De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OP OF OVER DE GRENS Analyse van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij NAH Egbert Kruijver – MW-VO / seksuoloog NVVS 28-11-2011 HAARLEM - JANSZALEN.

Verwante presentaties


Presentatie over: "OP OF OVER DE GRENS Analyse van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij NAH Egbert Kruijver – MW-VO / seksuoloog NVVS 28-11-2011 HAARLEM - JANSZALEN."— Transcript van de presentatie:

1 OP OF OVER DE GRENS Analyse van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij NAH Egbert Kruijver – MW-VO / seksuoloog NVVS HAARLEM - JANSZALEN

2 Op of over de grens  Seksueel grensoverschrijdend gedrag  Analyse van gedrag  Hyperseksualiteit & Seksuele ontremming  Omgaan met gedrag  Bespreekbaar maken van seksualiteit  Wat verder aan de orde komt  Inventarisatie vragen / wensen / hete hangijzers

3 Hyperseksualiteit  Opvallend en belastend gedrag… echter:  Het komt veel minder vaak voor dan hyposeksualiteit… Vraag:  Is het (een vorm van) seksualiteit?  of is het (een vorm van) ontremming?

4 Seksuele ontremming  Feitelijk een vorm van verstoorde seksuele impulsbeheersing, meestal in verband gebracht met frontaal letsel  Impulsdoorbraken, vergelijkbaar met:  Voedsel zien = moeten eten  Sigaretten zien = moeten roken

5 Analyse van seksueel gedrag  Matrix Bender/Nieuwstraten

6 Matrix Seksualiteit en NAH (Bender en Nieuwstraten, 2006) ontregelingbedreigddecompenserendgedecompenseerd seksuele vormgeving intieme relatie(s) sociaal seksuele ontwikkeling professionele en mantelzorg context

7 Omgaan met grensoverschrijdend gedrag

8 Typen gedrag  Agitatie / Onrust  Schreeuwen / Vloeken / Aanhoudend  Stalken  Stelen  Agressie  Verzet  Slaapproblemen  Niet stoppen  Hyperseksualiteit

9 Wat maakt het een probleem?  Veiligheid patiënt(en)  Veiligheid medewerkers   De context waarbinnen het gedrag plaatsvindt bepaalt meestal het probleem

10 Gedragsanalyse  Wat is het gedrag en wat is de context?  Welk gedrag?  Wanneer en waar komt het voor?  Bij wie, bij wie niet?  Wie deed wat precies?  Wie heeft wat waargenomen?  Wat ging er aan vooraf?  Wat was het resultaat van het gedrag?  Wordt er een patroon zichtbaar?

11 Bekend of nieuw gedrag?  Bij acute gedragsverandering letten op invloed van medicatie  Bekend gedrag dwingt ons om aan te passen  Helder krijgen of het gaat om:  Een omgevingstrigger  Een onvervulde behoefte  Een psychiatrisch beeld  Een medisch/iatrogeen probleem

12 Behoefte of Trigger  Onvervulde behoefte  Honger/dorst, beweging, eenzaamheid, pijn, verveling, etc.  Omgevingstriggers  Overstimulatie of onderstimulatie  Specifieke personen  Licht, geluid, geur, drukte, indrukken, etc.  Veranderingen

13 Meer psychiatrisch beeld?  Stemmingswisselingen  Depressie  Angst  Psychose

14 Gedragsprobleem?  Heeft de patiënt voldoende cognitieve capaciteiten om zijn/haar gedrag te kunnen zien als een gemotiveerde actie?  Of is er zo weinig cognitieve capaciteit dat het gedrag meer reflexmatig of routinematig is?

15 Daarom  Doen ze expres langer over hun ADL?  Vergeten ze expres taken en spullen?  Angstige mensen zonder inzicht in hun situatie zijn alleen bezig zichzelf te beschermen.

16 Interventies  Niet alle interventies werken bij alle patiënten  Niet elke interventie werkt elke keer  De sleutel = flexibiliteit  Vaak is de omgeving de trigger = verander de omgeving!

17 Afasie  Gebruik visuele cues  Geef langzame, korte, heldere instructies  Bejegening: spreek af of kondig aan hoe je gaat helpen  B.v. d.m.v. gesloten ja/nee vragen  Opschrijven  Wachten en luisteren

18 Proactieve benadering  Benader in het zicht / niet van achter of vanaf de neglect kant  Zeg wie je bent  Zeg wat je gaat doen voordat je het doet  Besef dat de reactietijd langer kan zijn  (5 secondenregel)  Deel een taak op in kleinere delen  Geef 1 instructie per keer, niet meer

19 Interveniëren  Weet wat iemand kalmeert  Wees je bewust van je stem, lichaamshouding, bewegingen, positie in de ruimte, etc  Maak een concreet stappenplan voor eenduidige team brede interventies

20 Seksuele intimidatie Grensoverschrijdend gedrag (GOG) Verbale agressie Fysieke agressie Ongewenste intimiteiten Traumatische ervaringen = Bejegeningsvraagstukken

21 Seksuele intimidatie is… Ongewenste Seksueel getinte Aandacht  De ontvanger bepaalt of het ongewenst is  Het gaat altijd om persoonlijke beleving: Pluis of Niet Pluis-gevoel

22 Seksuele intimidatie  Waar kan je last van hebben?  Wat roept het op?  Schuld en schaamtegevoelens  Je voelt je klein gemaakt en bekeken  Patiënt staat centraal en is afhankelijk  Assertieve mensen worden minder assertief =>  Negeren en vermijden

23 Seksuele intimidatie is… …Dus altijd subjectief  Het maakt niet uit of de dader toerekeningsvatbaar is  Het maakt niet uit of er ‘verzachtende omstandigheden’ zijn  Hetzelfde gedrag kan per situatie anders worden ervaren

24 Seksuele intimidatie is: Dus altijd subjectief Ergo…  De een is gevoeliger / vatbaarder voor seksuele intimidatie dan de ander.

25 Seksuele intimidatie Gevoeligheid bepaald door:  Grenzeloos in het zorgen?  Niemand mogen afwijzen?  Niemand willen kwetsen?  De sfeer niet willen verpesten?  Twijfel of het iets uithaalt?  Bang voor reactie collega’s/patiënten?

26 – Hoe denk je te zullen reageren wanneer iemand je lastig valt? – Ga eens na hoe je werkelijk reageert als iemand je lastig valt. Neem hierbij situaties in gedachten die je hebt meegemaakt. – Wanneer er tussen de twee bovenstaande punten een verschil is, hoe is dat verschil in jou geval te verklaren? – Reageer je op het werk hetzelfde als daarbuiten? – Neem voorbeelden in gedachten waarbij je je lastig gevallen voelde en ervoor koos om de ander te negeren of te vermijden. – Wat heeft deze strategie je gekost/opgeleverd op korte termijn? En gekost/opgeleverd op lange termijn? Bespreek met je collega:

27 Veel voorkomende reacties Gevoelens:  Schrik, schaamte, schuld, bevriezing, irritatie, beklemming, gekwetstheid, frustratie, angst, onmacht, teleurstelling, onveiligheid, walging, boosheid, wrok, verlegenheid, verdriet en vernedering.  Schaamte en schuld komen het meest voor. Gedachten:  ‘had ik maar (niet)….’,  ‘zo zijn mannen nu eenmaal’,  ‘hij kan er ook niets aan doen’  ‘dit moet ik kunnen hanteren’

28 Seksuele intimidatie Functie van schuldgevoel en irrationele gedachten:  Geeft gevoel van controle (het is mijn schuld)  Geeft gevoel van invloed (het ligt aan mij)

29 Leren agressie/intimidatie hanteren  Herkennen van eigen automatismen (reactiepatronen) en onderliggende ervaringen, overtuigingen, emoties, fysieke aspecten.  Leren duiden van gedrag van de ander.

30 Regie behouden door:  Afstand nemen en positie kiezen  Indien nodig eigen gedrag veranderen  Dit zeker bij doelgroepen waarbij specifieke grensoverschrijdingen te verwachten zijn Leren agressie/intimidatie hanteren

31

32 Hulpmiddelen bij gerichte seksuele stimulatie  Glijmiddel (ondersteuning)  Vibrator (gerichte seksuele prikkeling)  Bijvoorbeeld van Emotional Bliss Voor mannen en vrouwen

33 Seks bespreken?

34 Hoe maak je seks bespreekbaar?  Mag je erover praten? Ben je gelegitimeerd vanuit beleid/visie?  Wil je erover praten? Wat is je persoonlijke houding? Wat is jouw mate van (on)gemakkelijkheid?  Kan je erover praten? Beschik je over kennis & vaardigheden?

35 Mag je erover praten?  Heeft jouw instelling / heb je zelf een visie op seksualiteit, als thema binnen jouw werkveld?  Weet jij wat jouw afdeling / team vindt?  Waar komen je patiënten of cliënten mee?  Elke chronische aandoening heeft impact op de seksualiteit: dit legitimeert proactieve en structurele aandacht voor seksualiteit

36 Wil je erover praten?  Cultuurwaarde: Seks is privé  Ergo: vragen naar seks = nieuwsgierigheid  Geen professionele legitimatie = nieuwsgierigheid  Thema raakt eigen persoon  Eigen opvattingen en ervaringen  Misvattingen over de patiënt/cliënt  Ben je bereid jezelf vertrouwd te maken met het thema, door je grenzen een beetje te verleggen?

37 Kan je erover praten?  Ja, door legitimeren (want het mag van jezelf, team of instelling)  Ja, door te experimenteren (je wilt het proberen)  Vertrouw op je eigen kennis en vaardigheden  Je hoeft niet alles te weten of op te lossen!  Kies taal die bij jou past en die de patient begrijpt  Als je respectvol bent en goed luistert, kan er niets mis gaan

38 Ja maar HOE dan? 3 wegen: 1. Maak een bruggetje vanuit je taak of discipline naar relaties, intimiteit en seksualiteit 2. Vraag naar veranderingen 3. Check behoefte aan informatie

39 1. Het “Bruggetje”  Je begint nooit abrupt of totaal onverwacht over seksualiteit. Dit vraagt om een inleiding die zowel jezelf als de patiënt gerust kan stellen  Een bruggetje is niets anders dan een kort inleidend praatje tot het onderwerp seksualiteit  Het zijn de paar zinnen waarin je jezelf legitimeert en waarin je checkt of de patiënt open staat voor het onderwerp  Stel je eigen bruggetje(s) samen en maak ze eigen

40 Recept voor een “bruggetje”  Vooraf: wat werkt = wat bij jou past  Formuleer het “bruggetje” zoals dat bij jou past en bij je functie past als Arts/-assistent, Psycholoog, Verpleegkundige, Fysiotherapeut, Etc  Hoe vaker je je eigen bruggetje gebruikt, hoe makkelijker het wordt (ook om met de minder leuke patiënten seksualiteit te bespreken)

41 Recept voor een “bruggetje”  1. Inleidende zin:  B.v. We komen nu bij een onderwerp dat voor de meeste mensen nogal privé is…namelijk seksualiteit  2. Benoem de mogelijke weerstand  B.v. Soms vinden mensen dat wat vreemd…  3. Geef een korte, heldere ‘waarom’  B.v. …maar ik vind het als … belangrijk om ook de invloed van uw ziekte op de seksualiteit aandacht te geven (als u daar behoefte aan heeft).  4. Vraag toestemming van de patiënt  B.v. Vindt u het goed om hier over te spreken?

42 2. Vragen naar veranderingen  Vraag naar veranderingen i.p.v. problemen  Is er voor u iets veranderd in de relatie / seksualiteit door de ziekte? Of:  Wat is er voor u (en/of uw partner) veranderd in de relatie / in de intimiteit / seksualiteit?  Zijn er veranderingen waar u zich zorgen om maakt?  Wilt u hier iets mee? Waar denkt u aan?

43 3. Behoefte aan informatie  Inleiden met algemene informatie, b.v.:  Veel medicijnen (met name antidepressiva) hebben invloed op seksuele gevoelens. Heeft u behoefte aan meer informatie hierover?  Er bestaan folders over verschillende ziekten en de invloed daarvan op de seksualiteit. Zo ook over uw aandoening. Heeft u belangstelling voor zo’n folder?  Veel patiëntenorganisaties hebben folders ontwikkeld, te vinden op het internet.

44 Communicatie over cultuurgrenzen  In de meeste niet-westerse culturen wordt minder rechtstreeks over seksualiteit gesproken  Men ervaart de Hollandse nuchterheid vaak als onbeleefd / onbehouwen  Tip: spreek eerst in algemene zin over ‘het huwelijk’ en tast af waar men zich zorgen over maakt.  Pas wanneer de patiënt een probleem aangeeft, vraag je toestemming om de klacht precies uit te vragen. Wees dan wél specifiek!  Stel concrete, eenduidige vragen en wacht af

45 Hulpmiddelen bij erectieproblemen  Penisring (om erectie vast te houden)  Vacuümpomp (om erectie te krijgen)  Orale medicatie om erectie te ondersteunen (Viagra, Cialis, Levitra)  Injecties in de penis (Androskat, Caverject)

46

47 Dank voor je aandacht!


Download ppt "OP OF OVER DE GRENS Analyse van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij NAH Egbert Kruijver – MW-VO / seksuoloog NVVS 28-11-2011 HAARLEM - JANSZALEN."

Verwante presentaties


Ads door Google