De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Antwoorden hoofdstuk 8. Antwoorden 8.3 a Toename van het aantal faillissementen. b 1700 / 95 x 100 = 1789 c Van de bedrijven die failliet gingen, waren.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Antwoorden hoofdstuk 8. Antwoorden 8.3 a Toename van het aantal faillissementen. b 1700 / 95 x 100 = 1789 c Van de bedrijven die failliet gingen, waren."— Transcript van de presentatie:

1 Antwoorden hoofdstuk 8

2 Antwoorden 8.3 a Toename van het aantal faillissementen. b 1700 / 95 x 100 = 1789 c Van de bedrijven die failliet gingen, waren 24% 15 jaar en ouder. d Door wanbetalers krijgen bedrijven geen geld, terwijl het zelf wel goederen moet inkopen. e 1700 / 100 x 35 = 595 fDe retailers kopen anders in bij buitenlandse bedrijven tegen lagere prijzen

3 Antwoorden 8.5 a Totaal = NV790 / X 100 = 0,11% BV / x 100 = 28,09% VOF / X 100 = 17,63% Eenmanszaak / x 100 = 54,2% bTeken in c Onjuist Juist juist

4 Antwoorden 8.6 a Totale EV € € = € b Jan € / € x 100 = 62% Jolanda € / € x 100 = 38% Jan krijgt € / 100 x 62 = €42160 Jolanda € / 100 x 38 = € c Nee, Bij VOF geldt hoofdelijk aansprakelijk. De schuldeiser mag geld eisen bij 1 van de eigenaren. d Hij heeft 62% EV ingebracht, dus hij is verantwoordelijk voor € / 100 x 62 = € van de schulden. e Opstellen van een vennootschapscontract. f VOF alleen aansprakelijk voor provevermogen, Aandeelhouders BV alleen voor ingebracht vermogen.

5 Liquiditeit en solvabiliteit De uitkomsten van deze kengetallen zegt iets over de financiële situatie van een bedrijf. Voornamelijk of een bedrijf op korte en lange termijn zijn rekeningen kan betalen. Wanneer is een bedrijf gezond? Liquiditeit vlottende activa + liquide middelen / vreemd vermogen kort = 2 of meer Solvabiliteit Totaal vermogen / vreemd vermogen x 100 = 150% of meer Antwoorden 8.10 a Banken, werknemers, aandeelhouders, leveranciers. b = 2,47 c x100 = 177% d Ja liquiditeit groter dan 2 en solvabiliteit groter dan 150%.

6 Antwoorden 8.11 aReclamekosten, verzekeringskosten, energiekosten, huurkosten b Omzet Inkoopwaarde brutowinst Bedrijfskosten: Loonkosten Afschrijvingskosten Interestkosten Overige kosten Totale bedrijfskosten. € € € € € € € € Nettowinst € c€ / 6 x 100 = € dBanken, aandeelhouders, belastingdienst, werknemers

7 Antwoorden 8.13 Omzet Inkoopwaarde brutowinst a Overige bedrijfskosten Loonkosten Huur Interest Verzekeringen Afschrijvingen Overige kosten Totale bedrijfskosten € € € € € € € Nettowinst € bGemiddeld eigen vermogen = € € / 2 = € € / € x 100 = 24,2%

8 cWinstmarge = nettowinst / omzet x 100 € / € x 100 = 7,9% dVergroten van de omzet of verlagen van de kosten. e 10,2%= 82,5 Gemiddeld eigen vermogen x100 Of terwijl 82,5 / 10,2 x 100 = 808,82

9 Antwoorden 8.15 Winstquote is 16% € 609 miljard x 0.16 = € 97,44 miljard. a b122,3 miljard x = 6, , 3 miljard – = 115,6735 miljard c Onjuist, in de grafiek is een jaarlijkse groei weergegeven. Een percentage groter dan 0 betekent een toename van de investering. Je ziet dus dat er meer toenames dan afnames van investeringen zijn. d1 – – e100 x x 0,94 x 0,945 = 96,38


Download ppt "Antwoorden hoofdstuk 8. Antwoorden 8.3 a Toename van het aantal faillissementen. b 1700 / 95 x 100 = 1789 c Van de bedrijven die failliet gingen, waren."

Verwante presentaties


Ads door Google