De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ONDERPRESTEREN Waar komt het vandaan? Door: Renata Hamsikova Specialist in Educating the Gifted IeKu Advies.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ONDERPRESTEREN Waar komt het vandaan? Door: Renata Hamsikova Specialist in Educating the Gifted IeKu Advies."— Transcript van de presentatie:

1 ONDERPRESTEREN Waar komt het vandaan? Door: Renata Hamsikova Specialist in Educating the Gifted IeKu Advies

2 Wat is het probleem?  Karakteristieken van onderpresteerders  Karakterproblemen 1. Zelfdiscipline 2. Verantwoordelijkheid voor zichzelf accepteren 3. Geen offers brengen voor hun toekomst 4. Afhankelijkheid in hun werk 5. Bang zijn voor gevoelens van persoonlijke verantwoordelijkheid 6. Het maken van excuses waardoor ze onverantwoordelijk blijven 7. Liegen tegen zichzelf en anderen 8. Gebrek aan zelfbeheersing 9. Het ontbreken van inzicht en zelfkenis

3 De rol van de ouders  Dingen die niet helpen 1. Logika 2. Lekkermakertjes 3. Privé lessen en andere onderwijsaanpassingen 4. Laat ze de consequenties voelen  Basisprinciepes voor ouders

4 Oorzaken van onderpresteren op school  Structuur  Competitie  Labeling  Negatieve aandacht  Verveling  Individualisatie versus conformeren

5 Wat kunnen de ouders doen  Opvoedfilosofie  De volledig positieve ouder benadering  Stoppen met liegen over school  De “het werk moet af” benadering  Geen cijfers lager dan C  Krachtmeting tussen weerstand en afhankelijkheid – wie is de baas?  Socratische gesprekstechniek

6 Hoe kun je onderpresteren keren met behulp van het Trifocal model  Assesment  Communicatie  Aanpassing van verwachtingen  Identificatie met rolmodel  Aanvullen/verbeteren van ontbrekende vaardigheden  Aanpassingen op school en thuis

7 Soorten onderpresteerders  Afhankelijke onderpresteerder  Dominante onderpresteerder

8  Wat kun je doen voor afhankelijke onderpresteerder:  Ouders (zelfvertrouwen, gevoelens tonen, niet bang zijn voor competitie, sociale vaardigheden, activiteiten met intrinsieke interesse aanmoedigen, leren eerst denken dan praten, zelf huiswerk maken, leren zich te concentreren)  Leerkracht (zelfvertrouwen, aangepaste instructies, werk op school en thuis afmaken, aandacht vragen, leren om doelen te stellen, organisatiestrategiën leren, straffen en belonen)

9  Wat kun je doen voor dominante zich aanpassende onderpresteerder:  Ouders (monitoring spiegelen, competentie, intrinsieke motivatie, boodschappen, gevoeligheid, kritiek accepteren)  Leerkracht (schoolprestaties centraal houden, uitdaging en competitie, versnelling, kritiek, intrinsieke motivatie)

10  Wat kun je doen voor dominante zich niet aanpassende onderpresteerder:  Ouders (terugdraaien van vroege dominantie, wensen- willen-werken-wachten, ADHD, vermijden van confrontatie, emotionele ups en downs, kind alleen laten zijn, het positieve onderhouden, ouders op een lijn, praten over presteren, communiceren met school, peeromgeving, professionele hulp zoeken)  Leerkrachten (leerkracht-kind verband vormen, gedragsproblemen en ADHD, routine zonder redentwisten, hen macht en publiek geven, manipulaties vermijden, verandering in groepen, competentie leren, open deur houden)

11 Stappen om Trifocal Model toe te passen op school 1. Administratieve ondersteuning 2. Geschreven plan 3. Opleiden van leerkrachten 4. Identificatie en screening - screening voor onderpresteren in het algemeen - screening voor intelectueel behaafde onderpresteerders - screening voor benadeelde onderpresteerders - screening voor onderpresterende meisjes 5. Praten met de ouders 6. De rol van de omgeving (rolmodellen) 7. Evaluatie

12 Referenties  Baum, S., Olenchak F.R. & Owen, S.V. (1998) – Gifted students with attention deficits: Facts and/or fiction? Or, can we see the forest for the trees? Gifted Child Quarterly, 42(2),  Bloom, B.S. (1985) – Developing Talent in Young People. New York: Ballantine.  Davis, G.A. & Rimm, S.B. (1998) Education of the Gifted and Talented (4e editie). Boston: Allyn and Bacon.  Felton, G.S. & Biggs, B.E. (1977) – Up from underachievement. Springfield, IL: Charles C. Thomas.  Fine, M.J. & Pitts, R. (1980) Intervention with underachieving gifted children: Rationale and strategies. Gifted Child Quarterly, 24,  Jackson, R.M., Cleveland, J.C. & Mirenda, P.F. (1975) – The longitudinal effects of early identification and counseling of underachievers. Journal of School Psychology, 13,  Perkins, J.A. & Wicas, E.A. (1971) – Group counceling with bright underachievers and their mothers. Journal of Counseling Psychology, 18,  Reis, S.M. & Purcell, J.H. (1993) – An analysis of content elimination and strategies used by elementary classroom teachers in the curriculum compacting process. Journal for the Education of the Gifted, 16(2),  Rimm, S.B. – Why bright kids get poor grades and what can you do about it (ISBN X, 1995). New York: Crown.  Whitley, M.D. – Bright Minds, Poor Grades (ISBN , 2001)  Rimm, S.B. – Keys to parenting the gifted Child (ISBN X, 2007)  Rimm, S.B. & Lovance, K.J. (1992) – The use of subject and grade skipping for the prevention of underachievement. Gifted Child Quarterly, 36,  Selingman, M.E. (1975) – Helplessness: On depression, development and death. San Francisco: Freeman.  Weiner, B. (1980) – Human motivation. New York: Holt.  Whitmore, J.R. (1980) – Giftedness, conflict and underachievement. Bostn: Allyn and Bacon.


Download ppt "ONDERPRESTEREN Waar komt het vandaan? Door: Renata Hamsikova Specialist in Educating the Gifted IeKu Advies."

Verwante presentaties


Ads door Google