De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De rups wordt de vlinder De bloesem wordt de kers Het jaar gaat van de zomer Over in de herfst De boom begint te kalen De vogel verlaat het nest En jij.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De rups wordt de vlinder De bloesem wordt de kers Het jaar gaat van de zomer Over in de herfst De boom begint te kalen De vogel verlaat het nest En jij."— Transcript van de presentatie:

1 De rups wordt de vlinder De bloesem wordt de kers Het jaar gaat van de zomer Over in de herfst De boom begint te kalen De vogel verlaat het nest En jij wordt groot, maar minder vanzelf als de rest (Bas Rompa)

2 Grenzen stellen … en af en toe eens door de vingers kijken Lezing De Speling Lommel Dr. Lieve Swinnen Kinder- en Jeugdpsychiater 30 januari 2014

3 Inhoud •Inleiding •Braakliggend terrein? •Fundamenten •Gelijkvloers Leiding nemen Grenzen stellen Belonen en straffen De grens over… •Verdieping/dak •Klaar!?

4 Wat is opvoeden? Ouders voeden hun kinderen op. Dat betekent dat de ouders hun kinderen leren hoe ze moeten leven, wat goed en fout is enzovoort. (van Daele Junior woordenboek)

5 Wat is opvoeden? •Beïnvloedingsproces • Ouders  kind • Invloed van ruimere omgeving •Veranderlijk • Èn ouder èn kind doorlopen een eigen ontwikkeling  tot 12 jaar: grote eensgezindheid over basisbeleid: structuur, affectie, sociale steun  tieners: variatie wordt veel groter •Moeilijker dan vroeger?

6 De nieuwe gezinnen •Kleinere gezinnen •Veel twee-verdienders-gezinnen, of één-ouder-gezinnen, andere samenlevingsvormen •De ‘me, myself and I’ – generatie •Hoog aantal echtscheidingen •De wereld is mijn dorp •Internet, gsm,…

7

8 De achterbankgeneratie •Veel mogelijkheden, maar ook veel verwachtingen •Kinderen moeten zeer flexiebel zijn •Vrijetijdsbesteding enorm veranderd: computer, games,… •Veel minder beweging (zwaarlijvigheid!) •Verhoogd onveiligheidsgevoel : Dutroux, verkeer,…

9

10 Pendelbewegingen Autoriteit, niet toegeven (1960)  Ouders geven meer toe (1980)  Kinderen meer verwend dan ooit? (2005) (37 % : permissieve opvoedingsstijl: verantwoordelijkheid niet opnemen, toegeeflijkheid, inconsequent handelen)  Ouders worden terug strenger? (2009)

11 Wie is verantwoordelijk? Ouders zijn de eerste opvoedingsverantwoordelijken •Opvoeden is een engagement: dit vraagt tijd, betrokkenheid. •Ouders moeten keuzes maken: hoeveel werken, kinderopvang, vrije tijd •Verschil tussen ‘schuld hebben aan iets’ en ‘verantwoordelijk zijn voor iets’

12 Wie is verantwoordelijk? Ouders hoeven niet perfect te zijn •Hulp via opvoedingsondersteuning •Zorg delen : zeker bij kinderen die ‘anders’ zijn •Maatschappelijke keuzes •Belang van onderwijs

13 Braakliggend terrein?

14 Kindfactoren •Aanleg –Jongens/meisjes –Temperament –Veerkracht –Moeilijk leerbaar –Angstig –Agressief –Ontwikkelingsstoornis

15 Omgevingsfactoren •Leefsituatie –Gezin •Ouders hebben een grote invloed •Kwaliteit ouder/kind relatie zeer belangrijk –Buurt –School –Samenleving •1 op 7 Belgen leeft onder de armoedegrens! •Kinderen/jongeren hebben zéér weinig inspraak

16 Gebeurtenissen •Gebeurtenissen die ontwikkeling doorkruisen –Beperken van ‘traumatische’ gebeurtenissen: verlieservaring, (v)echtscheiding, verhuis, verandering van school. –Voorkomen van mishandeling en misbruik

17 Fundamenten

18 Houden van •Opvoeden heeft alles te maken met graag zien, liefhebben, zorgen voor. •De basis voor ontwikkeling: een stabiele relatie met volwassenen opbouwen. •Een vroege vertrouwensband: noodzakelijk om evenwichtig te ontwikkelen en later zèlf relaties aan te kunnen gaan.

19 Een veilig nest •Hechting: voldoende vertrouwen om ontwikkeling en invloed van volwassene mogelijk te maken. •Vertrouwen: volwassene is stut en steun, beschermt tegen ontgoochelingen. (‘Met scha en schande’ ontwikkel je niet goed). •Stabiliteit: niet te veel veranderingen. Teveel kinderen groeien op in bijzondere omstandigheden!

20 Opvoeding •Niet te onderschatten creatieve kracht! •Noodzaak: geen enkel kind koos ervoor om geboren te worden! •Investeren in positieve opvoedingsvaardigheden: grenzen stellen, controle/opvolging, consequent reageren, •It takes two to tango! •Af en toe eens door de vingers kijken…

21 Gelijkvloers

22 Leiding nemen Leiden is 1. Diegene die iets leidt, bepaalt wat er gebeurt. 2. Als je iemand naar een plek leidt, breng je hem ergens naar toe. (van Daele Junior woordenboek)

23 Kinderen  Ouders •Goede band  beste vrienden •Verantwoordelijkheid ligt bij de volwassene •Goede relatie tussen opvoeder en kind: elk heeft zijn rechten en plichten •Geef leiding: stel grenzen, corrigeer en beslis zo nodig

24 Mama is geen papa (en omgekeerd) •Mama’s zijn meer praters. –Uitleg –Leren problemen oplossen met praten –Troosten –Krijgen meer ‘geheimpjes’ te horen •Papa’s zijn meer doeners. –Handelen: probleemgedrag stopt sneller –Kordater: kort en duidelijk

25 Omama en Opapa •Oma’s en opa’s nemen best de opvoedersrol nièt opnieuw op •Niets is leuker voor een kind om een oma/opa te hebben waarbij je niets verkeerd kan doen •Toch opvoeder: dan mee sturen en disciplineren •Goede communicatie is essentieel

26 Gedrag = leerproces •Imitatie: nabootsen van gedrag –Hoe belangrijker de relatie met de ander: hoe groter het imitatie-effect –Duidelijk verband tss communicatiestijl moeders en die van de kinderen –Negatieve gedragspatronen (bv schreeuwen/schelden): imitatie neemt toe bij het ouder worden (geen angst meer)

27 Gedrag = leerproces •Positief gedrag dat je aanmoedigt neemt toe = allerbelangrijkste! •Negatief gedrag dat je aanmoedigt neemt toe •Positief gedrag dat je negeert neemt af •Negatief gedrag dat je negeert neemt af = moeilijkste!

28 Gedrag = leerproces •Positieve bekrachtiging –Positief/negatief: 6/1 (fifty/fifty is al heel aardig!)  Verbetert gezinsklimaat  Positief gedrag dat je aanmoedigt herhaalt zich  Regelmatig door de vingers kijken…  –Sociale leertheorie : Een kind leert ook van wat het andere kinderen ziet doen (brussen, vrienden,…)

29 Grenzen stellen Een grens is 1.Denkbeeldige lijn die twee gebieden scheidt. 2.Hoeveelheid, waarde die niet overschreden mag worden. (van Daele Junior woordenboek)

30 Geef de grens aan! •Regels zijn belangrijk •Zorg voor structuur •Leer je kind luisteren •Leer luisteren naar je kind •Niet-luisteren

31 Regels zorgen voor veiligheid •Regels zijn noodzakelijk : ze zorgen voor een veilige ruimte Een kind dat geen regels opgelegd krijgt moet teveel energie stoppen in het cre ë ren van de eigen veiligheid Een puber die geen regels krijgt gaat zelf op zoek naar de grenzen, vaak via extreem gedrag

32 Regels geven duidelijkheid •Een kind moet weten wat er van hem/haar verwacht wordt : Problemen rond bedtijd, snoepen of tv-kijken, geraken zonder regels niet opgelost •Dit vraagt overleg: wat willen jullie precies? Is het duidelijk, dan ben je vertrokken, om een tijd later opnieuw te moeten beginnen, want grenzen dienen aangepast aan de leeftijd/ capaciteiten van het kind.

33 Rust, reinheid en regelmaat •Maandag wasdag, dinsdag strijkdag… regelmaat brengt structuur aan, maakt zaken voorspelbaar –Structuur in tijd –Structuur in ruimte •Er gebeurt teveel, en teveel door elkaar. –Doe niet altijd twee zaken tegelijk –Vereenvoudig de opdrachten

34 Luisteren •Luisteren = vaardigheid die moet aangeleerd worden •Luisteren = veranderlijk met de leeftijd •Luisteren = positieve gevolgen! •Luisteren moet evolueren naar een luisteren vanuit keuzes •Af en toe… niet luisteren (door de vingers kijken

35 Opgroeien zonder grenzen Niet leren met frustraties omgaan, geen neen verdragen, nooit gecorrigeerd worden,… leiden tot : •Gedragsproblemen: agressie, ettertjes  •Depressie •Sociale problemen

36 Hoe begin je eraan? •Pak niet alles tegelijkertijd aan •Overleg : zeker met je partner, bij ouder wordende kinderen ook met hen •Maak regels zichtbaar! •Wees consequent •Uitzonderingen bevestigen de regel •Alle begin is moeilijk: gun jezelf en je kind fouten

37 Geef het goede voorbeeld ‘De enige verstandige manier van opvoeden bestaat erin een voorbeeld te zijn.’ (Albert Einstein) Dus: leef het leven voor. •Van tafelmanieren tot met twee woorden spreken. •Van speelgoed delen tot antiracisme. •Van knuffelen tot complimentjes geven. •Van gevoelens uiten tot praten over drugs.

38 Het woordje ‘ nee ’ •Een grens aangeven doe je veelal met een ‘ nee ’ •Op korte termijn geeft ‘ ja ’ rust, op lange termijn geeft ‘ nee ’ rust! •Hoe jonger je begint, hoe gemakkelijker •Leren omgaan met frustraties (= negatief gevoel) is ontzettend belangrijk •Schrap het woord zielig uit je woordenschat

39 Controleer wat je vraagt •Wees duidelijk: wat en wanneer –Bv ga nu je tanden poetsen •Controleer of het gebeurt –Ga met je kind mee, volg op •Vraag niet te veel, maar zorg wèl dat het gebeurt! -Je kind leert dat wat je vraagt belangrijk is -Zorg dat je kind niet alleen luistert wanneer jij je boos maakt!

40 Belonen •Dit staat vast: Je bereikt veel meer met belonen/aanmoedigen dan met straffen. •Belonen ≠ verwennen •Goed gedrag is nièt vanzelfsprekend •Dus : steek je energie in het aanmoedigen van positief gedrag! •Sociale beloningen werken het best!

41 Straffen •Straf zo weinig mogelijk! •Als je toch straft: –Milde straf –Wees duidelijk, waarschuw op voorhand –Betekenis van straf –Wees consequent –Straf jezelf niet –Straf volgt best zo snel mogelijk na de fout –Na straf komt de vergeving!

42 EHBO bij problematisch gedrag (Prof. Dr. Adriaenssens) •Help sneller en betere alternatieven bedenken om problemen op te lossen. •Leren de juiste interpretatie geven aan wat gebeurt. •Probleemgedrag is vaak dekmantel van angst en onzekerheid. •Filosofeer: leer wijs nadenken over gedrag •Opvoedingsstijl bekijken en bijstellen

43 Verdieping/dak

44 Vijf grote veranderingen Puberteit: periode van de lichamelijke veranderingen •E é n : de groeispurt •Twee : kritiek op eigen lijf •Drie : de blik naar buiten •Vier : de val van ma en pa (vrienden zijn belangrijker!) •Vijf : verliefd tot en met

45 Rijping van de hersenen •Twaalf/dertien-jarigen : hersenen nog zeer dicht bij de ontwikkeling van acht- tot negenjarigen • Zestien/zeventien-jarigen : ontwikkeling erg dicht bij die van volwassene •Tussenzone : periode van grote constructiewerken in de hersenen met meer risico op instabiliteit

46 Tienerhersenen •Niet klaar voor complexe opdrachten : niet goed in co ö rdinatie, planning en geheugen. E é n voor éé n = betere strategie. •Amygdala: centrum in de hersenen dat ons alert maakt bij gevaarlijke, nieuwe en opwindende gebeurtenissen (soort alarmcentum) snelle, impulsieve reactie = overactief bij tieners. ‘ Tieners leven vanuit hun buikgevoel ’

47 Tienerhersenen aan het werk •Belangrijkste mechanisme : zien en handelen –Fouten bij het inschatten van risico ’ s, temperen van impulsvititeit, interpreteren van sociale situaties •Ontwikkeling naar zien, denken en handelen : neuraal proces –Maar : emoties bepalen heel sterk het openstaan voor gesprek, aandacht voor de anderen … en of wat gezegd/gedaan wordt invloed heeft op je verdere handelen

48 De kwetsbaarheid van de adolescentie •Zaken als aandacht, concentratie, impulsiviteit en geheugen : ni è t alleen door opvoeding bepaald •Jongeren zijn door hun ‘ onrijpe hersenen ’ zeer kwetsbaar. Dit vertaalt zich in de kinderpsychiatrie : vatbaar voor depressies, zelfmoordgedachten, eetproblemen of delinquent gedrag

49 Klaar!?

50 Kind met probleem •2O ► 3O % van de kinderen/jongeren met psychisch/psychiatrisch probleem (vgl : 1O% met chronische ziekte) •Meest voorkomende: –Gedragsstoornissen 2-16% –ADHD : 5-7 % –Angststoornissen 2-5% –Depressie 3-5% •Met 7 op 10 jongeren gaat het goed!

51 Ouder/kind relatie •Het werk en de investeringen in de eerste achttien jaar zal de kwaliteit bepalen van wat nadien komt.

52 Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn. ‘Ik ga voor geruime tijd op reis,’ zei hij, 'maar ik weet niet voor hoe lang. Ik neem dus maar zó afscheid dat het ook voor heel lang kan zijn. ' Zij schudden elkaar vijf keer de hand en omhelsden elkaar ook zoals bij het afscheid voor lange tijd hoor. 'Laat je nog iets van je horen?' vroeg de eekhoorn. De mier had zich al omgedraaid en riep, terwijl hij langs het bospad liep: 'Ja!' Even later was hij uit het gezicht verdwenen en bleef de eekhoorn alleen achter. Wat zou het voor reis zijn? dacht hij. Maar hij wist hoe weinig je kan zeggen van reizen die nog moesten beginnen. Uit: Misschien wisten zij alles. Toon Tellegen; uitg. Quirido 


Download ppt "De rups wordt de vlinder De bloesem wordt de kers Het jaar gaat van de zomer Over in de herfst De boom begint te kalen De vogel verlaat het nest En jij."

Verwante presentaties


Ads door Google