CCS projecten en 34 renewable energy projecten te stimuleren(New Entry Reserve, NER). In de Rotterdamse regio hebben twee van de negen LOC bedrijven een subsidie ontvangen wat zal leiden tot een groot demonstratieproject voor CCS. Daarnaast zijn drie bedrijven geïnteresseerd in een aanvraag voor de NER-300. DEF ondersteunt en faciliteert deze bedrijven bij de NER-aanvraag, met als doel om zoveel mogelijk van de beschikbare rechten naar de regio Rotterdam te halen. 4. Organiseren opslagstrategie Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, & –opslag. Wat biedt Deltalinqs? Het CCS-rapport dat in 2009 samen met het Rotterdam Climate Initiative is uitgebracht, geeft aan dat de grootste onzekerheden en risico’s in de ontwikkeling van de CCS business case(s) liggen bij de CO 2 -opslag. Daarom organiseert DEF in 2010 en 2011 een Independent Storage Assessment waarin de drie à vier meest waarschijnlijke opslaglocaties voor de demonstratieprojecten nader worden onderzocht. Dit gebeurt in samenwerking met de olie- en gasbedrijven en de emitters. Door deze studie worden de financiële en economische risico’s omtrent CO2-opslag in beeld gebracht. Bedrijven kunnen op basis van de uitkomsten toewerken naar een final investment decision voor een CCS-project. Na de independent storage assessments neemt Deltalinqs het initiatief om ook de langetermijn- opslagstrategie uit te werken, samen met de betrokken partijen (waaronder de Rijksoverheid). Dit moet in 2012 leiden tot een breed gedragen strategie over de langetermijnopslag. Hierbij worden ook de mogelijkheden van opslag in aquifers en combinatie met Enhanced Oil Recovery onderzocht. 32 DEF visie op beleid 2011 – 2014 “Het grote belang van CCS is dat het ons tijd geeft om te werken aan een definitieve oplossing van het klimaatprobleem.” Jaap Hoogcarspel, Air Liquide.

35 5. Lobby Voor het realiseren van CCS-projecten is tot 2020 financiële steun nodig van de overheid. Ook moeten de noodzakelijke randvoorwaarden worden geschapen in termen van regelgeving en aansprakelijkheid voor de CCS projecten. Voor zowel het financiële aspect als het juridisch en/of organisatorische aspect is een actief lobbytraject bij de EU en de Rijksoverheid noodzakelijk. In overleg met RCI-partners zal DEF actief deelnemen aan het lobbytraject richting de EU, EIB en de Rijksoverheid. 6. Liquid Logistics, EOR en Rotterdam CO 2 netwerk Vanuit de bedrijven zijn er verschillende initiatieven ontstaan die aansluiten bij de ontwikkeling van Rotterdam als CO 2 - hub voor Noordwest-Europa. Recent zijn er verschillende Enhanced Oil Recovery projecten in ontwikkeling gekomen, op de Noordzee en in het Midden-Oosten. Met EOR kan deze liquid logistics route een serieus alternatief zijn voor CO 2 -transport per pijpleiding. Daarnaast is deze liquid logistics route een zeer interessante optie voor andere Europese regio’s die meedingen naar Europese subsidies (zoals Antwerpen en Nordrhein Westfalen). Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, & –opslag. Wat biedt Deltalinqs? In 2010 heeft Deltalinqs Energy Forum een economic impact analyse (EIA) laten uitvoeren naar de meerwaarde van een CO2-netwerk voor Rotterdam. Bedrijfsleven en DEF hebben dit jaar samen € euro subsidie gekregen voor de ontwikkeling van de CO2-hub. De doelstelling van het RCI is om in 2015 zo’n 5 Mton CO2 af te vangen. Om dit doel te bereiken moeten tenminste twee grote demoprojecten worden gerealiseerd naast de CO2 afvang door OCAP en het CCS project van Shell. DEF ondersteunt en faciliteert deze demoprojecten bij de uitwerking en realisatie. Voor de economische ontwikkeling van de haven en de opschaling van demoprojecten naar full scale afvang is de ontwikkeling van een CO2-netwerk met open acces voor meerdere CO 2 -emitters van cruciaal belang. 7. Realisatie demoprojecten DEF zal de initiatieven Voor CCS en de CO 2 -hub verder faciliteren en begeleiden in samenwerking met DCMR en Havenbedrijf Rotterdam. 33 DEF visie op beleid 2011 – 2014

36 “Sterke havenontwikkelingen en duurzaamheid vereisen ondernemerschap.” (Gerrit van Tongeren, Deltalinqs) 8. Opschaling van CCS-demoprojecten Om de RCI-doelstelling te realiseren, moeten de demonstratieprojecten na worden opgeschaald. Meerdere, ook nieuwe emitters worden aangetakt op het CO2 netwerk. Samen met de industrie onderzoeken we onder welke voorwaarden de industrie kan investeren in de verdere opschaling van de CCS- demonstratieprojecten en de retrofit van de industrie. In 2010 heeft Deltalinqs (namens RCI) samen met de Stichting Natuur & Milieu subsidie ontvangen van de European Climate Foundation om de mogelijkheden te onderzoeken voor een nationaal CCS-akkoord. Deze verkenning kan in 2011/2012 leiden tot een nationaal CCS-akkoord tussen de overheid en de industrie. Naast dit initiatief is Deltalinqs samen met het Havenbedrijf in gesprek met de Europese energiebedrijven om te onderzoeken hoe de demonstratieprojecten kunnen leiden tot grootschalige CCS-projecten. 9. CO 2 als grondstof Met projecten via OCAP, E.ON ROCA en Air Liquide vindt al toepassing en hergebruik van CO2 plaats in de tuinbouw. Daarnaast biedt de beschikbaarheid van CO2 kansen voor de chemische industrie. Diverse partijen in de Rotterdamse haven onderzoeken de mogelijkheden van hergebruik van CO2 als grondstof. Deltalinqs ondersteunt de initiatieven en zal actief bijdragen aan de realisatie van pilot projecten in Rotterdam omtrent hergebruik en nuttige toepassing van CO2. 34 DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, & –opslag. Wat biedt Deltalinqs?

37 In voorgaand programma voor CCS zijn de belangrijkste activiteiten benoemd. De verschillende onderdelen zijn ook uitgebreid omschreven in werkplannen. In bijgevoegde tabel is een kwalitatieve indicatie gegeven voor mogelijke CO2-reductie door CCS in de Rotterdamse haven. De conclusie is dat met het realiseren van nog een tweede groot demonstratieproject in Rotterdam de basis voor een CO2-netwerk kan worden gelegd. Daarmee kan de opschaling van CCS-projecten eerder worden gerealiseerd. *) Deze bedrijven hebben interesse getoond in een NER aanvraag. Doel is om minimaal 1 van deze projecten te realiseren in ProjectJaar bijdrage (relatief) Bijdrage (Mton CO 2 per jaar geschat) Ocap20050,60 Mton Eon Roca20080,05 Mton Air Liquide20090,05 Mton Abengoa / Ocap20110,20 Mton Shell Barendrecht20120,20 Mton Eon / GdF Suez20151,20 Mton Cgen *) 20152,50 Mton Air Products *) 20150,60 Mton Air Liquide *) 20150,50 Mton TOTALE REDUCTIE 2.3 – 5.9 Mton in DEF visie op beleid 2011 – 2014 Pijler 3: CO 2 –afvang, -transport, -hergebruik, of –opslag. Conclusie


Download ppt "Deltalinqs Energy Forum Visie & Speerpunten 2011 – 2014 november 2010."

Verwante presentaties


Ads door Google