De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Autisme spectrum Autismespectrumstoornissen (R.J. van der Gaag)

Verwante presentaties


Presentatie over: "Autisme spectrum Autismespectrumstoornissen (R.J. van der Gaag)"— Transcript van de presentatie:

1 Autisme spectrum Autismespectrumstoornissen (R.J. van der Gaag)

2 Autisme spectrum stoornis = PDD-NOS  Je kan niet gewoon autisme spectrum stoornis hebben. Wel één van de stoornissen uit het autisme spectrum  Bron voor diagnose: DSM-IV TR

3 Autisme spectrum stoornis Autistische stoornis (DSM-IV TR)  Kwalitatieve tekortkomingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende elementen:  Opmerkelijke tekortkomingen in het aanwenden van lichaamstaal of houding. Bijvoorbeeld; rechtstreeks oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding en gebaren.  Onvermogen om met leeftijdsgenoten relaties aan te gaan die aangepast zijn aan het ontwikkelingsniveau, ze gaan meestal om met jongere kinderen of oudere mensen, maar niet met leeftijdsgenoten.  Onvermogen om spontaan vreugde, interesses of successen te delen met andere personen (bijv. niet kunnen tonen, aanduiden of aanwijzen van voorwerpen die belangstelling wekken).  Gebrek aan sociale of emotionele wederkerigheid ofwel het niet tonen van emoties.  Kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie, zoals blijkt uit minimaal één van de volgende elementen:  Vertraging in of gebrek aan ontwikkeling van de gesproken taal (zonder pogingen tot compensatie via andere manieren van communicatie, bijvoorbeeld gebaren of gelaatsuitdrukkingen)  Bij personen met goed taalgebruik tekortkomingen in het voeren van conversaties met anderen  Stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig, afwijkend taalgebruik  Ontbreken van gevarieerd en spontaan fantasiespel of sociaal imiterend spelen op het passende niveau van sociale ontwikkeling

4 Autisme spectrum stoornis Autistische stoornis (DSM-IV TR)  Beperkte, repetitieve en stereotiepe gedrag-, interesse en activiteitenpatronen, zoals blijkt uit minstens één van de volgende elementen:  Allesomvattende preoccupatie, die abnormaal is voor wat intensiteit of aard betreft, met één of meerdere stereotiepe en beperkte interesse-patronen.  Ogenschijnlijke onwrikbare gehechtheid aan specifieke, niet-functionele routines of rituelen.  Stereotiepe en repetitieve motore maniërismen (bijvoorbeeld fladderen of draaibewegingen maken met handen of vingers, of complexe bewegingen maken met heel het lichaam).  Aanhoudende preoccupatie met (onderdelen van) voorwerpen.  Vertraagd of abnormaal functioneren op minimaal één van de volgende gebieden, beginnend voor de leeftijd van drie jaar:  Sociale interactie.  Taal (gebruikt in sociale communicatie).  Symbolisch spel of fantasiespel.  Er is niet voldaan aan de criteria voor de stoornis van Rett of desintegratiestoornis van de kinderleeftijd.

5 Autisme spectrum stoornis Autistische stoornis

6 Autisme spectrum stoornis Syndroom van Asperger  Hoogbegaafd autisme  Wil niet zeggen een IQ hoger dan 130. Wel meer dan normale autisten, normaalbegaafd dus …

7 Autisme spectrum stoornis Stoornis van Rett  Enkel bij meisjes  Bij jongens al dodelijk voor de geboorte  Fout in X-chromosoom  Afname in de schedelgroei

8 Fase I Na een normale ontwikkeling tot de 6e à 18e levensmaand, stagneert de ontwikkeling. De ontwikkeling van de hersenen vertraagt, de ontwikkeling van sociale vaardigheden en spelontwikkeling komen tot stilstand. Fase II Na een tijdelijke stilstand in de ontwikkeling, ziet men een achteruitgang van reeds verworven vaardigheden, zoals spraak, lopen en het langzamerhand verloren gaan van doelbewust gebruik van de handen. Er is vrijwel altijd sprake van een ernstige vermindering van de intelligentie (mentale retardatie). Het kind keert ook in zichzelf en vertoont autistisch gedrag, waar het voorheen nog sociaal was en contact legde met zijn omgeving. Er ontstaan stereotiepe handbewegingen. Fase III Ongeveer tussen het tweede en tiende levensjaar verbetert het gedrag van het kind en is het minder in zichzelf gekeerd. Er wordt weer vooruitgang geboekt en het meisje voelt zich kennelijk wat beter. Veel van de kinderen met het syndroom van Rett blijven hun leven lang in deze fase. Fase IV Na het tiende levensjaar treedt de vierde fase op, maar soms bereikt een persoon deze fase veel later of zelfs helemaal niet. Ze kenmerkt zich door een nieuwe achteruitgang, meestal uitsluitend op motorisch vlak. Autisme spectrum stoornis Stoornis van Rett

9 Autisme spectrum stoornis De desintegratiestoornis van de kinderleeftijd  Eerste twee jaar (of langer) normale ontwikkeling  Voor het tiende levensjaar raken ze eerder opgedane vaardigheden op het gebied van taal, sociaal gedrag, communicatie en motoriek weer kwijt.  Beperkt, repetitief of stereotiep gedrag  De prognoses zijn slecht

10 Autisme spectrum stoornis PDD-NOS  Omdat PDD-NOS een restgroep is en de symptomen in vorm en intensiteit uiteenlopen, zijn er geen 'harde' criteria.  Wel bestaan er enige richtlijnen: Er is een duidelijke achterstand of beperking in de sociale interactie; daarbij bestaan er tekortkomingen in de (non-)verbale communicatievaardigheden of is er sprake van stereotiep gedrag en interesse  In Nederland: PDD-NOSS’er een op zichzelf staand begrip ≠ rest van de wereld. ► Twee verschillende ‘stromingen’ 1. PDD-NOSS = aparte entiteit 2. Subgroepen binnen PDD-NOS (Kanner-autisme, syndroom van Asperger en MCDD)

11 Autisme spectrum stoornis PDD-NOS: onderzoek  Uitgebreide informatie inwinnen bij de betrokkene zelf, bij de ouders en bij personen uit het derde milieu, meestal de school  Soorten vragenlijsten  VISK  ASQ  AQ (bij ouderen)  CBCL  Gestandaardiseerde interviews (speciale training vereist!)  ADI  ADOS

12 Autisme spectrum stoornis Epidemiologie  Afgelopen decennia duidelijke toename van het aantal gevallen van autisme Misverstand: classificatie hoeft niet samen te vallen met het klassiek klinisch beeld van autisme  Grotendeels erfelijke ziekte veroorzaakt door negatieve wisselwerking tussen 3 of 4 genen  Autisme: 1 op 300 individuen (Nederland: PDD-NOSS’ers)

13 Autisme spectrum stoornis Signalen en symptomen (bij kinderen jonger dan twee jaar)  Sociale signalen  Maakt geen of nauwelijks oogcontact  Speelt het liefst alleen  Leeft in een ‘eigen’ wereldje  …  Communicatieve signalen  Reageert niet op zijn of haar naam  Wijst niet, zwaait niet  Geeft niet aan wat hij of zij wil  …  Gedragskenmerken  Fladdert  Loopt op de tenen  Hecht zich aan ongebruikelijke voorwerpen  … In de puberteit: dwangklachten, stemmingsstoornissen ► depressie

14 Autisme spectrum stoornis Oorzaken  In de loop der jaren verschillende oorzaken onderzocht  Afwijkingen in de grote hersenen  Hersenstam  Afwijkingen in de kleine hersenen  Virussen  Afwijken op niveau van celverbindingen  Voeding / stofwisseling GEEN CONSENSUS!

15 Autisme spectrum stoornis Basiscriteria  Abnormale sociale ontwikkeling  Niet komen tot nabootsen van gedrag  Niet kunnen interpreteren van feedback  Niet kunnen reconstrueren van ervaringen  Gefragmenteerde kijk op dingen, mensen en situaties  Verstoorde of afwezige ‘Theory of mind’ (autisten zouden niet tot doen-alsof-spelletjes kunnen komen) Theory of mind: menselijk vermogen om het perspectief van anderen te kunnen zien.  Abnormale taalontwikkeling  Tot ruim de helft van de autistische populatie komt niet tot een nuttig taalgebruik  Tijdens een gesprek niet bij een onderwerp kunnen blijven MAAR: Geen verstoord taalvermogen bij jongeren met het syndroom van Asperger!

16 Autisme spectrum stoornis Basiscriteria  Stereotiep en repetitief (denk-) gedrag (ook dit zeer ruim geïnterpreteerd!)  Urenlang schommelen  Fladderen met handen  Wrijven  Zonder vermoeibaarheid zelfde handelingen uitvoeren  Ander beperkt aantal interessegebieden  Gefragmenteerde kijk op de wereld Vb. Autistische vrouw – 49 katten gezien, maar wat is nu een kat? MAAR: Bij sommige PDD-NOS is dit niet het geval!

17 Autisme spectrum stoornis Behandeling, advisering en verwijzing  Er is geen behandeling bekend die de stoornis kan genezen aanpassen en veranderen  Howlin & Rutter: behandeling- en begeleidingsprincipes Stimuleren van een gezonde en adequate ontwikkeling - Het leven van het kind moet overzichtelijk ingericht worden in tijd Vergroten van de flexibiliteit en van het aanpassingsvermogen - Ideale wereld: voorspelbaarheid en herhaling ► kwetsbaarheid! Behandelen van bijkomende storende gedragingen - Spanning of te hoge verwachtingen moeten aangepast worden Begeleiden van ouders, broers en zusjes en allen die bij de begeleiding en de behandeling betrokken zijn - Belangrijk, want het gevaar van emotionele overbetrokkenheid met het gevaar op burn-out ligt op de loer

18 Autisme spectrum stoornis Rol van de huisarts  Poortwachter die ontwikkelingsproblematiek die past binnen het autistisch spectrum vroegtijdig signaleert  Opvanger en begeleider van het gezin dat dergelijk ‘slecht nieuws’ heeft ontvangen over de ontwikkeling van hun kind  Monitor van medicatie die evenwel nodig is om gedragsproblemen in goede banen te leiden

19 EINDE …


Download ppt "Autisme spectrum Autismespectrumstoornissen (R.J. van der Gaag)"

Verwante presentaties


Ads door Google