De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-4.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-4."— Transcript van de presentatie:

1 Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-4

2 H1: werken of vrije tijd Inkomen is nodig om goederen en diensten aan te schaffen. Je wil welvaart creeeren – Welvaart is de mate waarin met de beschikbare middelen in de behoeften kan worden voorzien. Nederlanders werken gemiddeld minder uren in vergelijking met andere landen, oorzaken zijn: – De gemiddelde werkweek bij een volledige baan bedraagt 36,7 uur in Nederland (in andere landen omvat een volledige baan gemiddeld meer uren) – Belangrijkste reden: In Nederland werken gemiddeld veel meer deeltijdwerkers

3 Definities Volledig baan = arbeidsjaar Werkgelegenheid = aantal arbeidsjaren = arbeidsvolume p/a ratio: verhouding personen / arbeidsjaren – Naarmate er meer mensen in deeltijd werken stijgt de p/a ratio Participatiegraad = een maat om deelname op de arbeidsmarkt te onderzoeken

4 Participatiegraad Participatiegraad = (beroepsbevolking / pot. Beroepsbevolking) x 100% Totale bevolking1) jarigen (= potentiele beroepsbevolking) 1.1) beroepsbevolking1.1.1) werkenden 1.1.2) werkzoekenden 1.2) Niet- beroepsbevolking (werken niet en zijn niet op zoek)

5 H2: Arbeidsparticipatie omhoog? Actieven: mensen met een betaalde baan Inactieven: mensen met een uitkering i/a ratio: geeft aan hoeveel mensen uitkeringen worden betaald door mensen die belastingen en premies afdragen – (aantal inactieven / aantal actieven) x 100 – Bij het berekenen van de i/a ratio wordt gerekend vanuit volledige banen en volledige uitkeringen (dus deeltijd moet eerst omgerekend worden naar voltijdsbanen of voltijdsuitkeringen)

6 i/a ratio als i/a ratio stijgt, dan – Stijgt i (dit is meer inactieven) en/of, – Daalt a (dit is minder actieven) – Dit betekent dat met relatief minder mensen met een baan meer uitkeringen moeten worden betaald (of hogere belastingen of lagere uitkeringen) Oplossingen: – a stijgt door vergroten van de productie per werkende (actieven werken meer uren; arbeidsproductiviteit verhogen) – a stijgt of i daalt: Verhogen van de arbeidsparticipatie (pensioenleeftijd; verlagen uitkeringen; verbetering kinderopvang)

7 Arbeidsproductiviteit Arbeidsproductiviteit (=apt) is de hoeveelheid productie per werkende uitgedrukt in geld of stuks per tijdseenheid Bijvoorbeeld: – Een land heeft een BNP van 500 miljard euro – Er werken 10 miljoen mensen – De apt = 500 miljard / 10 miljoen = Euro/Jr. – Nationaal product is nationaal inkomen

8 H3: Loonvorming Arbeidscontract is een overeenkomst tussen werkgever en werknemer – Primaire arbeidsvoorwaarden (loon, werktijden) – Secundaire arbeidsvoorwaarden (reiskosten, pensioenopbouw, kinderopvang etc.) Arbeidscontract – Individueel – Collectief (CAO): wordt afgesloten door vakbonden namens de werknemers en de werkgevers(bonden)

9 CAO Organisatiegraad: het % werknemers of werkgevers dat is aangesloten bij een vakbond (ca. 25%) of werkgeversbond (ca. 90%). Hoe hoger de organisatiegraad des te meer macht hebben de bonden. Doelstelling vakbonden: verbetering van de arbeidsvoorwaarden, dit zijn meestal de lonen (Een te grote loonstijging kan invloed hebben op de winst en het aantal banen, is dat verstandig?)

10 CAO -2 Doelstelling is vooral loonstijging. De stijging is opgebouwd uit 2 componenten: – Prijscompensatie: dat deel van de loonstijging dat compenseert voor hogere prijzen (inflatie) – Initiele loonstijging: als bovenop de prijscompensatie nog een algemene loonstijging volgt waardoor de koopkracht toeneemt. (dit kan voorkomen als bijvoorbeeld de apt toeneemt waardoor de productie en de winst toeneemt)

11 Indexcijfers: lonen en prijzen Om reeele veranderingen van lonen en prijzen (=invloed op koopkracht) te berekenen gebruik je indexcijfers. Het basisjaar is 100. Reeel Index Cijfer = – Nominaal indexcijfer / prijsindexcijfer x 100 – RIC = (NIC / PIC) x 100 = (116,7 / 103) x 100 = 113,3. Dit betekent dat de koopkracht met 13,3% is toegenomen. Jaar 1Jaar 2Jaar 1Jaar 2 loon ,7 prijzen

12 Indexcijfers: loonkosten en winsten Als loonkosten stijgen dan daalt de winst. Als de productie stijgt dan kan de loonstijging betaald worden uit de groei van de apt. Als werkgever wil je weten hoe loonkosten per product zich ontwikkelen. Indexcijfer loonkosten / product = – (Indexcijfer loonkosten p.werkn. / indexcijfer apt) x 100 Groei loon per werknemer APTIndexcijfer Jaar 11,4%1,0%(101,4/101)x100 = – de kosten per product nemen toe en de winst per product daalt) Jaar 21,4%2,0%(101,4/102,0)x100 = 99,4 – de kosten per product nemen af en de winst per product stijgt)

13 Loonkosten en winst Loonkosten omhoog dan verhogen ondernemers hun prijzen om winst op peil te houden. Als loonstijging gelijk is aan stijging apt en inflatie samen dan geen effect op verhouding winst/loon Loonruimte = % waarmee lonen kunnen stijgen terwijl de verhouding winst/loon gelijk blijft (bij vakbonden vaak het startpunt van de onderhandelingen)

14 H4: Flexibilisering van arbeidsmarkt De economische ontwikkeling van een land is de economische conjunctuur. – Bij hoogconjunctuur (het gaat erg goed) worden meer banen gemaakt dan vernietigd – Bij laagconjunctuur (het gaat erg slecht) worden minder banen gemaakt dan vernietigd Nederland is veranderd van een landbouw en industrie land naar een dienstenland Meer dan 80% werkt in dienstensector. Oorzaken zijn: – Einde loonmatiging: hierdoor stijgen de lonen en dalen de winsten en verhuizen industrieele bedrijven naar het buitenland of gaan failliet – Stijging apt: er worden meer machines en ander kapitaal ingezet waardoor er minder mensen nodig zijn en vooral in de landbouw en industrie neemt de werkgelegenheid af.

15 Arbeidsmarktflexibilisatie De snelheid waarmee vraag en aanbod van arbeid zich aan elkaar aanpassen. Flexibiliteit is afhankelijk van bijvoorbeeld sociale zekerheid en ontslagbescherming. EPL index: een maat van ontslagbescherming – Score 0-4: hoe hoger, des te meer bescherming en arbeidsmarkt minder flexibel – Ontwikkeld door de OESO (organisatie van economische samenwerking en ontwikkeling)

16 Economische groei Een flexibele markt is een voorwaarde voor economische groei omdat vraag en aanbod zich snel aan elkaar kunnen aanpassen – Een soepeler ontslagrecht kan hierbij helpen (als bedrijven gemakkelijker mensen kunnen ontslaan, zullen ze deze ook gemakkelijker aannemen) – In de film werd echter beargumenteerd dat juist het bieden van meer zekerheden aan de werknemer zorgt voor meer innovatie en toewijding waardoor er groei plaatsvindt. Wat is de waarheid en is er slechts 1 waarheid of verschilt dat per situatie? Neem niets klakkeloos aan!

17 Flexibel werken Vaste banen bieden zekerheid: inkomen, werktijden, pensioen, uitkering bij vakantie ea. Flexibele banen bieden dat niet en geven dus meer risico en onzekerheid Dit geldt niet alleen in zakelijke sfeer. Ook prive meer onzekerheid. Door onzekerheid in inkomen minder mogelijkheden voor een hypotheek en ook stellen vrouwen het krijgen van kinderen daardoor uit. Uit theoretisch oogpunt mag je verwachten dat flexibele banen worden gecompenseerd voor deze negatieve effecten. Een hoger loon dus!

18 Flexibel werken - 2 In de praktijk worden flexibele banen slechter betaald. Oorzaken hiervoor zijn: – Machtspositie van de werkgever: “je kunt de baan met dit loon accepteren of voor jou 10 anderen” – Onzekerheid van de werkgever: hij heeft geen goede of onvolledige informatie over de kwaliteit van de werknemer en biedt daarom eerst een lager loon. Weinig doorstroming van flexibele naar vaste banen. – Vooral veel vrouwen, jongeren, alleenstaanden, allochtonen en lager opgeleiden hebben flexibele banen.

19 Overheid en flexibel werken Overheid wil meer flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Genomen maatregelen zijn: – Aanpassing ontslagbescherming: Ontslagvergoeding verlaagd en opzegtermijn verkort zodat werkgever gemakkelijker iemand kan ontslaan. – Aanpassing werkloosheidsuitkering Lengte en bedrag uitkering omlaag zodat mensen sneller weer aan de slag gaan. Je moet sneller ander werk accepteren, anders heb je geen recht meer op een uitkering, ook zodat mensen sneller weer aan de slag gaan.

20 Overheid en flexibel werken – Aanpassing rechtspositie flexwerkers Als flexwerkers 2 jaar bij dezelfde werkgever hebben gewerkt dan moet deze een vast contract aanbieden, zodat flexwerkers kunnen doorstromen en meer zekerheid krijgen. Daarnaast krijgen flexwerkers ook recht op een ontslagvergoeding. – Aanpassing werkgeversverplichtingen De werkgever moet veel inspanningen leveren om ontslag te voorkomen of om ontslagen werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. De werkgever moet langer doorbetalen bij ziekte, ook aan flexwerkers, zodat de werkgever alles doet om zo goed mogelijke werkomstandigheden te creeeren.


Download ppt "Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-4."

Verwante presentaties


Ads door Google